Gesprekken over Zen en de dood   

Gesprekken over Zen en de dood  

donderdag 12 mei 2016 17:53

Martine K. in memoriam

(12 maart 2013) Bij een ochtendkoffie in onze gebruikelijke snackbar vertelt M. mij weer wat meer over zen en hoe zen haar helpt om te gaan met haar ziekte: ‘Ziekte is geen schuld’, zegt ze. ‘Ziekte is geen pech. Ziekte is geen toeval. Ziekte is geen noodzaak. Ziekte is een deel van het leven…  In ziekte toont zich het leven.’ Volgens haar komt zen of zen-meditatie op het volgende neer: ‘de geest die oordeelt stilleggen. Een gedachte is maar een gedachte. Je hoeft niet de speelbal te zijn van je gedachten. Je bent niet je lichaam maar ook niet je gedachten. Mediteren betekent: gedachten niet voeden. Jezelf verplichten om gedachten los te laten. Gedachten zoals “ik ga sterven, ik ben bang”…  

Maar ze is formeel: ‘Zen is geen leer van de dood of heeft geen leer van de dood. Geen systeem van het leven na het leven zoals wedergeboorte of hiernamaals. Zen is een praktijk’. In een van onze gesprekken, ik weet niet meer het welk, heeft M. mij toevertrouwd dat haar dokters verbaasd waren dat ze geen slaappillen gebruikte. Dat zal me altijd bijblijven. Ze zegt: ik heb dit niet nodig en ik heb dat te danken aan zen. Met enige trots zegt ze tijdens onze ontmoeting ook: ‘Nu ben ik officieel zenstudent’.

(begin juli 2013) M. vertelt een fantastische anekdote die heel zen is en heel veel zegt en alle paradoxale charme heeft van de geest van zen. Zegt de zenmeester: ‘over reïncarnatie weet ik niets maar in de metro van Parijs zag ik een uitspraak die alles bevat: “Iedereen heeft twee levens, het tweede leven begint op het moment dat je je realiseert dat je er maar een hebt.”’ Ik moet lachen. Heerlijke paradox. Dan verwijst ze naar een zekere A(r)mand Du Jardin die beweert dat spiritualiteit niet alleen iets is van de geest. Je wordt elke keer opnieuw geboren in en door de intensiteit van de meditatie, wat wij reïncarnatie noemen zijn die momenten.

Vervolgens vertelt ze honderduit over haar zen-praktijk en haar zen-kampen. Ze zegt: “Mijn nieuwe koan luidt als volgt: ‘Die jongen daar is hij de jongere of oudere broer?’.  Ik zeg: ‘niet simpel’. ‘Nee’, antwoordt ze, ‘want je moet de meester overtuigen dat je de koan hebt opgelost’. Het gaat tussen hier en daar. Het gaat over insluiten. Het mannelijke insluiten. Het is ook gericht tegen dualisme volgens haar. De boodschap is volgens haar: wees niet afgescheiden. Een andere koan die ze moet oplossen is deze: ‘zonder je handen te gebruiken – help de oude monnik recht.’ Deze vind ik zelf stukken herkenbaarder.

Ze gaat verder op dat afgescheiden zijn en ze zegt: ‘als je niet afgescheiden bent produceer je geen karma’. Als ik om uitleg vraag zegt ze: ‘Karma is tegelijk lot en intentie. Alles wat je doet heeft gevolgen’. Ze citeert een in mijn notities niet nader gespecificeerde bron: ‘al het onheil samen karma, door mij veroorzaakt in woord, daad en gedachte vanwege mijn grenzeloos willen, mijn weigeren en niet-zien’. Klinkt als Boeddha volgens het boekje: ‘alle leiden komt voort uit de begeerte’. Als je de begeerte overmeestert, verdwijnt het lijden. Ik vraag of karma altijd slecht is. En ik noteer bad karma? Bestaat er zoiets, als alles noch goed noch slecht is? Mijn notities laten mij hier helaas in de steek. Het gaat over lava of Laura of larva, het gaat over fatalisme, machtreligie, een zekere David Loyd: ‘sex, geld, oorlog en karma’ (een boek ongetwijfeld) maar dan staat er zwart op wit: ‘mijn kennismaking met karma was niet zo fijn’.

