Zes flagrante onwaarheden over extreem hoog aantal waterafsluitingen vanwege schepen Duchateau en Waterlink

Zes flagrante onwaarheden over extreem hoog aantal waterafsluitingen vanwege schepen Duchateau en Waterlink

woensdag 3 februari 2016 10:58

In een artikel ‘Kraanwater, wat een luxe’ bericht De Morgen (3/2/2016): ‘Bij 2.049 Antwerpse gezinnen werd vorig jaar de kraan dichtgedraaid. Dat blijkt uit tellingen van watermaatschappij Water-Link. De cijfers wijzen op een onrustwekkende stijging. In een jaar tijd kwamen er 602 afsluitingen bij. Driekwart van die mensen kon hun waterfactuur niet betalen. Het overige kwart is te wijten aan de “weigering van toegang tot de watermeter”. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die hun deur niet opendoen wanneer de meterstand moet worden gecontroleerd. “Al die gezinnen kunnen zich niet meer wassen en hebben geen toegang tot goedkoop drinkbaar water”, zegt gemeenteraadslid Dirk Van Duppen (PVDA), die de cijfers opvroeg bij schepen voor Sociale Zaken Fons Duchateau (N-VA).’ Ondertussen hebben schepen Duchateau en Waterlink over deze sociale schande zo maar eventjes zes flagrante onwaarheden de wereld in gestuurd.

Onwaarheid nummer één:
“Ik weet het mijnheer Van Duppen, uw geestesgesteldheid is niet vatbaar voor enige rede ” (André Gantman, voorzitter Waterlink, in de gemeenteraadscommissie)

Op de gemeenteraadcommissie intercommunales van 28 oktober 2015 interpelleerde ik de voorzitter van Waterlink André Gantman over de hoge cijfers aan waterafsluitingen in de stad Antwerpen vergeleken met de rest van Vlaanderen. Volgens de recent gepubliceerde ‘Statistieken – Toepassing Algemeen Waterverkoopreglement – jaar 2014′ (p.74, tabel 33) werden dat jaar 1447 gezinnen afgesloten, of één op 80 huishoudens afgesloten van water.

Ter vergelijking bedraagt het aantal afsluitingen in een andere grote stad als Gent of gemiddeld voor heel Vlaanderen: 0,10%, of één op duizend huishoudens.(p.71, tabel 27)

Dat leidde tot een choquerende reactie van de heer Gantman op de gemeenteraadcommissie die Van Duppen verweet dat zijn ‘geestesgesteldheid niet vatbaar is voor enige reden’.

Naar aanleiding van dit incident vroeg OCMW-raadslid Lieve Seuntjens via een schriftelijke vraag de juiste cijfers van de waterafsluitingen door Waterlink op. Ze kreeg einde november volgende cijfers per mail doorgestuurd :

“Indicator LAC: aantal effectieve afsluitingen water januari tot en met september 2015: jan:383 feb:341 mrt:589 april:557 mei:232 juni:291 juli:245 aug:369 sept:287”

Volgens deze cijfers zouden de eerste negen maanden van dit jaar in Antwerpen 3294 afsluitingen van water zijn gebeurd. Op basis van deze nieuwe cijfers konden we extrapolleren dat in 2015 4392 afsluitingen te verwachten zouden zijn.

Onwaarheid nummer twee:
“Er wordt in onze stad eigenlijk maar 0,3 procent van de gezinnen afgesloten” (schepen Duchateau op ATV-journaal)

Lieve Seuntjens maakte die verontrustende cijfers bekend aan ATV, waarop schepen Duchateau deze cijfers die afkomstig waren van zijn eigen diensten tegensprak.
Dit gebeurde op het ATV journaal van 17/12/2015:
Schepen Duchateau zie: (van 0:30 ‘- 0:55’) ‘Van die vierduizend afsluitingen zijn er eigenlijk maar een 700 tal omwille van wanbetalingen. De overige is omwille van overlijdens, meteroverdrachten die niet correct gebeuren, meters die niet meer bereikbaar zijn, fraude of rechtspersonen bedrijven die afgesloten worden, dus als je de berekening correct maakt wordt er in onze stad eigenlijk maar 0,3 procent van de gezinnen afgesloten. Dus dat is tien keer minder dan dat zij presenteren.’

