Fidel Daza en Susana Chiura (achteraan) zijn Boliviaanse migranten. Zij werken nu voor de Cooperatieve 20 de Diciembre in de Argentijsne hoofdstad Buenos Aires. Daarvoor werkten zij nog in erbarmelijke omstandigheden in een illegale sweatshop (Fabiana Frayssinet/IPS)

Argentijnse merken erkennen sociale uitbuiting sweatshops

Meer en meer Argentijnse kledingmerken willen de realiteit van de sweatshops erkennen en er iets aan veranderen. Al twintig merken beloven waardige werkomstandigheden in hun ateliers. De tragische dood van twee kinderen bij een brand in een sweatshop in 2015 zette veel in beweging.

maandag 14 maart 2016 14:15

De leden van de Argentijnse Coöperatie 20 de Diciembre mogen het werk onderbreken om te eten en na een werkdag van zeven uur stoppen ze op tijd om de kinderen van school te halen. Iedereen in Argentinië heeft daar recht op maar in de sweatshops van Buenos Aires tellen die rechten amper. Er werken naar schatting dertigduizend Argentijnen in sweatshops. De drieduizend sweatshops in en rond de hoofdstad Buenos Aires leveren 80 procent van de lokale kleding, zegt de stichting La Alameda, die de Coöperatie 20 de Diciembre heeft opgericht.

“We kregen vroeger maar één bord met slecht eten en dat moesten we dan nog eens delen met onze kinderen”, zegt de Boliviaanse Susana Chiura, die zeven jaar geleden naar Argentinië kwam en nu in deze coöperatie werkt. Net als de meeste Zuid-Amerikaanse migranten, meestal Bolivianen, is Chiura naar hier gehaald door de Peruviaanse eigenaar van haar textielatelier. “De man beloofde me een goede baan en een woning maar toen we hier aankwamen bleek daar niets van te kloppen.

“We mochten niet buitengaan, alleen op zaterdagnamiddag kon dat. Zelfs om naar de supermarkt te gaan voerde hij ons en bracht hij ons meteen terug.Ze woonde met haar eerste kind in een kleine kamer zonder ventilatie, verdiende vijf keer minder dan het wettelijke minimumloon, voor werk van zes uur ‘s morgens tot middernacht.

Daar trok de werkgever nog eens de kosten af voor de reis vanuit Bolivia, voor het eten en voor de huur. “Ik werkte van zeven uur ‘s morgens tot negen uur ‘s avonds en kon een half uur rusten”, zegt Fidel Daza, een andere Boliviaan uit de coöperatie. “Er waren hele gezinnen die nog langer werkten omdat ze het nodig hadden om te eten. Nu heb ik wat meer tijd om te spelen met mijn kinderen. Vroeger sliepen ze nog toen ik vertrok, en sliepen ze al toen ik terugkeerde.”

Volgens de stichting La Alameda zijn werknemers zoals Chiura en Daza de laatste schakel in een keten die begint bij de grote, middelgrote en kleine kledingmerken, die door verzuim, medeplichtigheid of onwetendheid hun kleding in deze sweatshops laten maken.

“Ik wilde weten hoe het eraan toe ging in het atelier maar ze zeiden me dat het moeilijk was om er binnen ter geraken”, zegt Verónica Virasoro, eigenares van Vero Vira, een merk voor vrouwenkleding dat klant is bij de coöperatie. Vero Vira is ook lid van Ropa Limpia (Schone Kleren), een netwerk dat behalve merken ook ateliers en consumenten verenigt.
Veel ontwerpers maken gebruik van de sweatshops om de kosten te drukken, zegt Virasoro. “Het zijn bovendien niet allemaal clandestiene sweatshops. Er zijn ook familie-ateliers die goedkoper werken maar daarvoor veel uren maken en in het atelier slapen. Ze zijn er zich niet van bewust dat de ateliers onveilig zijn en er ongelukken kunnen gebeuren.”

Op 27 april 2015 werd een clandestien kledingatelier in Buenos Aires volledig vernield door een brand. Daarbij kwamen twee Boliviaanse kinderen om, die in het atelier woonden. Uit de verontwaardiging rond deze tragedie ontstond de beweging Ropa Limpia (‘propere kleren’).

“We kregen toen veel telefoontjes van verontwaardigde en bezorgde mensen”, zegt het hoofd van de coöperatie 20 Diciembre, Tamara Rosenberg. “Toen ontstond het idee om onze klanten te tonen dat het wel degelijk mogelijk is om te produceren in goede omstandigheden. Dat is meer dan alleen maar een coöperatie oprichten, er zijn ook wel enkele ontwerpers die het belangrijk vinden de rechten van mensen te respecteren en de correcte prijzen te betalen.”

Laura Méndez van het merk Clara A besloot haar accessoires door de coöperatie te laten maken toen ze in een schoenenfabriek zag hoe “iedereen op elkaar gepakt zat, zonder uitweg. Het belangrijkste voor mij is de klanten de ethische manier van produceren te laten zien”, zegt ze. “Ik vind het belangrijk dat er achter het product een inhoud zit, een sociale impact.”

Ropa Limpia liet zich inspireren door de Schone Klerencampagne, de wereldwijde beweging die de arbeidsomstandigheden in de textielindustrie wil aanklagen en verbeteren. “Het is de bedoeling om de ateliers te benaderen om hen bewust te maken van de risico’s”, zegt Virasoro. “Het is niet makkelijk omdat velen bang zijn te worden aangeklaagd. Ook al is er niet altijd sprake van clandestiniteit of slavenarbeid, altijd hebben ze wel een of andere belasting niet betaald of is er een installatie die niet in orde is.”

Bron: Clean Clothes – Fashion Free of Slave Labour in Argentina

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!