Samenleving, België -

Het Beursplein als herdenkingsruimte en de Beurs als vredestempel (over collectieve rouw en veerkracht)  

In de reeks "posttraumatische reflecties over de aanslagen in Brussel", laat cultuurfilosoof Lieven De Cauter (klik op de auteursnaam hieronder voor alle andere artikelen!) zijn licht schijnen op het Beursplein en omgeving.

zaterdag 26 maart 2016 17:58

Het beursplein is omgetoverd tot nationale herdenkingsplek, ja tot een tempelplein, een tempelplein van de rouw, de solidariteit en de eenheid. Het is een mooi signaal en een goedgekozen plek, fraai is vooral dat ze niet van bovenaf is gekozen, maar door zij die als eersten met krijt op de grond begonnen te schrijven en kaarsjes begonnen te branden. En toen zijn ook de politici gekomen en in hun kielzog de internationale persmensen met hun cameratenten en satellietwagens. 

Het Beursplein was altijd al het hart van Brussel, maar sinds het verkeersvrij is geworden, heeft die symbolische functie zich nog versterkt. Natuurlijk zijn die perstenten en camera’s er teveel aan en ze staan er zo dicht op dat ze de menigte samendringen. Maar ja, we staan nu eenmaal in het centrum van de belangstelling van de wereldpers: dit is ons Belgische Nine-Eleven.

Ik was er donderdagavond en donderdagnacht al geweest om foto’s te maken, maar er echt naar toegaan, deed ik vrijdagavond (25 maart) met mijn beide dochters, die ik sinds de aanslagen nog niet had gezien of gehoord (de mama stond in contact met hen). Toen ik erover sms’te bleek dat we blijkbaar hetzelfde idee hadden. We zijn naar het Beursplein gegaan om kaarsen te ontsteken en samen te zijn met anderen, een teken te geven van solidariteit.

Mensen hebben in dergelijke traumatiserende omstandigheden nood aan herdenkingsplekken en collectieve rituelen. Het is niet alleen een nood maar ook een soort van burgerplicht. Iets doen, je niet opsluiten. Gebaren stellen, tonen aan onszelf en de wereld dat we in de rouw toch verenigd zijn. Het is ook een manier om de “emotionele lockdown” te doorbreken (zie elders in deze reeks).

Er was veel volk gisteravond. Het was niet erg goed, het samen zingen was een slecht idee en was dan ook nog eens heel slecht gedaan, maar de intentie was goed. Het volk dat ik daar zag was een goede mix, ik was blij dat ik er ook een paar meisjes met een hoofddoek zag. We hebben inderdaad elk een kaarsje aangestoken.

Dan zijn we met z’n vieren iets gaan eten, wat we zelden doen (we vieren bijna alles thuis), op het al even symbolische “Saint Cath”, het Sint Kathelijneplein, waar jongeren zaten te musiceren. Het betere pasta en pizza-eethuis dat anders altijd vol zit, was nagenoeg leeg. Ook zag ik op weg in de Dansaertstraat een goede vriend die net een lezing had gegeven met zijn vriendin eten in een helemaal lege Thai, die anders zo populair is.

Mijn dochters waren gaan winkelen in de namiddag en al lachend vonden ze het een civieke daad: “Shoppen voor het Vaderland”, zeiden ze. Want ook economisch is dit natuurlijk een ramp voor Brussel. En zo, zei ik daarop, kunnen we naar hartenlust op restaurant uit vaderlandsliefde en uit de wil om terug te vechten, om de stad weer op de rails te krijgen. Want Bruisend Brussel is nu ver weg. 

Brandpunt van dit collectieve verwerkingsproces blijft de Beurs. Het Beursplein is een seculiere sacrale ruimte geworden. De kaarsen zouden maanden moeten branden, voor altijd in zekere zin. Dit is een kans die het stadsbestuur niet mag laten liggen. De plannen om van de Beurs een Belgian Beer Temple te maken zouden moeten worden opgeborgen ten voordele van een andere bestemming: The Brussels Peace Temple.

Een volkshuis, een tempel voor alle Brusselaars, een plek van verbroedering, een ontmoetingsplek, een doorgang, een passage tussen Grote Markt en Dansaertwijk. Dat zou fantastisch zijn.

Mijn oudste dochter vond het, toen ik het idee met haar deelde staande op de trappen van de Beurs, ook een goede gedachte. Dus het is een goed idee (want ze is erg kritisch van nature). Ze zegt, “als jij het in gang zet, doe ik mee”. We waren het erover eens dat het een pleisterplek van alle Brusselaars moest worden, een verbindingsteken. Ik hoop dat de Brusselse burgerbewegingen dit oppikken. Een petitie kan in deze wonderen doen.

