Talking about the revolution in Tunesië met theatermaker Chokri Ben Chikha

Talking about the revolution in Tunesië met theatermaker Chokri Ben Chikha

In de voorstelling Join the Revolution haalden Chokri Ben Chikha en de acteurs van Action Zoo Humain geld op voor artiesten in Tunesië. Vorige week reisde Ben Chikha naar een theaterfestival in Tunis om de prijs uit te reiken. Christophe Callewaert van DeWereldMorgen.be reisde mee. Dit is het verslag van een bewogen week.

donderdag 1 december 2016 15:46

Chokri Ben Chikha stelde samen met Moussem en Rotterdamse Schouwburg een Tunesisch-Belgisch-Nederlandse jury samen die zeven theatervoorstellingen evalueerde en uiteindelijk één artiest bekroonde.

Omdat de Tunesische realiteit te complex is om te vatten in één analyse schreven we elk onze indrukken neer.




 Christophe Callewaert (Journalist)

Tunis, november 2016. Het schrijven van deze eerste zin werd onderbroken door het geluid van de post-revolutie. Uit volle borst gescandeerde slogans joegen me de straat op. Honderden jongeren slalommen tussen de opgehouden auto’s. Ze zijn 15 of 16 en ze zijn boos. De minister van Onderwijs heeft hun examenperiode ingekort en de leerlingen vrezen dat een diploma behalen zo moeilijker wordt. Sinds een week wordt er elke dag gestaakt en betoogd. De minister probeert de meubels te redden. Op tv zei hij dat het inderdaad niet correct was om de leerlingen niet te betrekken bij de hervorming. Maar het mag niet baten. Dégage*, klinkt het uit honderden kelen.

De minister van Onderwijs mag stilaan zijn valiezen pakken. Op 30 november gaan ook de leerkrachten de straat op. Ook de onderwijsvakbond eist zijn ontslag, al gebruiken die daar een meer gesofisticeerde term voor: limogeage.

Misschien heeft het wortels in een lange traditie, maar een deel van de Tunesiërs lijkt lak te hebben aan instituten. Je ziet het in de houding van deze tieners tegenover hun minister. Je merkt het aan de schuchtere agenten die zich opvallend gedeisd houden terwijl de jongeren de straat overnemen. Je voelt het ook in de theaterzalen die we bezochten. Toeschouwers lopen weg als het stuk hen niet zint of zeggen achteraf ongezouten hun mening tegen de makers.

Ik moest niet lang nadenken toen je me vroeg om mee te gaan naar Tunis voor het theaterfestival Les Journées Théâtrales de Cartaghe. Sinds ik op 9 november om 6u de resultaten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen over mijn computerscherm zag rollen, kamp ik met een politieke depressie. Een kwarteeuw na Zwarte Zondag baadt stilaan het hele westen in de duisternis.

In dit land werd zes jaar geleden de lont aan het kruitvat gestoken. Het was de start van een beweging die de hele Arabische politieke wereld omwoelde en die uitlopers kende in de straten van Madrid met de Indignados en vlakbij Wall Street met Occupy. Hier moet de somberheid toch verdampen? Dat gebeurde ook. Ik ben maar een buitenstaander, een kortstondige observator, maar alles wat ik hier zie vervult me van optimisme voor Tunesië.

Maar een revolutie behelst meer dan een opstand. Zeyneb Farhat, de directrice van het eerste onafhankelijke theaterhuis in Tunis dat dit jaar zijn dertigste verjaardag viert, vertelde me iets dat van belang is voor wij die dromen van een schop onder de kont van het systeem, van verlossende olie in de verroeste raderen. “Een opstand is makkelijk”, zei ze. “Vechten tegen een dictatuur is hard maar eenvoudig. Na de opstand begon het echte werk en werd alles complex. De vijand werd ideologisch en diffuus. Nu, na zes jaar, op onze hoede te moeten zijn, na zes jaar schreeuwen en protesteren, vergaderen en mobiliseren, zijn we pas echt moe.”

Dus, Chokri, dit is makkelijk. Artikels schrijven, aanklagen, geëngageerde toneelstukken maken, met je leerlingen van het KASK op straat komen, als artistieke interventie je kandidaat stellen als minister van Cultuur, that’s the easy part. Wat daarna komt, daar gaan we pas echt slapeloze nachten aan beleven.

