Opinie -

Een taks met twee pijlers

De CD&V propageert voluit opnieuw de 'dual income tax': een belastingsysteem op twee pijlers. Met dit systeem worden de inkomsten uit arbeid aan progressieve tarieven belast; hoe hoger het inkomen hoe hoger het tarief. De inkomens uit vermogen worden tegen een vast percentage belast, bijvoorbeeld aan 25 procent. Het komt er dus op neer dat er één systeem komt voor belastingen op arbeid en één systeem voor inkomens uit vermogens. In België worden inkomsten uit vermogen zeer verschillend, amper of niet belast.

woensdag 23 november 2016 16:12
Spread the love

Hoe werkt het belastingsysteem op twee pijlers?

Bezoldigingen, voordelen van alle aard, pensioenen en uitkeringen worden aan een progressief tarief onderworpen. Dat betekent dat het hele inkomen wordt opgedeeld in schijven, van laag naar hoog. Op elke hogere schijf rust een hogere aanslagvoet. Met het progressieve belastingstelsel betalen de mensen met een hoog inkomen meer dan mensen met een laag inkomen.

De inkomsten uit kapitaal, de tweede pijler, worden aan een vast tarief onderworpen voor alle soorten inkomens uit kapitaal. Inkomens uit kapitaal zijn bijvoorbeeld dividenden, intresten, inkomsten uit verhuring, meerwaarden op aandelen en meerwaarden op onroerende goederen. Ook de intresten op het klassieke spaarboekje zouden in aanmerking komen. Nu zijn intresten tot 1.880 euro op spaarboekjes vrijgesteld van belasting.

Vragen

Belastingen hebben twee doelen: inkomsten vergaren voor de staat en herverdelen volgens draagkracht. Komt het belastingsysteem op twee pijlers hieraan tegemoet? Wel, de eerste vraag die hierbij moet gesteld worden is de vraag waarom inkomens uit arbeid en inkomens uit vermogen op een verschillende manier worden belast. Waarom moet iemand met een hoog inkomen uit kapitaal hetzelfde tarief betalen dan iemand die weinig inkomen haalt uit kapitaal? Dit probleem kennen we ook bij de btw: een rijke betaalt evenveel btw als een arme.

Wat ga je doen met de ondernemers en de zelfstandigen waarbij het vaak niet zo duidelijk is welk bestanddeel een inkomen uit arbeid is en welk bestanddeel een inkomen is uit kapitaal? Men zal immers zoveel mogelijk belast willen worden op inkomsten uit kapitaal, gezien dit in het tweepijlersysteem gunstiger wordt belast dan het inkomen uit arbeid. En dan hebben we het nog niet over de beoefenaars van een vrij beroep die hun activiteiten onderbrengen in een vennootschap die hun inkomen uitkeert. Dat heeft twee voordelen: ze keren zich via hun vennootschap een laag loon uit, waarop ze dan weinig personenbelasting moeten betalen, en men heeft de mogelijkheid om via de vennootschap, meer dan in de personenbelasting, de belastbare grondslag te verminderen via fiscale aftrekken.

Het voorstel van het tweepijlersysteem heeft mede tot doel om het belastingsysteem eenvoudiger en transparanter te maken. Dan is er vooraf nog veel werk aan de winkel. Wat ga je doen met de belastingen die geregionaliseerd zijn? Gaat het systeem ook van toepassing zijn op de belastingen die onder de bevoegdheid vallen van Vlaanderen? Sinds de regionalisering van sommige voorheen federale belastingen, bestaan er drie wetboeken onroerende voorheffing naast elkaar, drie wetboeken registratierechten en drie wetboeken successierechten. Dus negen verschillende wetboeken in totaal. Ook voor andere geregionaliseerde belastingen bestaan er per gewest verschillende regelingen. Elk van die wetboeken bevat eigen definities, eigen regelingen en eigen uitzonderingen.

Het kan anders en rechtvaardiger

Dat het anders kan, toont de geschiedenis. Tot 1983 werden de inkomsten uit kapitaal opgeteld bij de andere inkomsten, zoals beroeps-, onroerende en diverse inkomsten. Dit totaal werd aan het progressief tarief van de personenbelasting onderworpen. Sinds 1983 is er geen samenvoeging meer van alle inkomsten door de invoering van de ‘bevrijdende roerende voorheffing’. In plaats van bepaalde inkomsten uit kapitaal aan te geven in de personenbelasting, werden deze belast aan een vast tarief. Deze belasting wordt ‘bevrijdend’ genoemd, omdat eenmaal de voorheffing is betaald, dit niet meer moet worden vermeld in de belastingaangifte.

Veel rechtvaardiger zou het zijn dat men alle inkomsten, zowel uit kapitaal als uit arbeid, opnieuw globaliseert en deze onderwerpt aan progressieve belastingtarieven. Daarvoor moet wel een herziening komen van het aantal en de hoogte van de belastingtarieven en van de inkomensschijven. Met het belastingtarief wordt bedoeld het percentage van de belasting. De inkomensschijf betekent het overeenstemmende inkomen waarop het belastingpercentage wordt toegepast. Deze herziening is van enorm belang, omdat de laatste 30 jaar de belastingtarieven en de inkomensschijven gewijzigd zijn in het voordeel van de rijksten door vooral de hoogste belastingtarieven af te schaffen. De herziening zal ook gekoppeld moeten worden aan een hogere belastingvrije som. Zo moet bij een globalisering van alle inkomens rekening gehouden worden met de vrijstelling van het spaarboekje en met het aanvullend pensioen. Tevens kan men ook iets recht zetten. De belastingvrije som zorgt ervoor dat iedereen voor een bepaald bedrag van zijn inkomen vrijgesteld is van belastingen. Vandaag ligt deze onder de armoederisicogrens . Dat het bedrag van de armoederisicogrens hoger ligt dan de belastingvrije som, betekent dat iemand die moet rondkomen met een laag inkomen, toch inkomstenbelasting moet betalen.

Omdat een andere fiscaliteit mogelijk is.

Guido Deckers

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!