“Ik wil niet getolereerd worden, ik wil gelijkheid”
Opinie -

“Ik wil niet getolereerd worden, ik wil gelijkheid”

'Waarom begrijpen we niet dat Özdil een net zo'n Nederlandse naam is als De Winter of Wilders?' Poliargus en deBuren haalden de Nederlandse historicus en columnist Zihni Özdil naar Brussel om te praten over institutioneel racisme. De volledige tekst van de lezing vind je hier.

woensdag 17 februari 2016 12:07

Formeel heeft elke Nederlander of Belg dezelfde rechten en plichten. Maar sociaal-cultureel gezien worden sommige Nederlanders of Belgen in sommige contexten niet behandeld als Nederlanders of Belgen.

Dat kunnen we ook zien in hoe we onze nationale symboliek uitdragen. Het is opmerkelijk dat de Nederlandse en Vlaamse vlaggen vooral symbolen zijn die met trots gedragen worden door xenofobe chauvinisten. 

Het ligt ook besloten in onze taal. Een klein voorbeeld uit de Volkskrant van 2 juli 2015. Een journalist doet verslag van de rellen in de Haagse Schilderswijk:

‘Op het plein staan een man of driehonderd. Driekwart daarvan is Marokkaans, de rest Turks, Surinaams of Antilliaans. Er lopen ook een paar Nederlanders tussen, die net zo fanatiek stenen gooien.’

Burgerschap

Ook in België valt op dat de media de term ‘allochtoon’ vooral gebruikt wanneer het om negatieve zaken gaat. Als een burger van Marokkaanse afkomst een prijs wint is hij of zij een ‘Nederlander’ of ‘Belg’. Maar als hij een handtasje steelt is hij enkel een ‘Marokkaan’ of ‘Antilliaan’. Bij witte Nederlanders zul je nooit lezen: ‘Hugenoten stelen miljoenen’.

In alle gevallen gaat het om Nederlanders. Maar als het gaat om negatieve zaken, ontnemen we in ons taalgebruik plots de burgerschap van mensen van kleur van.

Hoe komt het dat journalisten, politici, maar ook de jongeren waar het om gaat zelf burgerschap selectief afpakken van mensen? Zijn het racisten? Nee, het zijn geen racisten. Maar ze zijn allemaal onderdeel van ene cultuur waarin racisme op allerlei niveaus structureel doorwerkt. 

In de afgelopen dertig jaar is dat op allerlei terreinen uitgebreid onderzocht en gedocumenteerd. Uit alle onderzoeken blijkt in essentie dat de dieperliggende oorzaak is dat de witte meermachtige groep heeft geïnternaliseerd dat burgers van kleur geen echte burgers zijn.

De materiele gevolgen van het structureel ontnemen van burgerschap voor mensen van kleur zijn glashelder. Zo concurreren Nederland en België met elkaar als het gaat om het meest discriminerende land op de arbeidsmarkt. Volgens cijfers van Eurostat was in 2013 etnische discriminatie op de arbeidsmarkt nergens zo erg als in België, concludeerde De Standaard. In 2014 namen wij dat stokje over, berichtte de Volkskrant. Spannend wie van osn in 2015 als ‘winnaar’ uit de bus zal komen. 

Het is belangrijk om te realiseren dat dit grotendeels een onbewust proces is, vandaar de wetenschappelijke term institutioneel racisme. Institutioneel racisme staat in contrast met individueel racisme.

Maar institutioneel racisme is eigenlijk schadelijker, omdat het minder direct zichtbaar is. Cultuur is ook een institutie. De culturele erfenissen van slavernij en kolonialisme hebben een stempel gedrukt op onze huidige beleving van burgerschap. De feiten liegen er niet om: van discriminatie op de arbeidsmarkt tot stereotypering in de massamedia tot raciale profilering door het justitiële apparaat: witheid is de onbewuste norm.

Taal

Ik gaf net een voorbeeld uit de Volkskrant, maar ook onze taal, een ander instituut, is doordrenkt van onbewust racisme, maar ook weer subtiel.

We halen bijvoorbeeld de raarste capriolen uit om het over kleur te hebben zonder het over kleur te hebben. Woorden zoals ‘allochtoon’ bestendigen deze uitsluiting. Twintig jaar geleden kwam er ook nog eens ‘niet-westerse allochtoon’ en ‘westerse allochtoon’ bij: want we willen het ook over klasse hebben zonder het over klasse te hebben. Iemand uit Japan is officieel een ‘westerse allochtoon’ en een Antilliaanse-Nederlander is een ‘niet-westerse allochtoon’, mind you. Dit heeft geresulteerd in een situatie waarin burgerschap onder voorbehoud wordt toegekend aan mensen die we slechts tolereren, maar eigenlijk niet als gelijke zien.

Ook te veel zogenaamde allochtonen, zelfs de jonge generaties die hier zijn geboren en getogen, omarmen de uitsluiting door te zeggen: ‘ik ben geen Nederlander en als ik klaar ben met studeren ga ik terug.’

Waarom is het anno 2015 nog steeds zo moeilijk om Nederlanders, Nederlanders te noemen? 

Open debat

We kunnen aan de hand van de feiten in ieder geval concluderen dat al die jaren zogenaamd integratie- en antidiscriminatiebeleid geen vooruitgang heeft gebracht, integendeel. Om deze patstelling te doorbreken is het noodzakelijk dat we een inclusief burgerschap creëren, een nieuw nationalisme zelfs. Een open debat is een eerste stap.

België doet het, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, wel beter dan Nederland. Dat komt omdat België historisch gezien veel minder tolerantie heeft gebruikt om minderheden te gedogen. Daardoor is er al vroeg een debatcultuur gekweekt. In België kun je het over racisme hebben zonder voor gek verklaard te worden. Extreemrechtse leiders gaan in debat met zogenaamde ‘allochtonen’.

