Analyse -

Van Tahrir tot NuitDebout: de strijd die niet wil uitdoven?

Pleinen bezetten, volksvergaderingen organiseren, pleidooien voor directe democratie. Sinds 2011 zien we in heel verschillende landen bewegingen ontstaan die qua algemene boodschap en tactieken sterk op elkaar gelijken. Kunnen we spreken van een zelfde strijd of net niet? En hoe moeten we de meest recente pleinbezetting - NuitDebout - precies begrijpen? Een analyse.

vrijdag 22 april 2016 10:33

Het is een bekend gegeven: politieke en sociale strijd vindt meestal plaats in cycli. Denk maar aan wat men gemakshalve mei ’68 is gaan noemen. Dat Parijse mei ’68 was een moment in een ketting van internationaal aan elkaar verbonden strijdbewegingen. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig tot diep in de jaren zeventig roerden studenten en arbeiders zich in vrijwel alle landen. De ene strijd stak de andere aan.

Ook als we nog verder de geschiedenis induiken zien we dit fenomeen terugkeren. De Russische revolutie van 1917 leidde tot een revolutionair klimaat in heel Europa. En toen in 1848 ei zo na een revolutie uitbrak in Parijs, kwam het in menig Europees land tot opstanden en pogingen tot revolutie.

Van Caïro tot Parijs

De Arabische Lente is het startschot geweest voor een nieuwe, hedendaagse cyclus van strijd. Door het Tahrir-plein te bezetten slaagden de Egyptische revolutionairen er in 2011 in om Mubarak ten val te brengen. Enkele maanden later, in mei 2011, besloten Spaanse jongeren om op hun beurt pleinen te bezetten uit protest tegen de Europese besparingspolitiek en de immobiliteit van het Spaanse politieke systeem. De zogenaamde indignados of 15M-beweging (vernoemd naar 15 mei) was geboren.

In de herfst van 2011 sloeg het protest over naar de VS. Onder de noemer ‘Occupy Wall Street’ (OWS) werden in vrijwel alle grote Amerikaanse steden centrale pleinen bezet. Het protest in de VS vuurde op zijn beurt het protest in Europa aan. Onder invloed van OWS trokken in oktober 2015 een vijftienduizend verontwaardigden door de straten van Brussel.



15 oktober 2011: indignados betogen in Brussel

 In de ogen van de meeste waarnemers stopte OWS ergens in november 2011. Toenemende repressie en sabotage van overheidswege, de aan de deur kloppende winter en de vermoeidheid van de actievoerders zorgden ervoor dat de pleinen leegliepen en het protest schijnbaar verstomde. Maar het einde van OWS betekende geenszins het einde van de globale golf van protest waar OWS een deel van was. Wanneer we een globaal perspectief hanteren – en dat is het perspectief dat we moeten hanteren – dan zien we dat het protest zich jaren later verplaatst naar andere landen.

In de lente van 2013 gaf een geplande verhoging van de prijs voor tickets voor het openbaar vervoer de aanleiding tot een ongeziene golf van protesten in de Braziliaanse steden. In die protesten kwamen kenmerken terug van 15M en OWS.

Ook in Turkije braken in de lente van 2013 zware protesten uit die veel overeenstemming vertoonden met de protestbewegingen als OWS en 15M. Het kloppende hart van de Turkse revolte was het bezette Gezi-park, waarin – net als in Zucotti-Park of Puerta del Sol – dagen- en nachten lang volksvergaderingen werden georganiseerd.

Vorig jaar bezetten Nederlandse studenten ondermeer het rectoraat van de Universiteit Amsterdam. In het bezette rectoraat werd dagenlang een oefening in directe democratie georganiseerd. Er waren open vergaderingen, discussies en lezingen die voor allen toegankelijk waren.



