‘Een ongemakkelijke waarheid’

‘Een ongemakkelijke waarheid’

vrijdag 29 januari 2016 14:11

In 2012 nam Marc Leemans het roer over van Luc Cortebeeck als voorzitter van het ACV. In de kortste keren ontpopte hij zich als een vakbondsman in hart en nieren. Als er grenzen overschreden worden, als fundamentele principes waar de vakbonden voor staan onderuit gehaald worden, dan stellen we ons keihard en principieel op. Voor en tijdens de hete herfst van 2014 werd hij dan ook alom geprezen voor zijn oprecht engagement en overvleugelde hij in de media zijn collega bij het ABVV. Hij communiceerde zonder tierelantijntjes, noemde ‘man en paard’, omschreef de regeringsvoorstellen als ‘pure horror’ en wist behalve de vakbondsleden ook een ruim deel van de bevolking te mobiliseren.

Sympathie voor CD&V

Toch werd hij in de pers vaak geconfronteerd met de vraag hoe het dan zat met die bevoorrechtte  band van de vakbond met de CD&V. Op een insinuatie dat hij wel snel een toontje lager zou zingen als, mede door toedoen van de CD&V, de federale regering een oplossing voor de Arco-coöperanten uitdokterde, antwoordde hij: wij veranderen onze mening niet voor een bord linzensoep. Maar hoe zit het dan, werd hem in ‘De Zevende Dag’ (14/09/14) voor de voeten geworpen. “Uw zusterpartij, CD&V, waarmee u christendemocratische genen deelt, zal u zeker al wel opgebeld hebben.” Die opmerking werd de journaliste niet in dank afgenomen. Wij zijn een onafhankelijke beweging los van staat, kerk en politiek, sneerde hij terug. Natuurlijk onderhouden wij contacten met CD&V en ja wij delen dezelfde waarden zoals overleg en consensus. Maar wees ervan overtuigd, dat belet ons niet om onafhankelijke en kritisch het resultaat van de regeringsonderhandelingen te beoordelen en het hard te spelen indien dat resultaat ons niet bevalt.

Op de vooravond van wat later de grootste betoging zou worden in de straten van Brussel sinds de jaren 80 van vorige eeuw, werd Leemans op de openbare omroep opnieuw aan de tand gevoeld. In een uitzending van ‘Terzake’ (31/10/14)  werd hem nog maar eens de vraag gesteld hoe het nu eigenlijk zit met die relatie met de CD&V. Laat me eerst opmerken stelde Leemans dat de regering Michel uit drie harde liberale en één centrumpartij bestaat. En die centrumpartij is mee verantwoordelijk voor de foute keuzes die gemaakt zijn, laat dat duidelijk zijn, maar ze heeft ook veel tegen gehouden. Maar alles bij mekaar heeft de partij toch niet het verschil kunnen maken, merkte de journaliste op. Neen, het resultaat is niet goed, moest Leemans wel bekennen. Laat CD&V u dan niet in de steek vroeg de journaliste? Verwacht u nog iets van de partij, ging ze verder, of is uw geloof in de partij misschien verdampt? Eén partij kan onmogelijk het verschil maken, riposteerde Leemans. Wij verwachten iets van de hele regering. De journaliste beet zich echter vast in het onderwerp en waagde een nieuwe poging. U hebt toch een bevoorrechte relatie met de CD&V, u moet toch via de CD&V een iets directere toegang hebben om het regeerwerk te corrigeren? Ik kan niet ontkennen dat we een goeie relatie hebben met de partij, antwoordde Leemans. We delen trouwens een aantal waarden en visies. Maar je moet die kunnen realiseren en de partij weegt op dit moment veel minder zwaar dan vroeger. Maar nogmaals, ze hebben veel tegen gehouden. Al moet ik ook bekennen dat ze veel goals hebben binnen gelaten. Hoe moet ik die relatie met de partij dan inschatten, drong de journaliste verder aan, van oudsher zijn jullie toch deel van een zuil? Mevrouw, ik ben voorzitter van het ACV, antwoordde Leemans. Ik heb –voor alle duidelijkheid – geen partijkaart van de CD&V en ik voel me niet als een deel van een zuil. Ik ben niet rechtstreeks verbonden met die partij al heb ik daar veel sympathie voor.