Daarop stelde Lieve Seuntjens opnieuw een schriftelijke vraag om deze tegenspraak te verduidelijken en kreeg ze per mail het volgende antwoord op 21 januari:

“Geacht raadslid
Bijgaand de antwoorden op de door u gestelde vragen:
1. Wat is nu het juiste aantal afsluitingen van huishoudelijke klanten wegens betalingsachterstand, en dit per maand voor 2014 en 2015?
2. Wat zijn in bovenstaande cijfers de andere redenen van afsluiting en hun aantal per maand voor de periode 2014 en 2015?
De statistieken maand per maand kunnen niet op korte termijn bezorgd worden door water-link. Op dit moment kan men ons deze cijfers meedelen voor huishoudelijke klanten:
2014 – 2015 (van 1/1/2015 tot 16/12/2015)
Wanbetaling via LAC 1138  – 1281
Wanbetaling niet via LAC 180  – 212
Weigeren toegang tot de watermeter 114  – 524
Weigering tegensprekelijke overname 14  – 25
Fraude 1  – 7
Totaal 1447  – 2049″

Op de vraag van Lieve Seuntjens vanwaar het verschil komt tussen de cijfers die zij per maand voor 2015 op haar schriftelijke vraag van de OCMW-diensten had gehad, en de cijfers uit ‘Statistieken – Toepassing Algemeen Waterverkoopreglement – jaar 2014’, antwoordde de OCMW ambtenaar: ‘Nu blijkt echter dat deze rapporten (de maandcijfers van 2015) toch niet geschikt zijn hiervoor, aangezien er dubbeltellingen kunnen gebeuren’.

Onwaarheid nummer drie:
“De verklaring voor het hoger aantal afsluitingen in Antwerpen komt omdat men elders ervoor kiest om de schulden in te vorderen per gerechtsdeurwaarder, in plaats van de dossiers op LAC te brengen voor afsluiting. De kosten lopen hierdoor erg op voor de klanten.” (André Gantman in ATV-journaal)

Zowel op het ATV journaal van 28/10/2015 als op de commissie intercommunales dezelfde dag, verklaart Waterlink voorzitter André Gantman dat het hoge getal waterafsluitingen in Antwerpen vergeleken met elders komt doordat elders bij wanbetaling direct de deurwaarder wordt gestuurd en de watermaatschappij niet zou werken via het LAC.

In het antwoord op de schriftelijke vraag van Lieve Seuntjens wordt die bewering herhaald:
‘De verklaring voor het hoger aantal afsluitingen is tweeledig (…)
Gent is ook een grootstad, maar komt toch niet in dit lijstje van groot aantal afsluitingen voor. Dat komt omdat men in Gent ervoor kiest om de schulden in te vorderen per gerechtsdeurwaarder, in plaats van de dossiers op LAC te brengen voor afsluiting. De kosten lopen hierdoor erg op voor de klanten.’

Dit klopt helemaal niet. Decreet tot wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en tot wijziging van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, wat de minimumlevering van water betreft en de bescherming van abonnees tegen afsluiting van de drinkwatertoevoer schrijft voor: ‘…afsluiting is pas mogelijk na een overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie en conform de procedure en de voorwaarden, vermeld in het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water.’ Dit werd mij ook telefonisch bevestigd door de hoofdmaatschappelijk werker van de LAC in Gent.

Onwaarheid nummer vier:
“De meeste afsluitingen komen er nadat mensen verhuizen zonder hun watercontract op te zeggen” (schepen Duchateau in De Morgen)

De Morgen (03/02/2016) ‘Blijft de vraag waarom er in Antwerpen zoveel meer kranen worden afgesloten dan in andere steden, zoals Gent. Volgens Duchateau komt dat omdat het gemiddelde inkomen in Antwerpen een pak lager ligt. Daarnaast zouden Antwerpenaren veel meer verhuizen. “De meeste afsluitingen komen er nadat mensen verhuizen zonder hun watercontract op te zeggen”, zegt de woordvoerder van Duchateau.’
Hun eigen cijfers spreken dat tegen.
In 2014 waren er op de 1447 waterafsluitingen in Antwerpen 114 die werden afgesloten wegens ‘weigeren toegang tot de watermeter’ en in 2015 op 2049 afsluitingen waaronder 524 wegens ‘weigeren toegang tot de watermeter’. Onder die rubriek vallen zowel mensen die verhuisd zijn zonder hun contract op te zeggen, als mensen die niet willen open doen als hun water wordt afgesloten. De afsluiting gebeurt dan buiten in de straat.

