(foto Wikipedia)

De laatste les in Calais

De mijmeringen van een vrijwilliger die zijn laatste les geeft aan de kinderen in het vluchtelingenkamp van Calais. Hij moet afscheid nemen van zijn leerlingen. Volgende week wil de Franse overheid het kamp opdoeken. De inwoners van het kamp zullen verspreid worden over de verschillende asielcentra in Frankrijk.

donderdag 13 oktober 2016 17:21

Volgende maandag zal het met geraniums afgerande binnenkoertje er niet meer zijn. De Franse overheid heeft immers beslist om het probleem Calais van de kaart te vegen. Maandag 17 oktober starten de pletwalsen hun motors. Nu al worden de deuren van de scholen opengestamd en de vrijwilligers opgepakt. Zwarte laarzen marcheren zoals voordien. Kunduz of Calais, het resultaat is hetzelfde: puin. Nergens welkom. Bloemblaadjes zullen met slijk vermengd worden. Poppies won’t blossom.

Vorige maand heeft Abdulkarim asiel aangevraagd. Waarschijnlijk zal hij met een bus naar een opvangcentrum worden vervoerd. Of eerder afgevoerd. Want net als voor duizenden anderen, is het voor hem een vraagteken waar in Frankrijk hij terecht zal komen. Marseille, Lille, Brest of Lyon. Op het moment de bus de stad in zal rijden, zal hij het weten. Een echte kans om erkend te worden als vluchteling heeft hij niet.




Zijn vingerafdrukken zitten immers in een Italiaanse databank en Frankrijk heeft net een terugkeerakkoord getekend met Soedan. De dictatuur van de papieren diplomatie reducereert vermoorde familieleden tot tot een voetnoot in heel het vluchtelingenproblematiek. Zelf weet hij dat ook. ” But you don’t have to worry, Sudan and Lybië are far much worse.”

Een week voor de ontmanteling en iedereen probeert te redden wat er te redden valt. Zoals een voetbalploeg die wanhopig op zoek is naar de gelijkmaker in de 89ste minuut en toch maar geen gaatje in de defensie vindt. Een zoveelste wanhopige poging langs de prikkeldraadautostrade of doorheen de tunnel.

Deze week is er opnieuw een jongen doodgereden die in een alles-of-niets-poging een vrachtwagen probeerde te beklimmen. Hij was één van de duizend onbegeleide minderjarigen die via Calais op zoek was naar een betere toekomst. Hij was zestien en kwam uit Eritrea. Een land waar waar onderwerping en slavernij dagelijkse kost is. Gelukzoekers durven sommigen ze wel eens noemen.

Anderen gaan dan weer terug naar het Europese land waar hun vingerafdrukken zijn geregistreerd. Zo ook met Akbar, Naheed en hun drie kinderen Asma, Aboubacar en de kleine Sana. Een afspraak met een mensensmokkelaar, midden in de nacht. Koffers bij de hand. Bang wachtend aan een slecht verlichte afrit langs de snelweg op wat gebeuren moet.

Opnieuw de vrachtwagencontainer in. Maar deze keer richting Duitsland. Een nieuw vluchtelingenkamp. Voor de kinderen wordt het beeld van hun oma in het VK gereduceerd tot het schermpje van Akbars smartphone. Twee maand geleden zaten de twee oudsten als voorbeeldleerlingen in de les. Schrift bij de hand en pen in de aanslag om zelfverzekerd alle Franse woordjes te leren die er maar bestonden. “Pas le bienvenu”, dat zullen ze onthouden. Hun hele leven lang.




Avin is vijf. Na vele pogingen zijn papa en grote broer eindelijk aan de overkant geraakt. Als papa en grote broer de nodige papieren hebben dan kunnen Avin en haar mama op een veilige en verantwoorde manier de oversteek maken. Dan zal dat drijvende fort tussen Calais en Dover sesamsgewijs zijn deuren openen. Hoelang dat allemaal gaat duren en of dat überhaubt zal lukken, zijn open vragen. Ondertussen wachten Avin en haar mama gelaten hun lot af in the jungle van Calais.

