Trump blijft gestadig inlopen op Clinton

Trump blijft gestadig inlopen op Clinton

Republikeins presidentskandidaat Donald Trump kruipt in de nationale peilingen steeds dichter naar Hillary Clinton toe. Over slechts twee maanden vinden de Amerikaanse presidentsverkiezingen plaats. Slechts elf 'swing states' zullen de echte kansen van beide kandidaten bepalen.

vrijdag 9 september 2016 18:11

Kort na de partijconventies van Republikeinen en Democraten afgelopen zomer had Clinton in de nationale peilingen een voorsprong op Trump van gemiddeld 8 procent. Sindsdien was haar strategie simpel: niets zeggen, laat Trump zichzelf maar in de problemen werken. Sinds enkele weken loopt Trump in de nationale peilingen echter gestadig in op Clinton.

Haar voorsprong over alle verschillende peilingen is nu gemiddeld nog maar 3 tot 5 procent. Toch voorspelt de invloedrijke blog FiveThirtyEight van Nate Silver dat Clinton nog altijd een kans van 69,8 procent heeft om te winnen in november. De krant New York Times geeft haar zelfs een kans van 81 procent. Clinton ligt namelijk voor op Trump in een aantal cruciale ‘swing states’.

Het gaat om twee soorten peilingen die afzonderlijk moeten worden bekeken. Peilingen naar het stemgedrag geven percentages van stemmenaantallen. Peilingen naar de kans op effectieve verkiezing kijken daarentegen vooral naar de manier waarop de stemmen verdeeld zijn over de deelstaten afzonderlijk.

Als een peiling naar het stemgedrag Clinton slechts een voorsprong geeft van 5 procent (52,5 procent tegen 47,5 procent voor Trump) qua totaal aantal stemmen, kan dat tegelijk toch betekenen dat ze 81 procent kans heeft om verkozen te worden, naargelang de verdeling van de stemmen over de deelstaten (nvdr).

(Voor een uitgebreide toelichting van de bijzonderheden van het Amerikaanse kiessysteem, zie Absenteïsme en 10 swing states zullen Trump of Clinton president VS maken en Verkiezingen VS waren altijd ‘rigged’ ten voordele van witte meerderheid).(nvdr)

In de VS wordt de president dus niet rechtstreeks verkozen door de kiezers op basis van het aantal uitgebrachte stemmen, maar door de leden van dit presidentieel kiescollege. Wie in een staat de het grootste aantal stemmen behaalt (wat niet noodzakelijk meer dan 50 procent moet zijn, als er bijvoorbeeld nog andere kandidaten enkele procenten halen), dan krijgt die alle 100 procent leden van het kiescollege voor die staat achter zijn/haar naam. Een kandidaat moet minstens 270 leden van het kiescollege achter zich krijgen om president te worden.

Sommige staten zoals Californië (55 leden van het kiescollege) gaan altijd naar de Democraten. Andere zoals Texas (38) gaan altijd naar de Republikeinen. In deze staten is het percentage kiezers dat traditioneel voor een van beide partijen stemt zo groot dat een overwinning zo goed als zeker is nog voor de verkiezingen plaatsgrijpen.

Er is in feite slechts een handvol staten waar de uitslag bij voorbaat niet kan worden gegarandeerd. Dit jaar zijn dat volgens de website Politico de volgende elf staten: Ohio (18), Pennsylvania (20), Florida (29), North Carolina (15), Virginia (13), New Hampshire (4), Michigan (16), Wisconsin (10), Iowa (6), Colorado (9) en Nevada (6). Op de staat Iowa na staat Clinton op dit moment in al die staten op een lichte voorsprong. Als er volgens de website FiveThirtyEight nu verkiezingen zouden worden gehouden, zou Clinton minstens 307 leden van het kiescollege behalen en dus president worden.

Hillary Clinton heeft in alle staten die altijd in het grootste aantal voor de Democraten stemmen al een totaal van 201 leden van het presidentieel kiescollege op haar naam staan. Ze hoeft daarbovenop slechts drie zaken doen: winnen in zes van de elf hierboven vermelde staten.

  1. Wisconsin en Michigan zijn oude industriële staten met een hoge werkloosheid. Donald Trump kan hier echter in spelen op onvrede over de aantrekkende economie, die in deze staten geen banen oplevert.

  2. Colorado en Virginia zijn twee staten met een groeiende niet-witte bevolking en blanke hoger opgeleiden, twee doelgroepen waar Trump moeite mee heeft.

  3. New Hampshire en Pennsylvania, twee staten waar de kansen op succes voor geen van beide kandidaten bij voorbaat verzekerd zijn. 

Met winst in deze zes ‘swing states’ zou Clinton aan 273 leden van het kiescollege komen, twee meer dan noodzakelijk. Op papier heeft Clinton bijgevolg met een slechts geringe voorsprong qua totaal aantal stemmen over het hele land toch nog steeds een veel grotere kans om verkozen te raken, op basis van het verdeelsysteem van het presidentieel kiescollege (nvdr).

Kleine verschuivingen in enkele swing states kunnen immers grote verschillen maken. Het volstaat dat Trump toch wint in drie van de hierboven vermelde staten om – zelfs met een kleiner totaal aantal stemmen dan Clinton – verkozen te raken. George W. Bush was in 2000 reeds de derde Amerikaanse president die verkozen raakte met minder stemmen dan zijn tegenstrever (nvdr).

Dit kan buitenstaanders verbazen1. De VS zijn echter niet het enige land ter wereld waar het kiessysteem bizarre kenmerken heeft. Het zijn vooral landen die het traditionele Engelse kiessysteem toepassen (onder meer de voormalige Britse kolonies) toepassen en niet het proportionele kiessysteem zoals in de meeste landen van de EU. De Britse Conservatieve regering heeft bijvoorbeeld een meerderheid van zetels in het parlement met slechts 36 procent van de stemmen, zodat ze een regering kan vormen (nvdr).

Dit IPS-bericht werd door de redactie (nvdr) aangevuld met bijkomende inlichtingen.

1   Een vereenvoudigd voorbeeld illustreert de bijzondere kenmerken van het presidentiële kiescollege (in werkelijkheid zijn de stemverschillen per staat niet zo extreem, maar dit voorbeeld geeft goed weer dat de uitslag per deelstaat afzonderlijk belangrijker is dan het totaal aantal stemmen over het hele land):

Stel een federaal land van 10 deelstaten met telkens 100 kiezers per deelstaat die elk 10 leden van een kiescollege van totaal 100 personen (voor alle deelstaten samen) aanduiden.

  • Kandidaat I haalt in 6 van de 10 staten 51 stemmen op 100 en in de 4 overige telkens 10 stemmen op 100. Dat levert hem/haar 60 leden (6 deelstaten x10) van het kiescollege op. Totaal behaalde de kandidaat slechts 346 stemmen op 1000 (6×51 + 4×10).

  • Kandidaat II haalt in 4 van de 10 staten 90 stemmen op 100 en in de 6 andere overige telkens 49 stemmen op 100. Dat levert hem/haar 40 leden (4 deelstaten x10) van het kiescollege op. Totaal behaalde de kandidaat nochtans 654 stemmen op 1000 (4×90 + 6×49).

Kandidaat I wordt president dankzij 60 leden van het presidentieel kiescollege.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!