Onwaarheid nummer vijf:
“Als Antwerpenaren toch omwille van financiële problemen worden afgesloten, zou de aansluiting binnen de week weer in orde zijn” (schepen Duchateau in De Morgen)

De Morgen (03/02/2016): ‘Als Antwerpenaren toch omwille van financiële problemen worden afgesloten, zou de aansluiting binnen de week weer in orde zijn. “We gebruiken dat als dwangmiddel voor mensen die maandenlang niet reageren op de betaalwaarschuwingen van hun watermaatschappij.”’
Ook die bewering klopt niet met de cijfers. In de ‘Statistieken toepassing algemeen waterverkoopreglement ‘ lezen we op p.72 tabel 29 dat voor Waterlink op 752 heraansluitingen er 407 gebeurden binnen een week, 208 tussen een week en een maand en 137 pas na meer dan een maand na afsluiting.
Het verhaal dat Ellen Dries in hetzelfde artikel van De Morgen brengt spreekt ook de bewering van Duchateau tegen: “Volgens Dries stelt het Antwerpse waterbedrijf te hoge eisen. “Gisteren probeerde ik bijvoorbeeld een betaalplan te regelen voor iemand die 600 euro aan achterstallige betalingen had. De watermaatschappij eiste dat het bedrag in drie beurten werd terugbetaald, maar het gezin kon die betaling van 200 euro per keer niet aan. Het voorstel om de betaling in zes te splitsen, werd gewoon geweigerd.”
Volgens het waterafsluitingsreglement van minister Schauwvliege dat vanaf 1 januari 2014 in voege is gegaan moet de watermaatschappij een afbetalingsplan op maat van de klant aanbieden, al is dat enkele euro’s per maand. In een antwoord op een schriftelijke vraag die ik eind 2013 indiende bij het OCMW wordt dat ook bevestigd:

Vraag: Is er nu een akkoord tussen de AWW en het Antwerps OCMW dat daarmee de huidige strenge en rigide procedure van voorwaarden tot afbetalingsplan gewijzigd zal worden?

Antwoord
Water-link hanteert doorgaans de volgende voorwaarden voor afbetalingsplannen:
– Indien de klant zich rechtstreeks tot Water-link richt: maximum 3 maanden
– Indien het dossier via LAC gaat: maximum 12 maanden

Het klopt wel dat deze standaardtermijnen voor sommige burgers te kort zijn. Op basis van het door het OCMW gevoerde sociaal onderzoek kan er echter op de LAC van die termijnen worden afgeweken om zo tot een afbetalingsplan “op maat van de klant” te komen.

Vraag: Is er nu een akkoord tussen de AWW en het Antwerps OCMW dat het volstaat dat de klant de waterfactuur één maal betaalt opdat er tot heraansluiting wordt overgegaan? Laat men de voorwaarde tot onmiddellijke betaling van minstens één derde van de schuld bij de AWW vooraleer tot heraansluiting over te gaan vallen?

Antwoord
Als een klant werd afgesloten omwille van wanbetaling (dus volgens de procedure die uitgebreid werd toegelicht in het antwoord op vraag 1), moet de watermaatschappij volgens het nieuwe AWVR (art 5§4) deze klant binnen de 5 werkdagen opnieuw aansluiten als aan volgende voorwaarden is voldaan:
– de klant heeft de afbetalingsregeling opgestart of hervat
– de watermaatschappij heeft de betaling of een bewijs van betaling ontvangen

De tot op heden gangbare praktijk van Water-link waarbij als voorwaarde voor heraansluiting de betaling werd gevraagd van 1/3 van de schuld bij een eerste wanbetaling, 1/2 van de schuld bij wanbetalers die al voor een tweede keer werden afgesloten of betaling van de volledige som voor mensen die zonder gegronde reden al meermaals werden afgesloten, kan dus vanaf inwerkingtrede van de nieuwe regels niet meer indien het een eerste afsluiting betreft. “

De casus van Ellen Dries in De Morgen van 3 februari toont aan dat Waterlink in Antwerpen gewoon dit reglement aan haar laars lapt.