Maakt die partij het verschil?

Dat laatste had hij volgens ons beter niet (luidop) gezegd. Zou de voorzitter daar geen prijs moeten voor betalen? Want hoe kan je aan de eigen achterban en de brede samenleving de relatie met een partij blijven verdedigen als die toch niet het verschil kan maken? Als je dan nog zegt dat je die partij sympathiek vindt, terwijl vele militanten hun geloof in de CD&V al langer hebben opgegeven (het ‘verzet’ van de partij is enkel voor de bühne) , ondergraaf je dan niet je eigen geloofwaardigheid, slag- en mobilisatiekracht?  Na de protestgolf in de herfst van 2014, ebde het verzet geleidelijk weg maar de onvrede over de regeringsmaatregelen en het falen van het sociaal overleg bliezen het protest nieuw leven in. In april 2015 was Marc Leemans tijdens de slottoespraak op het ACV-congres dan ook zijn eigen strijdbare zelf: “het harteloze beleid, zonder mededogen, zonder medeleven verder bestrijden.” In mei kondigde de vakbonden een nieuwe nationale betoging aan op 7 oktober 2015. Ferre Wyckmans blikte in augustus (DWM, 05/08/15) al vooruit op die nationale betoging: “als het signaal van de straat op 7 oktober niet aankomt, dan moeten we verdere acties overwegen.”
Andermaal werd de nationale vakbondsbetoging een overweldigend succes. Maar niet ingebed in een breder actieplatform met concrete eisen zoals tijdens de herfst van 2014, gaapte na 7 oktober de leegte.

Zonder CD&V zou het nog veel erger zijn

In een kranteninterview (DM, 31/10/15) onder de titel ‘We zitten terug in de tijd van Daens’ lichtte Marc Leemans een en ander toe. Een toelichting waarbij wij ons heel ‘ongemakkelijk’ begonnen te voelen. Het interview opent met een kadertje waarin gefocust wordt op Leemans uitspraken over de CD&V. Hij evalueert “wat CD&V in deze regering doet als heel, heel, heel onvoldoende” en “Kris Peeters doet zijn best, maar dat is niet genoeg. De partij biedt te weinig weerwerk om een terugkeer naar de tijd van priester Daens tegen te houden. Onze invloed op de regering is bijna onbestaande.” Moet u dan niet boos zijn op CD&V, vroegen de interviewers? “Het is toch minister van Werk Kris Peeters die jullie dwingt om het stakingsrecht te herbekijken?” Hola, antwoordde Leemans, je mag de dingen niet op hun kop zetten. Peeters vraagt enkel dat de sociale partners ‘het herenakkoord’ evalueren terwijl andere partijen wetgevende initiatieven hebben aangekondigd over het stakingsrecht en de rechtspersoonlijkheid. “Je kunt dan schieten op de ene, maar de rest doet veel ergere dingen. Het is wat gemakkelijk om CD&V te veroordelen.” Of hoe de voorzitter zijn mantra herhaalt: er zijn drie harde liberale partijen en één redelijke centrumpartij die door de drie anderen wordt platgewalst. Zijn ultieme redenering is dan ook: zonder CD&V zou het nog veel erger zijn, laten we die dus maar aan boord houden om de schade toch enigszins te beperken.

