Tareq Ayyoub
Analyse, Nieuws, Wereld, Samenleving, Politiek -

Irak in 2015 alweer het dodelijkste land voor journalisten

Het aantal journalisten en mediawerkers dat wereldwijd de dood vond in 2015 schommelt tussen 98 en 133, al naargelang de bron. Dat is veel hoger dan in 2014. Irak was alweer het dodelijkste land met 48 slachtoffers. Geen enkel westers persagentschap vermeldt de rapporten van Iraakse journalistenverenigingen. “Embedded Journalism”: een analyse van de beschikbare bronnen en de periode sinds 2003.

zondag 10 januari 2016 17:21

Reporters zonder Grenzen (RSF) – 110 journalisten gedood in 2015 – 11 gedood in Irak

Ten minste 67 journalisten werden gedood tijdens de verslaggeving of vanwege hun werk. RSF veroordeelt het gebrek aan bescherming van journalisten.

In totaal werden 110 journalisten gedood in verband met hun werk of om onduidelijke redenen in 2015, volgens de cijfers gepubliceerd op 29 december 2015 door Reporters zonder Grenzen.

De 67 sterfgevallen van 2015 brengen het totale aantal journalisten, gedood in verband met hun werk, sinds 2005 op 787. Het was niet mogelijk om de omstandigheden of de motieven van 43 andere gedode journalisten duidelijk vast te stellen. Zevenentwintig burger-journalisten en zeven media-arbeiders werden ook gedood in 2015.

“De oprichting van een specifiek mechanisme voor de handhaving van internationale wetgeving betreffende de bescherming van journalisten is absoluut noodzakelijk,” zei RSF secretaris-generaal Christophe Deloire in het rapport.

Irak was in 2015 het meest gevaarlijke land voor journalisten. 11 journalisten werden gedood in Irak, 10 in Syrië, en 8 in Frankrijk, aldus het rapport.

International Press Institute (IPI) – 133 journalisten gedood in 2015 – 16 gedood in Irak

IPI: 2015 is één van de dodelijkste jaren voor journalisten.

98 journalisten werden gedood vanwege hun werk, voor 35 anderen blijven de motieven onbevestigd.

Dat aantal is inclusief de executie van 16 journalisten in Irak, het bloedbad op acht journalisten in het Parijse kantoor van Charlie Hebdo in januari, vijf journalisten die gedood werden in Libië in april, alsook de moorden op twee Syrische journalisten in Turkije in oktober.

Het International Press Institute is een wereldwijd netwerk voor vrije media, opgericht in oktober 1950.

De Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) – 115 journalisten gedood in 2015 – 10 gedood in Irak

De Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) is ‘s werelds grootste organisatie van journalisten. Oorspronkelijk opgericht in 1926, werd het opnieuw gelanceerd in 1946 en opnieuw in zijn huidige vorm in 1952. Vandaag vertegenwoordigt de Federatie ongeveer 600.000 leden in meer dan 134 landen. Volgens IFJ werden 115 journalisten gedood in 2015, waarvan 10 in Irak.

Committee to Protect Journalists (CPJ) – 98 journalisten vermoord in 2015 – 5 gedood in Irak

CPJ bevestigt dat 69 journalisten werden gedood in 2015 en zegt dat Syrië het dodelijkste land is.

Syrië en Frankrijk waren de dodelijkste landen voor journalisten in 2015, volgens een rapport op 29 december 2015 van CPJ. 

Volgens CPJ zijn 69 journalisten gedood omwille van hun werk (motief bevestigd), met 40 procent van de slachtoffers gevallen door islamitische militanten, negen van hen in Frankrijk. Dat is een stijging tegenover 2014 met 61 bevestigde moorden. CPJ is nog een extra aantal sterfgevallen aan het onderzoeken, waarvan nog moet bepaald worden of ze werk-gerelateerd zijn.

Syrië staat bovenaan de lijst met 13 doden, gevolgd door Frankrijk met 9 doden, waarvan 8 als gevolg van de aanval op de kantoren van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in januari 2015.

Het aantal sterfgevallen in Syrië hebben die in andere landen ver overtroffen. Maar doden vielen in heel uiteenlopende regio’s, volgens de studie, met ten minste vijf zowel in Irak, Brazilië, Bangladesh, Zuid-Soedan als Jemen.

