De cijfers inzake suïcide dieper bekeken

De cijfers inzake suïcide dieper bekeken

vrijdag 11 maart 2016 15:06

Op Kop.

Met 3 zelfmoorden per dag staat België bij vrouwen in de top 5 wereldwijd, bij mannen staan we op de 15de plaats. Dat er werk aan de winkel is, is dus duidelijk. Het taboe rond mentale problemen blijft in onze maatschappij dan ook velen tegenhouden om gepaste hulp te zoeken. De wachtlijsten worden er niet korter op en de behandeling na een poging liet in het verleden vaak te wensen over.

De kans dat iemand overlijdt door suïcide is 150 keer groter wanneer iemand in het verleden reeds een poging tot zelfdoding heeft ondernomen. 52,5% van alle zelfdodingen in Vlaanderen werden voorafgegaan door een poging tot zelfmoord (Eenheid voor zelfmoordonderzoek, 2015). Na een poging is het dan ook van belang om het verdere traject van de cliënt zeer nauwkeurig en deskundig uit te werken, hiervoor wordt meestal een IPEO gebruikt, wat peilt naar de verschillende risicofactoren en de nodige zorgbehoeften. Het organiseren van zorgcontinuïteit, bijvoorbeeld het overdragen van alle info tussen hulpverleners, tussen de verschillende partners is dan ook cruciaal. Vlaanderen stelde in 2012 een “Vlaams Actieplan voor de preventie zelfdoding” op, geldig tot 2020, dat verschillende doelstellingen vooropstelt om het aantal zelfdodingen in onze gemeenschap drastisch te laten dalen.

Bij elke zelfdoding blijven minstens 10 direct betrokkenen achter met vele vragen, onterechte schuldgevoelens, verdriet,… Ook hun kans om aan een zelfdoding te overlijden stijgt gigantisch. Postventie is dus essentieel om de nabestaanden gepast te begeleiden. Echter wordt in in Vlaanderen weinig over gesproken of gedaan. Postventie wordt als minder belangrijk aangeschouwd als preventie: zo wordt het in het actieplan amper vermeld. Echter, postventie is preventie.

“Postvention is prevention for the next generation” (Laux, 2002).
Zo blijft postventie , naar mijn mening, immens onderschat. Werkgroep Verder, deel van Zelfmoordlijn 1813, is het Vlaams kenniscentrum hieromtrent. Extra middelen aan deze organisatie is broodnodig. Elke nabestaande die niet gepast geholpen en ondersteund is na een zelfdoding van een geliefde is er één te veel. Hoe meer mensen Werkgroep Verder kan bereiken, hoe meer kans dat we deze risicogroep kunnen weerhouden van een wanhoopsdaad. En buiten dit risico hebben deze mensen natuurlijk ook gewoon recht op hulp en steun, het risico achterwege gelaten.

Enkele cijfers

In het “Epidemiologisch rapport: omtrent geestelijke gezondheidsproblemen, suïcide, suïcidepogingen en suïcide ideatie in Vlaanderen” van het VLESP is het volgende te lezen: “Uit de meest recente gegevens (2013) van de Gezondheidsenquête blijkt dat er sprake is van een duidelijke verslechtering wat betreft de geestelijke gezondheid van de Belgische bevolking. Voor Vlaanderen worden globaal positievere cijfers gevonden dan voor de andere twee gewesten, enkel bij jonge vrouwen (15-24 jaar) worden hogere percentages gevonden wat betreft psychische gezondheidsproblemen. In 2012 (meest recente cijfers) overleden in Vlaanderen 1114 personen door suïcide, dit komt neer op gemiddeld drie personen per dag. De suïcide rate in 2012 bedroeg 17.51/100.000. Suïcide is één van de meest voorkomende doodsoorzaken bij de Vlaamse bevolking tussen 20 en 54 jaar en komt zowel bij vrouwen als bij mannen op relatief jonge leeftijd voor. Bijna 3 op de 4 suïcides betreft mannen. In 2013 (meest recente cijfers) kwamen naar schatting 10.055 suïcidepogingen voor in Vlaanderen, dit bedraagt ongeveer 28 suïcidepogingen per dag. Vergeleken met 2012, is het aantal suïcidepogingen in Vlaanderen stabiel gebleven, opmerkelijk: meer vrouwen dan mannen” (VLESP, 2015).