Corrigeren en repareren

Dat is volgens ons, een absurde redenering. Wordt hier geen loopje genomen met de waarheid? De manier waarop Leemans hier de CD&V in bescherming blijft nemen, wordt nu wel erg gênant. Zowel in de aanloop naar de federale verkiezingen als tijdens de regeringsonderhandelingen  werd er in brede kringen van de christelijke arbeidersbeweging gewaarschuwd voor het uiterst rechtse sociaaleconomisch programma van de N-VA. En toen CD&V, al geruime tijd meer uitgesproken Vlaams en sociaaleconomisch meer naar rechts georiënteerd, met de stilzwijgende steun van het toenmalige ACW, in regeringen met de N-VA stapte, waren velen in het ACV not-amused. De beslissing om met de N-VA in zee te gaan was niet enkel ingegeven door machtspolitieke spelletjes (hoe bieden we het hoofd aan N-VA, op welke manier worden we opnieuw de grootste) maar ook omdat men brood zag in het sociaaleconomisch programma van de partij. Op je klompen kon je aanvoelen dat dit slecht zou aflopen. Het toenmalige ACW en CD&V zijn met volle verstand en overtuiging het huwelijk met de N-VA aan gegaan. Nu erover klagen dat de speelruimte minder groot is dan toen werd ingeschat, is intellectueel niet eerlijk. Zo zijn we in een situatie verzeild geraakt waarin CD&V wat tegenspartelt, zandzakjes uitdeelt, terwijl de sluizen van draconische maatregelen wagenwijd openstaan en de vakbonden, zonder veel succes, pogen te reparen wat nog te reparen valt. CD&V, zogezegd het ‘sociale geweten’ van de regeringen, dringt dus aan op correcties. Maar we moeten wel beseffen dat het om correcties gaat over maatregelen die de partij eerst mee onderhandeld en goedgekeurd heeft. En laat ons wel wezen: als we niet opletten zal er straks, alle correcties ten spijt, voor velen zelfs geen bord linzensoep meer over zijn. Neem nu het meest recente voorbeeld van die ‘sociale correcties’: gepensioneerden krijgen geen belastingvermindering in het kader van de taxshift maar wel een ‘sociale correctie’ van welgeteld 1% die nogmaals welgeteld 12% van alle gepensioneerden ten goede zal komen. Terecht heeft het gemeenschappelijk vakbondsfront het in zijn persmededeling (25 januari 2016) over “een driedubbele kat in een zak, een slag in het gezicht van diegenen die nu al op het einde van de maand amper de eindjes aan elkaar kunnen knopen.”  

Moet de vakbond zich aanpassen?

In hetzelfde interview verbaast Leemans ons met zijn sterke uitspraken over het stakingsrecht om ons dan even later weer met een koude douche te verrassen. De regering is voor de  betogingen en stakingen in het najaar van 2014 niet geplooid. “Oké, dan passen wij ons aan”, zegt hij. “Wij zullen geen wegen blokkeren of stakingen organiseren…Wij gaan maar staken als het niet anders kan. Dat wapen moet zo lang mogelijk in de kast blijven.” Als je te vaak met je kop tegen een muur loopt, dan krijg je hoofdpijn. Je moet dus “intelligent omgaan met de middelen die je hebt om je doel te bereiken. En dat doel is een evenwichtig regeringsbeleid, niet de regering doen vallen.” Op zijn zachtst gezegd voelen wij ons ‘ongemakkelijk’ bij deze uitspraken. De teerling is geworpen en het spel is bekend. Om het in zijn eigen woorden te zegen: “de rijken worden ontzien en gewone mensen betalen de factuur.” Van een ‘evenwichtig’ beleid is hoe langer hoe meer niets te merken. De grenzen van fatsoen worden dagelijks overschreden. Ook Leemans beseft dat natuurlijk. Maar de man die zich in 2014, toen er duidelijk grenzen overschreden werden, profileerde als een principiële en beginselvaste syndicalist is geëvolueerd naar een realistische pragmaticus die zijn kansen wikt en weegt en defensief probeert te redden wat nog te redden valt. Wij spelen liever offensief. Bestaat de mogelijkheid dat de voorzitter alsnog het geweer van schouder verandert? Hij geeft het zelf te kennen op het einde van het interview. “De grens is voor een aantal mensen al overschreden. Dat is de reden waarom onze sectorfederatie Metea haar vertrouwen in CD&V heeft opgezegd.” Als hij eerlijk is, beseft hij beter dan wie ook dat niet enkel voor de leden van Metea de grens is overschreden. Niet alleen werknemers en uitkeringsgerechtigden en gezinnen, de hele samenleving kreunt onder de harde en onrechtvaardige besparingsmaatregelen. Daarom hopen wij vurig dat zoveel mogelijk andere centrales het voorbeeld van Metea volgen en het ACV eindelijk de kat de bel kan aanbinden. De breuk met de CD&V maakt dan de weg vrij voor een offensieve aanpak tegen het regeringsbeleid dat voor steeds meer mensen geen enkel perspectief  meer biedt.

Voor Beweging?: Omer Mommaerts, Jef Mariën, Anne Dhooghe, Pros Vandebroek, Willy Verbeek
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!