Brief aan een Iraakse vluchteling

Brief aan een Iraakse vluchteling

woensdag 10 februari 2016 10:52

Beste Hammed,

Voor ik deze brief begin wil ik me kort even voorstellen. Ik ben Gaëtan en ik geef nu bijna 10 jaar les in Brussel. En ik heb, net als jij, een vrouw en twee kinderen. Een jongen en een meisje. Mijn vrouw spreekt Frans en ik spreek Nederlands. Onze kinderen spreken beide talen. Of hoe cultuurverschillen tot iets moois kunnen leiden. Het versmelten van liefde maakt. Het versmelten van ijzer breekt.

Het is een lange brief geworden. Lang, omdat jouw verhaal me diep raakt. Het is herkenbaar. Niet dat ik me kan voorstellen hoe het is om alles achter te moeten laten, uit vrees voor mijn leven. Of de helletocht die erop volgde. De stukgelopen schoenen, de prikkeldraad, de gruwel van de bootjes en de alsmaar voortschreidende melancholie. Neen, ik kan me amper een beeld vormen van die vreselijke dingen die je hebt meegemaakt en die op één of andere manier in jouw ziel gekerfd zijn.

Ik herken me wél in jouw verhaal omdat je een journalist bent. Ik stel me dat voor als iemand die gestudeerd heeft en niet in armoede is opgegroeid. Zo is het immers in België. Onze journalisten hebben allemaal een gedegen opleiding genoten aan de universiteit. Zij komen niet uit arme gezinnen. Er bestaat een soort van glazen plafond waar je als arme niet doorkomt. Onzichtbaar voor iedereen, behalve voor diegene die in armoede is opgegroeid. Studeren aan de universiteit is één van die plafonds. De meeste studenten genieten een relatief comfortabele situatie waar de ouders de universiteitskosten betalen. Misschien was dat in Irak ook zo? Heb ik gelijk als ik schrijf dat je niet alleen een gelukkig gezin, met een liefhebbende vrouw en oogappels van kinderen hebt achtergelaten, maar ook een economisch comfortabele situatie?

Zelf ben ik opgegroeid in een arme familie. De laatste dagen van de maand schafte de pot vaak pannenkoeken, oplospuree of havermoutpap. Geld voor betere voeding hadden we niet, omdat het loon van mama nog niet op de rekening was gestort. Dat was dan altijd wachten tot elke derde van de maand. Toen klonk er vaak een zucht van opluchting in huis. Terug wat ademruimte. Electriciteitsrekeningen kunnen worden betaald. De deurwaarder nog even uitgesteld. Op school was ik vaak het slachtoffer van pesterijen omwille van de tweedehandskledij die ik droeg. Diverse vechtpartijtjes op de speelplaats vonden haar oorsprong in een tot op de draad versleten trui. Bij de basketbalploeg pronkten al mijn vrienden met de nieuwste Nike’s en Reeboks. Elk seizoen opnieuw. Ik was al blij met een witte zool. Zo kon ik tenminste zonder boze blik van de trainer het veld op. Maar de toespelingen van mijn kameraadjes bleven. Witte zolen of niet. Op mijn twaalfde ben ik er dan ook mee gestopt. Basketters vind ik nu nog burgerlijke nerds. Alles verandert, maar littekens blijven.

En toch heb ik veel geluk gehad. Rond mijn zestiende ben ik met de juiste mensen in contact gekomen. Ik kan mijn toenmalige vriendenkring en liefjes niet dankbaar genoeg zijn. Zeker, de schaamte bleef. Hoe kon ik de beschimmelde muren, de muffe badkamer en een zichzelf verwaarlozende vader aan de buitenwereld tonen zonder door de mand te vallen? Ik was immers zoals mijn vrienden. Zo wou ik het toch laten uitschijnen. En mijn thuissituatie zou me verraden. Vele van deze vrienden zijn dus ook nooit bij me thuis geweest. Uiteindelijk overwon de schaamte altijd, zelden de vriendschap. Maar ze lieten me wel zien dat iets anders mogelijk was. De zaadjes der verlichting werden toen gezaaid en het was een kwestie van tijd eer de scheutjes uitkwamen. Vandaag heb ik een vrouw, een huisje, een tuintje, twee kinderen en een redelijke bagage om mee te kunnen praten over kunst, literatuur en politiek. Alles verandert, maar littekens blijven.

Je vraagt je waarschijnlijk af waarom ik je dat allemaal vertel? Het is zeker niet mijn bedoeling om de dramatiek van beide verhalen naast elkaar te leggen. Dat valt gewoon niet te vergelijken. Ik vertel dat omdat ik vandaag vele mensen de omgekeerde beweging zie maken. Oorlog en onzekerheid leiden dokters, bedrijfsleiders, journalisten, verplegers, leerkrachten en andere intellectuelen tot een onzekere en misschien wel arme toekomst in Europa. Sommigen zullen op het einde van de maand pannenkoeken eten en zich schamen omwille van de kledij die hun kinderen dragen om naar school te gaan. Of ze zullen gefrustreerd zijn omdat ze moeilijke keuzes moeten maken: een sigaret of een pot confituur. Voor buitenstaanders een evidente keuze. Wij weten beter.

Ik schrijf dat ook omdat je in ons land ongetwijfeld mensen zult tegenkomen die het niet fijn vinden dat je naar hier komt. In de eerste plaats zullen ze je zeggen dat je niet bijdraagt aan onze samenleving. Dat je alleen maar geld kost. Of dat jouw godsdienst een gevaarlijke godsdienst is. Stoere praat en soms zelfs onbeschaamd racistisch. Ik vraag je om hen te vergeven. Het is een masker. Want sommigen onder hen dragen ook de littekens van armoede en verbergen ze uit schaamte voor schimmel op de muren thuis. Ook zij herkennen het verhaal van onbetaalde electriciteitsrekeningen en muffe badkamers. Net zoals vele vluchtelingen weten ze hoe het is om elke dag te vechten om iets op de broodplank te hebben.

Ik hoop, Hameed, dat je vlug zult kunnen zaaien. Dat je de kracht hebt om het gevecht aan te gaan. Jouw voordeel is dat je, naast de vele pijn in jouw rugzak, ook de intellectuele bagage mee hebt die je in je thuisland hebt opgebouwd. Op een dag zullen de kiemen schieten en is België misschien een journalist rijker. Iemand die kan schrijven over confituurpotten en versleten basketbalschoenen. En die de vraag kan stellen waarom kinderen zich in de 21ste eeuw moeten schamen voor hun thuis. Of ze nu van ver komen of nabij. Ik wens je het toe, met mijn hele hart.

Met warme groeten

Gaetan

http://www.movingstories.world/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!