Ctrl+Alt+Delete: Het manifest van John Crombez tegen het licht gehouden
Recensie -

Ctrl+Alt+Delete: Het manifest van John Crombez tegen het licht gehouden

Met Ctrl+Alt+Del probeert John Crombez het sociaal-democratisch gedachtengoed de 21ste eeuw binnen te loodsen. Maar slaagt hij daar ook in?

vrijdag 22 januari 2016 18:35

Ctrl+Alt+Del. U kent het wel. Het is doorgaans de code die u intikt wanneer de computer koppig zijn diensten blijft weigeren. Voor Crombez is die Ctrl+Alt+Del (hierna: CAD) een metafoor voor de remedie die ons kan wegleiden uit een vastgelopen samenleving. Een reset hebben we nodig en die reset bestaat onder andere uit het herdenken van onze fiscaliteit, de invulling van onze sociale zekerheid, het ondernemen en de organisatie van de bancaire sector.

De toon van Crombez’ meest recente pennenvrucht is offensief en toekomstgericht. Hij zoekt daarom ook expliciet aansluiting bij denkers die de toekomst proberen vorm te geven door nieuwe ideeën te ontwikkelen. Denk daarbij aan theoretici als Jeremy Rifkin en Michel Bauwens. Ook bij de Nederlander Rutger Bregman heeft Crombez duidelijk inspiratie opgedaan.

Revoluties en schrikbeelden

Eén van de belangrijkste verdiensten van CAD is dat het de technologische en economische (r)evolutie die we momenteel meemaken serieus neemt, en dat er ook pogingen worden ondernomen om te antwoorden op die (r)evoluties. Vooral in het eerste hoofdstuk, of Shift 1 zoals Crombez het noemt, wordt een pertinente analyse gemaakt van een nieuwe economische realiteit: digitalisering, de revolutie in communicatietechnologie, robotisering en 3D-printing zorgen er niet alleen voor dat klassieke grenzen tussen consumenten en producenten vervagen, maar ook dat traditionele industrietakken weggevaagd worden. En voor al wie zich progressief of sociaal noemt, luidt de opdracht dat we moeten zorgen voor sociale correcties op die technologische revolutie.

Want, zo schrijft Crombez, als we geen sociale correcties doorvoeren dan doemt “het schrikbeeld” op van “een digitale economie zonder jobs, geautomatiseerd en gerobotiseerd.” Vandaar:

“De digitale revolutie dwingt ons om het verdienmodel van de klassieke industrie en dienstensector te herdenken. Een app met 55 werknemers (Whatsapp, nvdr) die 900 miljoen klanten van zo goed als gratis telefonie voorziet en een paar uitvinders miljardair maakt, kan geen duurzaam verdienmodel zijn.”

Het is de moeite waard om even stil te blijven staan bij dit citaat. Want Crombez schuift hier een aantal belangrijke zaken naar voor. Vooreerst is er de analyse dat nieuwe technologieën bestaande ongelijkheden verder vergroten. Whatsapp is daar inderdaad een goed voorbeeld van. Het bedrijf dat Whatsapp opkocht, Facebook dus, misschien nog een beter. Zuckerberg strijkt miljarden op door gebruikers op zijn platform te laten communiceren met elkaar. Wie op Facebook actief is werkt dus eigenlijk gratis voor Marc Zuckerberg (want de dag dat er op Facebook geen sociale uitwisseling meer plaatsvindt, sterft het platform).




De groeiende ongelijkheid wil Crombez ondermeer tegengaan door alle vormen van inkomen te integreren in de personenbelasting. Die belasting moet trouwens op progressieve wijze geïnd worden. Weg dus met vlaktaksen op vermogensinkomsten. Daarnaast wordt ook een Europees minimumloon naar voor geschoven. Hoewel dit op zich sociale en goede maatregelen zijn, blijft het natuurlijk de vraag of je hiermee de Zuckerbergs van deze wereld op de knieën kan dwingen. Daarvoor zou je moeten inzetten op vormen van internationale vermogensbelasting en de aanpak van fiscale paradijzen. Maar daar wordt niet over gerept in CAD.

Rugzakje

Het grote schrikbeeld van Crombez is dat we terechtkomen in een economie die quasi volledig geautomatiseerd is en waarin er dus steeds minder jobs voor handen zijn. Net om dit te vermijden moeten we inzetten op het herstel van een volledige werkgelegenheid, aldus Crombez. De titel van het zesde hoofdstuk luidt dan ook: “Een Europa met volledige tewerkstelling als basisprincipe”. In hetzelfde hoofdstuk lezen we: “Het is mijn overtuiging dat we het Europees economisch beleid moeten bijsturen en volledige tewerkstelling opnieuw als doelstelling moeten formuleren.”

