Competitie, een wurgende omhelzing

Competitie, een wurgende omhelzing

donderdag 19 mei 2016 18:29

Het neoliberale economische verhaal heeft stapsgewijs zijn weg gevonden binnen alle dimensies van onze maatschappij. Woorden zoals ‘benchmarks’, ‘targets’, en ‘output’ zijn alomtegenwoordig en komen tot hun recht binnen een competitieve samenleving. Competitie zou namelijk leiden tot een verhoging van de kwaliteit en efficiëntie.

Deze tendens doet zich echter niet enkel voor in het Westen. Zo willen bijvoorbeeld landen als Uruguay, Saudi-Arabië, Sierra Leone en Georgië willen door optimalisatie van het onderwijs hun positie binnen een internationale, competitieve markt versterken. Het buigen voor God heeft over heel de wereld plaatsgemaakt voor het buigen voor de wetten van markt. Hoewel competitie de economische groei en het collectief welzijn kan stimuleren, moeten we ons afvragen wat de onbedoelde gevolgen zijn voor het individu en de samenleving.

 Binnen onze huidige samenleving worden prestaties voortdurend gemeten en geplaatst tegenover benchmarks en de prestaties van anderen. Door onszelf doorlopend te vergelijken zijn we namelijk in staat om ons te positioneren en op zoek te gaan naar manieren om onszelf te verbeteren. Vanuit dit opzicht lijkt er in eerste instantie niets mis te zijn met competitie en het vergelijken van prestaties, maar men zegt weleens dat de weg naar de hel is geplaveid en dit kan ook op dit vlak weleens het geval zijn met goede bedoelingen.

De keerzijde van de medaille is namelijk dat een samenleving waarin alles gemeten en vergeleken wordt in termen van productie, groei en winst, een klimaat installeert van angst voor een slechte beoordeling en onzekerheid. Dit kan er op zijn beurt toe leiden dat er een verhoogde werkdruk wordt ervaren en dat prestatiedrang allesoverheersend wordt. Men spreekt dan ook niet voor niets over onze huidige maatschappij als een ‘prestatiemaatschappij’.

Binnen een maatschappij waar de weg zogezegd voor iedereen openligt, waar men ‘gewoon’ zijn best moet doen, lijkt dit net steeds moeilijker te worden voor een heel wat mensen. Een duidelijk gevolg van zo een manier van samenleven is dat een steeds groeiend deel van de bevolking te kampen krijgt met een burn-out en dat steeds meer kinderen zichzelf reeds op jonge leeftijd als mislukking zien. Gelukkig kunnen we onszelf en de volgende generatie diagnosticeren en volstoppen met pillen.

Ten tweede, worden zij die in staat zijn om naar de verwachtingen te presteren disproportioneel beter beloond en vallen zij die die ‘willen, maar niet kunnen’ uit de boot. Op de koop toe wordt deze laatste groep bestempeld als ‘losers’, want zij zijn diegenen die verantwoordelijk zijn voor het eigen falen. Met andere woorden, de deur staat open voor hen die het maken, maar de deur sluit voor hen die onvoldoende capaciteiten bezitten om succesvol te worden.

Daarenboven kan de mens gekarakteriseerd worden als een sociaal wezen dat continu op zoek is naar erkenning en bevestiging, maar de slinger is doorgeslagen. Binnen een maatschappij waar prestaties voortdurend gemeten en vergeleken worden ontstaat er dan ook de panische angst om niet erkend te worden voor geleverde resultaten. In een samenleving waar gematigdheid zoek is, lijkt de zoektocht naar erkenning en bevestiging een straatje zonder einde. Het lijkt erop dat de mens niet meer instaat is om te functioneren zonder de bevestiging van de ander.

Een maatschappij waarin competitiviteit heerst, leidt de mens naar een graaicultuur gevuld met hebzucht. Hoewel competitiviteit en prestatiedrang kunnen leiden tot economische groei en individueel en collectief welzijn, lijkt het zo dat de mens vaak verlaten en eenzaam achterblijft. Zelfs diegenen die succesvol zijn, en als voorbeeld fungeren voor anderen, nemen geen genoegen met deze positie.

Het resultaat hiervan is dat de telefoon van de geestelijke gezondheidscentra roodgloeiend staat. Maar moeten we dan dan maar volledig afstappen van competitiviteit?

We mogen niet zomaar hopen op een revolutie. Een revolutie eet namelijk haar eigen kinderen op. Daarnaast mag de vinger niet gewezen worden naar de ander, maar er moet de durf zijn om in de spiegel te kijken. Het wordt een opdracht voor de moderne mens om na te gaan of dit wel de weg is die we verder willen bewandelen. We moeten de dingen die op ons afkomen in vraag durven stellen en samen op zoek gaan naar de wereld van morgen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!