__________________________________________________




Chokri Ben Chikha (Acteur, theatermaker bij Action Zoo Humain, onderzoeker aan het KASK)

Je enthousiasme is aandoenlijk. Maar mag ik het de blik van de (linkse, Europese) buitenstaander noemen? Die blik is mij ook niet vreemd natuurlijk. Met handen en voeten hebben mijn ouders geprobeerd om mij de liefde voor dit land bij te brengen. Elk zomer sleepten ze ons mee voor de jaarlijkse vakantie. Maar het is hen nooit echt gelukt. Tot 2011 dan. Tot dat vakantieland waar niets te beleven viel voor een jongen vol goesting in de geneugten van het leven het startschot gaf van de Arabische lente. Plots konden we niet snel genoeg op het vliegtuig zitten om de revolutionaire sfeer op te snuiven, ver weg van het leven onder de stolp en de status quo in België. De neerslag daarvan kan je zien in ons laatste stuk Join the Revolution dat in januari hernomen wordt. Door een uitloper van die voorstelling – een crowdfunding voor ‘Artiesten zonder Grenzen’ – zit ik hier weer. Wat kunnen wij, Europese artiesten, doen voor onze collega’s in Tunesië, vroegen we ons in die voorstelling af en we riepen het publiek op om geld te storten voor het goede doel. De muur tussen fictie en realiteit bleek niet waterdicht en de crowdfunding werd een succes.

Het festival Les Journées Théâtrales de Cartaghe waar we te gast zijn om de prijs van ‘Artiesten zonder Grenzen’ uit te reiken, is natuurlijk een wonderlijk gebeuren. Een Vlaamse operadirecteur vroeg me vorig jaar: “Bestaat er zoiets als theater in Tunesië”. Op dit festival alleen al zijn tientallen voorstellingen te zien. De zalen zit vol met een opvallend jong publiek dat fel meeleeft met wat ze zien. Toeschouwers slikten hun tranen weg tijdens een straattheater over Syrische vluchtelingen. De zeven Tunesische voorstellingen die ik hier zag, waren allemaal totaal verschillend. Van klassiek gebracht repertoire tot hedendaagse adaptaties, van bijtend cabaret tot danstheater dat op een intelligente manier verschillende tradities mixt.




Maar toch bekruipt me dat dubbele gevoel weer. Ik deel graag je enthousiasme, maar het lukt me niet altijd om de deprimerende dingen weg te duwen. De revolutie heeft de conservatieve, patriarchale mentaliteit niet weggevaagd. De gezonde argwaan tegenover autoriteit lijkt bovendien doorgeslagen. Het totale gebrek aan respect voor de instituten was een rode draad doorheen heel wat voorstellingen. De net veroverde democratie lijkt hier nu neer te komen op: elke stem klinkt even luid en niemand verdient enig krediet. De enige instellingen die hier nog iets betekenen, zijn de vakbonden. Niet toevallig deelden zij ook twee prijzen uit op dit festival. Tijdens de slottoespraak van de artistiek leider van Les Journées Théâtrales de Cartaghe liep de helft van de zaal gewoon leeg. Dat gebeurde niet uit protest of omdat ze het niet eens waren met wat hij zei, maar gewoon omdat het kon.

De man was niet toevallig een mensenrechtenactivist. Dat zijn de mensen die met een ongeschonden imago uit de dictatuur geraakt zijn. Maar zelfs hij weet dat niet om te zetten in gezag. Ook al verzet hij bergen werk en loopt hij de benen van onze zijn lijf om met de karige middelen die er zijn de artiesten in de watten te leggen op dit festival. Het zullen de groeipijnen zijn van een prille democratie. Maar als je echt eens in bitter cynisme gedrenkte comedy wil aanhoren, moet je bij de taxichauffeurs zijn. Tijdens een rit naar het stadje waar mijn ouders wonen voerde hij een sarcastische act op met een lofzang op de dictator die Tunesië weer op het rechte pad zou krijgen.

________________________________________________________




Christophe Callewaert

Het is eigenlijk ongelooflijk. Even waren de ogen van de wereld gericht op dat kleine landje geprangd tussen de reuzen Algerije en Libië. De Tunesiërs sloegen alle domme vooroordelen tegen Arabieren en moslims aan diggelen en zetten in één tijd ook de neocons in hun blootje. Hun zucht naar democratie, inspraak, economische kansen en toekomst gaf een energiestoot aan iedereen die zich op deze wereldbol verzet tegen onrecht. Meteen na de ontmanteling van de dictatuur bewees ook het establishment in het Westen lippendienst aan de revolutie. Op de G8 in Deauville tekenden de acht rijkste landen een plechtige verklaring die bol staat van de lof over de democratisering. Maar liefst 10 miljard dollar werd beloofd aan de Tunesische overgangsregering.

