Ramadi, de stad die moest worden vernietigd om haar te redden
Analyse, Wereld, Samenleving, Politiek -

Ramadi, de stad die moest worden vernietigd om haar te redden

De grootscheepse aanval op de Iraakse stad Ramadi door de VS geleide coalitie heeft 80 procent van de stad verwoest en een onbekend aantal slachtoffers geëist. Ook Falluja blijft gebukt onder de bombardementen van de Iraakse luchtmacht. 2016 wordt voor Irak een nog dramatischer jaar dan 2015.

maandag 4 januari 2016 20:40



Ramadi, 30 december 2015 (bron: Iraqi Spring Media Center)



De Iraakse stad Ramadi (bron: Iraqi Spring Media Center)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Iraakse leger herovert Ramadi, maar de stad betaalt een zware prijs

“In de afgelopen zes maanden heeft een door de VS geleide coalitie meer dan 600 luchtaanvallen gelanceerd op Ramadi, waarbij ongeveer 2.500 verschillende doelen werden geraakt”, vertelde US Army kolonel Steve Warren, woordvoerder van de coalitie, aan de verzamelde pers op dinsdag 29 december. Hij zei dat van de 1.000 IS strijders in Ramadi, er slechts 150 à 250 in de stad overblijven.

De stad werd nagenoeg volledig verwoest. Naar schatting zijn meer dan de helft van de gebouwen in de stad vernietigd, waaronder de overheidsgebouwen, markten en huizen. Het Ministerie van Onderwijs zei dat 260 scholen werden vernietigd in de gevechten, en dat het 500 miljoen dollar zal kosten om ze weer op te bouwen.

Veel van de meer dan een half miljoen bewoners van Ramadi vluchtten eerder dit jaar, en het kan maanden of langer voordat ze in staat zijn om terug te keren. Ouderen en verzwakte burgers stierven van ontbering omdat tienduizenden vluchtelingen dagenlang de toegang tot Bagdad werden ontzegd in mei.

Weinig of geen aandacht wordt in de media besteed aan de burgers van Ramadi of de vernietiging van de stad via deze ‘bevrijdings’ inspanning. Iraaks Generaal Mahlawi zei dat operaties in Ramadi werden onderbroken op 30 december vanwege het slechte weer, en schatte dat ISIS nog steeds ongeveer 30% van de stad controleert. Dit is een verrassende verklaring omdat de Iraakse overheid al dagenlang beweerde dat de stad volledig in regeringshanden was.

Ondertussen vertelde Minister van Defensie Khaled Obeidi aan de ministerraad dat Ramadi was veranderd in een “spookstad” en dat 80% van de stad effectief is vernietigd.

Bill Van Auken: “Men kan ervan uitgaan dat het dodental hoog is, gezien de enorme omvang van de vernietiging. De herovering van Ramadi zal niet de geschiedenis ingaan als een grote militaire prestatie. Toen de stad in handen viel van ISIS in mei 2015, hebben ongeveer 600 ISIS strijders een tien maal grotere troepenmacht al die tijd uit de stad gehouden. De opstandelingen waren ditmaal nog meer in de minderheid, met hooguit 350 strijders in de stad, wat betekent dat het Pentagon ongeveer twee luchtaanvallen lanceerde voor elk gewapend lid van ISIS.

Thomas Fessy (BBC News) merkt op: “Ramadi is een stad die is opgeofferd in de strijd. De omvang van de verwoesting is enorm, de vooruitzichten op terugkeer zijn somber voor degenen die in de ‘bevrijde’ gebieden woonden”.

Sinds 28 december vertelt de pers ons dat Ramadi is bevrijd. Maar dat is niet echt zo. Geruchten over de “bevrijding” van Ramadi worden door de Iraakse regering al verspreid sinds de zomer van 2015. 

Het nieuwsagentschap Sputnik meldde op 3 januari 2016 dat “ten minste 11 leden van de Iraakse anti-terreurtroepen gedood werden in de stad Ramadi die werd bevrijd van de Islamitische Staat”. 

Het konvooi van de Iraakse premier Haidar Al-Abadi kwam onder raketaanvallen in Ramadi kort na zijn aankomst op 31 december, om de Iraakse troepen te groeten bij de herovering van de stad. Daesh militanten vuurden raketten af op Abadi’s konvooi terwijl hij op de al-Qasim brug in gesprek was met een groep soldaten.

Reuters meldde dat drie mortiergranaten landden ongeveer 500 meter van waar Abadi stond. En hoewel de Iraakse minister-president niet in gevaar was, werd hij gedwongen om het gebied te verlaten.

Waar zijn al die ISIS strijders naartoe?

