Landbeleid Ethiopië oorzaak protest bevolking

Landbeleid Ethiopië oorzaak protest bevolking

De Ethiopische regering worstelt met haar grootste crisis in tien jaar. Terwijl het volk van de Oromo massaal protesteert tegen het landbeleid van de overheid, reageren ordehandhavers met dodelijke repressie.

dinsdag 12 april 2016 21:24

Het begon allemaal in november 2015 met een incident over een voetbalveld dat lokale ambtenaren hadden toegewezen aan een projectontwikkelaar. Daarop gingen studenten de straat op in Ginchi, een stadje op 80 kilometer afstand van hoofdstad Addis Abeba. Hun protest werd snel in de kiem gesmoord, maar het was te laat. De Oromo, de grootste etnische groep van Ethiopië en goed voor ongeveer één derde van de 95 miljoen Ethiopiërs, uitten massaal hun ongenoegen over het beleid van de regering.

Alle grond is in Ethiopië staatseigendom. Dat is een netelige kwestie, omdat wereldwijd steeds meer investeerders op zoek zijn naar alternatieven, bijvoorbeeld naar grond in een ontwikkelingsland. De Ethiopische regering heeft snel gereageerd op deze vernieuwde interesse. Sinds 2009 least het land ongeveer 2,5 miljoen hectare aan meer dan 50 buitenlandse investeerders uit onder andere India, Turkije, Pakistan, China, Soedan en Saoedi-Arabië.

De Oromo zien dit als een verontrustende trend. Zij zijn immers grotendeels kleine boeren die op de gemeenschappelijke akkers bewerken. Ook nadat hun partij de regering zover kreeg haar plan af te voeren om buitenlandse investeerders aan te trekken, gaat het protest gewoon door. “De wijdverbreide, aanhoudende en terugkerende betogingen zijn een duidelijk signaal van een jong en rusteloos deel van de bevolking, dat zich gemarginaliseerd voelt”, schreef de Ethiopische krant Fortune in februari 2016 in een hoofdartikel.

Hoewel de protesten uiterlijk een etnisch karakter hebben en zich toespitsten op beschikbaarheid van land, merken veel waarnemers op dat er andere achterliggende oorzaken zijn. Veel ontevreden Ethiopische kiezers verwijzen naar corruptie, oneerlijke verkiezingen, politieke en sociaaleconomische uitsluiting.

Internationale organisaties, activisten en waarnemers schatten dat er sinds november 2015 bij onlusten 80 tot meer dan 250 mensen zijn gedood door de oproerpolitie. Er werden weliswaar ook plunderingen vastgesteld door gewapende bendes, die fabrieken van en regeringsgebouwen aanvallen. Zelfs kerken werden beschadigd in februari 2016, bij een zeer gewelddadige uitbarsting in het zuiden van het land. Ondanks deze gewelddadige acties in het zuiden, stellen waarnemers dat het merendeel van de protesten van de Oromo vreedzaam verlopen.

“Het gaat vooral om een incompetente regering”, stelt Daniel Berhane, prominent politiek blogger in de hoofdstad Addis Abeba, die schrijft voor de website Horn Affairs. “Je hebt hier ministeries die naast elkaar liggen maar niet eens met elkaar praten, en op elk bestuursniveau (regio, zone of district) zijn er bestuurders die betwisten wie verantwoordelijk is en elkaar bekritiseren.”

Vaak wordt bij deze volksprotesten het leger ingezet om de politie te ondersteunen. Beide diensten worden regelmatig beschuldigd van genadeloze onderdrukking. Er zijn gevallen gemeld waarbij de politie op de hoofden mikte en vluchtende mensen in de rug schoot. Het schieten op manifestanten en willekeurige arrestaties – vooral van studenten, die aanvankelijk het hart van de betogingen vormden – heeft een lange geschiedenis in Ethiopië. Zulke praktijken gaan terug tot de militaire dictatuur van 1974 tot 1991.

Bron: Ethiopia’s Smoldering Oromo

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!