Mensenketting in Parijs
Analyse -

COP21: overwinning of farce?

Hoe moeten we klimaatakkoord dat afgesloten werd te Parijs evalueren? Loze beloften of een grote overwinning voor de klimaatbeweging? Matthias Lievens en Anneleen Kenis maken de balans op in een geüpdate versie van De mythe van de groene economie. Hier alvast een voorsmaakje.

vrijdag 29 januari 2016 11:21

Het belang van het akkoord in Parijs mag zeker niet onderschat worden. Voor het eerst gaan bijna alle staten van deze planeet akkoord om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Alleen al het feit dat er een akkoord is, is in die zin belangrijk. Hiermee wordt op zijn minst bekrachtigd dat er een ernstig probleem is, en dat wereldwijde actie nodig is. Als het ook in de praktijk wordt omgezet – wat overigens niet gegarandeerd is – zal langzaamaan een (erg beperkte) kentering worden ingezet. Maar daar stopt zo ongeveer het goede nieuws.

We moeten ons immers geen illusies maken: het akkoord van Parijs zet ons op weg naar een opwarming van tussen de 2,7 en 3,7°C, afhankelijk van de gebruikte klimaatmodellen. Goed voor een regelrechte klimaatcatastrofe dus. Via Campesina stelde het scherp in een persbericht net na de top:

“Staten zijn door niets gebonden, de nationale inspanningen leiden tot een klimaatopwarming van meer dan 3°C – en multinationals halen het grootste voordeel uit het akkoord. Het was in de kern niets meer dan een mediacircus.”

Nationale eigenbelangen en bedrijfsbelangen hebben verregaand hun stempel gezet op de tekst. Er wordt geen deadline naar voren geschoven voor de uitstootpiek. Het akkoord wordt pas van kracht in 2020, op een moment dat het al rijkelijk laat is om de doelstelling van 1,5°C nog te halen. Er worden geen doelstellingen opgelegd aan het luchtverkeer en de scheepvaart, samen nochtans goed voor 10% van de wereldwijde uitstoot.Staten zijn op geen enkele manier verplicht om hun vrijwillige doelstellingen te halen.

Het akkoord is getekend door de illusies van de groene economie, waarbij ‘innovatie’ de basis moet zijn voor zowel het stabiliseren van klimaatverandering als het stimuleren van de economische groei. Nogal wat journalisten en vertegenwoordigers van ngo’s die de onderhandelingen van dichtbij volgden, waren in de wolken over het akkoord. Als ze dit een goed akkoord vinden, dan laat dat wellicht vooral zien hoe groot de wanhoop was en hoe moeizaam de onderhandelingen verliepen. Of is het een teken dat veel journalisten en ngo’s nog altijd weinig kritische zin aan de dag leggen tegenover de retoriek rond technologie en groene economie?

Munitie

Het akkoord bevat wel een aantal verrassende, positieve punten. Jarenlang is door een aantal wetenschappers, kritische ngo’s en vooral kleine eilandstaten geijverd voor een klimaatdoelstelling van 1,5 in plaats van 2°C. Een keuze voor 2°C opwarming komt voor deze staten immers neer op het sluiten van een zelfmoordpact. Maar omdat 1,5°C vergaande en onmiddellijke inspanningen vergt, leek dit pleidooi tevergeefs.



Massabetoging in Parijs

Toen het nieuws doorsijpelde dat in het akkoord alsnog 1,5°C zou worden vermeld, waren veel activisten verbaasd. Toegegeven, er staat in de preambule van het akkoord enkel dat er ‘inspanningen’ zullen worden gedaan om de temperatuurstijging tot 1,5°C te beperken en de tegenspraak met de reële inspanningen die staten vrijwillig opnemen, is natuurlijk flagrant. Maar de verwijzing naar die 1,5°C geeft wel munitie aan de klimaatbeweging, die de afgelopen jaren regelmatig kon scoren door in te spelen op dit soort tegenstellingen.

