Billijkheid en sociale rechtvaardigheid zijn de strijdpunten in de Parijse onderhandelingen

Billijkheid en sociale rechtvaardigheid zijn de strijdpunten in de Parijse onderhandelingen

Beschouwingen bij het ontwerpakkoord dat halfweg de Parijse klimaat onderhandelingen voorligt. Eerder een reden tot ongerustheid.

maandag 7 december 2015 21:51
Spread the love



Fotograaf: Jan Van Bostraeten

Klimaatrechtvaardigheid nu

Dat was de boodschap op de vele klimaatbetogingen wereldwijd, op zondag 29 november, vlak voor dat de COP21 klimaat onderhandelingen in Parijs begonnen. En ook op de Belgische klimaatbetoging van zondag 6 december in Oostende, met 14.000 betogers uit heel het land. De betoging was tegelijk een antwoord op de repressieve noodtoestand in Frankrijk en in België, na de aanslagen in Parijs. Vakbondsacties en klimaatprotesten werden opgeschort of heel selectief verboden, terwijl kerstmarkten en dergelijke wel plaatsvonden. Het stemt ons zeer ongerust over de mogelijke uitslag van de Parijse onderhandelingen. De stem van de bevolking en de vakbonden wordt gesmoord, terwijl anderzijds de grote multinationals uit de petroleum en nucleaire sector wel actief aanwezig mogen zijn, rechtstreeks aan de onderhandelingstafel.

Sociale rechtvaardigheid en waardig werk

In de algemene pers klinken veel hoopvolle uitspraken: ”We zijn goed op weg om een akkoord te hebben”. Misschien wel, maar ons is het te doen om wat in dat akkoord staat. Misschien beter géén akkoord, dan een slecht akkoord? Wie zal lijden onder de klimaatverandering en wie zal de rekening betalen?  Dat is heel ongelijk. Sociale bescherming is een essentieel element om de meerderheid van de bevolking mee te krijgen voor de klimaatstrijd. De vakbonden, samen met andere progressieve krachten, streden voor het opnemen in de tekst van: “Sociale rechtvaardigheid en waardig werk”. Wat blijkt? Uit de gereduceerde ontwerptekst, die vrijdag 4 december werd voorgesteld, zijn die woorden geschrapt, door het Frans voorzitterschap.

Billijkheid in de verdeling van de inspanningen

Elk land werd gevraagd welke klimaatinspanningen ze wilde doen tegen 2025 en tegen 2030, op vrijwillige basis. De UNO[i] telde al die nationale beloftes samen. Daaruit blijkt dat de emissies de komende 15 jaar nog zullen stijgen, in plaats van te dalen vanaf 2015, zoals het door de wetenschappers van het IPCC sinds 2007 gevraagd wordt. Wie doet niet genoeg? De Amerikaanse president Obama wordt in de pers opgehemeld als de nieuwe klimaat bekeerling. Europa doet zich vooruitstrevend voor. De pers wijst steeds met de vinger naar Indië en China als de slechteriken. De werkelijkheid is anders. In oktober kwam een studie[ii] uit die de rechtvaardige verdeling van de inspanningen per land berekende volgens twee criteria: de opgestapelde emissies en de relatieve rijkdom van die landen, die het hen mogelijk maakt werkelijk iets te ondernemen. Wat blijkt? De VS doen zes keer te weinig, Europa vier keer te weinig. Indonesië en India, doen iets meer dan redelijkerwijs van hen kan verwacht worden en China zelf anderhalf keer zoveel.

 

Spelen met graden Celsius alsof het er niet toe doet

Gaan we de globale opwarming beperken tot een gemiddelde van 2°C, zoals de rijke landen voorstellen? Misschien zijn we zelf tevreden met beloftes van een beperking tot 3°C? Volgens de redenering “Als er al éénmaal een akkoord is, dan kan dat achteraf verstrengd worden, bij de volgende evaluatie”. Klinkt mooi, maar is zeer verraderlijk.  De eerstvolgende evaluatie wordt in het ontwerp over 9 jaar gepland, in 2024. 2015 had het kanteljaar moeten worden waar de emissies naar beneden gingen.

2014 en 2015 blijken de warmste jaren ooit te zijn en 2016 kondigt zich nog slechter aan. In 2015 heeft de wereldwijde gemiddelde opwarming bijna de 1°C bereikt. Dat zorgt al problemen zoals als extreem weer, droogtes en overstromingen, zoetwater tekort en oogsten die mislukken. Door het na-ijl effect van de huidige emissies zal die temperatuurstijging nog doorgaan. Daarom vraagt de meerderheid van de landen een beperking tot maximaal 1,5°C. Het zijn opnieuw de rijke landen met petroleum of steenkoolindustrie die dwars liggen. Vier vijfde van de gekende voorraden fossiele brandstof zou in de grond moeten blijven. Dat kan op een speculatiecrisis uitdraaien. Voor kapitalistisch georiënteerde beleidsmakers is dat een grotere ramp dan de miserie die nu door de klimaatverandering veroorzaakt wordt. Terwijl ik dit schrijf, is die discussie over  2°C of 1,°C nog niet beslecht, maar in het ontwerp akkoord wordt geen uitsprak gedaan.

 

Historische verantwoordelijkheid

Al die klimaatonderhandelingen steunen op het raamakkoord dat de Verenigde Naties in 1992 in Rio De Janeiro aannamen. Toen waren de krachtsverhoudingen tussen de ontwikkelingslanden en de rijkere landen nog iets beter dan nu. In dat raamakkoord staan duidelijke principes. Zoals de historische verantwoordelijkheid voor de emissies uit het verleden, waarop al de rijkdom gebouwd is. En ook dat alle landen wel een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid hebben voor het klimaat, maar dat die verantwoordelijkheid sterk verschilt, naargelang hun mogelijkheden. De Verenigde Staten, gesteund door de andere rijke landen proberen deze twee principes onderuit te halen. Daarom is het zo moeilijk om het klimaatfonds te financieren. Een fonds dat zou tussenkomen om de schade die de armere landen nu leiden een beetje te vergoeden. Die 100 miljard is een peulschil tegenover de oorlogsinvesteringen.

Hoe dan ook, de klimaatstrijd wordt steeds duidelijker een sociale strijd.

Wiebe Eekman, 6 december 2015

[i] http://unfccc.int/resource/docs/2015/cop21/eng/07.pdf

[ii] CSO fair shares summary report October 2015

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!