Interview -

Vennootschapsbelasting verlagen, een liberale ‘dada’ maar geen goed idee voor de samenleving

De federale minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), wil absoluut de vennootschapsbelasting flink verlagen. Hij beweert dat dit geen gat in de begroting zal slaan. Wat bezielt de man? “Van Overtveldt is een neoliberaal in hart en nieren”, antwoordt Guido Deckers, de coördinator van het Financieel Actie Netwerk (FAN) dat al jaren ijvert voor meer rechtvaardige fiscaliteit. “Alles wat van zijn kabinet komt, hangt samen met zijn neoliberale kijk op de maatschappij.”

dinsdag 10 januari 2017 14:14

“Als ik een voorstel beoordeel, kijk ik eerst vanuit welke ideologische hoek de wind waait”, zegt Guido Deckers. “Johan Van Overtveldt is een hevige aanhanger van het neoliberalisme en van de vrije markt en schreef er in 2012 zelfs een boek over met als titel: ’Red De Vrije Markt. De Terugkeer van Milton Friedman’. De centrale idee van het neoliberalisme is dat een economie het beste gedijt bij een ongebreidelde vrije markt die niet mag worden ‘verstoord’ door de regering en de overheid. Een regering moet zoveel mogelijk alle regels afschaffen die de bedrijven belemmeren om hun winst te maximaliseren. Een overheid mag ook geen diensten aanbieden wanneer er bedrijven zijn die dat kunnen doen en die er winst mee kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan openbaar vervoer, nutsbedrijven, de post, onderwijs, gezondheidszorg, pensioenvoorzieningen. Voor aanhangers van het neoliberalisme moeten al die diensten worden geprivatiseerd om er winstmachines van te maken. In hun visie moet je taken afstoten om het overheidsapparaat ingrijpend in te krimpen, het gat in de begroting te dichten en de belastingen te verlagen. Alles wat Van Overtveldt voorstelt, past in die context.”

Alle regeringspartijen, ook CD&V, lijken van oordeel dat de vennootschapsbelasting moet zakken. Waarom?

Guido: “De regeringspartijen MR, CD&V, NV-A en Open VLD zijn ervan overtuigd dat lagere belastingen resulteren in meer banen. Laten we de cijfers er eens bijnemen. De vennootschapsbelasting brengt bijna 13 miljard euro op. Om investeringen en tewerkstelling aan te moedigen, bedraagt de overheidssteun vandaag jaarlijks 12 miljard euro; bijna evenveel als wat bedrijven aan belastingen betalen. Bekijken we de tewerkstelling, dan zien we dat het aantal voltijdsequivalenten in het eerste kwartaal van 2016 nog geen procentje hoger ligt dan in het eerste kwartaal van 2015. De extra tewerkstelling is veel te gering, zo zal de lage tewerkstellingsgraad in België zeker niet worden opgelost. Vooral niet omdat de actieve bevolking blijft groeien. Bijna 40 procent van het totale aantal gecreëerde banen zijn tijdelijke en onzekere banen.”

Duivelse spiraal

De Britse premier Theresa May wil in het Verenigd Koninkrijk de ‘laagste vennootschapsbelasting van de G20-landen’ invoeren om hiermee zoveel mogelijk ondernemingen te behouden of aan te trekken. Als elk land die toer opgaat, krijgen we toch een duivelse spiraal naar beneden die nooit ophoudt?

Guido: “In de vennootschapsbelasting is er een voortdurende ‘race to the bottom’ bezig. De Britse premier zou moeten beseffen dat de fiscale aanslagvoet geen doorslaggevend element in de internationale concurrentie is. Een bedrijf vestigt zich ergens als het zeker is dat daar winst kan worden gemaakt. Daarvoor heb je ook geschoolde werknemers, onderwijs, afzetmarkten, een goed functionerende overheid en transportfaciliteiten nodig. Op een bepaald ogenblik werd Ierland afgeschilderd als hét model bij uitstek. Het land had zijn aanslagvoet voor bedrijven verlaagd van 50 naar 12,5 procent. Dat had als gevolg dat er een ziekelijk opgeblazen financiële sector ontstond; heel wat financiële bedrijven vestigden zich in Ierland zonder jobs in de plaats te creëren. Ze betaalden erg weinig belastingen. Vandaag zijn de werkloosheid en de overheidsschuld in Ierland groter dan in België, en dat met een lager gemiddeld nationaal inkomen per inwoner.”

Kunnen we de uitholling van de vennootschapsbelasting dan niet tegenhouden?

Guido: “Dat kan wel degelijk, als we een manier vinden om bedrijfsbelasting te heffen op de wereldwijde winsten. Om die winsten over verschillende landen te kunnen spreiden, moet worden rekening gehouden met de omzet per land, de loonkosten en het kapitaal dat voor de productie nodig was. Wanneer de winsten eenmaal over de verschillende landen zijn gespreid, staat het elk land vrij om ze te belasten volgens een tarief dat het zelf wenselijk acht.”

