Wordt sociale strijd binnenkort terrorisme?

Het federaal parket wil 12 personen voor de correctionele rechtbank dagen. Het zou om anarchisten gaan die beschuldigd worden van in de voorbije 7 jaar een 150-tal feiten van “weerspannigheid, vandalisme, diefstallen en brandstichtingen”. Wat zeer belangrijk is in deze tijden van verhoogde politiewaakzaamheid en veiligheidswaanzin, is dat ze beschuldigd worden als leden van een terroristische cel, wat juridisch én discoursgewijs een heel aantal serieuze implicaties kent.

dinsdag 5 april 2016 18:25

Laat ons eerlijk zijn: deze mensen hebben het spel van sociale verandering niet volgens de regels van de staat gespeeld. Die regels die ons vertellen dat we op een voor ons bepaalde manier naar sociale verandering dienen te streven: stemmen, lobbyen, petities, betogen, staken (al is dat ondertussen al de grens van het aanvaardbare). Deze mensen kozen er blijkbaar voor om dat niet te doen. En kun je het ze kwalijk nemen? Het zijn anarchisten. Zou het niet een beetje ongeloofwaardig zijn om als anarchist de regels van de staat braaf te volgen?

Terrorisme?

Dus kozen ze voor andere tactieken: de politie verwijt hen brandstichting, diefstal, vandalisme, “weerspannigheid”. De wenselijkheid en doeltreffendheid van deze tactieken wens ik hier op dit moment niet te bespreken (het zou ons meer dan een boek kosten, vermoed ik). Wat wel van belang is, is de vraag of dit terrorisme is? Want dat is wat de staat er van wil maken. Wat is dat? Terrorisme? Er zijn geen doden gevallen. Er zijn zelfs geen gewonden gevallen. Goed, er zou brand gesticht zijn in de privéwoning van een architect, een actie die ik niet kan ondersteunen. Maar er wordt geen woord gerept over het effectieve gevaar dat de inwoners op dat moment liepen. Wie weet waren ze op dat moment op reis of op bezoek bij de oma, en hadden de brandstichters alle voorzorgen genomen om menselijke slachtoffers te vermijden.

Maar nee, men gebruikt het woord “terrorisme” en iedereen denkt meteen dat ze de meest kwaadaardige intenties hebben. Want dat is wat terroristen doen: lukraak doden, angst zaaien onder de bevolking, niemand is veilig. Het gebruik van dit discours is volgens mij een poging om de beweegredenen van deze anarchisten te verstoppen. Dit terrorisme-proces heeft niks te maken met het beschermen van de bevolking tegen een vijand die hen allemaal wil raken. Het heeft te maken met het beschermen van een (deel van een) elite die geld verdient aan de bouw van wat deze anarchisten gebouwen van uitbuiting en onderdrukking noemen.

Buiten de lijntjes kleuren

Deze “terroristen” hebben geen onschuldige burgers aangevallen. Ze raakten de (schuldige?) verantwoordelijken van een aantal projecten (de bouw van het nieuwste deportatiecentrum voor sans-papiers, een nieuwe megagevangenis om de onderbuik van de samenleving in te verstoppen) op de plek waar het het meest pijn doet: in de portemonnee, in de zekerheid dat ze zomaar wegkomen met het rijk worden aan opsluiting. En dat is wat de staat angst aanjaagt: dat meer mensen zich zouden wagen aan het spel van sociale verandering spelen buiten de lijntjes die de staat voor ons uittekent. Dus moet er rap komaf mee gemaakt worden en proberen ze deze dissidenten als terroristen te bestempelen. Want de tactieken die terroristen gebruiken zijn per definitie demonisch, en deze veroordelingen (als ze er komen) zullen andere rebellen afschrikken om vergelijkbare tactieken te gebruiken.

We mogen niet vergeten dat al onze sociale verworvenheden er niet gekomen zijn door binnen de lijntjes te kleuren. Die zijn er niet gekomen door braaf aan de autoriteiten te vragen of ze ons beter wouden behandelen. Ze zijn er gekomen door buiten de lijntjes te kleuren, door de wet te breken, door zelf te beslissen hoe men zich wou verzetten tegen wat als onrecht aangevoeld werd. En dat is wat deze anarchisten volgens mij ook gedaan hebben. In plaats van te vragen of de staat a.u.b. geen nieuw deportatiecentrum of megagevangenis wou bouwen, zijn ze de bouw beginnen verhinderen. Door sabotages, brandstichtingen, diefstallen en dergelijke meer de bouw zo veel mogelijk verhinderen en de kost zo hoog mogelijk opdrijven. Ik kan hen niet kwalijk nemen dat zij dachten dat dit effectiever zou zijn om de bouwprojecten te belemmeren dan om de regeltjes te volgen. En het resultaat is duidelijk: het is zo’n doorn in het oog van de machthebbers dat ze er voor eens en voor altijd komaf mee willen maken door deze dissidenten als terroristen af te schilderen.

Criminaliseren sociale actie

Als het toebrengen van economische schade binnenkort terrorisme wordt, waar zal dit dan nog eindigen? De tekenen aan de wand zijn duidelijk: de staat doet zijn uiterste best om het stakingsrecht beetje bij beetje te criminaliseren. Ook staken raakt werkgevers in hun portemonnee. En in een wereld waar geld God is geworden, is dat de ergste godslastering die men kan begaan. Beetje bij beetje probeert de staat ons het klein stukje macht dat ons nog rest af te nemen, en het te kanaliseren richten stemmen, braaf vragen en gedienstig knikken als de beslissing anders uitvalt dan wat we gehoopt hadden. Dan kunnen we het over 4, sorry, 5 jaar nog eens proberen en weer braaf knikken als ze dezelfde politiek als hun voorgangers verderzetten.

We mogen niet vergeten dat sociale strijd nog steeds een strijd is, een strijd tegen een wereld waarin de superrijken wegkomen met criminaliteit (kuch bankencrisis kuch panama kuch) en de gevangenissen gevuld raken met armen en wanhopigen. En bovenal dat dit een strijd is waar de overheid en de werkgevers niet aan onze kant staan. Zij hebben er alle belang bij het status quo te houden zoals het is. En dus demoniseert men diegenen die hun spel niet spelen maar als terroristen.

Bij deze roep ik op tot solidariteit met de beklaagden. Niet omdat we hun actiemethoden moeten ondersteunen of alles goedkeuren wat ze zeggen en waar ze voor staan. Wel omdat het voeren van sociale strijd tegen onrecht en onderdrukking te belangrijk is om meningsverschillen over methode en tactiek tussen onze solidariteit te laten komen. Als deze veroordeling er komt, is het hek van de dam en zullen vergelijkbare terrorisme-beschuldigingen mogelijk rap volgen. En dan zijn het misschien geen anarchisten meer.

Graag sluit ik af met de beroemde woorden van Martin Niemöller:

Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;

ik was immers geen communist.

Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen;

ik was immers geen sociaaldemocraat.

Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;

ik was immers geen vakbondslid.

Toen ze de Joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;

ik was immers geen Jood.

Toen ze mij kwamen halen

was er niemand meer, die nog protesteren kon.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!