Studenten bezetten universiteit amsterdam

 Zonder gezicht

We kunnen over een cyclus spreken omdat de verschillende vormen van strijd – van Tahrir tot Place de la République – die we de voorbije vijf jaren ontwaard hebben enkele fundamentele kenmerken met elkaar delen:

  • De recente protestbewegingen waren bij uitstek leiderloze bewegingen die veelal horizontaal georganiseerd waren. Dat horizontalisme mag echter niet geromantiseerd worden. Uiteraard zijn er steeds mensen die het voortouw nemen, ook in deze nieuwe strijdbewegingen. Onvermijdelijk is er sprake van informele leiders, of kleine groepjes die de facto de leiding hebben. Maar dat doet niets af aan het feit dat er steeds bewust voor gekozen wordt om geen leidende figuren als leiders naar voor te schuiven. Alle recente strijdbewegingen zijn strijdbewegingen zonder gezicht.
  • Dit hangt samen met een tweede belangrijk kenmerk: het belang dat wordt gehecht aan directe democratie. De bezette pleinen zijn ware leerscholen in radicale democratie. Via een systeem van verschillende commissies of werkgroepen worden acties voorbereid, standpunten geformuleerd en visies op scherp gesteld. De besluiten van verschillende werkgroepen of commissies worden vervolgens bediscussieerd in een algemene vergadering. Niet een stemming, maar wel een beslissing door middel van consensus staat hierbij centraal. Om de volksvergaderingen goed en efficiënt te laten verlopen wordt gebruikt gemaakt van een gebarentaal. Dit maakt een vergadering met honderden mensen tegelijk mogelijk.



De commissie tegen islamofobie en (staats)racisme vergadert op de Place de la République

 

  • Het meest in het oog springende kenmerk van de nieuwe strijdbewegingen zijn natuurlijk de bezettingen zelf. Om een radicaal democratische praktijk te ontwikkelen wordt een ruimte toegeëigend waarin die oefening kan plaatsvinden. Meestal gaat het om een symbolische plaats. Op die plaats wordt de nieuwe orde die men wil creëren als het ware reeds uitgebeeld en vormgegeven.
  • Op een meer inhoudelijk vlak is er sprake van een verwerping of op zijn minst een groot wantrouwen van het bestaande politieke systeem en de daarbij horende instellingen. De representatieve democratie wordt door de manifestanten opgevat als een schijnvertoning, de economische orde als fundamenteel onrechtvaardig en ondemocratisch. Er wordt een verovering van de democratie buiten de formele democratie om nagestreefd.
  • Tot slot kan ook de rol van nieuwe, sociale media niet onderschat worden. Het ontstaan van een min of meer horizontaal netwerk van verzet, hangt samen met het bestaan van nieuwe media die evenzeer de structuur van een netwerk vertonen. En dat is uiteraard niet toevallig. Ook de mobilisatie voor acties en de algemene communicatie tussen actievoerders verloopt vaak via netwerken van sociale media. Een nevengevolg daarvan is dat traditionele media heel moeilijk vat krijgen op deze nieuwe bewegingen. Zij hollen de feiten vaak achterna, zoeken verweesd naar woordvoerders of duidelijke eisen en wachten dan maar op een relletje om toch wat beelden de wereld te kunnen insturen.

Lokaal vs. globaal

De overeenkomsten tussen de verschillende bewegingen in verschillende landen zijn overduidelijk, maar toch zou het een misvatting zijn om te stellen dat het steeds om één en dezelfde beweging. Als we daar van uitgaan missen we immers de specifieke context van strijd waaruit verschillende protesten ontstaan zijn.

Neem nu NuitDebout. De pleinbezetting op Place de la République vloeide voort uit een maand van hevige protesten tegen de loi travail. Dat protest werd vooral gedragen door scholieren en studenten. Daarnaast ontstond er ook een groeiende onvrede tegenover de nog steeds bestaande noodtoestand en het repressieve optreden van de Franse politie. Het is die breed gedragen onvrede die een langdurige bezetting van de Place de la République mogelijk maakt.

Het is belangrijk dit niet uit het oog te verliezen, want het betekent dat NuitDebout niet zomaar kan geëxporteerd worden naar andere landen. Pleinbezettingen kunnen pas slagen wanneer ze aanknopingspunten vinden in een reële strijd die concreet voelbaar is in het leven van alledag. Een strijd die daardoor per definitie lokaal of nationaal van aard is en zich toespitst op enkele specifieke kwesties.

