Saul Alinsky
Boekrecensie -

De organisatietechnieken van Saul Alinsky

Er is in de Verenigde Staten een hernieuwde belangstelling voor het werk van Saul Alinsky (1909-1972), “de vader van de samenlevingsopbouw” (i) en dit zowel door zijn eigen acties en publicaties als door de inspiratie die hij voor anderen was. Met een paar maanden verschil zijn er zo twee boeken over zijn werk verschenen: “People Power: The Community Organizing Tradition of Saul Alinsky”, uitgeven door Aaron Schutz en Mike Miller en “Community Organizing”, geschreven door David Walls. In dit artikel bespreken we deze boeken.

vrijdag 16 september 2016 15:47

Alles begon voor Alinsky in 1939, toen hij zijn eerste bewonersgroep in een achtergestelde wijk in Chicago organiseerde. In 1940 richtte hij de “Industrial Areas Foundation” (IAF) op en was hij samen met zijn organisatie inzetbaar om elders buurten te organiseren en/of te ondersteunen.

Daarnaast stichtte Alinsky binnen de IAF ook een trainingsinstituut voor opbouwwerkers, en verwerkte hij zijn ervaringen in twee boeken: “Reveille for Radicals” (1946), zijn eerste handleiding voor de opbouwwerker, en “Rules for Radicals: A Pragmatic Primer for Realistic Radicals” (1971), het vervolg. Zijn tweede boek werd in het Nederlands vertaald onder de titel “Dat hoef je niet te nemen”. Hierdoor vond de aanpak van Alinsky in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn intrede in het Nederlandstalige opbouwwerki.

Bij het organiseren van achtergestelde wijken waren de uitgangspunten van Alinsky dat de problemen in de wijken, niet te maken hadden met een gebrek aan effectieve oplossingen, maar te wijten waren aan een gebrek aan macht van de bewoners om die oplossingen in werking te brengen. En dus steunde de strategie van Alinsky op het bouwen van een tegenmacht. Daartoe identificeerde en rekruteerde hij de (in)formele leiders uit de verschillende gemeenschappen.

Een leider was voor Alinsky al wie in staat was mensen duurzaam achter zich te scharen. Leiders vond hij vaak – maar niet uitsluitend – in bestaande organisaties, maar waren niet noodzakelijk de bestuurders ervan. Daarnaast probeerde Alinsky allerlei types van organisaties te betrekken, gaande van sportclubs tot kerken.

Tussen groepen in een wijk bestonden vaak wrijvingen en tegenstellingen. Om toch de onderlinge samenwerking mogelijk te maken, schakelde Alinsky zijn getrainde opbouwwerkers van buiten de wijk in. Als gevolg hiervan moesten die in het begin hun ogen en oren goed openhouden en zich onderdompelen in het leven van de buurt. Zo leerden zij hoe de wijkbewoners dachten en spraken en wat hun ervarings- en betekeniswereld was. Een kennis, die voor Alinsky belangrijk was om effectief met de mensen te kunnen communiceren.

In de wijken heerste echter grote onverschilligheid. Om die te overwinnen en dus om de bewoners samen te kunnen brengen en te betrekken, moesten deze eerst inzien dat zij hun levensomstandigheden wel degelijk konden verbeteren.

Daarom zochten de opbouwwerkers met de bewoners naar gemeenschappelijke belangen en gemeenschappelijke problemen en bepaalden zij samen welke verandering nodig was.

Nadien pluisden zij uit wie verantwoordelijk was voor het probleem. Voor Alinsky was het belangrijk de pijlen te richten op individuen en niet op instellingen of organisaties. Het waren immers individuen al dan niet binnen organisaties die beslissingen konden nemen.