Nederland heeft geen echte debatcultuur. We tolereren slechts ’de ander’, maar we gaan er niet mee in debat. Wat dat betreft is er een consensus in de polder: zowel links als rechts Nederland weigert om het woord allochtoon af te schaffen. Beide kanten zijn ook tegen vermenging. Links omdat dat ‘assimilatie’ zou zijn, rechts omdat dat ‘de nationale eigenheid’ zou bedreigen.

Er is in ieder geval iets wat onze overheden kunnen doen: zo snel mogelijk stoppen met het zogenaamde integratiebeleid. Decennialang allerlei foute clubs uit het ‘thuisland’ subsidiëren en faciliteren heeft alleen maar segregatie in de hand gewerkt, ook al noemden we het ‘integratie.

 De overheid moet ook zo snel mogelijk stoppen met het gebruik van burgerschap ontnemende termen zoals ‘allochtoon’. Taal is essentieel voor een culturele omslag richting inclusief burgerschap. Noem alle burgers Belgen of Nederlanders, desnoods Turkse Belg of Marokkaanse Nederlander.

Helaas zijn het vaak linkse progressieven die dit meteen wegwuiven als ‘Amerikaans’, hetgeen ik verbazingwekkend vind. Het is helemaal niet Amerikaans. Het is beschaafd. Dat de Amerikanen er eerder mee begonnen wil niet zeggen dat het enkel aan hen voorbehouden is.

Het zijn ook vooral linkse progressieven geweest die in zowel België als Nederland segregatiebeleid hebben ingezet onder het mom van ‘integratie’. 

‘Allochtoon’

Zo is de term ‘allochtoon’ in een nationale context ingevoerd door de linkse Nederlandse sociologe Hilda Verwey-Jonker in 1971. Dat deed ze expliciet om nieuwe inwoners op een beschaafde manier in een apart hokje te stoppen omdat ze niet wit waren:

‘Ik kies er voor om deze groep (Ambonezen, Surinamers, Antillianen en gastarbeiders) en niet bijvoorbeeld Belgen, Duitsers of Amerikanen allochtonen te noemen vanwege hun opvallende huidskleur ‘, aldus Verwey-Jonker in 1971. Jammer genoeg heeft België dit taalgebruik overgenomen.

Tijdens lezingen en debatten zeg ik altijd: ‘Ik wil niet getolereerd worden in mijn eigen land. Ik wil gelijkheid.’ Maar progressief Nederland begrijpt dat niet. Begrijpt niet dat tolereren segregatie in de hand werkt.

Vermenging, niet alleen ruimtelijk, maar ook cultureel, is de sleutel. Daarom eindig ik met de kernboodschap van mijn boek. Op twee niveaus moet er dringende verandering komen.

Ten eerste vanuit de overheid. Er moet een grondige doorlichting van ons onderwijssysteem komen, want bewustwording over de lange geschiedenis als de huidige uitwerking van uitsluiting in onze cultuur ontbreekt in ons onderwijs.

Behalve de bagatellisering van ons slavernijverleden en hoe dat vandaag doorwerkt zit het Nederlandse onderwijssysteem nog boordevol dit soort dingen. Dit is uit een basisschoolboek dat van 1989 tot 2014 is gebruikt:

Tolerantie leidt tot segregatie

Het tweede niveau is zowel beleidsmatig als cultureel: weg met tolerantie. Tolerantie is een abject concept als het gaat om burgerschap. Want wat betekent tolerantie? Tolerantie is geen acceptatie. Integendeel, tolerantie leidt tot segregatie. Vroeger tolereerde Nederland katholieken door ze hoogstens ‘bijwoners’ te noemen vanwege hun vermeende ‘on-Nederlandsheid.’ Ze moesten extra belasting betalen, in schuilkerken zitten en mochten veel openbare ambten niet vervullen.De verzuiling formaliseerde tolerantie. Het multiculturalisme zette dit model later voort. 

In de eenentwintigste eeuw is tolerantie in het kader van burgerschap onhoudbaar. We moeten niet meer tolerantie als beleidsmatig en cultureel uitgangspunt hebben, maar gelijkheid: het maakt niet uit welke kleur je hebt, hoe je heet, wat je wel of niet gelooft, je bent een van ‘ons’.

Over al die verschillen kunnen we het oneens zijn met elkaar, graag zelfs, we kunnen elkaar zelfs haten, maar niet meer in de context van zogenaamd ‘echte Nederlanders of Belgen’ versus zogenaamde ‘allochtonen’.

Nederland mijn vaderland

Er ligt hier een belangrijke rol voor ons allen. De geschiedenis leert dat vooruitgang het beste plaatsvindt als het van onderaf wordt opgeëist. Institutioneel racisme bestrijd je niet door zelf uitsluiting en segregatie te omarmen. 

Daarom zouden juist mijn landgenoten die zichzelf ook niet als Nederlanders of Belgen beschouwen als eerste moeten zeggen: ‘Of u het leuk vindt of niet, de Nederlandse geschiedenis is ook mijn geschiedenis, de Nederlandse vlag is ook mijn vlag en mijn naam is óók een Nederlandse naam’. 

Zihni Özdil is historicus, columnist voor NRC Handelsblad en schrijver van Nederland mijn vaderland (De Bezige Bij).

Hij bracht deze tekst tijdens de debatavond Institutioneel racisme. De relatie tussen origine en burgerschap op 16 februari 2016 bij Daarkom, Brussel. Een samenwerking tussen deBurenPoliargus

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!