Een hooggeplaatste bron binnen de Iraakse regering:

“De Amerikaanse troepen in Irak zijn degenen die de operaties leiden en het tijdstip (dag en uur) van de aanvallen tegen ISIS bepalen. Als we willen profiteren van hun Air Force om de terroristische groep te verslaan, moeten we ons schikken naar het Amerikaanse commando. Het is niet onwaarschijnlijk dat er een Amerikaans – Turkse coördinatie is om te communiceren met ISIS en om een vrije doorgang te bieden aan hun strijders om zich terug te trekken in de richting van de Syrisch-Iraakse grens. Dat is de informatie die onze drones verzameld hebben in de laatste paar dagen voor de aanval op Ramadi.”

“Onze inlichtingendiensten brengen ons en de Amerikanen op de hoogte van de ISIS troepenbewegingen. Het was ons niet toegelaten ??om iets te ondernemen tegen deze terugtrekkende troepen en niemand in de regering kan de Amerikanen ter verantwoording roepen op dit ogenblik.”

“Amerika heeft de regering in Bagdad gevraagd om de chefs van de antiterrorisme-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten van het leger en het ministerie van Binnenlandse Zaken te vervangen. Bovendien werd de nieuwe secretaris-generaal van de Ministerraad ook voorgedragen door de Amerikanen. De VS wil een homogeen team dat vriendelijk is voor haar beleid en de aanwezigheid van de Amerikaanse troepen in Irak.”

“Iran controleert diverse militaire organisaties die aanwezig zijn op het slagveld in Irak en Syrië en die opereren binnen de Popular Mobilisation-eenheden. De VS heeft al-Abadi overtuigd om het pad van “Uncle Sam” te verkiezen boven aanwezigheid van Iraanse milities. Dit is de reden waarom Abadi, na een expliciete Amerikaanse vraag, elke Russische militaire bijstand heeft afgewezen. De Iraakse minister-president is zich bewust van de mogelijkheid dat de VS Irak wil opsplitsen in 3 regio’s, een voor de Koerden, een voor de soennieten en een voor de sjiieten. De Amerikanen steunen ook de Turkse aanwezigheid in Irak en een directeur van de Franse inlichtingendienst vertelde: het Midden-Oosten zal nooit meer hetzelfde zijn als voorheen. Wat nu steeds meer duidelijk wordt is dat ISIS als een stuk speelgoed wordt gebruikt door de belanghebbenden om hun agenda te verwezenlijken voor de herschikking van het Midden-Oosten.”

Bewoners van Falluja in de vuurlinie

In de Falluja regio wonen ongeveer 700.000 mensen en de stad wordt al twee jaar onophoudelijk onder vuur genomen.

Uit het jaarverslag van het Falluja Academisch Ziekenhuis-2015:

“Onze spoedafdeling heeft vandaag donderdag 31/12/2015 tot middernacht twee gewonden (een vrouw en een kind) ontvangen, gelukkig geen dodelijke slachtoffers. Het totaal aantal gewonden sinds januari 2014, het begin van de bombardementen en beschietingen op de stad, bedraagt 5.643, onder hen 726 vrouwen en 856 kinderen. Het aantal doden was 3.424, waaronder 315 vrouwen en 501 kinderen.

In 2015 bedroeg het totale aantal gewonden 2.145, waaronder 387 vrouwen en 414 kinderen. Er waren 1.461 dodelijke slachtoffers, waaronder 165 vrouwen en 201 kinderen.

Dit zijn enkel de tellingen in het Falluja academisch ziekenhuis, gediagnosticeerd door onze medische staf.”

“Het ziekenhuis zelf werd sinds het begin van de vijandelijkheden 41 keer gebombardeerd door artilleriegranaten of raketaanvallen, waaronder vijf vatenbommen (met schroot en dynamiet gevuld olievaten, die vanuit een helikopter als wapen worden afgeworpen en waarvan het effect enigszins vergelijkbaar is met dat van een brisantbom – nvda). Het ziekenhuis verkeert in ellendige staat, vanwege het gebrek aan medicijnen en medische apparatuur, door het tekort aan medisch personeel en de moeilijkheid bij het transport van de gewonden naar ziekenhuizen buiten de stad, omdat de militaire en de Popular Mobilisation Milities de wegen blokkeren. De gezondheidssituatie van de inwoners van de stad is zeer slecht als gevolg van deze toestand, ook al omdat veel gezinnen niet in staat zijn om de belegerde stad, die dagelijks wordt gebombardeerd, te verlaten.”

Zo beschoot het leger van Maliki op 3 Juni 2014 het Falluja academisch ziekenhuis met artilleriegranaten, waarbij 11 mensen werden gedood en 22 verwond, van wie de meesten werkten in de spoedafdeling.

Op 13 augustus 2015 bombardeerde de Iraakse luchtmacht het Falluja materniteits- en pediatrisch ziekenhuis, waarbij tientallen vrouwen, kinderen en medisch personeel omkwamen.

