Een litanie van de vriendschap

Een litanie van de vriendschap

dinsdag 14 juni 2016 11:45
Spread the love

(Voor John King)

Het idee van de vriendschap staat me al jaren glashelder voor ogen. Voor mij is de definitie van vriendschap: een open, niet-seksuele, langdurige relatie, meestal tussen seksegenoten, die alleen maar doel op zich is (en dus nergens toe dient, maar misschien juist daarom zo vruchtbaar kan zijn), een relatie die derhalve op geen enkele manier institutionaliseerbaar is. Dit in tegenstelling tot de liefde. Vriendschap staat voor mij als een paal boven het troebele water van alles wat kanaliseerbaar en instrumentaliseerbaar is. Ja, u hebt het begrepen: vriendschap is voor mij een van de mooiste en belangrijkste dingen in het leven. Maar het is, zoals alle langdurige relaties, ook een hele opgave. Niets is echt eeuwig, ook de vriendschap niet.

Waarom is vriendschap doel op zich? Omdat er geen ander doel is dan de vriendschap zelf, alles wat vrienden samen doen is daar aan ondergeschikt, het is geen relatie die een middel is tot iets anders. Je bent vriend met iemand omdat hij (of zij) het is. Het is de particulariteit van iemand die de basis is voor de vriendschap (zei Aristoteles). Om die particulariteit te kunnen respecteren en de ander te bevestigen in zijn of haar wezen, zijn of haar ‘zijnswijze’, moeten we hem of haar als gelijke beschouwen, minstens. Wat ons tot een tweede vaststelling brengt: vriendschap is symmetrisch. Het is een verhouding tussen gelijken. Zelfs al bestaan er in het echte leven weinig of geen honderd procent symmetrische relaties, of althans zijn veel relaties asymetrisch (zoals die tussen student en mentor) – , in en door de vriendschap wordt die relatie momentaan symmetrisch. En als er van bewondering (die altijd asymmetrisch is) sprake is, en dat is vaak het geval, dan is die bewondering wederzijds (en dus symmetrisch). Dat is wellicht het allermooiste in de vriendschap: wederzijdse bewondering. 

Wat betekent het dat vriendschap een niet-institutionaliseerbare relatie is? Wat, met andere woorden, met vriendschap en macht? Of ruimer: vriendschap en politiek? De tegenstelling volgt uit de definitie: vriendschap is doel op zich, politiek is altijd doelgericht. Vriendschap is symmetrisch, macht is asymmetrisch. Vriendschap is niet-institutionalisseerbaar, macht instaureert, is voortdurend uit op het maken van instituties. Macht is instrumenteel, macht instrumentaliseert alles. Het doel heiligt voor wie uit is op macht, altijd de middelen. Alle macht is machiavellistisch, ook de tegenmacht, de tegenhegemonie van Gramsci, vandaar dat ik tegen ‘organische intellectuelen’ ben, ik ben voor ‘anorganische intellectuelen’: een intellectueel staat of valt met zijn onafhankelijkheid, de goede zaak waaraan hij zich verbindt kan en mag hem nooit partijtucht of zelfs maar zelfcensuur opleggen. (Maar dat is voor een ander essay).

Macht, zei ik, instrumentaliseert, vriendschap is niet instrumentaliseerbaar. Maar ik weet helaas dat dit niet klopt. Vriendschap wordt en masse geïnstrumentaliseerd in de zogenaamde vriendjespolitiek. Vriendjespolitiek is wezenlijk malafide en iedereen zal het bij voorbaat met mij eens moeten zijn, want het woord zelf is wezenlijk pejoratief: vriendjespolitiek is onrechtvaardige politiek, is gekonkel om postjes en macht die verdeeld wordt onder politieke ‘vrienden’. Maar zijn het wel vrienden? Of is het wel vriendschap? Nee. Vriendjespolitiek berust op een maffieus netwerk van geven en nemen, van wederzijdse verplichtingen en wederdiensten en dat soort dingen.

Mijn bijna platonische standpunt en de eis van zuiverheid en belangeloosheid die ik aan de essentie van de vriendschap verbindt, is misschien alleen maar een ideaal. In het echte leven zullen vriendennetwerken wel een zekere macht hebben (zeker naarmate die vrienden ouder worden en dus maatschappelijk meer gewicht krijgen en dus ook hun vriendschappen), maar dan nog geloof ik niet dat in machtsnetwerken vriendschap erg belangrijk kan zijn. Laat ik een van de grootste van de politieke filosofen inroepen en ook een van de ergste, Carl Schmitt. Politiek, zegt hij, gaat over niets anders dan dit: vriend of vijand. Maar hij heeft het verder niet over vriendschap, alleen over de vijand, die publieke vijand is, een vijand op leven en dood. Vriend is in de politiek dus: de afwezigheid van vijandschap. Vriend is de vijand van mijn vijand, een bondgenoot hooguit. Tijdelijk. Conclusie: er bestaat geen vriendschap in de politiek. Politici zeggen het trouwens zelf.