De bewoners dachten dat de verantwoordelijken wel met oplossingen zouden komen, als ze ten minste op de hoogte waren van de problemen. Maar in werkelijkheid was dit niet zo. Daarom hechtte Alinsky heel veel belang aan het contact met die verantwoordelijken. Uit zijn ervaring bleek die contactname vaak een kantelmoment in het bewustzijnsproces van de bewoners. Het opende als het ware hun ogen, wanneer zij vaststelden dat de verantwoordelijken niet geïnteresseerd waren in oplossingen en zelf vijandig reageerden als de bewoners aandrongen.

Harmon, een naaste medewerker van Alinsky, verwoordde dit zo: “Wanneer de verantwoordelijke reageert, openbaart hij zich als de vijand van de bewoners. En als hun vijand wordt hij hun leraar.” En: “Die ontdekking vormt voor de bewoners als het ware een overgangsritueel naar de echte wereld.”

Wanneer deelnemers tijdens een evaluatiemoment na dit contact dezelfde gevoelens bleken te delen, ontdekten ze dat ze samen konden en moesten werken en dat alleen zij iets aan hun probleem zouden kunnen doen.

Als er eenmaal een kwestie was gevonden waar voldoende mensen zich bij betrokken voelden, gingen opbouwwerkers met de bewoners over tot gerichte actie. Hiermee wist Alinksy de individuele verantwoordelijken van achterstelling te stimuleren om een einde te maken aan problemen en onrechtvaardigheden.

Aldus slaagde Alinsky er in de bewoners hoop te geven. Zo goed zelf dat hij door sommige “de patroonheilige van verloren zaken en onmogelijke situaties” werd genoemd. In elke situatie zag hij immers opportuniteiten. Zijn tactieken waren daarbij vaak onorthodox. Belangrijk voor hem was dat actievoeren voor de deelnemers zelf leuk moest zijn en dat zij ervaring moesten hebben met de gebruikte actiemiddelen.

Hoewel Alinsky heel creatief was en heel veel belang hechtte aan winnen, benadrukte hij toch steeds opnieuw dat het organiseren de belangrijkste doelstelling was. “Uw taak is om een leger te organiseren en niet om overwinningen te boeken”, vertelde hij zijn medewerkers. De gevoerde acties moesten dus helpen een organisatie op te bouwen. Uit de eigen ervaring had Alinsky geleerd dat de tegenmacht maar voldoende was als de bewoners duurzaam georganiseerd waren. Want zelf wanneer ze met een verantwoordelijke een akkoord bereikten, moesten de bewoners waken over de uitvoering ervan of moesten zij voorkomen dat leden van de groep het slachtoffer werden van represailles.

Deze organisatietechnieken en de kernideeën van Alinsky worden in het boek People Power uitgebreid beschreven. Aaron Schutz en Mike Miller, de uitgevers, stellen daarbij de naaste medewerkers van Alinsky voor en vertellen hoe deze zijn werk hebben verdergezet. Het boek bevat daarnaast ook een selectie van geschriften. Verschillende zijn zeer concreet en praktisch over hoe mensen organiseren voor collectieve actie en werden daarom veelvuldig als referenties in vormingen gebruikt. Dit maakt het boek zeker een must voor al wie sociale verandering in achtergestelde buurten nastreeft en inspiratie zoekt.

Het boek Community Organizing vormt een goede aanvulling op People Power. Het plaatst het opbouwwerk van Alinksy binnen het ruimer kader van de sociale bewegingen. Wall, de auteur, vertaalt daarbij de concepten en technieken van Alinsky naar het woordgebruik van het hedendaags sociaal activisme. Een sterkte van het boek is dat de auteur de verschillen in de inzichten en praktijken van de medewerkers van Alinsky heel duidelijk in de verf zet en daarbij kijkt naar recentere vernieuwingen in de sociale bewegingen in de Verenigde Staten.

Aaron Schutz en Mike Miller. People Power: The Community Organizing Tradition of Saul Alinsky. Vanderbilt University Press, 2015. ISBN 9780826520425. 368p

David Walls. Community Organizing. Polity, 2014. ISBN: 9780745663197. 216p

i https://nl.wikipedia.org/wiki/Opbouwwerk

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!