Interview, Nieuws, Samenleving, België -

“Zijn we dan slaven?”: de precaire situatie van een flexwerker

Flexibiliteit: meer doen met minder tijd en snel kunnen aanpassen aan vraag en aanbod op de hedendaagse arbeidsmarkt. Voor flexwerkers leidt het vaak tot onzekerheid en jongleren met meerdere jobs. Ze rollen van de flexibiliteit in de precariteit. "Als interimmer had ik vaak het gevoel wegwerppersoneel te zijn", getuigt een flexwerker.

maandag 29 februari 2016 13:25

Dat het voor mensen van andere origine sinds de vluchtelingencrisis niet makkelijker is geworden op de arbeidsmarkt, verzucht Saif. De jonge dertiger met Pakistaans-Belgische ouders zoekt al een jaar naar een vaste job, maar het wil niet vlotten. “En al helemaal niet meer sinds vluchtelingen de actualiteit domineren: ik voel veel racisme en haat. Je kan er niet naast kijken: lees er de commentaren op nieuwssites maar eens op na, of op sociale media. Als je het zo gelooft, zouden de vluchtelingen de bommen bijna verdienen.”

“Dat racisme zit ook bij de arbeidsmarkt, dat kan niet anders”, vervolgt hij. “En het gaat er niet makkelijker op worden, zeker sinds de laatste aanslagen in Parijs. Maar wij hebben daarmee niets mee te maken, natuurlijk, met terrorisme of wat dan ook. Maar mensen met een Arabisch klinkende naam worden er meteen mee geassocieerd.” 

Flexwerker

We hebben met Saif afgesproken voor een gesprek over flexwerk. Hij is immers een ervaringsdeskundige, zeg maar, in tijdelijke en grillige jobs zonder zekerheid. Niet eens zo lang geleden dacht hij nog zicht te hebben op een vaste job in de sector van zijn dromen, de luchtvaart. Omdat hij zelf graag reist en houdt van de vakantiesfeer leek een baantje op de luchthaven wel wat: hij werd check-in agent bij een bagageafhandelaar op de luchthaven van Zaventem. Hij ging aan de slag via een interimkantoor en werkte met weekcontracten. Als hij na een tijdje positief geëvalueerd werd, zou hij een vast contract krijgen. Het is anders gelopen. 

Aan de check-inbalie in de vertrekhal van Zaventem werkte Saif voornamelijk met jonge mensen, vaak net van de schoolbanken. Nog onbezonnen op een schoolse manier. “Die zijn immers heel flexibel: ze zijn niet getrouwd en hebben geen kinderen”, zegt hij. “Ze leggen zich makkelijker neer bij het werken in wisselende shifts: beginnen om drie uur ‘s nachts, of werken tot middernacht. Flexibiliteit betekent ook opgebeld kunnen worden op een vrije dag, om pakweg een zieke collega te vervangen. Je krijgt dan dubbel betaald, dat wel.”

Vast contract uitzondering

Als geen andere sector is de luchtvaart onderhevig aan onvoorspelbare veranderingen. Even snel als een luchtvaartmaatschappij de dienstverlening op een luchthaven uitbreidt en nieuwe jobs creëert, verkast er een andere, waardoor dan weer arbeidsplaatsen op de tocht komen. Op drukke verkeerspieken, doorgaans gebonden aan vakantieperiodes, volgen tijden met minder activiteit en dus ook minder werk. Daarom verkiezen bagageafhandelaars of cateringbedrijven tijdelijke tewerkstelling: om de financiële risico’s van activiteitsschommelingen zo klein mogelijk te houden. 

Voor vakbonden en jongerenverenigingen is de uitkomst van die flexibiliteitsvereiste steeds dezelfde: precaire jobs. “Een vast contract zou de regel moeten zijn. Bij bepaalde bedrijven is het nu al de uitzondering”, aldus een campagne die jongeren- en actievereniging KAJ afgelopen zomer aan de luchthaven voerde.

In plaats van een voltijds contract van onbepaalde duur, moeten werknemers op de luchthaven het vaak stellen met een halftijdse job, terwijl ze wel voltijds beschikbaar moeten zijn om openstaande shifts in te vullen, aldus de verzuchtingen van KAJ. Of er wordt gewerkt met contracten van drie maanden, zonder zekerheid van verlenging: tijdens de vakantieperiodes worden dan goedkopere jobstudenten ingeschakeld. Tijdens de komende syndicale verkiezingen is een vaste job een campagnethema van christelijke vakbond ACV.