Onwaarheid nummer zes:
“De toestroom van recente vragen vraagt om een aanpassing van het huishoudelijk reglement” (schepen Duchateau op OCMW-raad van 28 januari 2016)

Naar aanleiding van deze discussie heeft schepen Duchateau en het OCMW-bestuur besloten om huishoudelijk reglement te wijzigingen, waarbij het recht van de raadsleden tot het stellen van schriftelijke vragen of het opvragen van gegevens ernstig wordt ingeperkt en aan willekeur wordt onderworpen. Volgend agendapunt werd op de OCMW-raad van donderdag 28 januari 2016 meerderheid tegenover oppositie (met een onbegrijpelijke onthouding van de SP.a) goedgekeurd:

“Raad voor Maatschappelijk Welzijn Zitting van 28 januari 2016 Ontwerpbesluit OCMW Bestuurszaken
3 2016_RMW_00096 Initiatiefrecht raadsleden – Vragen raadsleden -Wijziging huishoudelijk reglement – MCOM_20160119 –RMW
Aanleiding en context
Initiatiefrecht raadsleden
Vragen raadsleden
Artikel 40 van het OCMW – decreet stelt dat de raadsleden het recht hebben van inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van het OCMW betreffen. In het huishoudelijk reglement staat onder artikel 52 opgenomen op welke wijze deze vragen, tot inzage, ingediend moeten worden. De toestroom van recente vragen vraagt om een aanpassing van het huishoudelijk reglement.

In het huishoudelijk reglement van het OCMW Antwerpen zal artikel 52 als volgt aangepast worden: De raadsleden richten hun vragen rechtstreeks aan de secretaris via mail: OCMWvragenraadsleden@OCMW.antwerpen.be.
Het recht tot vragen stellen mag niet leiden tot een belemmering van de normale werking van de administratie. Dit wil concreet zeggen dat de administratie enkel gegevens kan verstrekken die reeds aanwezig zijn en waarvoor geen specifieke acties moeten uitgevoerd worden. De secretaris zal iedere vraag beoordelen en hierover een antwoord verstrekken aan de raadsleden. Wanneer de informatie niet voorhanden is (bijv. statistische gegevens die niet automatisch voorzien worden) en/of niet kan aangeleverd worden (bijv. vragen over niet-bestaande documenten), zal dit zo door de secretaris teruggekoppeld worden aan de raadsleden. Bij vragen over onderwerpen die in hetzelfde zittingsjaar reeds aan bod kwamen, zal verwezen worden naar eerdere uiteenzettingen of reeds verschafte informatie.”

Het vet gedrukte deel wordt dus aan artikel 52 van het huishoudreglement toegevoegd.
Er was helemaal geen’ toestroom’ van recente vragen. Buiten de zeer opportune vraag over de zichzelf tegensprekelijke cijfers over het aantal waterafsluitingen werden de laatste drie maanden slechts enkele schriftelijke vragen ingediend.

De PVDA wil deze wijziging aan het huishoudelijk reglement aanvechten bij de gouverneur:
1. Artikel 40 OCMW decreet laat niet toe dat het allesomvattende recht op inzage door raadskleden van alle stukken die het bestuur van OCMW aanbelangen inhoudelijk zou beperkt worden om aangevoerde praktische redenen, zoals een beweerde overbelasting van de administratie;
2. Artikel 43 OCMW decreet laat niet toe dat het recht om vragen te stellen aan de voorzitter, c.q. ondervoorzitter(s) (en dus om een antwoord te krijgen op die vragen), inhoudelijk wordt beperkt om dezelfde aangevoerde praktische redenen; dit artikel laat ook niet toe dat de secretaris zou oordelen over het feit of een bepaalde vraag kan of moet worden beantwoord of niet;
3. Er is een probleem met de motivering van de voorgestelde wijziging van het huishoudelijk reglement: er is helemaal geen toevloed van mondelinge en/of schriftelijke vragen. Daarnaast blijkt uit de antwoorden van eind november 2015 en 21 januari 2016 dat de gevraagde informatie wel degelijk beschikbaar is bij of voor de OCMW administratie
4. Het is niet omdat de informatie die het bestuur van het OCMW aanbelangt eventueel elders moet worden opgevraagd, dat de vraag daartoe moet worden geweigerd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!