Gideon Levy (WikiMedia Commons)

“Israël was altijd xenofoob, maar we verborgen dat vroeger wel beter”

De regering van Israël verbiedt opinies die de BDS-boycot promoten, legt linkse ngo's aan banden en bant boeken die verzoening met Palestina bepleiten. In de krant Haaretz weerlegt Gideon Levy de mythe dat deze rechtse initiatieven Israël xenofoob maken. Dat was altijd al zo. Gideon Levy won op 7 januari 2016 de Zweedse Olof Palme prijs.

donderdag 7 januari 2016 15:50

Israëlisch journalist Gideon Levy (1953) is al jaren een buitenbeentje in de media van zijn land. HIj is een van de weinige journalisten die bericht over de werkelijkheid van de bezetting, de kolonisatie, de wegblokkades, de dagelijkse vernederingen, de brutale repressie in de bezette Palestijnse gebieden en over de apartheid in Israël zelf.

Op 7 januari 2016 werd hem de Zweedse Olof Palme toegekend, genoemd naar de Zweeds eerste minister Olof Palme die in 1986 werd vermoord in nog steeds niet opgehelderde omstandigheden. De organisatie van de prijs looft hem de prijs uit voor zijn onafgebroken strijd tegen de “bezetting en het geweld” en voor zijn verspreiding van de “hoop op vrede”.

In een recent opinie-artikel in de krant Haaretz weerlegt hij de bewering dat Israël, sinds Benjamin Netanyahu (vanaf 2009) aan de macht is, naar rechts zou zijn opgeschoven en xenofoob zou zijn geworden. Volgens hem is dat altijd al zo geweest.

Het verschil, aldus Levy, is dat de toenmalige politici veel beter hun anti-Arabisch en antichristelijk racisme konden verbergen voor de buitenwereld. Het was in Israël zelf zo diep ingeworteld dat het niet eens werd opgemerkt. Bovendien was er zo goed als geen politieke oppositie tegen.

Een andere factor is dat de koloniale Israëli’s, die in de bezette Palestijnse gebieden met veel minder waren dan nu, nauwelijks een politieke rol speelden. Dat zijn net de drie dingen die vandaag anders zijn. Extreem-rechtse kolonisten belijden hun anti-Arabisch en anti-christelijk racisme openlijk en – hoe gering ook – er is nu wel politieke oppositie tegen dit racisme. Vandaar de noodzaak om er wetten over te stemmen. Vroeger was dat volgens Levy niet nodig. 

Gideon Levy schrijft deze opinie als reactie op commentaren in binnen- en buitenland. Na het stemmen van een anti-BDS-wet die het ‘promoten van de boycotcampagne tegen Israël’ strafbaar maakt en een wet die buitenlandse financiering van kritische ngo’s verbiedt, hekelden heel wat commentatoren het racisme in de Israëlische samenleving. Dit is echter helemaal geen nieuw fenomeen volgens Levy. Het is altijd zo geweest. Enkele citaten uit het betreffende opinie-artikel:

“Dit is hoe wij waren, reeds lang voor Naftali Bennet1 minister van onderwijs werd: kinderen van nationalisten, hermetisch afgesloten en redelijk onwetend – we wisten het gewoon niet. Zo ging dat in die mooie jaren toen ministers van onderwijs nog van links kwamen – de jaren waar je hoort naar te verlangen…”

“De hersenspoeling, de censuur, de indoctrinatie was toen veel erger dan nu, alleen was er toen veel minder oppositie tegen. Wij dachten dat alles in ons onderwijssysteem perfect was. We gaven geld aan het Jewish National Fund, zodat het bossen kon planten op de ruïnes van Arabische dorpen, waarvan ze niet wilden dat we ze zouden zien…”

“In de tijd dat auteur Dorit Rabinyan2 nog niet geboren was, hadden we nog nooit een Arabier ontmoet. Die leefden onder militair bestuur en hadden de toestemming niet om in onze buurt te komen zonder specifieke autorisatie. Een Joods-Arabische liefde kon zelfs niet als science-fiction, ergens in een sterrenhemel ver weg van hier, waar wij opgroeiden. Wij hadden ook nooit een woord over de Nakba gehoord, de Palestijnse term voor het ontstaan van de staat Israël…” 

“De eerste generatie van de onafhankelijkheid wist zeker dat alle christenen anti-semieten waren. We wisten uiteraard dat wij het verkozen volk waren, de reden van alles, het einddoel van alles. Dat was ons ingeprent door het verlichte onderwijssysteem van de nieuwe staat…”

“Lang voor eerste minister Benjamin Netanyahu, minister van justitie Ayelet Shaked en de verbanning van het boek Borderlife van Rabinyan was er al geen echte democratie. Lang voor anti-assimilationist Bentzi Gopstein en rechtse activist Itamar Ben-Gvir was er hier al xenofobie en haat tegenover Arabieren…”

“Dat was echter allemaal verborgen, netjes verpakt in een luidruchtig cellofaan van uitvluchten, en diep onder de grond begraven. Wat is er beter? Dat blijft een open vraag…”

De citaten uit het artikel Israel Has Always Been Xenophobic, It Just Used to Be Better at Hiding It van Gideon Levy in de krant Haaretz werden vertaald door Lode Vanoost (het artikel is alleen volledig zichtbaar voor abonnees). 

1 Naftali Bennet is leider van de extreem-rechtse religieuze partij Joods Huis, die lid is van de regeringscoalitie onder leiding van Benjamin Netanyahu.

2 Auteur Dorit Rabinyan (°1972) won een literaire prijs met haar boek Borderlife (2014)  over de liefde tussen een Israëlisch Joodse vrouw en een Palestijnse man. Minister van onderwijs Naftali Bennet liet het boek verbannen van de lijst boeken die op school wordt aangeraden voor de leerlingen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!