Volkstribunaal voor de ‘stille genocide’ in Indonesië

Precies 50 jaar geleden leidde een mislukte staatsgreep in Indonesië tot een spiraal van geweld, waarbij (afhankelijk van de bron) tussen 500.000 en 1 miljoen mensen om het leven kwamen. Over de precieze omstandigheden en de verantwoordelijkheden voor zowel de staatsgreep als de daaropvolgende massamoorden, tasten historici nog steeds in het duister. Een halve eeuw later wijzen diverse partijen naar elkaar. De regering in Jakarta heeft al laten verstaan dat er van excuses of verzoening geen sprake kan zijn.

vrijdag 30 oktober 2015 11:09

Slachtoffers van deze ‘stille’ genocide zijn het beu en organiseren in november een volkstribunaal dat zich zal buigen over de gebeurtenissen in 1965.

Even terug naar 1965. Indonesië heeft zich op dat ogenblik 20 jaar eerder losgerukt van Nederland. De eerste president Sukarno voert een zeer eigen koers, waarbij de internationale positie van Indonesië belangrijker is dan het welzijn van de eigen bevolking. Net na de onafhankelijkheidsverklaring door Sukarno en de latere vice-president Hatta op 17 augustus 1945 waren de verwachtingen hooggespannen. Indonesië was het vijfde grootste land ter wereld, bulkte van de grondstoffen en lag ideaal tussen het Aziatische schiereiland en de landen van de Pacific. Soekarno’s eerste betrachting was om de vele etnische groeperingen onder één vaandel en één staatsideologie te brengen. Daarnaast streefde hij naar een strikte scheiding tussen religie en politiek. Als grondlegger van het moderne Indonesië was de positie van Sukarno gedurende de eerste jaren van zijn leiderschap onaantastbaar. Vanaf halverwege de jaren ’50 zette Indonesië echter koers naar dictatoriaal vaarwater. De oppositiepartijen Masjoemi (islamitisch) en PSI (sociaaldemocratisch) werden uit het parlement gezet; in 1959 nam Soekarno zelf het premierschap over en in 1963 werd Indonesië een geleide democratie waarbij Soekarno zich tot president voor het leven liet benoemen.

Met buurland Maleisië dat hij ervan beschuldigde de islamitische krachten in zijn land te steunen, kwam het bijna tot een oorlog. Mede door een gebrek aan steun bij de westerse landen verloor Indonesië het conflict met Maleisië dat door Engeland, Australië en de Verenigde Staten werd gesteund. In 1965 trad Indonesië uit de Verenigde Naties. Maar de Indonesiër in de straat verweet Sukarno nog het meest zijn geflirt met de PKI, de Kommunisitsiche Partij van Indonesië.
 

G30S-PKI

In de nacht van 30 september en 1 oktober 1965 werden enkele topofficieren van het Indonesische leger uit bed gelicht. Enkelen werden onmiddellijk gedood, anderen stierven in de daaropvolgende uren op een afgelegen plek nabij het vliegveld Halim. De plek wordt aangeduid met de naam ‘Het krokodillengat’. Al heel snel viel de verdenking van deze staatsgreep op de PKI. Bewijslast werd snel gevonden (lees ‘gefabriceerd’). De leiding van de coup tegen de militairen berustte immers bij enkele personen met een duidelijke link naar de PKI. Vele decennia later zijn wetenschappers het erover eens dat de PKI ‘an sich’ niet betrokken was bij de staatsgreep, maar nog steeds worden de moorden toegewezen aan ‘de’ communisten. Het acroniem voor deze gebeurtenissen ‘G30S’, waarbij het cijfer en de letter ‘s’ verwijzen naar de datum (30 september) kreeg dan ook al vlug de toevoeging ‘PKI’, zodat de link voor de volgende generaties niet zou verloren gaan!.

Opvallend is alvast dat een van de toenmalige topofficieren niet werd opgepakt en vermoord. De latere president Suharto ontsprong op miraculeuze wijze de dodelijke dans, maar werd –integendeel- de spilfiguur waarrond alles zou draaien de volgende dagen. Suharto was op dat ogenblik commandant van de Strategische Reserve. Hij beschikte dus onmiddellijk over de best getrainde soldaten en een groot wapenarsenaal. Terwijl president Sukarno in een zeer oncomfortabele positie gewrongen zat, kon generaal Suharto alle registers opentrekken. Het resultaat was een massaslachting die in geen enkele verhouding stond tot de moord op zes generaals. Naar schatting 500.000 tot 1.000.000 Indonesiërs verloren bij deze onderlinge afrekeningen het leven. Vooral op Bali en Centraal- en Oost-Java vielen zeer veel slachtoffers. Van velen onder hen is intussen geweten dat zij geen of nauwelijks banden hadden met de PKI. In het voorjaar van 1966 stond Sukarno de macht af aan Suharto, een jaar later werd hij definitief aan de kant geschoven.