Maar bestaat er geen politiek in de vriendschap? Natuurlijk zijn vrienden ook vaak strijdmakkers. Of compagnons de routes, of collega’s. Hoewel ik moet zeggen dat bevriende collega’s ophouden vriend te zijn als ze geen collega’s meer zijn, en dus blijkt dan achteraf dikwijls dat het geen echte vrienden waren. Niet erg natuurlijk, het kan af en toe eens steken, maar dat gaat over. En ja, onze vriendenkringen vergroten en worden tijdelijker, grilliger. In tijden van het netwerk, is de kring achterhaald, schreef eertijds, nog voor we van de netwerkmaatschappij hadden gehoord, de wijze essayist Bart Verschaffel.

Vriendschap is geen ideaal in de politiek, of althans alleen maar allegorisch: solidariteit of broederschap (ook alleen maar overdrachtelijk: we zijn niet echt een familie, god beware ons). Een beetje zoals ik vrienschap zie als het onmogelijke ideaal van de liefdesrelatie (onmogelijk omdat liefdesrelaties altijd exclusief zijn en vriendschap niet, zelfs integendeel: vriendschap is bijna altijd inclusief), zo ook kan men broederschap of solidariteit zien als hoogste ideaal van de politiek, de derde term van de revolutie, die de eeuwig en altijd onoverbrugbare kloof of dialectische tegenstelling tussen vrijheid en gelijkheid overbrugt: de solidariteit herverdeelt wat de vrijheid (van ondernemen bijvoorbeeld) aan gelijkheid te niet doet. Dus, voor mij is solidariteit het sluitstuk van de drie begrippen van de Franse revolutie, en in die zin wellicht het sluitstuk van alle goede, rechtvaardige en toch ook open, democratische politiek (ook dat zou ik eens moeten uitwerken tot een zelfstandig essay).

Omdat vriendschap een symmetrische relatie die doel op zich is, en als zodanig niet institutionaliseer of niet-instrumentaliseerbaar, is vriendschap een apolitieke relatie. Hoewel we moeten toegeven dat het moeilijk is om vriend te blijven op het moment dat je ontdekt dat mensen voor het tegengestelde, gehate kamp kiezen. ‘Idem velle atque idem nolle ea demum firma amiticitia est’: hetzelfde willen en hetzelfde niet willen dat is pas de vaste vriendschap. Vond het altijd een beetje onuitstaanbaar maar er steekt veel waarheid in wat die ouwe sok van een Sallustius zei. Dat gaat niet alleen over politiek: de vriendschap kan niets anders delen dan een blik op de wereld, vriendschap is één langgerekte gedachtenwisseling.

Vriendschap is, misschien meer nog dan de liefde een experiment in het samen kijken naar de wereld (Badiou’s definitie van de liefde). In die zin is een gedeelde sensibiliteit, een gedeeld wereldbeeld en een gedeelde politieke visie, startpunt en streefdoel van de vriendschap. Vriendschap is met andere woorden niet zozeer een ethische relatie maar een esthetische relatie. Belangeloos welgevallen, doelgerichtheid zonder doel, zijn niet toevallig de kernformules van Kants esthetica. In de vriendschap komen ze op een heel eigen wijze tot belichaming. Vriendschap is gedeelde esthetica. Daarom dat vrienden samen de wereld  reconstrueren en het volledige leven in geuren en kleuren tot uitdrukking brengen in ellenlange gesprekken. Vrienden maken plannen, maar de uitvoering is onbelangrijk en valt als zodanig buiten de vriendschap. Of toch bijna. Vriendschap is esthetisch of is niet.

Vriendschap is echter geen kunst, vriendschap komt, denk ik, in de kunst relatief weing voor. In tegenstelling tot de liefde die, in de dramatische kunsten van tragedie over roman tot film, alomtegenwoordig is, omdat vriendschap op zich niet dramatisch is (want geen hoge inzet heeft: een vriendschap ontluikt, duurt en dooft uit als een kaars en dan komt er een nieuwe vriendschap, alsof er geen vuiltje aan de lucht is). Omdat ze zo nutteloos is – denk aan de plannen van Bouvard en Pécuchet (die ook nooit helemaal uitgevoerd worden) in een onafgewerkte zij het meesterlijke roman – is ze potentieel subversief, tegenover al het institutionele, functionele, instrumentele. Vriendschap is wezenlijk speels, geen actie, geen handelen in de publieke sfeer, geen economische transactie of contract (zoals het huwelijk), zelfs geen project (er bestaan vele vriendschappen zonder project, projecten zijn accidenteel aan de vriendschap). Daarom, dames en heren, is de vriendschap van het schoonste wat er bestaat. De levenslange band die strikt genomen tot niets verbindt en daarom, als doel op zich, als doelmatigheid zonder doel, als vrije relatie, een tegelijk esthetisch en ethisch model is voor alle andere relaties.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!