Opinie -

De bandbreedte van de vrije meningsuiting

Cultuurfilosoof Lieven De Cauter verdedigt het recht op vrije meningsuiting van Dyab Abou Jahjah.

maandag 9 januari 2017 16:28

Dyab Abou Jahjah is als columnist bij De Standaard ontslagen omdat hij de aanval op Israëlische soldaten in Oost- Jeruzalem verdedigde als een daad van verzet tegen een bezettingsleger. De Standaard doet dit natuurlijk niet uit hoog gestemde principes, maar uit zelfbescherming. Want de pro-zionistische lobby staat ook in België heel sterk en kan De Standaard veel schade berokkenen.

Als Mia Doornaert de –  illegale, catastrofale en op leugens gebaseerde –  invasie in Irak met hand en tand verdedigde was ze intellectueel medeplichtig aan een misdaad tegen de menselijkheid, zo zou je kunnen zeggen, maar natuurlijk ging het om vrije meningsuiting. Het recht op vrije meningsuiting is altijd en alleen maar het recht op de verkeerde mening (en of haar mening verkeerd was!). Als alleen de juiste mening is toegelaten, dan is er geen vrije meningsuiting meer. Dus de bandbreedte van de vrije meningsuiting is quasi ongelimiteerd: alleen directe oproepen tot geweld kunnen en moeten wellicht geweerd worden. Maar over Irak kan je alles zeggen, geen probleem.

Over Israël echter is de bandbreedte van de vrije meningsuiting heel smal. Dat is vreemd omdat dat land al honderden keren is veroordeeld en al bijna 70 jaar bezig is met een etnische zuivering. “Een land zonder volk voor een volk zonder land”, is en blijft de basisformule van het zionisme: die Palestijnen leven op niemandsland, die zijn er eigenlijk niet, zoals ook de indianen er eigenlijk niet waren toen de cowboys het wilde westen veroverden. Het is pas een eeuw later dat dit een genocide bleek te zijn geweest. Ook de Palestijnen leven eigenlijk al in reservaten. Maar dat mag je allemaal niet zeggen, niet over Israël, spreken over etnische zuivering, laat staan over boycot is…antisemitisme. Nu is dat al officieel zo in Frankrijk, het land van Voltaire, het land waar de vrije meningsuiting zowat werd uitgevonden.

Dus we moeten het recht op vrije meningsuiting ook van een tegenstem als Abou Jahjah verdedigen, ook al zou hij een totaal verwerpelijke mening formuleren. Ik vrees echter dat Abou Jahjah in strikt juridische termen gelijk heeft: een aanval op soldaten in bezet gebied is een daad van verzet die toegelaten is door het oorlogsrecht en de Conventies van Genève. Maar juist of verkeerd, dat mag je over Israël niet zeggen. Want dan zijn de grenzen van de vrije meningsuiting overtreden, word je de deur gewezen. Jammer.

De waarheid is altijd het eerste slachtoffer van de oorlog, zegt een befaamde boutade. Een variant zou kunnen luiden: de vrije meningsuiting zal altijd opnieuw geslachtofferd in de ‘oorlog tegen de terreur’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!