Opinie -

De student van de toekomst: Made in China?

In China worden 'big data' ingezet om het gedrag van studenten te controleren en waar mogelijk te corrigeren. Een ver-van-ons-bed show? Wel, niet helemaal, zo stelt Iréne De Koning. Ook bij ons loert 'big data' om de hoek.

maandag 23 mei 2016 15:48

Nu, daarnet en daarstraks… Ook op dit eigenste moment worden enorme datasets op een indrukwekkend snel tempo verzameld door Chinese privébedrijven. Met deze ‘big data’ willen Chinese overheidsinstellingen een modelstudent construeren waarnaar andere studenten zich kunnen richten. Op basis van deze modellen kan het gedrag van studenten worden voorspeld én indien nodig, worden gecorrigeerd. Onder deze data vinden we niet enkel examenresultaten, zoals men zou verwachten, maar ook meer privacy gevoelige informatie zoals dagelijkse gewoonten. Wat studenten eten, wanneer en hoe lang ze douchen, hoeveel slaap ze gebruiken en welke ideeën ze er op politiek vlak wérkelijk op nahouden via sociale media… Alles laat een dataspoor achter. De overheid lijkt hier handig gebruik van te maken en trekt hier handen vol geld voor uit.

Het bijhouden van voeding, slaap- en douchegewoontes en nog zoveel meer; het lijkt wel surreëel. Maar is de Chinese drang naar controle over de toekomst in de vorm van het creëren van een modelstudent een ver-van-ons-bed-show? Enkele aangehaalde voorbeelden deden echter niet zo vreemd aan. Ook Belgische studenten beschikken over een studentenkaart die ze voor allerhande doeleinden kunnen gebruiken. Zo’n pasje verleent toegang tot bibliotheken en leercentra maar ook tot studentenrestaurants. Op die manier ontstaat hier -naast het garanderen van de voordeligste prijs- de mogelijkheid om data over bepaalde gewoontes te gaan verzamelen.

Maar eigenlijk moet je als student niet eens je studentenkamer uit om in het vizier van deze data verzamelende bedrijven te vallen. Ook de digitale leeromgeving, waar geen enkele student vandaag nog van onderuit kan, is uitgerust met allerlei tools die voortdurend statistieken genereren. Wie welke link heeft aangeklikt, wie wat gedownload heeft én wanneer; het is niet langer een geheim voor professoren. Voortaan kunnen gemotiveerde studenten die heel het academiejaar hard werken misschien wel gescheiden worden van de last-minute exemplaren aan de hand van deze datasets. Naast deze cijfers kunnen ook onze gedachten en visie worden bijgehouden via deze digitale ‘1’ ‘0’ combinaties: hiervoor heeft Facebook zich zelf noch moeite noch kosten bespaard. De gloednieuwe knoppen met emoticons zorgen ervoor dat we nog beter kunnen uitdrukken wat we van bepaalde post vinden. Hiermee kan persoonlijke voor- of afkeur nóg specifieker bijgehouden worden. Dit zijn voorbeelden die we zonder veel moeite kunnen verbinden aan de pistes die de Chinese overheid exploreert en waarbij we ons sterke vragen moeten bij stellen.

Deze tools zijn dus niet enkel in het leven geroepen om ons leven aangenamer en interessanter te maken. Alle data die we dagelijks produceren, vormen een digitale kopie van elk van ons. Ze bieden dan ook heel wat mogelijkheden; zoals bijvoorbeeld het construeren van een model van de ideale student. Deze data richten andere studenten naar deze normstudent door gedrag te voorspellen en indien nodig in een oogwenk te corrigeren. We moeten ons dan ook de vraag stellen of we wel wíllen dat de ‘dataversie’ van onszelf gebruikt kan worden om te besturen. En of we wel willen dat eindeloze reeksen cijfers ons verleden blijven herinneren en onze toekomst oriënteren. Mogen we zelf ook nog iets bepalen in ons leven?

Een duidelijk voorbeeld van hoe ver deze cijfers het kunnen drijven is PISA (Programme for International Student Assessment) dat door de OESO wordt uitgevoerd. Dit grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek test de kennis en vaardigheden van 15 jarigen. Hierna worden de resultaten bekend gemaakt en bestuurt de OESO met cijfers. Landen gaan zich onderling vergelijken en al het mogelijke doen om bovenaan de ranglijst te (blijven) staan. Die data doen ons dus iets doen. De data die de Chinese onderwijsinstellingen beschikken kunnen ze dus gemakkelijk gebruiken om studenten te gaan (be)sturen en te manipuleren.

Is dít dan de toekomst van de student? En wat als China in de toekomst andere landen verleidt tot dergelijke praktijken door resultaten bekend te maken? Krijgen we dat een quasi robot student – made in China- met een onberispelijke moraal, op punt gezet door de partij/ overheid?

Laten we het niet zo ver komen dat we de universiteit moeten herinneren als een plaats waar kritisch denken centraal stond. Laat ons als student, als mens meer bewust zijn over wat deze nieuwe realiteit met ons doet en hoe we hier mee omgaan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!