Analyse -

De dag dat de vakbonden hun macht verliezen

De nederlaag van de Amerikaanse luchtverkeersleiders die staakten tegen Reagan betekende het einde van de staking als actiemiddel in de VS. Komt het hier ook zover?

woensdag 28 oktober 2015 17:21

De Britse professor David Harvey heeft de eenvoudigste definitie van neoliberalisme. “Het draait”, zo schrijft hij in zijn boek ‘A brief history of neoliberalism’, “om het herstel van de macht van de rijken”.

Om het machtsevenwicht te kantelen hadden neoliberale denkers en politici verschillende ijzers in het vuur liggen. De Amerikaanse centraal bankier Paul Volcker verhoogde in 1979 de rente. Dat was een breuk met het Keynesiaanse monetaire beleid dat tot dan toe gevoerd werd. De gevolgen waren vernietigend voor de werkgelegenheid. Het was het begin van een diepe recessie die de werkloosheid boven de 10 procent zou duwen. Het verzwakte de onderhandelingspositie van de werknemers. De lonen slaagden er nooit meer in gelijke tred te houden met de stijging van de levensduurte en de productiviteit.

De tweede grote werf was het aan banden leggen van de vakbonden. Hoe Thatcher in Groot-Brittannië de mijnvakbond aanpakte, is een vaak verteld verhaal. Dat Reagan enkele jaren eerder hetzelfde deed met de vakbond van de luchtverkeersleiders is minder bekend.

Het gebeurde in de lente van 1981. Reagan was nog aan het bekomen van de moordaanslag op hem. Zijn minister van Transport bracht hem het slechte nieuws. Patco, de vakbond die de 17.000 luchtverkeersleiders vertegenwoordigde, had een stakingsaanzegging ingediend. Zij zagen door de inflatie en de stijging van de werkdruk hun loon- en arbeidsvoorwaarden uitgehold worden. Volgens Patco-voorzitter Robert Poli haalden de meeste verkeersleiders hun pensioen niet. Ze bezweken aan stressgerelateerde ziektes waaronder alcoholisme. Hun eisen waren niet min. Ze vroegen een verdubbeling van het loon, een werkweek van 32 uur en vervroegd pensioen.

Reagan bood hen slechts een loonstijging van 11 procent aan en in augustus was het zover. Het luchtverkeer werd stilgelegd. Volgens de Amerikaanse wet was de staking illegaal. Maar het zat de luchtverkeerleiders blijkbaar te hoog. Ze hadden ook vertrouwen in Reagan die zich als man van het volk opstelde.

De fiere middenklasse

Patco was niet zomaar een vakbond. Als verdediger van hoogopgeleide verkeersleiders waren zij een icoon van de Amerikaanse witte middenklasse. Patco was één van de enige vakbonden die de kandidatuur van Reagan had gesteund.

Maar ‘hun’ president reageerde furieus. Hij stuurde hen een ultimatum. Als de luchtverkeersleiders binnen de 48 uur niet allemaal terug aan het werk zouden zijn, wachtte hen een ontslagbrief. Patco dacht dat Reagan blufte en de meeste leden van de vakbond gingen gewoon door met de staking. Alleen merkten ze te laat dat het net aan het sluiten was. Zelfs de vakbondskoepel AFL-CIO steunde de staking niet.

Reagan hield woord. 11.400 luchtverkeersleiders werden ontslagen en kregen een verbod om ooit nog te werken voor een overheidsdienst. Patco keek aan tegen 40 miljoen euro aan boetes. Het werd de duurste staking ooit, toch voor de Amerikaanse arbeidersbeweging. Die zou nooit meer recht krabbelen. Alan Greenspan, de legendarische voorzitter van de Federal Reserve, noemde de vernietiging van Patco “misschien wel de belangrijkste binnenlandse daad” van Reagan.

In 1983 was nog 20 procent van de werknemers lid van een vakbond. Twintig jaar later was dat in de privésector al gedaald tot 6,9 procent. De gevolgen waren desastreus. Het gemiddelde loon steeg niet meer sinds de jaren 80. Mochten de lonen wel gelijke tred gehouden hebben met de productiviteitsstijging dan zouden de gemiddelde werknemers nu bijna 13 dollar per uur meer verdienen (35,98 in plaats van 23,14 dollar zoals nu).

Wie de afgelopen weken de boksmatch tussen N-VA en de vakbonden gadesloeg, zal een aantal elementen herkennen. Ook bij de staking van Patco ging het om een zogenaamd illegale staking. Voor hen was het echter de enige manier om hun rechten op te eisen. De zittende president steunen was blijkbaar niet genoeg geweest.

Zowel Thatcher als Reagan wisten ook één van sterkste vakbonden te isoleren. Eenmaal ze alleen staan, kan je makkelijker een deel van de bevolking overtuigen van de last die stakingen veroorzaken.