Ook de voorstellen voor het hervormen van de sociale zekerheid die zijn opgenomen in CAD zijn gebaseerd op de veronderstelling dat we terug moeten naar een situatie van volledige werkgelegenheid. Crombez gaat ervan uit dat onze sociale zekerheid een te complex kluwen is geworden en stelt daarom een radicale vereenvoudiging voor. Die vereenvoudiging bestaat uit drie grote ingrepen:

  1. Iedere niet-werkende krijgt een basisloon dat hen moet beschermen tegen armoede.
  2. Een werkweek van 30 uur en een loopbaan van 42 jaar wordt de nieuwe norm. Wie meer werkt kan meer verdienen of krijgt extra tijd tijdens de loopbaan
  3. Op de leeftijd tussen 18 en 23 wordt een basisinkomen uitgekeerd. Dat is een ‘rugzakje’ voor de verdere loopbaan.

Op zich zijn dit vrij verregaande maatregelen die haaks staan op de sociale zekerheid zoals wij die kennen. Het is een manier om vormen van arbeidsduurvermindering en basisinkomen te incorporeren in de sociale zekerheid en zo nieuwe sociale rechten te creëren. Dit opent ook de mogelijkheid naar een nieuwe strijd die deze rechten verder kan uitbreiden, in plaats van ons te focussen op een strijd die inzet op het behouden van wat we hebben.

Werkbereidheid

Maar er schuilt ook een addertje onder het gras. Als voorwaarde voor het basisloon voor +23 jarigen moet werkbereidheid kunnen aangetoond worden. Maar hoe kan je iets subjectiefs als werkbereidheid aantonen? Het antwoord van Crombez: “Als iemand een job zoekt, dan kan werkbereidheid bewezen worden door in te gaan op aanbod van job, opleiding of maatschappelijk werk. Als iemand kiest voor een time-out na een periode van veel en intensief werken, dan kan werkbereidheid bewezen worden door de terugkeer naar de job na de time-out.”

Hier begeeft Crombez zich op glad ijs. Werkbereidheid aantonen kan enkel door opnieuw een controleapparaat los te laten op niet-werkenden of werkzoekenden. Binnen een dergelijke context is het de niet-werkende die per definitie als ‘verdacht’ wordt beschouwd en moet bewijzen waarom hij of zij niet werkt. Dat werkt nodeloos stigmatiserend en betekent in de praktijk vaak een rem op sociale emancipatie.




 

Maar er is meer. Het concept werkbereidheid houdt maar steek wanneer er natuurlijk voldoende werk voorhanden is. En hier botsen we terug op de premisse waarop de meeste voorstellen van Crombez gebaseerd zijn: de terugkeer van de volledige werkgelegenheid. De vraag is: kan die volledige werkgelegenheid ooit terugkeren?

Jobs! Jobs! Jobs!

In 1982 klokten we af op 535.000 werklozen, vandaag zitten we aan 615.000 werklozen. En dat na dertig jaar van activeringen en regeringen die jobs, jobs, jobs beloofden. Sinds de jaren zeventig – de jaren waarin het spook van de werkloosheid opnieuw opkwam – is het aantal werklozen enkel gestaag blijven stijgen. We hebben dus te maken met een structurele evolutie. Ook het meest recente rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) stemt allesbehalve positief. Wereldwijd zijn er in 2015 197,1 miljoen werklozen. Verwacht wordt dat hun aantal met 4,8 miljoen zal toenemen in de komende twee jaar. Dat is volgens het ILO te wijten aan verzwakte economieën.

Toenemende werkloosheid is echter niet louter het gevolg van een stagnerende economie. Net door de technologische revolutie die we vandaag meemaken, slagen we erin om steeds meer met steeds minder te produceren. De groei die nog gecreëerd wordt is er één zonder veel bijkomende banen. Crombez haalt zelf één van de treffendste voorbeelden aan: WhatsApp bedient met een vijftigtal werknemers meer dan 900 miljoen klanten.

De economen Carl Benedikt Frey en Michael A. Osborne van de University of Oxford maakten een lijst op van jobs die dreigen te verdwijnen onder het geweld van de robotrevolutie. Van de 702 beroepen die ze in kaart brachten, is bijna de helft in gevaar. Het gaat niet alleen om jobs in de industrie. Ook goedbetaalde banen in de dienstensector zoals belastingadviseurs, verzekeraars of dataverzamelaars staan op de tocht. Bij sommige persagentschappen leveren computerprogramma’s nu al nieuwsberichten aan. Voor het schrijven van reportages, interviews en onthullende artikels heb je nog altijd reporters van vlees en bloed nodig. Maar wat met de desktopjournalistiek of de copywriters?