Dan vertelt M. over het zen-kamp dat ze heeft meegemaakt en ze vertelt het hele verloop van een zen-dag. Hier een paar van mijn notities. Op een zen-dag wordt er vooral gezwegen, ook tijdens de maaltijden. Het ritueel eten gebeurt uit drie kommetjes. Alles is heel strikt. Het komt erop aan om altijd ‘gewaar te zijn’. ‘Altijd gewaar zijn’ is als het ware de essentie van zen, van een zen-dag, van een zen-kamp. Altijd gewaar zijn is altijd tegenwoordig zijn, beseffen dat je bent. Een soort luciditeit in het hier en nu. Proberen samen te vallen met het hier en nu. Er is alleen het hier en nu. Al de rest is cinema.

Ze vertelt dat elke ceremonie begint met vier geloften. Ze kent ze na haar vele zen-meditaties uit het hoofd. ‘Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden’. Ze kent de belofte ook in het Engels: ‘Sentient beings are numberless, I vow to save them’. De tweede is evenzeer een onmogelijke belofte: ‘Hoe peilloos de oorzaak van lijden ook is, ik beloof haar geheel te verwijderen’. De Engelse variant: ‘Delusions are inexhaustible, I vow to put an end to them’. De derde lijkt nog te zoeken naar een groter crescendo: ‘Hoe grenzeloos de werkelijkheid ook is, ik beloof haar te zien’. Ook die geeft ze mij in het Engels. ‘Reality is boundless, I vow to perceive it’. De vierde gelofte blijft van hetzelfde laken en broek: ‘Hoe eindeloos de weg van het ontwaken ook is, ik beloof hem ten einde te gaan’. In het Engels klinkt het ook weer heel verschillend ‘The Buddha way is unsurpassable, I vow to embody it’. Hier hebben we natuurlijk lang bij stil gestaan. Deze vier beloftes verdienen een lange commentaar. De Nederlandse versie overtreft de Engelse in onmogelijkheid. Er zit ook iets heel filosofisch in de vier geloften, namelijk een oproep tot luciditeit. En de eerste klinkt dan weer heel messiaans, het redden van de levende wezens. Vier geloften om u tegen te zeggen, juist omdat ze onmogelijk zijn, een soort van grootspraak bijna, een soort van sky is the limit, een totale overgave aan die onmogelijkheid. En dat voor elk ritueel, want het is een gelofte die altijd herhaald wordt en daardoor wordt het een dagelijkse opgave en dus in zekere zin klein bier. Te gek, vind ik die geloften. ‘Ik word zenboeddhist’, roep ik uit.   

Maar die lieve M. blijft met de voeten op de grond en heeft het over de kok die tenso wordt genoemd en over een andere rol, de jihido, de ‘man van de tijd’, die het ritme van de dag bepaalt. En ze citeert met haar prachtige stem van radiomaakster zijn avondgebed. “Mag ik er u met eerbied aan herinneren: geboorte en dood zijn van het allergrootste belang. Snel verstrijkt de tijd en kansen gaan voorbij. Laat ons ontwaken. Wees altijd gewaar. Verdoe uw leven niet’.

Als ik deze notitie herlees, kan ik de ontroering nauwelijks onderdrukken (elke keer opnieuw). Ik vind dit ongelooflijk pakkend. Ik snap niet dat iemand zenboeddhisme niet fascinerend kan vinden. Het zit ergens ook heel dicht bij de oproep tot absolute luciditeit van de filosofie. Van Diogenes tot Epicuros tot Nietzsche, Agamben of Foucault.

Ik vraag haar of zo een zen-dag voor mij niet te militair zou zijn. M. vindt het niet militair. Er is weliswaar discipline maar het heeft veel meer te maken met de geometrie van de Japanse cultuur, met de afgemetenheid van alles. De antropoloog in mij denkt dat het met de Japanse cultuur is zoals met alle traditionele culturen: uiterst vormelijk. En ik zeg erbij: ‘Onze cultuur is informeel en dus vormeloos’.