Bij het Interna Instituut vinden we volgende cijfers: 26 procent van de Belgen voelt zich slecht in zijn vel. De WHO bijvoorbeeld spreekt over een opkomende epidemie van psychische problematiek. Volgens de OESO is er echter geen stijging. We bereiken met de GGZ steeds meer mensen die er nood aan hebben. De impact van psychisch onwelzijn op individu en samenleving is groot. Psychische stoornissen staan, na cardiovasculaire aandoeningen, op de tweede plaats met 19,5% van alle gekende ‘burden of disease’. Psychische aandoeningen weerspiegelen 40% van alle geleefde jaren met beperkingen. Psychisch onwelzijn is mede verantwoordelijk voor 25% van alle uitkeringen voor werkonbekwaamheid. Het presenteïsme, met een lagere productiviteit op het werk, is in België op vijf jaren tijd bijna verdubbeld bij mensen met een matige psychische aandoening. Psychiatrische patiënten kennen gemiddeld een 15 jaar lagere levensverwachting. Psychische aandoeningen zijn vaak persistent en recurrent. Een belangrijke vaststelling is de duidelijke relatie met de socio-economische status (SES). De opstart van professionele zorg komt vaak veel te laat: gemiddeld één jaar te laat voor stemmingsstoornissen, 16 jaren te laat voor angststoornissen en 18 jaren te laat voor middelenmisbruik. Deze onderbehandeling is het gevolg van een cascade van barrières. Slechts 1 op 3 personen zoekt professionele hulp. Stigmatisatie blijft een rol spelen bij elke barrière in deze cascade. Van degenen die wel zorg ontvangen, ontvangt slechts de helft de gepaste zorg. De lange wachttijden: de traditionele GGZ structuren in België zijn momenteel grotendeels verzadigd. Het aanbod is hierbij op ongelijke wijze geografisch gespreid, met dus een discriminerend effect afhankelijk van in welke regio men hulp zoekt (Interna Instituut, 2013).

Er zijn te weinig en te gelijkvormige alternatieven van residentiële behandeling. De Belgische GGZ is nog steeds hospitalocentrisch uitgebouwd. Na Japan kent België het hoogste aantal psychiatrische bedden ter wereld. De gerapporteerde cijfers variëren van 152 tot 180 bedden per 100.000 inwoners. Het KCE heeft in 2008 bevestigd dat 79% van de opnames in A en T bedden terecht komen. Velen hiervan bevinden zich niet op hun plaats, vermits de zorgbehoefte ook op niet-residentiële basis ingevuld zou kunnen worden. De beleidsmakers zetten in op de vermaatschappelijking van de zorg. Dit krijgt gestalte in de vorm van de uitbouw van artikel 107 netwerken.

Het aantal zelfdodingen is gelijk aan respectievelijk 17, 24 en 14 zelfdodingen per 100.000 inwoners in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Met 19,1% is het gebruik van psychofarmaca opvallend hoog in vergelijking met andere landen. Wat betreft kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen is er duidelijk sprake van een overconsumptie. Er zijn in de GGZ weinig en sterk gefragmenteerde gegevens beschikbaar om een kwaliteitsbeleid te ondersteunen. De beschikbare gegevens zoals MPG worden onderbenut. Recente plannen voor de uitbouw van een uniforme set van kwaliteitsindicatoren brengen hier in Vlaanderen verandering in. Er vindt in de GGZ veel te weinig onderzoek plaats in vergelijking met andere specialismen. Wat betreft preventie van psychisch onwelbevinden stellen we een goede integratie in de Belgische arbeidswetgeving vast. Uiteraard hebben werkgevers zelf een belangrijke rol te spelen bij zowel preventie als activatie. Volgens de European Psychiatric Association zouden preventieve interventies op het werk binnen een jaar een return on investment kunnen opleveren van 10 euro per geïnvesteerde euro.

