Luisterpost: van wereldsoul tot stomende rock

Luisterpost: van wereldsoul tot stomende rock

Notities bij de recente betere platenoogst. Deze week de psychedelische seventies uit Mauritius, jonge noisepop van DIIV en Sunflower Bean, het verbijsterende MONEY, de donkere humor van Mass Chaotic, de excellente synthsoul van Junior Boys en de intelligente garagerock van Night Beats.

dinsdag 9 februari 2016 14:36

Diverse artiesten – Soul Sok Séga




 Deze verzamelaar met Séga-muziek van het het eiland Mauritius doet ons meteen verlangen naar de zomer. Dit is namelijk ongelooflijk warmbloedige mix van traditionele muziek, jazz, soul, funk en rock uit de jaren ‘70 met opvallend psychedelische basgeluiden. Het geheel klinkt niet alleen cool, maar er zou ook een tournee aan zitten te komen met enkele van de originele artiesten (Claudio, Ti L’Afrique…) op deze zelfs voor de kenners verrassende compilatie.

DIIV – Is the Is Are



DIIV: Is the Is Are. 17 songs zonder te vervelen.

Het lijkt in deze tijden -waarin de gemiddelde plaat afklokt rond de 40 minuten- gekkenwerk om met liefst 17 nummers en ruim 65 minuten muziek op de proppen te komen. De groep van Zachary Cole Smith bracht haar debuutplaat in 2012 uit. Na behoorlijk wat commotie (en een lawine aan singles) laat Smith eindelijk een keuze uit de ruim 150 songs die hij in de tussenperiode schreef op de mensheid los. De stijl van de groep kan gerust als anorakpop omschreven worden met wat shoegaze er bovenop. Het leuke is dat de gevreesde lengte eerder in het voordeel werkt door de vrij eenvormige songs die samen één repetitieve roes opwekken.

Sunflower Bean – Human Ceremony




Het uit New York afkomstige Sunflower Bean heeft ook al veel naar de jaren ’80 geluisterd en dient zich aan als een opstootje tussen de prille New Order en The Cure met vocalen à la Miki Berenyi van Lush of Greg Kihn. Ze klinken poppier dan DIIV, maar weten even goed al eens een zwaardere gitaarlijn op te vissen. We denken maar aan ‘This Kind of Feeling’. En het gevoel dat Human Ceremony voor een debuutplaat toch wel héél erg goed is, verlaat de luisteraar geen moment.

MONEY – Suicide Songs




Er vallen leuker titels voor platen te bedenken en de naam die de Britse groep MONEY (in hoofdletters…) koestert, maakt een mens ook niet echt happy. Toch is het op Simon Raymonde’s Bella Union-label uitgebrachte Suicide Songs noch min noch meer een revelatie. We kunnen de plaat het beste vergelijken met iemand die uit grauwe prikkeldraad een kleurrijk lint heeft gemaakt. MONEY doet – zeker vocaal – geen enkele toegeving en de songs pakken de luisteraar bij de keel. Onder de weerbarstige bolster zitten echter schitterende kamerpoparrangementen waar je gerust een moord voor zou plegen. Als geheel: zeldzaam poëtisch.
 

Mass Gothic – Mass Gothic




De hoes ziet eruit alsof we hier een stelletje snotterige punks voor ons hebben. Bij een tweede blik blijken er echter heel veel van de mannetjes één en dezelfde te zijn. Wat er op het de cd staat is totaal niet punky of gothic. Mass Gothic kiest voor een muzikale lijn die de inhoud volgt. Zo gaat het van gitaarrock tot synthesizerpop, met gewaagde en veelomvattende songs…. Het leuke is dat met een song als het exuberante ‘Soul’ (helemaal tegen het einde van de plaat aan) je het besef krijgt dat Noel Heroux (alias Mass Gothic en ex- Hooray for Earth) nog heel veel kanten op kan en dat het allemaal even interessant zal worden. Wordt vervolgd.
 

Junior Boys – Big Black Coat




Junior Boys zetten in 2004 de bakens uit met Last Exit voor het volgende decennium wat betreft de meer avontuurlijke dance-georiënteerde muziek. Inmiddels zijn ze aan hun vijfde plaat en die blijkt een terugkeer naar de vroege vorm. Denk aan een beheerster versie van Caribou: briljant boksen met R&B, techno, acid house en synthpop. Het resultaat klinkt subtiel en toegankelijk. Een zeldzame combinatie, koesteren die handel.

Night Beats – Who Sold My Generation




Subtiliteit vind je op de vreemdste plaatsen. Neem het geinig getitelde Who Sold My Generation van het Texaanse trio Night Beats. Ze zijn psychedelische rock ten voeten uit en hebben duidelijk bands als de 13th Floor Elevators bestudeerd. Tegelijk heeft hun waanzinnige rockblues (denk aan Wild Billy Childish, denk aan The Len Bright Combo…) iets geslepen dat de oren doet spitsen. Zo spelen ze graag met de herinneringen van de luisteraar. We hoorden bij voorbeeld een song die tegelijk aan The Kinks en The Jefferson Airplane refereerde, terwijl we verderop de beat van ‘No Fun’ en de breaks van ‘Purple Haze’ menen te horen. Ondertussen herinnert zanger/gitarist Danny Lee Blackwell’s stem aan die van Sid Griffin (The Coal Porters, The Long Ryders) of een wat moderner Phil Everly en als contrast kan dat tellen. Night Beats klinkt niet retro, maar gewoon ouderwets tijdloos. Het resultaat: stomend goed.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!