Als we het klimaat willen stabiliseren mogen we nog een vijfde van de gekende voorraad aan fossiele brandstoffen verbranden. Waarom dan blijven boren naar olie? Steeds meer banken, bedrijven en investeringsfondsen claimen duurzaam te zijn. Waarom dan blijven beleggen in fossiele brandstoffen? Als het doel is de opwarming te beperken tot 1,5°C, waarom nemen overheden dan enkel maatregelen die ons op weg
zetten naar het dubbele?

Fossiele brandstoffen

Een van de hete hangijzers is de opvolging van het akkoord. Een aantal landen wilde pas tegen 2025 een eerste evaluatie maken van hun vrijwillige inspanningen. In Parijs werd echter beslist al in 2018 een eerste evaluatie te maken. De idee is dat staten vervolgens om de vijf jaar hun eigen rapport moeten opmaken, en voorstellen doen om hun uitstoot nog meer te verminderen. Het akkoord is ‘bindend’, benadrukte Obama, maar hier wordt vooral een woordspelletje gespeeld: staten zijn gebonden om de zoveel jaar een evaluatie te maken, maar ze zijn niet gebonden om hun doelstellingen te halen.

Zo’n werkwijze zou misschien een optie zijn geweest twintig of dertig jaar geleden. Maar nu het met de opwarming al zo ver is gekomen, blijft dit ver onder de lat. James Hansen maakt dan ook brandhout van het akkoord:

“Het is gewoon bullshit om te zeggen ‘we maken een doelstelling van 2°C en proberen vervolgens om de vijf jaar een beetje beter te doen’.Dat zijn louter waardeloze woorden. Er is geen actie, alleen beloftes.”

Wat er volgens hem moet gebeuren, is duidelijk: ‘Zolang fossiele brandstoffen de goedkoopste brandstoffen blijven, zullen ze verder opgebrand worden.’ Daarbij wijst hij impliciet naar zowat de meest flagrante tegenstelling van het akkoord: er wordt met geen woord gerept over fossiele brandstoffen, laat staan over de noodzaak ze onder de grond te houden.

De steenkoollobby reageerde dan ook onverstoord. Benjamin Sporton, het hoofd van de World Coal Association, benadrukte in een persbericht na de top dat de vrijwillige inspanningen van staten de essentie van het akkoord vormen, en dat het Internationaal Energieagentschap had berekend dat binnen dat kader de elektriciteitsproductie op basis van steenkool zou kunnen groeien met 24% tegen 2040, mits gebruik wordt gemaakt van ‘carbon capture and storage’ of koolstofopslag.

Techno-utopie

Grote bedrijven hebben er alles aan gedaan om hun belangen zo veilig mogelijk te stellen, en op een aantal vlakken zijn ze daar bijzonder goed in geslaagd. Een sleutelelement van het akkoord is het principe van netto emissieneutraliteit, dat naar voren wordt geschoven als doelstelling voor de tweede helft van de 21 ste eeuw. De gedachte is dat er tegen dan een balans moet zijn tussen de resterende uitstoot en negatieve emissies, bijvoorbeeld door koolstof op te slaan onder de grond.

Kevin Anderson, vicedirecteur van het Tyndall Centre for Climate Change Research en
een gezaghebbende stem in het klimaatdebat, is scherp voor die strategie: dit akkoord is gebaseerd op een ‘techno-utopisch’ raamwerk, zo stelt hij. Het kan enkel staande gehouden worden door impliciet een beroep te doen op het massale gebruik van technologieën die eigenlijk verre van operationeel zijn. Als de hoop op die technologieën ijdel blijkt te zijn, dan zijn de radicale doelstellingen van het akkoord ook betekenisloos.

Andersons conclusie: ‘De schaal aan emissiereducties zal niet gerealiseerd worden via krachtige speeches, win-winretoriek en propaganda voor groene groei. Koolstofvrije energietechnologieën (denk aan zonne- en windenergie) zijn een voorwaarde voor een toekomst van 2°C maar ze zijn verre van voldoende. Ze zullen alleen de noodzakelijke mitigatie opleveren als ze gepaard gaan met fundamentele veranderingen in het politieke en economische kader van de huidige samenleving. En laat net dat zijn wat overheden en machtige bedrijven vermijden door te mikken op risicovolle technologieën (zoals carbon capture and storage) en marktoplossingen.