Tot op vandaag blijven nog heel wat vragen onopgelost. Hoe konden de ‘linkse’ coupplegers Suharto, zowat de belangrijkste officier in het leger, vergeten? Wat was de rol van het leger? Het is immers ondenkbaar dat een dergelijke genocide kon plaatsvinden zonder de -op zijn minst passieve- steun van het leger. En wat was de rol van de CIA? Pas recent en met de opening van enkele archieven vertoont de verdediging van de Amerikaanse inlichtingendienst in deze zaak barstjes.

Na de massamoorden werden heel wat personen die verdacht werden van linkse sympathieën opgesloten in gevangenissen en concentratiekampen. Het bekendste kamp bevond zich op het eiland Buru. Gedurende het regime van Suharto (president tot 1998) werden de overlevenden van de georkestreerde lynchpartij en hun familieleden zwaar gediscrimineerd. Zo hadden de gewezen gevangenen een speciale vermelding op hun identiteitskaart en konden zij of hun familieleden een carrière bij het leger of de overheid vergeten. Recent werden de verhoudingen tussen de slachtoffers en de daders nog zeer scherp belicht in de documentaires ‘The act of killing’ en ‘The look of silence’ van Joshua Oppenheimer.

De voorbije jaren hebben diverse organisaties in Indonesië geprobeerd de herdenking van de genocide op de politieke agenda te krijgen. Enkel president Abdurrahman Wahid maakte in 2000 een kleine opening. Hij liet verstaan dat een grondig onderzoek eventueel kon leiden tot verzoeningspogingen. Zijn woorden waren nog niet eens koud of verschillende groepen en politieke partijen, niet in het minst de Islamittisch-geïnspireerde, verzetten zich hiertegen.
 

Internationaal Volkstribunaal

Vijftig jaar na datum organiseerden slachtoffers, hun familieleden en mensenrechtenorganisaties zich in een internationaal volkstribunaal (‘IPT 1965’). Ze werden hierbij gesteund door nationale en internationale kunstenaars, politici, wetenschappers,… Ze ijveren voor een internationaal onderzoek dat de rol van de Indonesische overheid, het leger en Westerse regeringen vastlegt. Op deze manier willen ze de regering in Jakarta ertoe dwingen de slachtoffers te erkennen en morele verantwoordelijkheden voor de genocide te bepalen. Financiële compensaties zoekt men tot nu toe niet.

Van 10 tot 13 november zal het “Internationaal Tribunaal aangaande de 1965 misdaden tegen de mensheid in Indonesië” gehouden worden. Het zal bestaan uit experts in mensenrechten en Aziatische geschiedenis en zal voorgezeten worden door de Nederlandse hoogleraar Saskia Wieringa, die diverse onderzoeken en publicaties over de recente Indonesische geschiedenis op haar neem heeft staan. Het Tribunaal zal plaatsvinden In de Nieuwe Kerk in Den Haag. De op vrijwillige basis meewerkende rechters, aanklagers en getuigen zullen starten met het bewijsmateriaal te inventariseren, waaronder Oppenheimers opnamen. De uitspraak volgt ergens in 2016, in Genève. Anders dan het ICC, het International Gerechtshof, is het IPT geen officiële instantie; er zal niemand veroordeeld worden. In de eerste plaats is het een manier om de stemmen van slachtoffers te laten horen; getuigenissen zullen via het internet te volgen zijn. Daarnaast wil het tribunaal de activisten in het moederland een hart onder de riem steken.

Het is natuurlijk de vraag of de Indonesische regering op basis van de conclusies van het tribunaal haar eerdere standpunten zal herzien. Eerder legde ze de bevindingen, na vier jaar onderzoek, van de National Commission on Human Rights uit 2012 naast zich neer. Veel steun moet er dus niet verwacht worden vanuit regeringszijde. Tegenstanders van compensaties of excuses tegenover de slachtoffers hebben immers nog steeds vrij spel. Toen recent enkele slechtoffers wilden samenkomen in een kerk in Indonesië werden er doodsbedreigingen geuit en dreigde men de kerk in brand te steken. Hulp van het leger kwam er niet.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!