Vrijwilligers zorgen voor elementaire zaken zoals kledij, voeding, veiligheid en geborgenheid. Mama kan het zelf niet. De eens zo trotse Koerdische moeder zakt elke dag een beetje dieper weg in de modder van het vluchtelingenkamp. Het enige dat rest is schaamte en het gevoel niet geslaagd te zijn als mama. Haar blik verduistert als ze haar kind lachend in de armen van een vrouwelijke vrijwilligster ziet.

Haar hart breekt breekt als Avin met glinstere de ogen een caramelsnoepje krijgt of als ze zich verliest in één of ander absurd kinderspel. Vrijwilligers komen en gaan. Maar de moederliefde blijft en maakt het des te erger. Want hoe onrechtvaardig is het wel niet dat ze als mama niet kan geven wat tientallen tijdelijke vrijwilligers blijkbaar zonder moeite kunnen? Ook zij worden volgende week afgevoerd naar één of ander opvangcentrum en zullen asiel moeten aanvragen. Ergens in het diepe binnenland. De zilte geur van zee is vluchtiger dan ooit.

Ik heb mijn laatste les in Calais gegeven. Tarik, Nazir, Amed, Boubacar en de vele anderen, met hart en ziel kwamen ze naar de les. De eerste Franse woorden kwamen aarzelend. Zeer snel evolueerden ze naar een conversatie. Dit is een droom voor elke leerkracht. Zij hebben mijn visie op lesgeven en het menselijke contact dat ermee gepaard gaat fundamenteel veranderd. Daardoor heb ik opnieuw zin gekregen in de job die ik elke dag in Brussel doe. Dat is een enorm cadeau.

Zij hebben veel gegeven. Gegeven in een land waar ze niet eens wilden zijn en wiens bommen dagelijks op wijken in Kunduz of Kandahar vallen. En naast taalles en een luisterend oor heb ik daar alleen maar de schaamte over een falend vluchtelingenbeleid tegenover kunnen stellen.

Vluchtelingen kregen een gezicht. Een gezicht veranderde in een glimlach en een naam. En al die namen bezorgden me tenslotte vriendschap, woede en verdriet. Woede en verdriet waarmee ik alle cijfers en grenzen in de prullenmand gooi.

Het dagelijkse geworstel bij de hulpbedeling is begonnen. Want iedereen weet wat volgende weken nodig zal zijn om te overleven: winterschoenen rugzakken en warme dekens. Geconcentreerde en gemotiveerde studenten die zonet nog rationeel de passé composé zaten de ontleden, stormen op de voedsel-en kledijbedelingen af.

In een fractie van seconden verandert een zelfbewuste en zichzelf ontplooiend collectief zich in een op enkel instincten functionerende groep individuen. Ook vrienden.

Het mensonterende daaraan is niet die metamorfose op zich, maar wel dat de verantwoordelijkheid volledig op conto kan geschreven worden van de Franse overheid. Een overheid die er met haar gevoerde politiek zeer bewust voor kiest om omstandigheden te creëren waarbij mensen moeten veranderen in wilde dieren om te overleven, is immoreel en verdient geen greintje respect.

Maar nu rust. In het hoofd. Binnen enkele weken moet ik er terug staan. Er is veel werk, in Duinkerke en de asielcentra aan de Noord-Franse kust.

Er zijn vele Tarikken en Boubacars die hopen op een nieuw leven. Die zelf mee vorm willen geven aan die zeer mooie waarden waar Marianne en de Franse revolutionairen ooit voor gevochten hebben: égalité, liberté en fraternité.

En als de Franse overheid het niet doet, dan moeten wij, de burgers het zelf doen. Er is nog zoveel werk.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!