Opinie - Tom Bosman

Winst maken in de daklozenbusiness, kan dat?

Het Antwerpse OCMW keurde de toewijzing van de zorg voor daklozen in de stad aan privéspeler G4S Care goed. Momenteel staat het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in voor die dienstverlening. Privatisering van de daklozenhulp dus. De daklozen zelf zien dat echter niet zitten en verzamelden handtekeningen tegen het voorstel. Antwerpen is daarmee de eerste stad in ons land die de zorg privatiseert. Een precedent. En toch is dit niks nieuws onder de zon. Enkele sectoren gingen hen namelijk al voor. Wat kunnen we daarvan leren?

dinsdag 4 oktober 2016 11:39

Groot was de ongerustheid én de tegenkanting in april 2014 toen bekend raakte dat een consortium onder leiding van private speler Sodexo het Forensisch Psychiatrisch Centrum, de instelling voor psychiatrische delinquenten, in Gent zou gaan uitbaten. “Psychiatrie wordt big business” kopten de media. Sectorspecialisten foeterden dat psychiatrie geen business is, dat privé-uitbaters belust zijn op winst in centen en niet winst voor mensen en dat de kwaliteit van de verzorging te wensen zal overlaten wegens slecht opgeleide medewerkers en onderbezetting in een poging om tegen een zo laag mogelijke personeelskost mensen op te sluiten in een gevangenis die officieel niet zo heet. Een kritiek die in grote lijnen in vergelijkbare dossiers zal terugkomen.

De eerste rapporten van de Vlaamse Inspectie lijken de critici gelijk te geven: in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) van Gent werken te weinig verpleegkundigen, is de nachtploeg veel te klein en werkt personeel zonder het juiste diploma. Kort door de bocht halen de commerciële en economische doelstellingen het van de maatschappelijke. Eerlijkheidshalve moeten we opmerken dat de evaluatie nu al maken moeilijk is omdat het FCP de eerste in zijn soort is en er nog geen referentiekader bestaat. Moeten we dan nog enkele jaren wachten voor een volledige beoordeling? Intussen werken we wel met mensen en tegelijk voldoet het FPC wel aan de norm die de federale overheid ooit uitvaardigde en die vastligt in een Koninklijk Besluit. So what’s the problem, klinkt het.

Ethisch verantwoord?

Ook in de vluchtelingensector heeft privékapitaal haar intrede gedaan. De Nederlandse gevangenisboot in de haven van Gent voor opvang voor 250 asielzoekers bijvoorbeeld. De uitbaters van het ponton zijn Corsendonk Hotels en bewakingsfirma G4S, een consortium dat ook asielcentra in Turnhout en Retie runt. Hetzelfde G4S dat straks de daklozenopvang in Antwerpen zal runnen. Ook de opvang van de asielzoekers zelf in Gent gebeurt door private spelers: Senior Assist, Bridgestock en Refugee Assist. Samen beheren zij nu opvang voor meer dan 2.000 asielzoekers of ongeveer 6 procent van het totale opvangnetwerk. Ideaal was die oplossing niet, maar Fedasil was gezien de onophoudelijke vluchtelingenstroom al lang blij dat het zo’n aanbod uit de privésector. En ook de Antwerpse OCMW-voorzitter Duchateau bedient zich graag van de quote van zijn Gentse collega dat de opvang goed verloopt.

De contracten gelden voor één jaar, maar de bedrijven hopen stellig dat de crisis lang genoeg duurt. Om de gemaakte kosten terug te verdienen. Want is de vluchtelingencrisis morgen voorbij en de centra worden afgebouwd, dan is het financiële rendement heel gering. Maar de verwachting is dat de vluchtelingencrisis wel eens drie tot vijf jaar zou kunnen duren. En dan kan het wel eens kassa, kassa zijn. Vraag is of dat ethisch verantwoord is. De vraag stellen is ze bijna beantwoorden.

In Antwerpen kijkt men overigens uit naar dezelfde werkwijze voor opvang in geestelijke gezondheid en drugsbegeleiding, aldus de OCMW-voorzitter daar.

Ideologische verschillen

Winst maken op kap van de asielzoekers of daklozen zou kunnen betekenen dat de kwaliteit van de opvang achteruitgaat. Althans, die indruk leeft bij de mensen die dagdagelijks bij de opvang betrokken zijn. Vermarkting en commercialisering in de non-profitsector was en is nog taboe. Het heeft vooral te maken met de ideologie van de beleidsmakers.

Al zijn er ook grendels. De strenge regels die de overheid oplegt bijvoorbeeld, die even goed gelden voor de private spelers. In het geval van de asielszoekers zijn dat aparte kamers, sociale en psychologische begeleiding, medische bijstand, vervoer van de kinderen naar school … Fedasil controleert maandelijks. Tegenover die regels mag wel wat staan, zo redeneren de privépartners. Het is dus normaal dat ze er wat aan verdienen, zeker als ze het efficiënter kunnen organiseren dan de overheid zelf. En soms kan de overheid eenvoudigweg niet aan de vragen voldoen en is extra bijstand noodzakelijk.

De mate waarin de overheid moet optreden is voer voor ideologische discussies en komt vaak neer op de tegenstelling meer of minder overheid en of de uitvoerende tegenover de controlerende rol. Al blijven de sectoren en de publieke opinie toch kritisch en is winst maken door privébedrijven in deze sectoren laakbaar tenzij ze écht dezelfde dienstverlening bieden. Het overdreven doorslaan van de overtuiging van efficiëntie waarbij centen belangrijker worden dan mensen, zoals we in vele non-profitsectoren stilaan zien botst dan weer met de argumenten van een vertrouwensband met cliënten, expertise en een sociaal netwerk van partners, die veel investering vergen zowel in tijd als in financiën.

Tom Bosman
Auteur ‘Het nieuwe non-profitmanagement in theorie en praktijk’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!