“Iraakse legervliegtuigen dropten drie vatenbommen op de kraamkliniek en doodden daarbij 31 mensen, waaronder 23 vrouwen en kinderen, en verwondden 39 anderen,” aldus Dr Ahmad Fadil.

Dit materniteits- en pediatrisch hospitaal is spiksplinternieuw. Het is een gezamenlijk project van UNDP (United Nations Development Program), het Ministerie van Volksgezondheid en de regering van Japan. De kliniek opende de deuren op 25 maart 2013. Het nieuwe ziekenhuis heeft 358 technische medewerkers, waaronder 29 artsen, van wie 40% vrouwen. Het verzorgt enkele honderden patiënten per dag. Het is een ??faciliteit van wereldklasse, in het bijzonder in de oncologische diagnose en behandeling. Het project werd grotendeels gefinancierd door een 17,9 miljoen dollar gift van de regering van Japan. UNDP Irak werkte nauw samen met het Iraakse ministerie van Volksgezondheid in het ontwerp, de bouw en de uitvoering van dit project.

2015 dramatisch voor Irak

2015 was voor Irak een dramatisch jaar. Bijna iedere Irakees betaalde een zware prijs, ofwel in de vorm van een financiële aderlating als gevolg van de economische crisis in het land, ofwel een emotionele prijs. In het slechtste geval veroorzaakte de veiligheidscrisis de dood van één of meerdere familieleden en vrienden. Interne politieke strubbelingen en onenigheid bovenop de veiligheidscrisis en de economische crisis hebben alle hoop op een betere toekomst verijdeld. Voor veel Irakezen was 2014 een stuk beter dan 2015. De vooruitzichten voor 2016 zien er niet echt rooskleurig uit. Er mag worden verwacht dat er opnieuw grote protesten zullen plaatsgrijpen dit jaar.

Slachtoffers van het conflict

In december heeft het Iraakse ministerie van Defensie de cijfers vrijgegeven over het aantal militairen die gedood zijn sinds de Islamitische Staat de noordelijke stad Mosoel heeft overrompeld in juni 2014. Tot op 21 december zijn 2.649 soldaten gedood en 11.230 gewond.

Maar deze cijfers vertellen niet het hele verhaal. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft niet bekend gemaakt hoeveel vrijwilligers van de sjiitische milities, plaatselijk bekend als de Hashd al-Shaabi of Popular Mobilisation-eenheden, werden gedood in de strijd tegen IS. Het ministerie weigert om dat soort “details” vrij te geven. Uit verklaringen evenwel van personeelsleden in of nabij de Najaf begraafplaatsen, waar sjiitische moslims bij voorkeur worden begraven, zou het dodental onder de sjiitische vrijwilligers even hoog, zo niet hoger liggen.

In totaal hebben in 2015 gewapende conflicten en terrorisme aan 7.515 Iraakse burgers het leven gekost en 14.855 gewond. Echter, UNAMI (de VN missie in Irak) wijst erop dat de cijfers een absoluut minimum zijn, aangezien het onmogelijk is om het aantal slachtoffers exact te controleren als gevolg van het toegenomen geweld en een verstoring van de dienstverlening.

De VN missie had ook meldingen ontvangen van grote aantallen slachtoffers als gevolg van secundaire effecten van geweld, zoals gebrek aan water, voedsel, medicijnen, en een afwezige gezondheidszorg onder de intern ontheemden. Maar UNAMI was niet in staat om de feiten te verifiëren.

Uit de laatste rapporten van de Internationale Organisatie voor Migratie blijkt dat 3,2 miljoen Irakezen intern ontheemd zijn sedert 2014. Het merendeel van de ontheemde Irakezen komen uit de provincies Anbar en Nineve, waarover IS de controle heeft verworven. De Verenigde Naties schat dat 700.000 vluchtelingenkinderen een gans schooljaar hebben verloren. Vele anderen, vooral meisjes en jonge vrouwen, hebben 2 of meer schooljaren gemist.

Een niet realistische begroting

De Iraakse begroting wordt doorgaans berekend op basis van de olieprijs, de belangrijkste bron van inkomsten voor de staat. De olieprijzen zijn echter gedaald en de financiële crisis is verergerd. De Iraakse regering werd gedwongen om geld te lenen en om te snoeien in de uitgaven, onder meer door een deel van de ambtenaren te ontslaan. Dat is een gevaarlijke maatregel in een land waar de overheid de belangrijkste werkgever is.

De Iraakse regering is er in geslaagd de begroting voor 2016 voor te leggen op 16 december 2015, maar velen denken dat deze begroting opnieuw niet realistisch is omdat, “net als bij eerdere versies, de begroting van de regering uitgaat van de veronderstelling dat de gemiddelde olieprijs 45 US dollar per vat zal bedragen. De gemiddelde verkoopprijs van een vat ruwe olie bedroeg in november echter slechts 36,42 US dollar per vat. “

Waar zal dit allemaal eindigen?

