Seculaire samenleving  in een tijd van religieuze terreur

Seculaire samenleving in een tijd van religieuze terreur

donderdag 3 december 2015 17:11

Het is geen eenvoudige opdracht om te spreken over secularisatie en de toekomst van de religie net na de verschrikkelijke aanslagen in Parijs. Voor zover wij weten of niet weten, werden de aanvallen en zelfmoordacties goed vooruit gepland en uitgevoerd, door mensen die beweren te bewegen vanuit diep religieuze motieven. De Poolse filosoof Leszek Kolakowski, (1927 – 2009) stelde de vraag in navolging van Fjodor Michajlovitsj Dostojevski, de Russisch romanschrijver en publicist, – als er geen God is, is dan alles toelaatbaar? Men kan natuurlijk ook geneigd zijn, na de gebeurtenissen van 13/11, deze vraag om te keren: als er een God is, is dan alles toelaatbaar? Met andere woorden, als ik er redelijk van overtuigd ben dat ‘ik’ de goddelijke autorisatie heb voor mijn acties, dan lijkt zelfs de meeste afschuwelijke daad toelaatbaar. Het lijkt onoverkoombaar dat in de navolging van de gebeurtenissen, sommige toeschouwers gebruik zullen maken van deze aanslagen om de Westerse samenleving eraan te herinneren hoe gevaarlijk religieuze overtuigingen wel zijn en dit het gevolg is van een gestadige degradatie van onze tolerantie en discriminatie.

Ik hoop dat deze veronderstelling niet wereldwijd goed zal gekeurd worden. Het lijkt eerder vanzelfsprekend dat de terroristen, die in de naam van God strijden, ons eigenlijk bitter weinig vertellen over de religie. Net zoals het verhaal van Romeo en Juliet of Tristan en Isolde ons iets kunnen vertellen over de liefde. Want geen enkele van deze gebeurtenissen onteigend de legitimering van het menselijke wezen. Of het nu gaat over het toneelwerk van Shakespeare is of de opera van Wagner, ze ze ons niet vervullen met de liefde voor de rest van onze levens. Dat geldt eveneens voor het religieus fanatisme waardoor het niet zal leiden naar de definitieve veroordeling en afschaffing van de religie.

 Desondanks kunnen we niet ontkennen dat deze voorbeelden voor ons een belangrijke les bevatten: niets in de menselijke conditie bestaat zonder de aanwezigheid van een donkere zijde. De religie kan, net zoals de liefde of de vrijheid, geperverteerd zijn en deze perversie bevat geen natuurlijke grens. Het verbannen van de religie zou trouwens zou zijn effect missen. Een terugkeer naar de religie, waar sommigen van dromen, zal ook geen gegarandeerde oplossing bieden. De fanatieke atheïst, die hoopt op het einde van de religie, omdat de religie bedreigend is, doet een ongeoorloofde vooronderstelling,. Maar hij is niet alleen, de verdediger van de religie maakt zich hier ook schuldig aan, want de universele religie zal ons niet genezen van de kwalen van de samenleving, omdat we overtuigd zijn van de onvermijdelijke ambivalentie van religie als menselijk verschijnsel. Wat wel onze aandacht verdient is hoe religie het menselijke potentieel kan vrijgeven en hoe de gewetenloze perversie van het religieus fanatisme kan worden voorkomen of bedwongen.

Fundamentalisme als een symptoom van de falende secularisatie?

 Tot nu toe hebben we enkel kritiek geuit op de ongeraffineerde uitspraken van de atheïst die de religie wil verbannen. Niettegenstaande is er een andere reactie mogelijk. Die vinden we bij de Duitse politiek filosoof J. Habermas. Hij stelt dat in het licht van 9/11 de moderne secularisatie moet herzien worden en neen, hij gebruikt de islamitische terreur niet als een justificaties om de logica van de secularisatie te versterken. Integendeel, hij doet net het tegengestelde. Zijn bekommering is dat de secularisatie, zoals ze zich heeft ontplooid in de westerse wereld, deels verantwoordelijk is voor de opkomst van het religieus fanatisme en uiteindelijk het terrorisme. Volgens Habermas is dit het gevolg een wereld die beheerst wordt door productie, technologische principes en gestuurd wordt door de rationaliteit van de kapitalistische economie. Terwijl met de opkomst van de principes van de verlichting en het liberalisme een raamwerk werd neergezet om krachtig de persoonlijke vrijheid en humaniteit te verdedigen zien we in de praktijk een somber resultaat. Habermas wijst er op dat het proces van de verlichting niet af is. Dit ondermijnd het menselijke potentieel van de verlichting constant, terwijl ze bedreigd wordt door de inhumane en objectieve bijproducten van de sociale en economisch modernisatie. Het maakt dus niet uit, dat de religie wordt gemarginaliseerd door degenen die de religieuze taal willen gebruiken om hun protest te laten weerklinken tegen de doorgaande economische en politieke onrechtvaardigheid. Vanuit dit perspectief, is de secularisatie niet de oplossing met betrekking tot het religieus fanatisme, die we begrijpen als weerstand op een wereld die doof is geworden voor de religieuze articulatie van het sociaal protest. Daarom stelt Habermas dat we nood hebben aan betere vertalingsvaardigheden die het zouden toelaten om de legitieme zorgen en belangen van religieuze individuen en groepen te integreren in een politieke besluitvorming, zonder dat de laatste hierbij zijn seculier karakter verliest. Habermas verbindt de opkomst van het anti-moderne en religieus fanatisme direct met een eigen vraag: de toekomst van de secularisatie.

