Denktank Liberales: lobbyen tégen vrijheid en emancipatie

Denktank Liberales: lobbyen tégen vrijheid en emancipatie

vrijdag 29 januari 2016 23:09




Het is weer zover. Opiniemaker Andreas Tirez (Liberales) kreeg deze week een podium in De Tijd voor een nieuw verhaaltje waaruit moet blijken waarom we cultuursubsidies beter afschaffen. De vorige keer dat hij met zo’n pleidooi in de media verscheen, bleek het om een pas-de-deux te gaan met de eerste besparingsshock van cultuurminister Gatz (Open VLD).

Liberalen onderling: de opiniemaker maakte de weg vrij voor de beleidsmaker. Die opende zijn mandaat nochtans met de loze woorden: ‘Er komt geen Grote Sanering, ik ga niemand op straat zetten…’ Met dit nieuw liberaal offensief van Liberales kunnen we best ons hart vasthouden voor de preadviezen van de structurele cultuursubsidies die er begin februari week aankomen. Recent werd helaas al duidelijk dat de kunstenaars alweer het kind van de rekening zijn.

Transfers…

Het argument van Tirez? Uit een nieuw onderzoek – betaald door de overheid overigens – blijkt dat mensen met een hoger inkomen verhoudingsgewijs méér participeren aan kunst en cultuur. Liberales leidt daaruit af dat dit een transfer van arm naar rijk impliceert, want subsidies worden evengoed door niet-gebruikers betaald. Onrecht!

We kunnen dit natuurlijk oplossen door de rijken méér te belasten, maar dan steigeren de open liberalen. Transfers van arm naar rijk zullen hen eigenlijk ook worst wezen. Denk maar aan de Turteltaks, aan al de instrumenten in fiscale vrijstellingen voor de rijken die ze zo vlijtig tot beleid maken, de notionele intrestaftrek met een oplopend prijskaartje van intussen al 40 miljard…

Liberalen die plots bezorgd zijn om een eerlijke verdeling, het is een mooi afleidingsmaneuver: in dezelfde week dat de media berichtten over de gigantische belastingsvlucht van multinationals snel wat verontwaardiging bijeen schrijven over de vermeende onrechtvaardigheid van cultuursubsidies. Zo is de aandacht opnieuw gericht op ‘de stoute staat’.

Bovendien, de grootste transfer van arm naar rijk is natuurlijk de zogenaamde ‘vrije markt’ zelf. Wie geen kapitaal heeft, moet zijn arbeid verkopen. De meerwaarde ervan verdwijnt vooral in de zakken van wie de productiemiddelen bezit. Het sociaal herverdelingsbeleid dient net om deze onrechtvaardigheid te compenseren.

Als liberalen bewindsvoerders worden, gebruiken ze hun macht daarentegen voor een liberale herverdelingspolitiek die opnieuw in de andere richting werkt: de publieke dienstverlening openstellen als wingewest voor private belangen. De besparingen zijn transfers van zorg en cultuur naar bedrijven.

Is het bijvoorbeeld niet hallucinant dat Audi zoveel subsidies krijgt – méér dan het integrale Vlaamse budget voor kunst en cultuur – op een moment dat de schandalen met sjoemelsoftware uitkomen? De fabrikant kreeg geen enkele sanctie, niemand naar de gevangenis. Integendeel: nog meer steun van onze regering.

Vrijheid, een privilege

Tirez gaat er prat op dat wat hij zegt simpelweg blijkt uit de cijfers. Maar als wetenschapper is hij blijkbaar niet echt in staat om die cijfers te interpreteren. Het is bijvoorbeeld niet omdat een hoge inkomensklasse meer participeert dat lagere inkomens uitgesloten worden. Zij participeren minder of niet, maar ze kunnen het wel als ze dat zouden willen.

Cultuursubsidies bieden hen die vrijheid, ze afschaffen kom neer op het afpakken van die vrijheid. Want hoe minder subsidies, hoe lager de participatie zal zijn. Uit de interviews van het onderzoek waar Tirez naar verwijst, blijkt dat mensen met een lager inkomen zeggen dat de financiële factor niet meespeelt. Maar het is niet omdat ze dit zeggen dat dit zo is. Om dat te weten, hoef je niet naar onderzoek uit de VS of de UK te verwijzen dat dit aantoont. Een beetje gezond verstand kan volstaan.

Minder cultuursubsidies betekent overigens minder diversiteit aan kunsten. Want in tegenstelling tot wat Tirez gelooft, kan je theater, dans, artistieke films en muziekopvoeringen met een grote bezetting aan musici simpelweg niet maken zonder publieke steun. Tenzij je cultuur wil reduceren tot commerciële musicals en popoptredens. Een breed aanbod van dezelfde sensationele blockbusters is nog geen keuzevrijheid.