– 71 journalisten gedood in 2015 / Motief bevestigd

– 3 Media werknemers gedood in 2015

– 24 journalisten gedood in 2015 / Motief onbevestigd

Dat zijn 98 slachtoffers, waarvan 5 in Irak.

UNESCO

UNESCO heeft een lijst van 98 journalisten die vermoord zijn in 2015, onder wie 6 in Irak.

Press Emblem Campaign – 135 journalisten gedood – 10 gedood in Irak

Samenvatting voor 2015: 135 journalisten vermoord in 33 landen: Syrië: 13 gedood, Irak: 10, Mexico: 10, Frankrijk: 9, Brazilië: 8, Libië: 8, de Filippijnen: 8, India: 7, Zuid-Soedan: 7, Jemen: 7, Pakistan: 6, Somalië: 6, Honduras: 5, Colombia: 4, Oekraïne: 4, Bangladesh: 3, Guatemala: 3, Afghanistan: 2, USA: 2. Een journalist werd vermoord in elk van de volgende landen: Azerbeidzjan, Burundi, de Dominicaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, Gaza (OPT), Ghana, Indonesië, Kenia, Mali, Mozambique, Paraguay, Polen en Saudi-Arabië.

Press Freedom Advocacy Association in Iraq (PFAAI) – 28 journalisten gedood in Irak in 2015

Achtentwintig journalisten werden gedood in Irak in 2015, aldus Press Freedom Advocacy Association in Iraq in een recent rapport.

De vereniging zei dat 17 van de slachtoffers werden gedood door IS. Nog eens 25 journalisten raakten gewond tijdens militaire operaties. 

Het rapport documenteerde 180 gevallen van geweld tegen journalisten in Irak, waaronder doodsbedreigingen, arrestaties, detenties, geweldpleging en het hinderen van de verslaggeving. Journalistiek in Irak blijft een riskant beroep.

Iraq Journalist Syndicate (IJS) – 29 journalisten gedood in Irak in 2015

Het Iraakse Journalist Syndicate onthulde op 15 december 2015 de namen en details van 29 journalisten die werden gedood in 2015 in verschillende delen van Irak, vooral door ISIS.

Tellingen brengen het dodental van de journalisten in het land op 435 sinds de Amerikaanse invasie in 2003, aldus het Chinese nieuwsagentschap Xinhua.

“Iraakse journalisten zijn zeer bevreesd voor hun veiligheid. Ze blijven nog steeds kwetsbaar voor aanslagen in de afwezigheid van een rechtsstaat en het gebrek aan kennis in sommige ministeries voor de positieve rol die de pers kan spelen bij het evalueren van politieke prestaties en bij het opsporen en corrigeren van fouten”, aldus het rapport van het Journalist Syndicate.

Het rapport toont aan dat IS terroristen in 2015 20 journalisten hebben vermoord in de buurt van de stad Mosoel. Drie journalisten werden gedood terwijl ze verslag uitbrachten van de gevechten tegen IS en zes anderen werden gedood in het bijna dagelijkse geweld in Bagdad en andere Iraakse steden.

Volgens het rapport werden meer dan 43 misdrijven geregistreerd tegen journalisten in de loop van het jaar, variërend van ontvoering en geweldpleging tot overvallen op hun kantoren om verslaggeving te voorkomen.

Waarnemers leggen de schuld van de huidige chronische instabiliteit, de cyclus van geweld, en de opkomst van extremistische groepen zoals IS, bij de VS, die in maart 2003 Irak binnenvielen onder het voorwendsel van het zoeken naar massavernietigingswapens (WMD).

48 journalisten en mediawerkers werden in Irak gedood in 2015

Als we op zoek gaan naar vermoorde journalisten in Irak en we vergelijken bovenstaande lijsten en andere persartikels, dan moeten we vaststellen dat tenminste 48 journalisten en mediawerkers werden gedood in Irak in 2015. Dat is een heel wat meer dan de 5 van CPJ, de 11 van RSF, de 16 van IPI, de 6 van Unesco en de 10 van PEC en IFJ.