Wat is secularisatie?

 Secularisatie is een begrip die vandaag in verschillende betekenissen wordt gebruikt. We zullen ze niet allen doorgronden in deze paper, maar ik toch zou graag de suggestie maken dat het begrip refereert naar maatschappijen en niet individuen. Wat secularisatie niet betekent is dat de cijfers van het aantal gelovigen daalt of dat het geloof uitgedoofd is. Dit is belangrijk als ik later de toekomst van de secularisatie wil schetsen.

Secularisatie is voor mij een statement over de rol van de religie binnen een grote context of maatschappij. Als hypothese: secularisatie beweert dat de modern wereld geboorte heeft gegeven aan een maatschappij waar de functie van religie niet langer noodzakelijk is of zelfs relevant is. Instituties die historisch nauwe banden hadden met religieuze idealen en tradities, hebben deze banden volledig verbroken of ze hebben ze puur symbolisch behouden. Een specifiek voorbeeld is radicale transformatie hoe ze in bepaalde westerse landen de eed afleggen. In het verleden zijn deze instituties diepgelovige en in zekere zin blijft het centraal in de juridische en politieke systemen. Toch tegenwoordig wordt het principe van de eed nagenoeg geheel begrepen op een functionele wijze. Het feit dat individuen kunnen kiezen tussen de religieuze vorm of de korte seculiere vorm toont aan dat vanuit officieel oogpunt de idealen van de religieuze dimensie van de eed superficieel zijn geworden. Secularisatie in deze specifieke vorm is het invloedrijkste beschreven in het begin van de 20ste eeuw door de grondleggers van de sociale wetenschap, namelijk Max Weber en Emile Durkheim. Voor Weber was de opkomst van de modern wereld enkel en alleen diep uitgewerkt als deze specifieke vorm van rationaliteit werd nageleefd. Sterk beïnvloed door Nietzsche (God is dood), zag Weber de moderne wereld als een soort van klok werk, precies, accuraat, efficiënt maar spiritueel leeg en betekenisloos. De Joods-Christelijke traditie en vooral het Calvijns – Protestantisme was instrumenteel vond Weber. In de tewerkstelling van dit type maatschappij werden de monotheïstische neiging van de wereld onttoverd. Eens gewonnen verloor de maatschappij alle nood aan religieuze grond. Weber gebruikte hiervoor de metafoor van de ijzer kooi om dit benadrukken.

 Ook voor Durkheim leidde de kapitalistische dimensie van de arbeid naar een atomische maatschappij. Voor hem was de maatschappelijke – en sociale cohesie een tautologie met het religieuze. Individualisatie, die een bedreiging is voor de solidariteit, was voor hem de sleutel om de teloorgang van de religie in de moderniteit te begrijpen. Wat Weber en Durkheim samen gemeen hebben is hun ambivalente kijk op het begrip secularisatie.

 Dit laatste was een typisch fenomeen voor de politieke geschiedenis van de 20ste eeuw.

Terwijl we dan snel gaan denken aan de seculiere religies van de 20ste eeuw zoals het communisme en fascisme, mogen we niet vergeten hoe attractief en wijd verspreid in Europa en verder, de seculiere agenda’s waren. Ik merk dit enkel op om duidelijk te zijn omtrent de Weberiaanse en Durkheimse distinctie: de modern maatschappij heeft de religie niet nodig zoals de meer traditionele maatschappijen het tot dan nodig hadden. Specifiek aan dit perspectief is dat het gegroeid is vanuit een diep gegronde bezorgdheid: wat moet er van de modern westerse maatschappij worden nu de traditionele Christenheid haar rol en functie heeft verloren? Zou dit veranderen in iets nieuws en volledig verschillend of in iets praktisch maar onkenbaar in onze geschiedenis. Of zou dit geboorte geven aan nog niet gekende geloofsovertuiging? En wat zal dit betekenen en hoe zal het eruit zien? Het is in deze articulatie, van de onderliggende vrees, dat we de blijvende betekenis van secularisatie terugvinden.

