Mexico heeft geen zicht op toxische stoffen

De Mexicaanse overheid controleert installaties met gevaarlijke chemische stoffen te weinig. De zware explosie in een petrochemische fabriek toonde dat nog eens pijnlijk aan, zeggen experts.

maandag 9 mei 2016 17:16

Op 20 april deed zich een zware explosie voor in de fabriek Clorados III in het petrochemische complex Pajaritos, in de zuidoostelijke havenstad Coatzacoalcos. Daarbij vielen 32 doden en 136 gewonden, een van de zwaarste rampen in de recente Mexicaanse geschiedenis.

Toxische stoffen blijven onder de radar in Mexico, zegt Robin Perkins van Greenpeace-Mexico. “Er zijn te weinig regels, inspecties en procedures.”

Dioxines

De fabriek produceert 170.000 ton pvc per jaar. Daarbij ontstaan dioxines en furanen, stoffen die uit de verbranding van het kankerverwekkende chloorethaan voortkomen en schadelijk zijn voor mens en milieu.

“Het is belangrijk om dit soort chemicaliën te monitoren, niet alleen via milieumonsters maar ook in alles wat leeft, inclusief in de mensen die eraan worden blootgesteld, zoals werknemers of omwonenden”, zegt Fernando Diaz-Barriga, onderzoeker van de Autonome Universiteit van San Luis Potosí.

Díaz-Barriga bestudeert al dertig jaar de impact van deze stoffen op mens en milieu. In de zone van Pajaritos heeft hij altijd hoge waarden voor toxische stoffen gemeten, zegt hij.

600 incidenten per jaar

De explosie op 20 april was geen geïsoleerd feit. In Pajaritos deden zich sinds 1991 minstens drie ongevallen voor. In het hele land doen zich jaarlijks zeshonderd incidenten voor met gevaarlijke stoffen, waarvan minstens één belangrijk.

Volgens het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s), een internationaal verdrag dat sinds 2004 van kracht is, moeten twaalf chemische producten verdwijnen, waaronder dioxines en furanen.

Mexico heeft sinds 2015 een nieuw plan om zich aan dat verdrag aan te passen. Uit een evaluatie van het vorige plan blijkt dat het land nog veel werk voor de boeg heeft.

Er is bijvoorbeeld geen formeel programma om POP’s te monitoren, en een nationaal netwerk van laboratoria voor deze stoffen ontbreekt. Er gebeurt ook geen onderzoek naar nieuwe POP’s.

Impact op het hele ecosysteem

“We willen dat de regering monitort om ons te kunnen zeggen wat er aanwezig was en wat er vrijgekomen is”, zegt Perkins. “Er moet een monitoring komen op korte, middellange en lange termijn. We moeten weten wat de impact is op werknemers, brandweermannen en omwonenden – we hebben het hier over een impact op het hele ecosysteem.”

Na de ramp van 20 april nam Greenpeace water-, bodem- en luchtstalen in de omgeving van de fabriek. Die worden nu onderzocht in onafhankelijke laboratoria van de Britse Universiteit van Exeter. Over enkele weken zijn de resultaten bekend.

Op 28 april liet het gerecht de activiteiten van Clorados III voor onbepaalde tijd stilleggen. Het bedrijf moet bepaalde stoffen naar een veiliger plaats overbrengen en een studie laten uitvoeren over de impact van de schade en de manier om ze te herstellen.

De fabriek is van PVM, dat in 2013 ontstaan is als een alliantie van privébedrijf Mexichem en staatsoliebedrijf Pemex.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!