Europese Commissie

Is dat geen utopie?

Guido: “Helemaal niet! In de Verenigde Staten worden de bedrijfswinsten op landelijk niveau berekend en daarna volgens een formule uitgesplitst naar de verschillende staten, die dan elk afzonderlijk een belastingtarief kunnen bepalen. De Europese Commissie bepleit een gelijkaardige oplossing met haar plan voor een ‘gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting’. Het plan komt erop neer dat de winsten en verliezen van alle vennootschappen van een multinational worden samengeteld en gebundeld in één belastingaangifte. Zo heb je de belastbare winst van de groep, die dan volgens bepaalde criteria wordt verdeeld over de betrokken EU-lidstaten. Zodra de belastbare grondslag per land is bepaald, mag het land zijn eigen belastingtarief toepassen op de belastbare grondslag.”

“De formule die de Commissie verdedigt is nadelig voor belastingparadijzen waar weinig omzet, werknemers, machines en gebouwen zijn. Ze is voordelig voor de grote landen van het Europese vasteland die door de belastingparadijzen veel verlies lijden. Zo kost belastingontwijking de Europese overheden elk jaar wel 1.000 miljard euro. Het enige nadeel aan het Europese voorstel is dat het geen verplichte regeling is. In een volgende stap zou de EU dit systeem moeten verplichten en afspraken moeten maken over minimumtarieven waar de vennootschapsbelasting niet onder mag duiken. Alleen zo kan een einde worden gemaakt aan de race to the bottom.”

Veel gekakel

De regering-Michel kakelt graag over ‘rechtvaardige fiscaliteit’, maar legt op dit vlak weinig of geen eieren. Een vermogenstaks, lees een faire belasting op grote fortuinen, is er nog altijd niet. En maar weinigen in onze politiek lijken bereid om deze belasting in te voeren. Hoe kijk jij hier tegenaan? Hoe verklaar je dat de meeste gewone mensen pro zijn en dat een groot deel van de politiek de vermogenstaks blijft afwijzen?

Guido: “Als we de grote vermogensongelijkheid in ons land willen verminderen, moet er een vermogensbelasting komen voor de miljonairs. Die belasting zal er niet komen via het parlement. In het verleden moesten de mensen sociale actie voeren om grote sociale verworvenheden af te dwingen. Ook een vermogenstaks zal op die manier moeten worden afgedwongen.”

Denis Bouwen

Dit verhaal verscheen in het vakbondsblad Ons Recht van januari 2017. Ons Recht is het ledenblad van de vakbond LBC-NVK, onderdeel van het ACV. Ontdek meer over de LBC-NVK op www.lbc-nvk.be en via www.facebook.com/vakbondlbcnvk 

Tweepijlersysteem: voordelen, maar ook vragen

Regeringspartij CD&V pleit voor een ‘dual income tax’, lees een tweepijlersysteem. In dat systeem zouden er twee soorten belastbare inkomsten zijn, arbeidsgebonden inkomsten (uit een job of uitkering) en inkomsten uit vermogen (bijvoorbeeld uit aandelen, obligaties, grote rijkdommen). De eerste groep inkomsten zou progressief worden belast, voor de tweede groep zou een vast belastingtarief gelden.

“Het Financieel Actie Netwerk (FAN) moet zijn officiële standpunt hierover nog bepalen”, stelt Guido Deckers. “Maar ik heb wel een persoonlijke mening. Ik stel me toch vragen. Zo vraag ik me bijvoorbeeld af waarom inkomens uit arbeid en inkomens uit vermogen verschillend zouden moeten worden belast. Waarom moet iemand met een groot inkomen uit kapitaal hetzelfde tarief betalen als iemand die weinig inkomen haalt uit kapitaal? Wat ga je doen met ondernemers en zelfstandigen bij wie het vaak niet zo duidelijk is welke inkomsten uit arbeid komen en welke uit kapitaal? Zij zullen liever zoveel mogelijk worden belast op inkomsten uit kapitaal omdat die in het tweepijlersysteem minder worden belast dan inkomsten uit arbeid.”

“Positief aan het idee van een tweepijlersysteem is dat dit ons belastingsysteem eenvoudiger en transparanter kan maken. Maar om dat te doen moet er vooraf nog veel werk gebeuren. Wat ga je doen met belastingen die geregionaliseerd zijn? Zal het systeem ook van toepassing zijn op de belastingen waarvoor de Vlaamse overheid bevoegd is?”

Guido heeft zelf een antwoord op zijn vragen: “Ik heb het gevonden in de geschiedenis. Tot 1983 werden inkomsten uit kapitaal en inkomsten uit arbeid opgeteld. Het totaal werd aan het progressief tarief van de personenbelasting onderworpen. Dat is veel rechtvaardiger. We moeten dan wel het aantal belastingtarieven, de hoogte ervan en de inkomensschijven herzien. En de belastingvrije som verhogen. Bij een globalisering van alle inkomens moet rekening gehouden worden met de vrijstelling van het spaarboekje en met het aanvullend pensioen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!