Verbeelding

Uitgaan van een herstel van volledige werkgelegenheid lijkt dus een utopie te zijn. Maar als die utopie van de volledige werkgelegenheid niet haalbaar is, rest ons dan niet de dystopie van massale werkloosheid? Volgens Crombez wel. Maar net op dit punt toont Crombez een gebrek aan verbeeldingskracht. Want waarom moeten we eigenlijk iedereen per se aan het werk krijgen als het duidelijk is dat er gewoon geen werk genoeg meer is? En vormt het gebrek aan werk niet net een kans?

Ooit trokken de socialisten ten strijde voor een achturendag. In de tijd waarin die achturendag als eis naar voren werd geschoven, kwam dat neer op een radicale vorm van arbeidsduurvermindering. Waarom slaan we niet opnieuw die richting in? Net omdat er steeds meer automatisering en robotisering is, opent zich ook opnieuw de mogelijkheid om betaalde arbeid verder in te perken zodat we ook rustiger kunnen leven waarbij betaald werk minder centraal staat.




Crombez doet natuurlijk wel een poging om arbeidsduurvermindering op de agenda te zetten door de 30-urenweek en de 42-jarige loopbaan naar voor te schuiven. Dat is op zich een belangrijke zet. Maar nog steeds schermen met een concept als werkbereidheid ondergraaft het potentieel van die maatregel. Als we echt willen inzetten op arbeidsduurvermindering, dan zal ook de centraliteit van arbeid en de bijbehorende arbeidsmoraal langzaam ontmanteld moeten worden. Dit betekent dat we concepten als werkbereidheid en volledige werkgelegenheid achter ons moeten laten, omdat het concepten zijn die passen bij een samenleving waarin arbeid verengd wordt tot betaalde arbeid.

Opvallende afwezigen

Inzetten op een samenleving waarin betaald werk minder centraal staat? Het klinkt allemaal wat dromerig en utopisch. Maar eigenlijk is het een noodzaak. Hoeveel uren staan we niet dagelijks in de file? Hoeveel voorverpakte maaltijden worder er dagelijks verkocht omdat mensen de tijd niet meer hebben om te koken na een drukke werkdag? Hoeveel energie kost het om alle kantoorruimten te verwarmen en te verlichten? Werken vergroot onze ecologische voetafdruk en het stimuleert een levenswijze die gericht is op consumptie. Minder werken daarentegen zou kunnen bijdragen tot een samenleving waarin mensen meer tijd hebben om zich een ecologische levenswijze aan te meten. Seizoensgroenten eten in plaats van diepvriespizza’s, de fiets nemen in plaats van de auto, een eigen moestuintje aanleggen; het is allemaal mogelijk maar je moet er wel de tijd voor hebben. Ecologische transitie zal daarom niet mogelijk zijn als we betaalde arbeid blijven beschouwen als het alfa en omega van de economie.

Ecologie is trouwens één van de opvallende afwezigen in CAD. Het woord ecologie komt welgeteld één keer voor in het manifest van Crombez. Daar kan je tegenin brengen dat het niet Crombez’ ambitie is om het over ecologie te hebben, maar de vraag is of je anno 2015 nog kunt spreken over economie zonder het over ecologie te hebben. Het antwoord is neen natuurlijk. Ecologie is dè uitdaging van de 21ste eeuw. Alle parameters voor de gezondheid van de planeet staan reeds in het rood. Dat daar zelfs geen alinea, laat staan een hoofdstuk aan gewijd wordt is eigenlijk onbegrijpelijk.



‘Klimaatverandering aanpakken? Natuurlijk niet. Wij zijn een luchtvaartmaatschappij.’ – Air France

Maar er zijn nog meer opvallende afwezigen. Op meerdere momenten in het boek hamert Crombez op de noodzaak om opnieuw de strijd aan te gaan. Maar over één van de voornaamste instrumenten voor die strijd, met name de vakbonden, blijft het stil. Heel stil zelfs. Er wordt gewoon niet over gerept. Vermoedelijk spelen hier politiek-strategische overwegingen mee. Maar dit soort manifest kan evengoed een plaats zijn waarin denkpistes worden aangereikt voor de rol die vakbonden kunnen spelen in een razendsnel evoluerende economie. Een gemiste kans dus.

Een laatste grote afwezige is migratie. Ook daarover wordt in alle talen gezwegen. Maar opnieuw, kunnen we ons in deze tijden nog permitteren om daar niets over te schrijven in een boek dat als ambitie heeft om de toekomst opnieuw uit te vinden? Hoe kan je het hebben over economie en sociale zekerheid zonder het over migratie te hebben? Migratie verdwijnt niet door erover te zwijgen. De zesduizend doden die de afgelopen twee jaar vielen aan de Europese buitengrenzen verdwijnen er al evenmin door. Die menselijke tragedie maakt één ding duidelijk: in de 21ste eeuw hebben we niet meer de luxe om politiek te denken binnen het veilige kader van de natiestaat of de Europese ruimte. Het is een les die Crombez alvast nog niet kan of wil trekken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!