Het is bijzonder opmerkelijk dat enkel het Chinese persagentschap Xinhua het rapport van het Iraakse Journalist Syndicate in het Engels vermeldt. Het rapport zelf is trouwens enkel beschikbaar in het Arabisch. Vele oosterse landen vermelden dit rapport, maar geen enkel westers persagentschap, noch enige westerse krant doet moeite om de Iraakse cijfers te onderzoeken, laat staan melding te maken van de twee Iraakse rapporten. Dat is in het beste geval slordig werk, in het slechtste geval een uiting van minachting voor niet-westerse bronnen, eurocentrisme. De voormelde westerse organisaties, die de belangen van de journalisten zouden moeten verdedigen, laten hun collega’s in Irak in de steek, zoals dat al sinds 25 jaar het geval is. “Embedded” journalistiek is een fenomeen dat sinds 2003 in oorlogsgebieden de kop opstak, nu blijkt het zich te hebben verspreid tot alle domeinen in de westerse samenleving.

Hier volgt de lijst:

1- Op 2 januari wordt Suheil Najem vermoord door IS na zijn terugkeer naar zijn huis in Shirqat ten noorden van Tikrit.

2- Op 14 januari wordt de TV-presentator en correspondent van het Anbar Satellite Channel, Suheil Alduleimy, tijdens een rondrit in Rutba city door IS vermoord.

3- Op 14 januari wordt de cameraman van Alghadir Satellite Channel (Naam onbekend) vermoord in Salahuldin. 

4- Op 15 januari voert IS de doodstraf uit op verslaggever Ahmed Mahmoud in Mosoel. 

5 – Op 20 januari wordt verslaggever van Sama Mosul TV Channel Essam Mahmoud vermoord door IS. 

6- Op 23 januari wordt Ali Al-Ansari, correspondent van Al-Ghadeer Satellite Television vermoord tijdens gevechten in Muqdadiyah in de provincie Diyala. (RSF vermeldt dit overlijden)

7 – Op 25 januari wordt fotojournalist van het Sama Mosul Television Channel Adnan Abdul Razzaq vermoord door een IS vuurpeloton in Mosoel.

8- Op 8 februari 2015 wordt de 27-jarige journalist voor Sama Mosul TV, Shafaq news agency, Al-Rasheed TV en de krant AL-Bayyna AL-Jadida Qais Talal neergeschoten in het stadscentrum van Mosoel door IS (RSF vermeldt als overlijdensdatum 18 februari)

9- Op 16 februari 2015 wordt fotojournalist Ashraf Shamil Al Abadi vermoord door IS.

10- Op 23 maart vermoordt IS de correspondent voor Sama Almosul Alaa Abdullah Mazen in Mosoel.

 11 – op 15 maart wordt fotojournalist Omar Younis Al Ghaafiqi, werkzaam bij het Nineveh Media Office, omgebracht door IS.

12- Op 15 maart executeert IS de journalist Ahmad Hiskou, die werkte voor de krant Al mosul al youm in Mosoel.

13- Op 16 maart wordt de Egyptische journalist Jamal Subhy door IS vermoord in Mosoel.

14 – Op 16 maart vermoordt IS de bekende journalist Fadhil al-Hadidi nadat hij in juni 2014 in Mosoel ontvoerd was door de organisatie. (CPJ vermeldt als overlijdensdatum oktober 2015)

15 – Op 25 maart wordt in nog niet opgehelderde omstandigheden persfotograaf Ahmad Alawwady van het Al ahad channel, door niet-geïdentificeerde personen vermoord in Kerbala.

16- Op 27 maart wordt de cameraman van Al nujabaa satellite channel, Ammar Jasim, vermoord in Tikrit terwijl hij verslag uitbracht over de gevechten van de regeringstroepen tegen IS.

17- Op 8 april 2015 wordt journalist Ahmad Mahmoud Assafar, correspondent voor Sama Almosul in Mosul door IS vermoord.

18 – op 17 April 2015 meldt Iraq Journalistic Freedoms Observatory dat – Firas Yasin Al Jubori, “Firas Al Bahr”, werkzaam bij satelliet TV stations in Mosoel, waaronder Al-Mosuliyah and Nineveh Al Ghad, en columnist voor het Azzaman dagblad, vermoord werd door IS, nadat hij 3 weken daarvoor was ontvoerd. (RSF en CPJ vermelden dit overlijden) 

19 – Op 26 april vermoordt IS Thaer Ali, de redacteur van Rai’ al Nas, een krant uitgegeven in Mosoel, na zijn arrestatie. (RSF en CPJ vermelden deze moord)

20 – Op 2 mei wordt de voorzitter van het Instituut voor Oorlog en Vrede (IPWR) in Bagdad, Ammar al-Shabandar, die de Zweedse nationaliteit had, in een autobomaanslag in de centrale wijk van Bagdad van Karrada omgebracht. 