(27 maart 2014) We ontmoeten elkaar op dezelfde plek als onze eerste ontmoeting na het bekend worden van haar ziekte, een kleine snackbar op de vismarkt. De dokters hebben haar voor de keuze gesteld om te stoppen met de behandeling, met alle behandeling of te stoppen met eten. Ze heeft gekozen voor het laatste: nu wordt ze onderworpen aan een nog sterkere chemotherapie. En ’s nachts wordt ze gevoed via een sonde. Ze blijft ook werken. Ik zeg dat ik haar bewonder. Zij zegt: ik ben er niet klaar voor om te stoppen. Ik zeg: het leven is onrechtvaardig. Sommige mensen willen uit het leven stappen, voor anderen die willen blijven leven stopt het veel te vroeg. Daarop zegt ze: ‘Het leven heeft niets met rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid te maken, misschien is dat juist het mystieke. Wij hebben altijd de neiging om te oordelen. Ziekte is slecht. Sterven is slecht. Ik probeer niet te oordelen. Het is niet goed en het is niet slecht.’ Ik zeg: ‘dit is echt zen’.

En zo komen we weer op het thema van meditatie. ‘Meditatie’, zegt ze, ‘is in uw geest kijken’. Als ik mijn wenkbrauwen optrek, voegt ze eraan toe: ’eigenlijk heet het ‘de geest schouwen. Het is in zekere zin de film zien waar je in zit. Voor zen is de geest een zintuig. Zoals de ogen zien en oren horen, zo denkt de geest en kan hij niet anders kan dan denken. Meditatie is alleen zijn met je geest maar je moet wel weten dat de geest als een film is, de geest maakt cinema. Maar de vraag is wie is de baas. Vaak gaat de geest met ons aan de haal’. En even later zegt: ‘zelfs angst is een gedachte. Als je honderd procent hier en nu bent, ben je niet bang.’ Aan het eind van het gesprek zegt ze: ‘Dit is vreselijk. Deze fase vind ik echt niet leuk meer. En tegelijk zou ik die laatste vier jaar niet willen missen, ze behoren tot de meest intense van mijn leven’.

(December 2013, dat was een vorige ontmoeting, maar met die wil ik deze reeks notities eindigen) M. heeft het over haar nieuwe koan. En die gaat als volgt: ‘seven hungry ghosts’. Ik moet lachen. Ik zeg ‘gaat daar mee naar de oorlog: zeven hongerige geesten’. Waarop zij zegt: ‘ik speel het heel formeel, ik geef ze eten’.

 Ik vertel M. van ons oma die jarenlang het volgende schietgebedje prevelde: ‘Oh Jezus de Nazareth delivrez moi de la mort subite’. Tot we in de familiekring er haar eens op wezen dat een slepende ziekte toch ook niet alles is en dat een plotse dood een zege is. Ze zag haar vergissing in en heeft het schietgebedje nooit meer gepreveld. We hebben er nog vaak om gelachen jaren later. Ze heeft lang geleefd en is als een kaarsje uitgegaan. Mijn lieve collega M. glimlacht om mijn verhaaltje maar voelt wel iets voor dat schietgebedje. Ze ziet de voordelen in van een plotse dood maar ook de nadelen.

Misschien ben ik erover begonnen om na te gaan wat nu het meest schokkende is voor kinderen, ook haar kinderen: het plotse overlijden van een ouder door een ongeval bijvoorbeeld of door een slepende ziekte. Maar dat staat niet in mijn notities. Wat er wel staat is wat ze zei: ‘en toch zou ik het niet willen missen’. Het slaat natuurlijk op het ziekteproces, de hele strijd die zij voert op leven en dood. Er staat ook: ‘daar krijg ik koud van’. En er staat tenslotte met een uitroepteken: ‘We zijn allemaal overlevenden’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!