Provocaties

Het rijtje provocaties vanuit de regeringspartijen en meer bepaald N-VA is zo lang dat vakbonden er niet eens meer in slagen om op alles te reageren. Vakbonden zouden rechtspersoonlijkheid moeten krijgen zodat ze voor de rechtbank kunnen worden gesleept als leden iets verkeerd doen of schade veroorzaken. Het stakingsrecht zou wettelijk beperkt moeten worden. Er moet een minimumdienst komen in overheidsbedrijven. Lidgeld zou niet langer fiscaal aftrekbaar mogen zijn en op de syndicale premie zouden werknemers voortaan belastingen moeten betalen. Dat dat laatste een nieuwe belastingsverhoging is voor gewone mensen door een regering die beweert de belastingen te verlagen, is maar een detail.

De aanval op het Belgische stakingsrecht maakt trouwens deel uit van een Europese trend. In Spanje kunnen actievoerders een boete krijgen tot 600.000 euro voor een vreedzame sit-in. In Groot-Brittannië wordt staken binnenkort zo goed als onmogelijk gemaakt. Stakersposten zouden nog 6 mensen mogen bevatten, alle werknemers moeten in grote meerderheid voor de staking stemmen en zelfs een actie op Facebook moet twee weken op voorhand aangekondigd worden.

De algemene secretaris van de Britse vakbond TUC legt goed uit wat dat betekent: “Collectieve onderhandelingen werken als beide partijen een vorm van macht hebben. Dat is de reden waarom de meeste onderhandelingen resulteren in een deal en niet in een staking.”

Net de mogelijkheid om effectief economische schade toe te brengen aan bedrijven, dwingt werkgevers toegeeflijker te zijn aan de onderhandelingstafel en zo worden veel stakingen vermeden. Als de werknemers die stok niet meer achter de deur hebben, staan ze zo goed als machteloos.

Naoorlogs

Voor vakbonden is het met deze regeringen wat tasten in het donker. Ze worden geconfronteerd met een nieuwe realiteit. Het naoorlogse overlegmodel dat sinds de jaren 80 al serieuze deuken opliep, wordt helemaal uitgehold.

Het arsenaal actiemiddelen waarover sociale bewegingen als vakbonden beschikken, werd ook helemaal op punt gesteld in het kader van dat overlegmodel. Betogingen en stakingen dienden om de onderhandelingspositie te versterken. Nu mogen 100.000 mensen op straat komen, hun woordvoerders worden achteraf niet eens ontvangen door de regering.

Via bevriende partijen kon verder druk worden gezet op de regering. Als het van N-VA afhangt, wordt één van die partijen voor lange tijd naar de oppositie verwezen en de bevriende partij die wel nog mag meeregeren kan geen deuk in een pakje boter slaan. Het kwam zelfs zover dat CD&V – over hen hebben we het – dit weekend een motie van wantrouwen kreeg van ACV Metea.

Dat gebeurde op een congres van deze christelijke vakbondscentrale. Op datzelfde congres bogen twee werkgroepen zich over de thema’s “Acties met impact” en “Politieke beïnvloeding en maatschappelijke rol”.

Het zijn twee onderwerpen die leven binnen alle sociale bewegingen. Het pacificatiemodel van na de Tweede Wereldoorlog is voorbij. Deze regering kiest heel duidelijk voor het conflictmodel. Een groot aantal werkgevers sluit zich daar graag bij aan. Denk aan hoe Bpost op een volstrekt illegale manier uitzendkrachten inzet om een staking te breken van werknemers die protesteren tegen de plannen om de zaterdag te beschouwen als een gewone werkdag zonder extra premie.

Hoe voer je nog resultaatgerichte actie tegen een regering die niet wil luisteren? Hoe vermijd je dat een deel van je leden of militanten radicaliseert en kiest voor wanhoopsacties? Hoe betrek je de grotere groep van niet onmiddellijk getroffen mensen zoals de gebruikers van openbare diensten of de mensen die niet willen of niet kunnen staken?

Diezelfde vragen spelen ook op hoger niveau. In Parijs zullen honderdduizenden mensen betogen voor een rechtvaardig en stevig klimaatakkoord. Alleen vrezen specialisten nu al dat dat zo’n akkoord er niet in zit. Wat dan? Wat is plan b in de strategie?

Van stakingsleider tot autoverkoper



Robert Poli

Robert Poli, de voorzitter van Patco tijdens de fatale staking, eindigde zijn loopbaan als autoverkoper. Hij stierf vorig jaar na een nierfalen. De klap van de nederlaag was zo zwaar dat hij in het openbaar geen woord meer sprak over de staking. Zelfs onderzoekers en journalisten stuurde hij wandelen.

Bij zijn overlijden zei Joseph A. McCartin, een specialist van de Amerikaanse sociale geschiedenis, dat de nederlaag van Poli en Patco de sociale verhoudingen hertekend heeft. Dat kwam doordat staken door het brede publiek niet langer gezien werd als een legitieme tactiek. De gevolgen daarvan kennen we.

Hoe we vermijden dat het nog eens gebeurt, is onduidelijk. Maar Poli en de 11.400 ontslagen luchtverkeersleiders van weleer verdienen het dat hun opvolgers tenminste lessen trekken uit hun verpletterende nederlaag.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!