Net geen zes jaar later kijkt de wereld de andere kant op. Het manna viel niet uit de hemel. Alleen het IMF hield de Tunesiërs een check voor van 1,7 miljard, ver verwijderd van het oorspronkelijk beloofde bedrag. Bovendien gingen er aan die lening perverse voorwaarden vast. De Tunesische overheid moest de subsidies voor voedingsmiddelen verlagen, de prijs voor brandstof verhogen, flink snoeien in de overheidsuitgaven en een reeks overheidsbedrijven op de markt gooien.

Maar de Tunesiërs gingen door. Ze keurden de meest progressieve grondwet van de regio goed en ze organiseerden verkiezingen. De twee verschrikkelijke aanslagen van 2015 op het strand van Sousse en in het Bardomuseum deden het toerisme kelderen. 400.000 mensen zijn volledig afhankelijk van dat toerisme. Vandaag anderhalf jaar na de aanslagen staan de hotels leeg. Meer dan de helft van de gebruikelijke toeristen uit Europa lieten het land links liggen.

Politiek blijft het land wankel. Twee linkse oppositiefiguren – Mohamed Brahmi en Chokri Belaid – werden vermoord. De activisten geholpen door het zogenaamde kwartet dat bestaat uit de vakbonden, de werkgevers, de advocaten en mensenrechtenorganisaties kregen ondanks die onhoudbare spanningen het land weer op de rails. “Tijdens die eerste drie jaar na het vertrek van dictator Ben Ali vreesden we voor een Algerijns scenario. Met een burgeroorlog die tien jaar dood en vernieling zaait. Maar we hebben ons georganiseerd tegen het islamistisch project en na jaren vergaderen, betogen en vechten, durf ik te zeggen dat we de strijd gewonnen hebben”, vertelde theaterdirectrice Zeyneb Farhat me.

Volgens Farhat staat het islamistische project haaks op de traditie van Tunesië. Ze is er van overtuigd dat het secularisme zal zegevieren en dat vrijzinnigheid en een open, vrije beleving van de islam mooi naast elkaar kunnen bestaan in het land.

Weet je wat ik zo opmerkelijk vond aan het gesprek met Zeyneb Farhat en andere kunstenaars en intellectuelen die we hier ontmoet hebben? Enerzijds zorgde dat even voor een kortsluiting in mijn hersenen. In Europa worden we overspoeld door een golf van islamofobie en moeten we elke dag dat racistische discours ontmaskeren. In Tunesië vechten progressieven tegen de sluipende machtsovername door islamisten. Maar als je even dieper graaft, zie je grote gelijkenissen. Islamisten spinnen garen bij de ontworteling en de armoede in de verpauperde wijken van steden en op het verwaarloosde binnenland. Zij weten van het kosmopolitische modernisme de zondebok te maken voor alles wat verkeerd loopt in Tunesië. Net zoals Trump of N-VA dat doen in de VS en België.

Progressieven weten daar niet altijd een antwoord op te vinden. Zeyneb Farhat beseft het gevaar en trekt al enkele jaren het binnenland in. Samen met de lokale bevolking daar zorgt ze er voor dat kinderen geen vijf kilometer moeten lopen om school te geraken. “Links werkt niet op het terrein. De islamisten wel. Ik heb het de afgelopen jaren geprobeerd. Ik heb veel fouten gemaakt, maar enorm veel geleerd. Ik denk dat het net dat werk is dat mij behoed heeft voor een depressie”, zei Zeyneb Farhat.

Als ik dat allemaal lees en hoor, blijft mijn optimisme overeind. Tunesië is een battlefield, maar dan één van de vele waar de strijd over de toekomst van de wereld wordt uitgevochten. Dat zij dat zonder steun of zelfs zonder veel interesse uit het Westen moeten doen, is een schande.

_______________________________________




Chokri Ben Chikha

Ik vrees dat het erger is dan desinteresse. Lees het reisadvies eens op de website van Buitenlandse Zaken van België: “Vanwege de aanhoudende terreurdreiging in het land, blijven alle niet-essentiële reizen naar Tunesië afgeraden.” Bij Frankrijk en Turkije, twee landen die ook met terreurdreiging te maken krijgen, staat alleen dat ‘verhoogde waakzaamheid geboden is’.