21- Op 5 mei wordt het lichaam van journalist Raad Hamid al-Jubouri, presentator bij het satellietkanaal Al Rasheed, dood aangetroffen in zijn appartement naast de wijk Karkh van Bagdad. Er is verder niets bekend over de precieze oorzaak. 

22- Op 5 mei wordt cameraman voor Al-Masar TV, Majid al-Rubaie gedood door een sluipschutter tijdens gevechten tussen het regeringsleger en opstandelingen ten oosten van Fallujah. (vermeld door RSF met als overlijdensdatum 6 mei 2015)

23- Op 18 mei vermoordt IS de journalist van Sama Mosul TV channel Firas Yasin al-Bahri na zijn aanhouding twintig dagen eerder. 

24- Op 20 mei voert IS de doodstraf uit op verslaggever Jassim al-Jubouri, die voor een krant in Mosoel werkte. 

25- Op 21 juni wordt de fotograaf voor een satellietkanaal Hussein Fadel Hassan vermoord tijdens de verslaggeving van de gevechten tegen IS in Baiji.

26- Op 11 juli wordt de correspondent van Almawqif satellite channel, Hussein Alaa, gedood tijdens de gevechten tegen IS in Beiji. 

27- Op 6 juli wordt correspondente Suha Ahmed Radhi door IS ter dood veroordeeld na de ontvoering uit haar huis in het oosten van Mosoel op beschuldiging van samenwerking met de centrale overheid en de openbaarmaking van informatie over de bewegingen IS in Mosoel.  

28 – Op 16 juli voert IS de doodstraf uit op de cameraman bij Al Mosuliya TV, Jalaa Adnan al-Abadi. (Zowel RSF als CPJ vermelden dit overlijden)

29- Op 5 augustus vermoordt IS de 65-jarige schrijver en journalist Ghazi al-Obeidi nadat hij was ontvoerd uit zijn huis in Mosoel. (RSF vermeldt dit overlijden)

30 – Op 9 augustus wordt de tweedejaarsstudent journalistiek Zuhair Kinan Al-Nahass vermoord door IS in Mosoel, een week nadat hij was ontvoerd.

31, 32, 33 – Op 11 augustus executeert IS 3 broers, alle drie journalisten, in Mosoel, aldus de mediavertegenwoordiger van de Patriotic Union van Kurdistan in Mosul, Giyas Surja. Hun namen: Medhat Hassan al-Obeidi , Waddah Hassan al-Obeidi en Samir Hassan al-Obeidi

34- Op 16 augustus veroordeelt IS de journalist Yahya al-Khatib tot de doodstraf. Hij was een sportreporter en TV presentator voor Al Mosuliyah en Naynawa Al Ghad. (RSF vermeldt dit overlijden)

35 – Op 21 augustus wordt journalist bij een satelliet TV station in Mosoel, Sabah Muhammad vermoord door IS.

36 – Op 21 augustus wordt hoofdingenieur, Waleed Abdullah vermoord door IS.

37 – Op 25 augustus wordt cameraman voor Reuters, Al-arabiya en Salahuldin Agencies in Mosoel Adel Saegh vermoord door IS.

38 – Op 5 september vermoordt IS de journaliste Ikhlas Ghanim samen met haar vader op een openbaar plein in het centrum van Mosoel, aldus het independent Syrian press agency ARA News.  

39- Op 10 september wordt het lichaam van freelance journalist Haidar Ghazi al-Rubaie teruggevonden, enkele uren nadat hij was ontvoerd in Nasiriyah in Zuid-Irak. Zijn lichaam werd uiteengereten teruggevonden, gewikkeld in een deken. Rubaie was pas sinds enkele dagen teruggekeerd uit ballingschap. 