Het is ook een conclusie waar de Belgische filosofe Chantal Mouffe reeds toe kwam. In haar boek Agonistics schrijft ze:

“Het valt niet te ontkennen dat de protestvorm die kenmerkend was voor Midan Al-Tahrir in Caïro een invloed had op de bezetting van Puerta del Sol, op de actievoerders op Syntagma en op de Occupy-kampen. Maar de redenen waarom mensen op deze op verschillende locaties tot protest overgingen zijn erg verschillend. In het Midden-Oosten waren de protesten gericht tegen dictatoriale regimes, in Europa en de VS waren het reacties op de tekortkomingen van het democratische systeem en de macht van het financiële kapitalisme.” (p. 108)

Mouffe heeft hier ongetwijfeld gelijk. Maar tegelijk dreigt ze het kind met badwater weg te gooien. Hoewel het klopt dat de verschillende protesten specifieke, lokale triggers hebben, zien we ook duidelijk dat ze na verloop van tijd niet langer kunnen gereduceerd worden tot die lokale triggers.

Wat kenmerkend is aan de nieuwe protestgolven is dat ze heel snel een universele dimensie krijgen. Een iconisch voorbeeld daarvan was betoger op Tahrir die een bordje omhooghield met daarop Egypt supports Wisconsin. In die Amerikaanse staat werd in februari 2011 hevig geprotesteerd tegen de Wisconsin Budget Repair bill. Op een bepaald moment werd ook het kapitool van Wisconsin bezet door manifestanten.




 Een ander voorbeeld: de betoging die op 15 oktober 2011 plaatsvond in Brussel werd mede mogelijk gemaakt door Spaanse en Griekse activisten die te voet naar Brussel wandelden tijdens de zomer van 2011. De betoging van 15 oktober was een betoging met een uitgesproken internationaal karakter.

Ook in Frankrijk zien we duidelijk dat het protest niet langer kan gereduceerd worden tot zijn aanvankelijke aanleiding. Zeker, de loi travail en de noodtoestand zijn nog steeds kop van jut. Maar op de Place de la République wordt tegelijk geschreven aan een nieuwe grondwet, de voormalige Griekse minister van Financieën, Yanis Varoufakis, kwam langs om er de bezetters een hart onder de riem te steken en er zijn contacten tussen Franse, Griekse, Spaanse en Belgische activisten. Vanuit NuitDebout wordt opgeroepen om van 15 mei – de geboortedag van de Spaanse indignados – een globale actiedag te maken.

Voorbij links en rechts?

We moeten niet alleen oog hebben voor de verschillende, specifieke oorzaken die de hedendaagse cyclus van strijd constitueren. Het is interessant om naast de overeenkomsten ook te kijken naar de verschilpunten tussen de verschillende pleinbezettingen. Wanneer we bijvoorbeeld de Spaanse protesten uit 2011 vergelijken met die van NuitDebout dan zien we ook enkele markante verschuivingen. Zo heeft het Franse NuitDebout een meer uitgesproken links karakter dan het protest van de indignados.

Illustratief daarvoor is het incident met Alain Finkielkraut afgelopen zaterdag. Finkielkraut – die zoals zoveel Franse intellectuelen een zwenk naar rechts maakte de afgelopen jaren – werd van het plein weggejouwd. Hij was simpelweg niet welkom, en dit tot zijn eigen grote consternatie.

 Rechts is duidelijk niet welkom op de Place de la République. Op de Puerta del Sol was dit, binnen zekere limieten, wel het geval. De indignados streefden ernaar de hele Spaanse bevolking te representeren op de pleinen en gingen daarom ook de discussie aan met rechts op de pleinen. In Frankrijk gaat het momenteel om een uitgesproken links protest dat zich links-revolutionaire doelen vooropstelt.