Volgens de Tunesische ambassadeur in Brussel die ik vorig jaar sprak, zijn die reisadviezen onderdeel van een diplomatiek steekspel. De Tunesische overheid kunnen in tegenstelling tot de Fransen of de Turken minder gewicht in de schaal leggen.

Onze prijs gaat uiteindelijk naar de choreograaf Hafedh Zalit . Zijn dansvoorstelling charmeerde de jury door de manier waarop traditionele en moderne dans gemixt werd op bezwerende muziek. Het leven, de sfeer en het ritme van de woestijn werd mooi opgeroepen door negen dansers. Hij was na het zien van alle voorstellingen de favoriet en in het gesprek dat we met hem hadden, vielen alle stukken op hun plaats. Het past mooi in wat je vertelt over de politieke en culturele strijd om het binnenland. Hafedh is zelf afkomstig uit het zuiden van het land en maakte een mooie carrière als danser in Tunis en Dubai. Maar nu hij de veertig voorbij is en zijn lichaam te oud wordt voor die fysieke inspanning, probeert hij het als choreograaf. Hij trok naar het zuiden en vond daar jonge dansers die hij zelf helemaal opleidt. “Door de economische en politieke problemen gingen de bestaande dansopleidingen verloren. Toch is er een danscultuur, ook bij die jongeren uit het zuiden. Ik wil met hen onderzoeken hoe we kunst kunnen uitdrukken met onze lichamen in een context waarin de tekst domineert in het Tunesische theater”, vertelde hij. Het mengen van stijlen is voor hem een evidentie. “In de woestijn waar ik vandaan kom, bestaan geen grenzen. Als ik een Spaanse choreograaf Flamenco-elementen zie opnemen in zijn voorstelling, dan raakt mij dat diep”, zei hij.

In zijn dansstuk dook ook enkele seconden lang een kalasjnikov op. Ik kan ze trouwens niet tellen de voorstellingen waarin er wapens op het podium te zien waren. Zelfs in de Romeo en Julia die we zagen, richtten de acteurs bijna achteloos een pistool op het publiek. Bij Hafedh stond het geweer symbool voor het terrorisme dat een vruchtbare grond vindt in de verwaarloosde steden en dorpen in de woestijn. Zijn dans en zijn opleidingen ziet hij als een wapen in de strijd tegen het sluipend gif van extremistische en terroristische groepen.

Op de slotavond van het theaterfestival gebeurde iets vreemds. Bleek dat zowel de jury van de vakbond als wij dezelfde voorstelling hadden bekroond uit de tientallen stukken die er te zien waren. Dat zorgde voor enige animositeit. De theaterwereld is een kleine wereld waar iedereen moet vechten om te overleven. Ik stond met knikkende knieën op het podium om de prijs uit te reiken en een kleine toespraak te houden.

Hoe kon ik in het kort uitleggen dat de prijs het resultaat was van een denkoefening van een voorstelling Join the revolution en een crouwdfunding met honderden donaties. De ‘Artiesten zonder Grenzen’-prijs was tien keer groter dan de andere prijzen en ook wij worstelen met de bedenkingen rond de zin en onzin van onze (westerse) bemoeienis, een thema dat we in de voorstelling ontwikkelden.

Ik weet hoe het publiek hier onbeschroomd reageert en ongegeneerd tussenkomt en toch brachten de reacties me helemaal van mijn stuk. Het werd één van de meest bizarre podiumervaringen van mijn leven.




Terugkijkend besef ik dat we ons met onze prijs in een wespennest hebben gewaagd. Eigenlijk verdienden alle theatergroepen een prijs voor hun moed en doorzettingsvermogen. We waren de olifant in de porseleinkast. Als trofee had ik trouwens een mooie olifant laten maken, het symbool van Cartagho, het geheime wapen waarmee Hannibal de Romeinen probeerde te verschalken. Toen ik op het podium stond merkte ik dat ik de twee slagtanden vergeten was op de hotelkamer. Ik stond daar met een tandeloos beest in mijn handen. Ik speel al mijn hele theaterleven met de smalle zone tussen fictie en realiteit, maar deze keer liep ik zelf verloren in dat niemandsland.

De voorstelling ‘Join de Revolution’ gaat op tournee van 21/01/2017 tot 3/02/2017 in Brussel, Tielt, Lokeren, Dilbeek en Frankrijk

http://www.actionzoohumain.be/nl/event/17/join-the-revolution

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!