40 – Op 12 september wordt Yahya Abdul Hamad, directeur van Radio Rasheed in Mosoel door IS ter dood veroordeeld, enkele uren nadat hij werd ontvoerd uit zijn huis. (CPJ vermeldt dit overlijden) 

41. Op 15 september wordt journalist Nazim Naeem Qaisi, werkzaam bij de persdienst van het ministerie van Handel, gedood door een bermbom geplaatst in zijn garage. 

42 – Op 20 september vermoordt IS de fotojournalist Qahtan Salman, werkzaam bij TV Channel Sama in Mosoel, nadat hij was ontvoerd uit zijn huis in de buurt van het centrum van de stad. 

43 – Op 23 september vermoordt IS de journalist Qahtan Adnan al-Naimi, nadat hij werd gearresteerd in zijn huis in Mosoel. 

44 – Op 4 oktober doodt IS Marwan Younis, journalist bij het Sama Mosul satellietkanaal, enkele maanden nadat hij was ontvoerd. 

45 – Op 30 oktober wordt het levenloze en gefolterde lichaam van Saab Majid, journalist bij Iraq Times teruggevonden, twee dagen nadat hij was ontvoerd in de zuidelijke stad Basra. 

46 – Op 13 november wordt het lijk teruggevonden van fotojournalist Imad al-Jubouri, die werkte bij het Furat satellietkanaal, vijf dagen nadat hij was ontvoerd toen hij uit zijn kantoor in Najaf kwam.

47- Op 13 november wordt Muhannad Aligaidy, correspondent voor Sada Press, geëxecuteerd door IS in Mosoel. 

48 – In december wordt krantenredacteur Baher Adnan Rashid geëxecuteerd door een IS vuurpeloton nadat hij was ontvoerd uit zijn huis ten oosten van Mosoel. 

Remembering bloody Tuesday: 8 april 2003, een donkere dag voor journalisten

Laten we even terug gaan in de tijd. Verscheidene journalisten werden gedood toen de Amerikanen oprukten naar Bagdad. Hun dood markeerde het begin van de ’embedded’ oorlogsverslaggeving.

Dinsdag 8 april was een donkere dag in Irak voor de vele journalisten die er wilden voor zorgen dat de berichtgeving uit Bagdad de buitenwereld zou blijven bereiken. De meeste journalisten vermoedden dat ze relatief veilig waren in hun tijdelijke kantoren in het Palestine Hotel in Bagdad. Ze hadden het mis.

Het eerste slachtoffer die dinsdag was Tareq Ayyoub, een 34-jarige Jordaanse reporter voor Al Jazeera. Ayoub en zijn cameraman Zuheir raakten gewond toen Amerikaanse raketten insloegen op het kantoor van Al Jazeera in Bagdad, op minder dan 1,5 km van het Palestine Hotel. Ayyoub stierf kort daarna in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. In de buurt beschoot de artillerie van de coalitie het Bagdad kantoor van Abu Dhabi televisie, meer dan 25 verslaggevers verzochten vanuit de kelder van het gebouw om hulp.    

Toen een Amerikaans A10 “tank killer” vliegtuig een raket afvuurde op het gebouw van Al Jazeera in Bagdad, bleef de piloot rond het gebouw cirkelen om er zeker van te zijn dat zijn “hit” een succes was.

Er was een enorm geel “PRESS” teken op het dak aangebracht. De exacte locatie van Al Jazeera was bekend bij de Amerikaanse troepen. Richard Myers, een Amerikaanse generaal, verklaarde nochtans: “We zijn in staat om met onze precisiewapens niet alleen bepaalde gebouwen te treffen, maar zelfs ramen in een bepaald gebouw.”

Wat een volkomen vreemd toeval dat de VS ook al “ten onrechte” de Al Jazeera kantoren in Kabul bombardeerden tijdens de Afghaanse actie.

Enkele uren later was het de beurt aan het Palestine Hotel, waar ongeveer 300 niet-ingebedde journalisten verbleven. De 15e verdieping van het hotel werd geraakt door een Amerikaanse tank, die de kantoren van het Reuters persagentschap trof.

Reuters cameraman Taras Protsyuk, 35, en de Spaanse cameraman José Couso, 37, werden gedood. Een Japanse cameraman die werkte voor Fuji TV, drie andere Reuters journalisten en een andere westerse journalist werden gewond.