We zijn alvast op zoek gegaan naar een goede naam voor deze herdenkingstempel. De tempel van de solidariteit, was Frederiekjes voorstel, omdat het in alle talen hetzelfde klinkt. Verbroedering vond ze niet aanvaardbaar wegens patriarchaal. Tempel van de eenheid, Temple de l’Unité. Vonden we ook niet onaardig omdat het verwijst naar de wapenspreuk van België, die dezer dagen veel is aangehaald: “Eendracht maakt macht”. L’union fait la force. “Eenheid in verscheidenheid”, “l’unité dans la diversité”, zou de spreuk boven de ingang kunnen worden.

“Tempel van de dialoog” zou ook een optie zijn. “De stadstempel” zou ook kunnen, Temple de la Cité, of Temple de la civilité, Urban(e) Temple, want het is die urbaniteit, die stedelijkheid, hoffelijkheid of beleefdheid die we hard zullen nodig hebben, anders zal de mensenstad uiteenvallen in angst en terreur. Zonder politesse geen polis, alleen nog politie.

Nu, er kan een wedstrijd worden uitgeschreven voor de juiste naam en het juiste motto en vooral ook voor het programma van deze nieuwe tempel. Maar dat die er moet komen, stond voor ons als een paal boven water. Het is een manier om Brussel uit zak en as te laten verrijzen. (Ja, ik geef het toe, dit is mijn Paasboodschap).

Ps: Uit welingelichte bron hebben wij intussen vernomen dat er inderdaad al plannen zijn om de Belgian Beer Temple om te turnen tot Brussels Peace Temple (wordt ongetwijfeld vervolgd…)

Post scriptum over grafschennis (in het licht van de bestorming van het Beursplein door hooligans op Pasen)

Over de bestorming door extreem-rechtse hooligans en neonazi’s van het Beursplein kan ik kort zijn (heb er al over geschreven bij in mijn post scriptum bij de tekst over emotionele lockdown – klik op auteursnaam van deze blog). Maar hier het essentiële voor onze gedachtegang over het Beursplein als sacrale ruimte.

‘Je laat geen bende Hooligans op een begraafplaats los. Want dat was het: grafschennis. Dat is het choquerende. En of het nu alleen maar brave hooligans waren (fraai oxymoron op zich) of neonazi’s (er zaten er zeker tussen), doet er niet zo heel veel toe. Het was een invasie, een inname van het plein, een vloedgolf van 500 man in strakke pas, allemaal in het zwart, de meesten gemaskerd, die met toortsen en al het plein overspoelen.’

Hun slogan ‘On est chez nous’, werd beantwoordt door ‘on est tous des enfants d’immigrées’.

Wel ja, de eerste slogan is toch minder hoopgevend en inspirerend om deze multiculturele, superdiverse grootstad uit zak en as te halen dan de tweede. Ik ben wel geen zoon van een immigrant, maar ik ben wel een imigrant in brussel. Eerste generatie. In mijn geval: eerste generatie Verkavelingsvlamingen die verveld zijn tot Dansaert-Vlamingen – toch echt tijd dat we die naam hoog houden, niet alleen als Geuzennaam, maar als model voor de ‘oefening in globalisering’ die arm verkavelingsvlaanderen (zowat al mijn studenten in vier plekken komen vandaar, dus ik weet echt wel waarover ik spreek) dringend, dringend nodig heeft.

Nu, dat is, met veel goede wil, het goede nieuws van het jammerlijke, nee schandalige incident van de Paasbestorming door hooligans en neonazi’s: iedereen vond het schandelijk en beschamend. De reportster van CCN schrok zich een hoedje. Ook vele insiders volgens de Voetbalkrant – zie dus de vorige tekst over emotionele lockdown –  ik zou dat zelfs durven geloven (niet alle hooligans zijn fascisten, maar wel wat neonazi’s onder de hooligans). Voor mij bewijst dat gevoel van grafschennis, wat mij, ons echt woedend kan maken, ja razend, omdat het mijn, ons antropologisch gevoel raakt om zo te zeggen, als een taboe: dat doe je niet, dat doe je nooit. Dat is unspeakable. Dispicable. (Dus laat ons de spijtoptanten onder de hooligans omarmen. Free Hug. Bemin uw vijand, is een kardinale deugd volgens rector Rik Torfs…)   

Ergo: het Beursplein heeft nog meer betekenis gekregen dan het al had, het moet een publieke herdenkingsplek blijven, maar ook politieke manifestaties moeten er weer hun doorgang krijgen (en niet alleen hooligans/neonazi’s) en publieke uitingen van collectieve emotie moeten weer hun plaats op de trappen van de Beurs (heb daar al vaak over geschreven) en de beurs zelf moet een open stadstempel worden.

take down
the paywall
steun ons nu!