De hoge prijs voor de bevrijding van Ramadi en Falluja roept de vraag op of dezelfde tactiek kan worden gebruikt in Mosoel, de tweede grootste stad van Irak, die onder ISIS controle blijft, of andere dichtbevolkte stedelijke gebieden in Irak en Syrië, waar de IS militanten leven tussen de burgerbevolking.

“Deze aanpak heeft een zeer hoge kost in materiële schade en menselijke slachtoffers”, zegt Lina Khatib, een onderzoekster van de Arabic Reform Initiative, een in Parijs gevestigde denktank.

Is het echt aangewezen om dezelfde allesvernietigende aanpak te hanteren in de door IS gecontroleerde gebieden? Moet echt alles worden verwoest, moet iedereen op de vlucht slaan of gedood worden? Laten we ook niet vergeten dat IS de mensen belet om de steden te ontvluchten. Bovendien stond de huidige dramatische toestand in de sterren geschreven, voor al wie een beetje kennis van de regio had.

Enkel intense diplomatieke inspanningen zouden het ontij nog kunnen keren.

Het was allemaal voorspeld in 2013

Reeds in augustus 2013 voorspelde de International Crisis Group de huidige gebeurtenissen in haar rapport “Make or Break: Iraq’s Sunnis and the State”:

“Toen de gebeurtenissen in Syrië de hoop voedde op een politieke comeback, lanceerden soennitische Arabieren een nooit eerder geziene, vreedzame protestbeweging in het najaar van 2012, naar aanleiding van de arrestatie van de lijfwachten van Rafea al-Issawi, een prominent lid van de Iraqiya parij, die de verkiezingen had gewonnen in 2010. Ook deze protesten brachten geen soelaas voor de terechte soennitische grieven. Integendeel, de demonstraties en de repressie waartoe ze aanleiding gaven versterkten verder het gevoel van uitsluiting en de vervolging van de soennieten.”

“De regering reageerde in eerste instantie zeer zwakjes en vormde commissies om unilateraal de eisen van de demonstranten te onderzoeken. Rechtstreekse onderhandelingen werden vermeden en de veiligheidsmaatregelen werden verscherpt in de soennitische gebieden. Halfslachtige concessies verhoogden het wantrouwen en meer radicale groeperingen wonnen aan populariteit.

Na een vier maanden durende impasse escaleerde de crisis. Op 23 april 2013 deden regeringstroepen een inval in een protestkamp in de stad Hawija, in de provincie Kirkuk, doodden meer dan 50 ongewapende burgers en verwondden er 110. Dit leidde tot een golf van geweld die ongezien was de voorbije 5 jaar. Aanvallen op veiligheidstroepen en erger nog, op onschuldige burgers, hebben de vrees voor een terugkeer naar de totale burgeroorlog nieuw leven ingeblazen. De Islamitische Staat van Irak, de lokale al-Qaeda afdeling, wint aan invloed. Sjiitische milities nemen wraak op soennieten. De schijnbare bedoeling van de overheid om een politiek probleem aan te pakken – soennitische vertegenwoordiging in Bagdad – door middel van strengere veiligheidsmaatregelen, maakt alle kans op een verslechtering van de situatie.”

“Gekleineerd, gedemoniseerd en slachtoffer van een toenemend hardhandig optreden door de centrale overheid, wordt de vreedzame volksbeweging langzaam omgevormd tot een gewapende strijd. In dit opzicht is de afwijzing van een verenigd soennitisch leiderschap door de beleidsmakers in Bagdad een belangrijke factor in die evolutie. In een regeringspolitiek van confrontatie met een toenemende sektarische ondertoon kijken voorstanders van de protestbeweging westwaarts naar Syrië als de arena waarin de strijd tegen de Iraakse regering en de sjiitische bondgenoten zich zal afspelen en oostwaarts naar Iran als de bron van al hun miserie.”

“Onder druk van de intensivering van de repressie door de regeringstroepen en met afnemend geloof in een politieke oplossing, hebben veel soennitische Arabieren besloten dat de enige realistische optie een gewelddadig conflict is, met een steeds meer religieuze inhoud. Op zijn beurt schildert de overheid elke oppositie af als een sektarische opstand die steeds strengere veiligheidsmaatregelen eist. Indien er geen dramatische verandering in aanpak komt, dreigt het kwetsbaar staatsbestel van Irak te verdwijnen en slachtoffer te worden van een brandbaar mengsel van de reeds lang aanwezige politieke onkunde en groeiende regionale spanningen.”

Dit brandbaar mengsel heeft ook België mee helpen ontvlammen door één zijde te steunen in een conflict tussen diverse gemeenschappen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!