Vincent Brooks, een Amerikaanse generaal in het Central Command Headquarters in Doha, Qatar, probeerde te ontkennen dat coalitietroepen opzettelijk journalisten viseerden. Maar journalisten in Bagdad waren het daar niet mee eens. Velen vonden dat ze schietschijven geworden waren.

“We kunnen de veiligheid van de reporters niet garanderen, tenzij ze bij ons geregistreerd zijn,” aldus een Amerikaanse legerwoordvoerder. Deze uitspraak maakte heel duidelijk dat verslaggevers, die niet ingebed waren bij de Amerikaanse troepen, nu militaire doelwitten geworden waren.

Het einde van de persvrijheid. Het einde van het internationaal recht dat de veiligheid van journalisten in oorlogsgebieden waarborgt. Het afscheid van de waarheid.    

Reuters’ editor-in-chief, Geert Linneban, zei dat de beschieting van het Palestine Hotel “vragen oproept over de bedoelingen van de oprukkende Amerikaanse troepen die perfect wisten dat dit hotel de belangrijkste basis is voor bijna alle buitenlandse journalisten in Bagdad”.

Volgens veteraan BBC-oorlogscorrespondent, Kate Adie, dreigde het VS ministerie van Defensie ermee de satellietposities van onafhankelijke journalisten in Irak te treffen. In een interview met de Ierse radio zei Adie dat een hoge Amerikaanse officier, gevraagd naar de mogelijke gevolgen, verklaarde: “Who cares …. Ze zijn gewaarschuwd”. Ook volgens Adie was de Amerikaanse houding “volledig vijandig tegenover de vrije verspreiding van informatie”.

Ze waarschuwde dat het Pentagon journalisten doorlichtte en beoordeelde volgens hun standpunt over de oorlog. Het Pentagon zou de controle over de satelliet-apparatuur van Amerikaanse journalisten overnemen om de toegang tot de ether te controleren.

Phillip Knightley, een oorlogsschrijver, vermeldt ook bedreigingen van het Pentagon, gericht op de vrije pers: “Ze zouden het nodig kunnen vinden om gebieden te bombarderen waar oorlogscorrespondenten proberen de Iraakse zijde van de oorlog te melden.”

De toenmalige Libanese minister van Informatie, Ghazi Aridi, hekelde ook de aanvallen: “De vrijheid waar de VS over spreekt, is de vrijheid om iedereen te doden, zonder uitzondering, vooral journalisten, om te voorkomen dat het publiek geïnformeerd wordt over de massamoorden in Bagdad en de Iraakse steden.”

Aridi herinnerde er aan dat de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, de journalisten opgeroepen had om Bagdad verlaten voordat de oorlog begon, zodat er geen getuigen overbleven om verslag uit te brengen over de gepleegde massamoorden”.

Martin Bell, een voormalige BBC-correspondent, zei: “Ik vind het zeer verontrustend dat het voor een onafhankelijke getuige van de oorlog steeds gevaarlijker wordt, dit kan het einde betekenen van de neutrale verslaggeving. Ik heb het gevoel dat onafhankelijke journalisten een doelwit zijn geworden, omdat de beheersing van de informatie-oorlog een hogere prioriteit geworden is dan ooit tevoren.” Zijn woorden waren profetisch. Tussen de invasie van 20 maart en de gebeurtenissen op 8 april werden 16 mediaprofessionals gedood in Irak.

José Couso, Tele Cinco cameraman; Taras Protsyuk, Reuters cameraman; Tareq Ayyoub al-Jazeera verslaggever; Julio Anguita Parrado, verslaggever voor de Spaanse krant El Mundo; Christian Liebig, journalist voor het Duitse tijdschrift Focus; Terry Lloyd, ITN correspondent; Paul Moran, freelance Australische cameraman; Kaveh Golestan, freelance BBC cameraman; Michael Kelly, de Amerikaanse journalist en Washington Post columnist; Kamaran Abdurazaq Muhamed, BBC vertaler; Gaby Rado, Channel 4 News buitenland-correspondent; David Bloom, NBC TV correspondent; Veronica Cabrera, Argentijnse freelance journalist; Frederic Nerac, Franse journaliste die vermist is; Hussein Othman, ITN correspondent; onbekende vertalers die werken voor Maleisische journalisten.     



