Drie jaar na de ramp van Rana Plaza worden vrouwen in Bangladesh nog steeds uitgebuit door Westerse kledingmerken (www.popularresistance.org)

Positie vrouwen op arbeidsmarkt nauwelijks beter dan in 1995

Vrouwen hebben het wereldwijd nog steeds veel moeilijker dan mannen om degelijk werk te vinden en om dat te behouden, volgens het recentste jaarverslag van de Internationale Arbeidsorganisatie.

dinsdag 8 maart 2016 20:17

Hoewel in Europa enige bescheiden vooruitgang is geboekt in de afgelopen twintig jaar, heerst in grote delen van de wereld nog steeds een hardnekkige ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. In Zuid-Azië en Oost-Azië is de genderongelijkheid zelfs toegenomen.

De Internationale Arbeidsorganisatie (International Labour Organization – ILO) stelt dit vast op grond van eigen onderzoek in 178 landen. In de voorbije twintig jaar heeft het hogere opleidingsniveau van vrouwen zich niet vertaald in vergelijkbare vooruitgang in hun positie op het werk. De ILO bundelde zijn bevindingen in zijn jaarraport Women at Work Trends 2016

Huishoudelijk werk bovenop ‘werk’

Vrouwen werken dagelijks meer uren dan mannen, wanneer je betaalde en onbetaalde arbeid samentelt. In zowel hoge als lage-inkomenslanden besteden vrouwen gemiddeld tweeënhalf keer meer tijd aan onbetaald huishoudelijk werk en zorgtaken dan mannen.

In ontwikkelde economieën besteden werkende vrouwen gemiddeld 8 uur en 9 minuten aan betaald en onbetaald werk samen. Voor mannen is dat gemiddeld 7 uur en 36 minuten. In ontwikkelingslanden besteden werkende vrouwen gemiddeld 9 uur en 20 minuten aan betaald en onbetaald werk. Voor mannen is dat 8 uur en 7 minuten.

Doordat vrouwen, die wereldwijd minder dan 40 procent van alle werkende personen uitmaken, meer tijd besteden aan huishoudelijk werk, hebben ze minder mogelijkheden om hun betaalde uren uit te breiden. Ze werken ook veel vaker deeltijds dan mannen.

Lagere lonen, minder promotie, lagere pensioenen 

In meer dan honderd van de onderzochte landen werkte meer dan een derde van de mannen (35,5 procent) en meer dan een vierde van de vrouwen (25,7 procent) meer dan 48 uur per week. De achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt heeft aanzienlijke gevolgen in hun latere leven. Zo zijn hun pensioenen lager, waardoor een kloof ontstaat qua sociale bescherming.

Het ILO-rapport bevestigt schattingen dat vrouwen gemiddeld 77 procent verdienen van wat mannen verdienen. Deze salariskloof kan niet alleen verklaard worden door verschillen in opleiding of leeftijd. De ILO wijst op onderwaardering van het werk van vrouwen, van de vaardigheden die nodig zijn in door vrouwen gedomineerde sectoren, discriminatie en de dikwijls beperktere carrièremogelijkheden doordat vrouwen meer zorgtaken op zich nemen.

De ILO stelt dat het verkleinen van de genderkloof noodzakelijk is om de VN-Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) te halen voor 2030. Bijna alle doelstellingen van deze ontwikkelingsagenda hebben een gendercomponent. De SDG’s richten zich onder meer op armoede- en hongerbestrijding, gezondheid, klimaat en ongelijkheid. (Zie Wat zijn de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) van de VN?)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!