De werkelijke essentie waarmee het effect van vermaatschappelijking van GGZ in de positieve of de negatieve zin uitdraait ligt voor een groot deel bij coördinatie en netwerking doorheen diverse sectoren. Prioriteiten en doelstellingen dienen planmatig te worden opgevolgd binnen deze heel ruime teambenadering, met een tijdslijn en een geobjectiveerde evaluatie. Transversaal overleg is een must om de interventies beter te coördineren. Een heel belangrijk domein, dat naast werk een primordiale positie inneemt, is het onderwijs. Een laatste partner die we niet over het hoofd mogen zien, is de patiënt zelf. Participatie en de rol van ervaringsdeskundigen bij de beleidsvorming, zowel op macro- als microniveau, krijgt in de GGZ tot op heden minder aandacht dan in de algemene zorg en de ouderenzorg. Er kan echter altijd geleerd van de wetenschap: FACT, IPS, etc. kunnen nog meer consequent, doortastend en vooral veel breder geïmplementeerd worden. Ten tweede kunnen we leren van diverse mooie projecten: gezinsverpleging, eerstelijnspsychologen, etc. Ten derde kunnen en moeten we meer leren van andere landen: bijvoorbeeld de preventie van zelfdoding in Nederland (Interna Instituut, 2013). Eén van de aanbevelingen is dan ook de volgende: geef ervaringsdeskundigen een meer prominente rol, zowel binnen als buiten de beleidsvorming, om stigma en discriminatie tegen te gaan. En aangezien ik zelf ervaringsdeskundige ben, kan ik niets anders dan dit te bevestigen en te ondersteunen!

Paradigmashift

In de GGZ is er ook nood aan een paradigmashift. Balanced care zou dienst moeten doen als model voor deïnstitutionalisering en een evenwichtig aanbod tussen residentiële zorg en zorg in de maatschappij is noodzakelijk opdat negatieve impact zoveel mogelijk vermeden zou worden. Er is nood aan meer evidence- based pratices zoals IMR, ACT, SE, psycho-educatie en een geïntegreerde behandeling voor dubbele diagnoses. Verder dient er meer herstelgericht (i.p.v. chroniciteit) te worden gewerkt: een fundamentele paradigmashift is hierbij dus vereist. Een integrale benadering is dus nodig, rekening houdend met het gebruik van de EE, motiverende gespreksvoering, stigmabestrijding, partnerships met familieleden (triade) met gebruik van tools zoals een zorgcoördinatieplan, Rai Mental Health Care, CAPS, VDIP, signaliseringsplan en tot slot met meer krachtige aansturing vanuit onderzoek, management, vorming en opvolging (Van Audenhove, C. & De Coster, I., 2010).

Bij de meer herstelgerichte benadering zijn er negen dimensies van belang: opnieuw opvatten van hoop en de bereidheid tonen om te leven; zich laten ondersteunen door anderen; een plaats, een niche zoeken en vinden in de gemeenschap; een nieuw begrip opbouwen van de eigen identiteit; de ziekte een plaats geven in het leven; een praktische modus vivendi vinden om met de symptomen van de aandoening om te gaan; verantwoordelijkheid nemen voor de transformatie van ‘persoon met een mentale aandoening’ naar ‚mens-in-herstel’; manieren vinden om met interne en externe stigmatisering om te gaan en een rol opnemen als geëmancipeerd burger. Het is dus van cruciaal belang om in het ziektegenezingsmodel plaats te laten maken voor een visie op herstel waarin de persoonlijke waarden van mensen centraal staan. Dit draagt bij tot een verandering in de maatschappelijke kijk op geestelijke gezondheid. Verbindingen, de cocreatie van kennis en de overdracht van kennis en ervaringen spelen dus op elkaar in (Koning Boudewijnstichting, 2014).