De lijst van mediawerkers, gedood in Irak, zoals onderzocht door het BRussells Tribunal

De Amerikaanse bezetting van Irak bleek het dodelijkste conflict voor journalisten in de geschiedenis. Geteld tot het einde van 2015 zijn 470 mediamensen gestorven in Irak volgens de BRussells Tribunal-database, onder hen 437 Irakezen.

 

Irak was in 2015 alweer de dodelijkste plek op aarde voor mediaprofessionals, zoals dit het geval was in 2003, 2004, 2005, 2006, 2007, 2008, 2010, 2011 en 2014.

Bovenop deze tragedie is er ook totale straffeloosheid. Er zijn pogingen geweest om de Amerikaanse soldaten verantwoordelijk te stellen. Na de dood van de Spaanse cameraman José Couso waren er protesten aan de Amerikaanse diplomatieke posten in Spanje en een aantal burgerlijke en gerechtelijke acties om de aansprakelijkheid van de betrokken personen te bepalen.

Elke 8ste van de maand zijn er nog steeds samenkomsten van mensen die gerechtigheid eisen aan de Amerikaanse ambassade in Madrid. Op 29 juli 2010 heeft de Spaanse rechter Santiago Pedraz arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen drie Amerikaanse soldaten, maar ze zijn nooit aangehouden.

Dima Tareq Tahboub, Ayyoub’s weduwe, blijft rouwen voor haar overleden man, en haar verdriet wordt nog verergerd door het gebrek aan rechtvaardigheid. “Geen rechtvaardigheid is bereikt na 10 jaar,” vertelde ze aan al-Jazeera in 2013.

Tahboub heeft rechtszaken aangespannen in België, de Verenigde Staten en Jordanië, maar “geen van de gevallen waren succesvol en de Amerikaanse advocaten deelden ons uiteindelijk mee dat aan de Amerikaanse soldaten immuniteit voor vervolging werd toegekend”. Dit is onaanvaardbaar voor een land dat zich graag ‘de grootste democratie ter wereld’ noemt.

De Amerikaanse regering en de geïnstalleerde Iraakse regering moeten worden herinnerd aan het derde Verdrag van Genève, zoals vermeld in de International Review van het Rode Kruis, maart 2004, dat de bescherming van journalisten en nieuwsmedia-personeel in gewapende conflicten regelt:

“De recente oorlog in Irak is een perfecte illustratie van de toenemende risico’s voor journalisten in conflictgebieden. Het is daarom belangrijk om opnieuw aandacht te vragen voor het feit dat de aanvallen tegen journalisten en media-apparatuur illegaal zijn volgens het internationaal humanitair recht, dat de civiele personen en voorwerpen beschermt, zolang ze geen effectieve bijdrage leveren aan de militaire actie.”

“De media kunnen niet worden beschouwd als een legitiem doelwit, zelfs als ze worden gebruikt voor propagandadoeleinden, tenzij ze worden uitgebuit om aan te zetten tot ernstige schendingen van het humanitair recht.”

“Journalisten en mediapersoneel genieten ook voorzorgsmaatregelen – niet beperkt tot hen alleen – zoals het evenredigheidsbeginsel en de verplichting om vooraf een waarschuwing te geven”.

Dirk Adriaensens is lid van het uitvoerend comité van het BRussells Tribunal. Tussen 1992 en 2003 was hij verantwoordelijke van SOS Irak en leidde verschillende delegaties naar Irak om de verwoestende gevolgen van de VN-sancties te observeren. Hij was lid van het Internationale organisatiecomité van de Wereld Tribunaal over Irak (2003-2005). Hij is ook co-coördinator van de Global Campaign Against the Assassination van Iraakse academici. Hij is co-auteur van ‘Rendez-Vous in Bagdad’, EPO (1994), ‘Cultural Cleansing in Iraq‘, Pluto Press, Londen (2010), ‘Beyond Educide‘, Academia Press, Gent (2012), Global Research Online Interactive I-Book ‘The Iraq War Reader‘, Global Research (2012), ‘Het Midden Oosten, TheTimes They are a-changin’, EPO (2013) en schrijft regelmatig artikels voor Global Research, Truthout, Al Araby, Countercurrents, The International Journal of Contemporary Iraqi Studies en andere media.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!