Een olieraffinaderij van Exxon in Baton Rouge, Louisiana (npr.org)

Olie-industrie wist al sinds 1968 van klimaatverandering

Al in de jaren 1960 kreeg de olie-industrie de bewijzen dat de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen zou leiden tot "wereldwijde milieuproblemen", zoals smeltende ijskappen en klimaatontregeling. Dat blijkt uit een toenmalig wetenschappelijk rapport, dat nu aan het licht is gekomen.

vrijdag 15 april 2016 14:16

 In 2015 bleek al uit andere documenten dat de belangrijkste Amerikaanse en Europese oliebedrijven minstens sinds 1981 op de hoogte waren van het klimaatprobleem, maar er de daaropvolgende decennia alles aan deden om die kennis weg te stoppen en zelfs publiekelijk tegen te spreken.

Nu blijkt uit nieuwe documenten dat de industrie zelfs nog veel eerder op de hoogte was van het probleem. In 1968 waarschuwden wetenschappers van het Stanford Research Institute in niet mis te verstane bewoordingen voor de klimaatrisico’s van langdurige CO2-uitstoot.

In hun rapport Sources, abundance, and fate of atmospheric pollutants aan het American Petroleum Institute (API), de koepel van de Amerikaanse olie-industrie, voorspelden zij dat de concentratie CO2 in de atmosfeer zou stijgen tot 400 ppm in het jaar 2000 – een drempel die inmiddels al overschreden is – en dat zo’n stijging een brede waaier van schadelijke gevolgen zal hebben voor de planeet.

Het rapport, dat bijna een halve eeuw geleden geschreven, vermeldt dat “de mens nu betrokken is in een enorm geofysisch experiment met zijn milieu, de aarde”. Het leest verder als een voorspelling van de gevolgen die de klimaatverandering nu met zich meebrengt. “Tegen het jaar 2000 zullen er vrijwel zeker significante temperatuurveranderingen zijn… Als de temperatuur significant blijft stijgen kunnen een aantal gebeurtenissen verwacht worden, zoals het smelten van de ijskappen, een stijgende zeespiegel, warmer zeewater. We kunnen niet met zekerheid voorspellen wat de langetermijn-vervuiling doet met ons milieu, maar het lijdt geen twijfel dat de potentiële schade aan ons milieu ernstig kan zijn”, besloten de wetenschappers toen.

Het Stanford-rapport is een van de honderden documenten die door het Center for International Environmental Law (CIEL), een gespecialiseerd advocatenkantoor, zijn gepubliceerd. “We begonnen ons onderzoek met drie simpele vragen: Wat wisten ze? Wanneer wisten ze het? En wat deden ze eraan?”, zegt Carroll Muffett, voorzitter van CIEL. “Wat we ontdekten, is dat ze al heel wat wisten en dat ze het veel eerder wisten en met meer zekerheid dan we beseften of dan ze zelf toegaven.”

Naarmate de publieke opinie zich meer zorgen begon te maken over luchtvervuiling, plande de industrie een omvangrijke en goed gecoördineerde onderzoekscampagne naar de impact van luchtvervuiling, besluit CIEL. Ten laatste midden de jaren vijftig werd de klimaatverandering één van de belangrijke onderzoeksdomeinen. Via het zogenaamde Smoke and Fumes Committee werd er niet alleen geld gepompt in eigen onderzoek, maar zou ook het scepticisme onder de bevolking aangewakkerd zijn en werden milieuwetten als overhaast, duur of onnodig weggezet.

“Deze documenten dragen bij aan een groeiende bewijslast dat de olie-industrie zich actief heeft ingezet om het vertrouwen van de bevolking in de klimaatwetenschap te ondermijnen en de noodzaak aan klimaatactie in twijfel te trekken, ook al groeide de eigen kennis”, zegt Muffett. “De bewijzen zijn maar het topje van de ijsberg en vragen om verder onderzoek. Oliebedrijven hadden al vroeg de gelegenheid om de klimaatwetenschap te erkennen en consumenten in staat te stellen om geïnformeerde keuzes te maken. Ze kozen echter voor een andere aanpak. De bevolking heeft het recht te weten waarom.”

Bronnen: 

Oil industry knew of ‘serious’ climate concerns more than 45 years ago

Report from 1968: Sources, abundance, and fate of atmospheric pollutants

take down
the paywall
steun ons nu!