Treatment Gap

Naast de nood aan een paradigmashift is er ook nog het belang van het tegengaan van de treament gap. Deze kan drie vormen aannemen: iemand krijgt helemaal geen behandeling (bv. 70% bij depressie), iemand krijgt een behandeling voorgesteld maar deze beantwoordt niet aan zijn reële behoeften (vooral bij complexe situaties zoals bij een thuisloze) en iemand krijgt psychische hulp die aan een van zijn problemen tegemoetkomt maar het facet ‚comorbiditeit’ wordt volslagen genegeerd (bv. alcoholisme). De verklarende factoren zijn zowel institutioneel (specialisatielogica leidt tot gebrek aan continuïteit in de zorg & desinstitutionalisering: patiënt moet eerst een huis hebben), als cultureel (etiket, slechte persoonlijke ervaringen en verschillende opvattingen hulprelatie) als sociaal (werkloosheid, vicieuze cirkel armoede en geestelijke gezondheid, maatschappelijk kwetsbare situaties met minder veerkracht en leven op straat).

De toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg moet dus verbeteren voor de meest kwetsbaren door detectie/preventie en zes maatregelen rond zorg: het bevorderen van inter-, pluri- en transdisciplinaire (factor transformatie) praktijken door bv. doorlaatbare zones te creëren, in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid; het valoriseren en verbeteren van de onthaalfuncties in de ziekenhuis- en verenigingsstructuren; Inzetten op een psychosociale nabijheid-aanpak voor de zorgwekkende zorgmijders die zichzelf uitsluiten; formules van desinstitutionalisering van de geestelijke gezondheidszorg ontwikkelen (nachtopvang); het bevorderen van het principe van de integrale zorg door rond kwetsbare mensen een netwerk te organiseren (Adocare) en Het bevorderen van de lokale burgerpraktijken die sociale banden smeden en een beschermnet zijn tegen sociale uitsluiting (Spreekruimte). Verder wordt de doelstelling bereikt door opleidingen (pluridisciplinair) en onderzoek (Koning Boudewijnstichting, 2015).

We zijn op de goede weg.

Ondanks het feit dat in deze sector de problemen zich blijven opstapelen zijn er de laatste jaren vele goede initiatieven en beslissingen genomen, zo is het ELPF, eerstelijns psychologische functie, (2015) een uiterst goede zaak. En enkele zaken uit de vorige legislatuur zoals het opnemen van ouderen als risicogroep inzake suïcidepreventie, de uitbreiding van het basisaanbod, de organisatie van verschillende zorgnetwerken en zorgcircuits, etc… waren zeer goede beleidsbeslissingen en -ondernemingen (Vlaamse Regering, 2009). De uitwerking van lokale zorgpaden zoals het zorgpad inzake suïcidepreventie van de stad & regio Deinze, zijn een voorbeeld voor andere steden en gemeenten. De taak blijft echter dit in de toekomst te blijven doen en uiteraard liefst, nog beter te doen. Zo is er bijvoorbeeld nood aan extra subsidiëring van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg. Het wegwerken van de wachtlijsten en het taboe rond geestelijke gezondheid doorbreken blijven prioritair. Het bestaan en de werking van het VLESP, CGG SP, Werkgroep Verder, TeleOnthaal, Zelfmoordlijn, EZO,enz… zijn uitermate positief, zo valt ook te concluderen uit hun beleidsplannen, activiteiten en resultaten. Met veel zin en rotsvast overtuigd dat we als maatschappij beter kunnen, ga ik, samen met die vele anderen, proberen het beleid omtrent suïcide te verbeteren en de doelstellingen hieromtrent te realiseren. Samen staan we sterk. Samen gaan we voor een betere wereld. Voor iedereen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!