De laatste 150 jaar is de Westerse wereld bijna onherkenbaar veranderd sinds de publicaties van Weber en Durkheim werk. Desondanks zijn hun specifieke bezorgdheden vandaag niet verdwenen. De belangrijke vraag is of er een vacuüm aanwezig is in het midden van de modern wereld, waardoor we op een bepaald moment zullen imploderen. Of staat de moderniteit voor een drempel waarin het zal overgenomen worden door een andere geloofsovertuiging door het gebrek aan eigenheid in de moderniteit. Kunnen op langer termijn de normen en waarden van de rationaliteit hoog gehouden worden zonder de aanwezigheid een religieus fundament? Deze bezorgdheid kan zich uiten in verschillende indrukken. We kunnen hieruit lezen hoe Habermas 9/11 begrijpt en dat hij erfgenaam is van Webers visie van de secularisatie. Desondanks zijn pleidooi voor een betere integratie van religieuze individuen in de seculiere sociale orde is Habermas verschuldigd aan Weber voor zijn geloof dat er geen alternatief is voor de seculiere orde in de Westerse wereld.

Naar mijn mening kan het verlies van de religie in de maatschappij niet gecompenseerd worden en moet het worden weerstaan. Wat ik wil zeggen is dat de heerschappij van het seculiere narratief krachtig is, omdat het op verschillende manieren kan gelezen worden. Wel moet gezegd worden dat individuen geen atheïsten hoeven te zijn om het seculiere narratief te aanvaarden. Integendeel, het seculiere narratief kan gebruikt worden door al degenen die vijandig staan tegenover de regressie van de religie en het narratief willen gebruiken om hun nood aan een religie in de Westerse maatschappij terug te versterken.

De toekomst van de secularisatie

Het zou premature zijn om over het einde van de secularisatie te spreken in zijn pure vorm. Ik zal mij ook niet wagen aan theorieën over het verdwijnen of het falen van de religie. Desondanks denk ik dat de monotheïstische geloofsovertuigingen een radicale verandering hebben ondergaan als een gevolg van de secularisatie. Ik wil hier wel de nadruk leggen dat ik een onderscheid maak tussen secularisatie en de politiek van de secularisatie, gezien de laatste zijn mogelijkheidsvoorwaarde totaal heeft verloren.

De politieke partijen die hun ongenoegen uiten ten opzichte van de religie, in de trend van het Vlaamse belang, zijn nadrukkelijk minder in aantal. De reden hiervoor is volgens mij de verzwakking van de religieuze instituten in gans de wereld. Het is niet langer aantrekkelijk van leer te trekken of campagne te voeren tegen een tanende kerk. We zouden hiervan nog enkel kunnen spreken als de ideologie van het secularisme zijn kracht heeft verloren net zoals vele andere ideologieën van de 20ste eeuw.

Secularisatie is doorheen de 20ste eeuw en de 21ste eeuw gegroeid en sinds de grote transformaties van de late jaren 1980 en de dramatische toename aan democratieën in de wereld, alleen maar toegenomen. De binding tussen Staat en Kerk worden steeds minder en de waarden van ideologisch pluralisme worden omarmd. Dit roept wel twee vragen op.

Ten eerste wat betekent dit voor al deze democratieën en ten tweede, wat betekent het voor de religie en de religieuze instituten en zijn gelovigen? Ik laat de antwoorden over aan degenen die meer bekwaam zijn hierop te antwoorden. Wat ik wel wil zeggen is het volgende: kerkgemeenschappen moeten accepteren dat ze deel uitmaken van een religieuze pluraliteit. Hierdoor wordt religie meer een zaak van persoonlijke keuze. Niet dat religie daarvoor meer individualistisch zal worden als een soort van bezinning of therapie. Ik ben ervan overtuigd dat religie een activiteit van de gemeenschap zal blijven gezien de identiteit en de solidariteit die ze biedt aan mensen die in een te wetenschappelijke rationele wereld verloren lopen.

 Als besluit wil ik nog het volgende zeggen.

De verandering die de secularisatie met zich heeft meegebracht kan op langer termijn ook zijn voordeel hebben voor de religie. Het bevrijd hen immers van de rol als zingevers en bezorgers van een sociale en politieke identiteit aan een natiestaat. Het omarmen van het perspectief van de ander, het in de schoenen staan van de ander zal bevrijdend werken. Daarom moeten ze deze kans omarmen en bezegelen. Het is tijd, vooral na 13/11.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!