De economist en filosoof Frédéric Lordon, één van de intellectuelen die zich volmondig achter het protest van NuitDebout (en tevens de intellectuele held van NuitDebout), beaamt dit in een interview met het Italiaanse Il Manifesto :

“In Frankrijk heeft het ontkennen van het verschil tussen links en rechts een erg slechte bijklank. Stellen dat er geen verschil meer is tussen links en rechts komt meestal van de kant van ‘algemeen rechts’. Onder dat ‘algemeen rechts versta ik het klassieke rechts en het nieuwe rechts dat de Parti Socialiste is. ‘Algemeen rechts’ is de partij die samenvalt met de neoliberale globalisering. In Frankrijk behoort al wie zegt dat er ‘geen links en rechts meer is’ tot de rechterzijde, of komt uiteindelijk terecht bij de rechterzijde.”

Lordon uit ook een stevige kritiek op zowel OWS als 15M en het deels daaruit voortvloeiende Podemos:

“OWS was een erg mooie beweging … maar ze was volledig onproductief. Door zich geen politieke doelen te stellen en geen structuur te ontwikkelen was ze gedoemd tot ontbinding en futiliteit. Aan het andere uiteinde van het spectrum staat Podemos, de politieke verderzetting van 15M. Maar Podemos heeft gekozen voor een heel klassieke politieke vorm. Met als gevolg dat ze haar oorsprong verraden heeft: het is een politieke partij geworden, met een klassieke leider, die het gangbare politieke en electorale spel speelt …”.

Volgens Lordon moet NuitDebout ernaar streven om eigen, parallelle instituties te ontwikelen en niet de voorafgegeven politieke weg naar de macht volgen. Eén van de pogingen daartoe is het neerpennen van een nieuwe grondwet door de bezetters van de Place de la République.

Een ander verschil tussen 15M en NuitDebout, is de rol die directe en meer gewelddadige actie speelt. 15M, en ook OWS, had een uitgesproken pacifistisch en karakter. De nadruk lag vooral op het in praktijk brengen van nieuwe, directe vormen van democratie en op geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid. De protesten in Frankrijk hebben een meer baldadig karakter. Tijdens de ‘wilde betogingen’ die ‘s nachts vanop de Place de la République vertrekken durft al eens een raam te sneuvelen of een blokkade opgetrokken te worden.




 Verschuivingen

Het blijft een open vraag wat de toekomst zal brengen voor NuitDebout en andere, gelijkaardige strijdbewegingen. Het is nog steeds vroeg om de historische balans van deze cyclus van strijd op te maken. Maar één vergissing kunnen we alvast niet maken, namelijk het verloop van de bewegingen gelijkstellen met de effectieve, fysieke bezettingen van pleinen.

Dat laatste is slechts de meest zichtbare en mediagenieke manifestatie van een politieke stroom die door meerdere regionen van de samenleving vloeit. Een stroom die zich afzet tegen een zwakke, geïnstitutionaliseerde linkerzijde en opnieuw een meer revolutionaire, emancipatorische agenda wil doordrukken. In sommige landen, zoals Spanje en de VS, heeft dit reeds geleid tot een effectieve verschuiving in de krachtsverhoudingen. Podemos mag dan al een klassieke partij geworden zijn, ze is er wel in geslaagd om het Spaanse politieke landschap te hertekenen.

En eigenlijk kan een gelijkaardige analyse gemaakt worden voor de VS. Hoewel OWS niet geleid heeft tot de oprichting van een nieuwe politieke partij, is het wel onmiskenbaar zo dat iemand als Bernie Sanders mee surft op de politieke energie die door OWS gecreëerd werd. Mogelijks kan ook NuitDebout die rol spelen in Frankrijk.

Hollande en de PS hebben afgedaan bij een groot deel van de linkse kiezers, en zelden was een Franse president minder populair. Dat betekent dat er momenteel een groot politieke vacuüm bestaat binnen de Franse linkerzijde. Of en hoe dit zich electoraal zal vertalen is moeilijk te voorspellen. Maar dàt het een politiek effect zal hebben is zo goed als zeker.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!