Kortom, Tirez misbruikt een wetenschappelijk onderzoek om er een ideologisch praatje van te maken.

Cultuur niet emanciperend?

Tirez stelt tevens dat we niet mogen vergelijken met bijvoorbeeld het hoger onderwijs, waar je evengoed een hogere participatie hebt van jongeren uit gezinnen met een hoger inkomen. Daar is het dus ook zo dat de niet-gebruiker meebetaalt. Maar als het voor onderwijs prima is en niet voor cultuur, is het betoog van Tirez dan niet inconsequent? Tenzij kunst en cultuur volgens hem niet emanciperend werken. Maar dat zegt dan toch vooral veel over het gebrek aan cultuurbeleving van de open liberalen zelf.

Een andere inconsequentie: Tirez wijst erop dat het cultuurbeleid van cultuurminister Anciaux, met méér middelen en méér aandacht voor participatie, de participatie van de lagere inkomens niet drastisch heeft kunnen verbeteren. Nochtans is de vraag eerder: wat zouden de participatiecijfers dan zijn als dit beleid er niet was geweest? Tirez is er het allicht mee eens dat die participatie niet zal verhogen door cultuursubsidies af te schaffen.

Moeten we dan maar de markt laten spelen? Als het van Noël Slangen afhangt wel. Dat bleek uit de reactie van de reclameman van Open VLD op de ticketfraude rond K3 in De Afspraak: dat moeten we maar oplossen met méér markt. Nog duurdere prijzen. Melken maar die zingende kinderzieltjes: ‘10.000 luchtballonnen’…

Paternalisme

Ook opmerkelijk: dat de overheid via cultuurbeleid op emancipatie inzet voor de hele bevolking, bestempelt Tirez als ‘paternalistisch’. Maar in een tijd waarin je hoort dat ‘het publiek’ wel zal beslissen wat wel en geen kunst of cultuur is, het argument bij uitstek om marktwerking vrij spel te geven, wordt opvallend dikwijls vergeten dat ook ‘het publiek’ natuurlijk een product is van die markt.

Niet alleen cultuur, maar ook een cultuurminnend publiek moet je scheppen. Daar is cultuureducatie en dus een publiek steunbeleid voor nodig: het oude humanistische ideaal van de Bildung als buffer tegen het geweld van de markt.

Voortdurend leidt het rendementsdenken van de markt de aandacht af van wat waardevol is naar de snelle hap. Middelmaat en monocultuur zijn dan de norm. Is dit paternalisme van de markt – nog los van de terreur aan reclame – niet veel dwingender?

Wel of geen emancipatie, dat is uiteindelijk toch bijzaak voor liberalen. Het is hen om de krachtverhoudingen te doen: via een beleid van besparen en vermarkten willen ze private belangen aan zet krijgen. Dan komt hun kunst centraal te staan waarmee ze zichzelf op een sokkel zetten.

Neoliberales

Liberalen steigeren als je erop wijst dat ze zich opstellen als neoliberalen. Maar de standpunten die ze innemen gaan nochtans al te dikwijls regelrecht in tegen de opvattingen van de vader van het liberalisme: Adam Smith. Zo ook wat Tirez en cultuursubsidies betreft.

Adam Smith benadrukte dat het de plicht is van de overheid om in cultuur en educatie te voorzien, willen we vermijden dat de burger verstoken blijft van elke vorm van emancipatie …in order to prevent the almost entire corruption and degeneracy of the great body of people.[1]

 

 

Robrecht Vanderbeeken is filosoof en lid van de toekomstgroep van ACOD cultuur. Vorige maand verscheen zijn boek Buy Buy Art. De Vermarkting van kunst en cultuur (EPO).

[1] In the progress of division of labour, the employment […] of the great body of people, comes to be confined to a few very simple operations […] The man who’s whole life is spent in performing a few simple operations, of which the effects too are, perhaps, always the same, or very nearly the same, has no occasion to exert his understanding, or to exercise his invention in finding out expedients for removing difficulties which never occur. He […] becomes as stupid and ignorant as it is possible for a human being to become. His […] dexterity at his own trade seems, in this manner, to be acquired at the expense of his intellectual, social, and martial virtues. But […] this is the state into which the labouring poor, that is the great body of the people, must necessarily fall, unless government takes some pains to prevent it. […] necessary in order to prevent the almost entire corruption and degeneracy of the great body of people. – Boek V, The Wealth of Nations,- p. 429.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!