Die laatste vormen het speerpunt van een machtige alliantie van bedrijven. Onder de vleugels van Engie (voorheen GDF Suez, moederbedrijf van Electrabel) verzamelden zich een reeks energiereuzen, die samen goed zijn voor de helft van de elektriciteitsproductie in Europa, om in het kader van COP21 samen te ijveren voor ‘koolstofmarkten’, ofwel emissiehandel.



(Copyright Climate Express)

Bij de Europese Commissie vindt de alliantie een gretig gehoor. Engie was ook een van de officiële sponsors van de klimaattop. Is het dan nog toevallig dat het akkoord van Parijs op tal van plaatsen subtiel of minder subtiel verwijst naar emissiehandel? In de tekst wordt expliciet gesproken over ‘internationaal getransfereerde mitigatie-uitkomsten’. In mensentaal: de compensatie van de uitstoot via offsetting. De linkse regeringen van Venezuela en Bolivia waren tegen, maar kwamen op hun weg de EU, de Wereldbank, het IMF en bedrijvenlobby’s tegen, die voluit gaan voor emissiehandel. Na Parijs wordt de deur opengezet voor koolstofcompensatie via bosbeheer, en voor een uitbreiding van wat binnen het kader van Kyoto het Clean Development Mechanism heette.

Gehaat en belasterd

Emissiehandel is maar één methode om een prijs te plakken op koolstof. Maar welke de gebruikte methode ook is, de doelstelling blijft dezelfde: ervoor zorgen dat het initiatief voor de verandering bij bedrijven blijft liggen, en niet bij de overheid. Dat maakt het voor die bedrijven ook mogelijk de huidige investeringen zo lang mogelijk te laten renderen.

Mochten overheden beslissen om vier vijfden van de fossiele brandstoffen onder de grond te laten, betekent dat voor veel bedrijven een financiële ramp. Een koolstofprijs kunnen ze nog wel aan: die zal wel aanzetten tot verandering, maar op een trage, graduele manier. Het duurt wel een tijdje voor zo’n mondiale koolstofprijs er is, en tegen dat hij voldoende hoog is, kunnen die bedrijven nog het maximum halen uit hun huidige investeringen.

Of het nu gaat over technologieën zoals koolstofopslag of marktmechanismen zoals emissiehandel, de tactische doelstelling blijft dezelfde: tijd kopen voor de fossiele brandstoffenindustrie. Als we de doelstelling van 1,5°C willen halen, dan is nochtans urgente actie nodig, zo stelt Bill Mc-Kibben van de internationale campagne 350.org:

“Om die doelstelling van 1,5°C te halen hebben we halsbrekende actie nodig van een soort die de meeste staten niet echt overwegen. Op dit punt zouden we bijna alle overblijvende steenkool en veel olie en gas onder de grond moeten houden, en industrieën overal ter wereld als in een noodsituatie aan het werk moeten zetten om zonnepanelen en windmolens te produceren.”

Dat betekent niet dat het akkoord geen effect zal hebben. ‘Dit verdrag is het belangrijkste investeringsadvies van de eeuw’, stelde een journalist van het Nederlandse internetmedium De Correspondent. 42 Daar is iets van aan: met dit akkoord wordt een transitie ingezet die veel te langzaam verloopt om het klimaat te stabiliseren, maar die wel een richting aangeeft. Hoeveel koolstofopslag en -compensatie er ook wordt gebruikt, de druk op de fossiele brandstoffenindustrie zal wellicht alleen maar toenemen. In die zin heeft het akkoord een reëel symbolisch effect: het geeft een extra legitimatie aan talloze campagnes en initiatieven tegen de fossiele industrie.

Brian Ricketts, het hoofd van de steenkoollobby in Europa, beseft dat maar al te goed. Na Parijs, zo beklaagt hij zich, dreigt zijn sector ‘gehaat en belasterd te worden, op dezelfde manier zoals de slavenhandelaars ooit gehaat en belasterd werden’. Als het reële klimaateffect van Parijs beperkt blijft, is het symbolische effect potentieel groot. Maar het moet wel nog verzilverd worden door de klimaatbeweging.

De geüpdate uitgave van De mythe van de groene economie wordt uitgegeven door EPO en is te verkrijgen in de winkel.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!