Drie luchthavenjobs combineren

Uit getuigenissen blijkt dat sommigen met wel drie van die luchthavenjobs moeten jongleren om rond te komen. De papiermolen die daarbij komt kijken is vaak niet te overzien, klinkt het. Om nog maar te zwijgen over hoe moeilijk het is om met die tijdelijke jobs bij de bank een lening te krijgen. Permanent beschikbaar moeten zijn als oproepkracht is dan ook nog eens nefast voor het sociaal leven. Zo staat het leven op de duur in stand-by. Dat is precariteit: door sociale en werkomstandigheden geen controle hebben op je eigen leven. 

Ook op de luchthaven van Zaventem deed de wispelturigheid van de luchtvaartsector zich voelen onder het personeel, zegt Saif: “Er waren altijd geruchten over het mogelijk verlies van klanten (de luchtvaartmaatschappijen waarvoor firma’s als Swissport en Aviapartner de bagage afhandelen). Dat schept een sfeer van twijfel en onzekerheid, en zeker de interimmers zijn angstiger omdat zij van de ene week op de andere hun baan kunnen verliezen. Ze wachten af, iedereen wacht af.”

Eigen volk

Op de werkplek van Saif creëerde het snelle verloop van personeel een sfeer van wantrouwen en achterdochtigheid. Van horen zeggen en vermoeden. Om je baan te behouden stond je maar best op een goed blaadje bij de oversten, zoals men zou kunnen verwachten. Maar wat dat dan precies mocht inhouden, kon nogal variëren :”Ik hoorde wel eens dat ze kiezen voor hun eigen volk”, zegt Saif. “Of dat die of die supervisor een zwak had voor knappe jonge meisjes, dat hij gevoelig was voor vrouwelijk schoon. Er was enorm veel favoritisme. Totaal geen eerlijkheid of transparantie. Zo weet je nooit waar je aan toe bent en het is een continue stress om bij iedereen op een goed blaadje te staan. Dat is enorm vermoeiend.”

Na goed een half jaar onzekerheid kreeg hij uiteindelijk dan toch de evaluatie waar hij zo lang naar had uitgekeken. Dan toch een minimum aan communicatie tussen management en personeel. Alleen: Saifs evaluatie was niet positief. Hij moest volgende week niet meer terugkomen. De reden? In het begin was hij één keer te laat gekomen, maar dat werd nu schromelijk overdreven. Bovendien werd nog een andere onduidelijke reden opgedist, vond Saif. Toen hij alsnog verhaal probeerde te halen, kreeg hij het deksel op de neus. Na aandringen vond hij een kordater antwoord in de brievenbus: een dreigende brief van de bedrijfsadvocaat.

“Ik weet niet meer wat ik moet doen”

Nog steeds kan Saif er zich maar moeilijk overheen zetten. Het frustreert hem immers dat de misbruiken nog altijd aan de gang zijn op de luchthaven. “Maar de jongeren die er werken durven amper voor hun rechten op te komen”, zegt hij. “Betrokkenheid schrikt hen af: net als iedereen hebben zij ook de huur te betalen en daarom houden ze zich gedeisd. Je mag geen al te grote mond hebben en je mag jezelf niet verdedigen. Zijn we dan slaven?”

Omdat het niet wil vlotten in zijn zoektocht naar een nieuwe job blijft hij zich in het dossier vastbijten. Hij is terug moeten intrekken bij zijn moeder omdat hij de huur niet meer kon betalen. Sindsdien rijgt hij de losse, freelance dagklusjes aan mekaar. Hij werkt als promoboy voor verschillende agentschappen: op festivals een standje beheren van Ricard, bijvoorbeeld, of Dior aanprijzen in een parfumwinkel, flyeren ook. Naast Nederlands spreekt Saif nog vloeiend Engels, Frans, Hindi en Punjab. Hij heeft een diploma sociaal werk. En toch: hij wil de afwijzingsmailtjes op hoopvolle sollicitaties niet meer tellen. 

“Dat heb ik nog nooit meegemaakt in mijn leven: zo lang werk zoeken. Zo veel gesprekken en altijd maar negatief. Je hebt ook altijd te raden naar de reden waarom een sollicitatie niet lukt. Nooit krijg je wat feedback en als je doorvraagt blijft het stil. Zo kan je niet eens leren uit je fouten. Ik weet niet meer wat ik moet doen. Het is moeilijk, hoor.”

*Saif is een schuilnaam: omdat de relatie met zijn vorige werkgever op een ruzie is uitgedraaid en om zijn kansen op een nieuwe job niet te bemoeilijken, wilde hij niet met zijn echte naam getuigen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!