Verdrinkende kinderen, armoede en Vlaanderen

Verdrinkende kinderen, armoede en Vlaanderen

dinsdag 27 oktober 2015 18:06

Stervende kinderen, moeten we die helpen ongeacht waar ze leven? Peter Singer, hoogleraar bio-ethiek aan Princeton University, illustreert in zijn essay Famine, Affluence, and Morality met een beroemde analogie de morele plicht die we hebben om anderen uit armoede te liften. De analogie gaat als volgt. Beeld je in dat je onderweg bent naar je werk. Je passeert een ondiepe vijver zoals je dat elke dag doet, maar plots ontwaar je een verdrinkend kind. Je kan het kind redden, maar je hebt gisteren nog maar net een paar dure schoenen gekocht en als je het kind zou redden dan zijn je schoenen gegarandeerd naar de vaantjes. Heb je een morele plicht om het kind te redden?

 Morele plichten

 Zo goed als iedereen voelt intuïtief aan dat het moreel verwerpelijk zou zijn om het kind niet te redden. Het kind kan gered worden met relatief weinig moeite, een paar schoenen inruilen tegen een mensenleven is een no-brainer. Het zou getuigen van een grote mate van onverschilligheid indien we, met volle kennis dat daar een kind aan het verdrinken is, zomaar voorbijlopen en het kind aan zijn lot overlaten. Tegenwerpingen in de trant van: “Anderen deden ook niets” kunnen makkelijk aan de kant geschoven worden. Wat anderen doen of laten maakt geen enkel verschil uit voor de morele plicht die jij hebt om het kind te redden.

Singer betoogt dat wij allemaal voortdurend in de situatie van de voorbijganger zitten. Tot wel 22.000 kinderen sterven elke dag aan armoedegerelateerde omstandigheden. In de tijd dat het je heeft gekost om tot hier te lezen zijn er reeds 20 kinderen gestorven. Kinderen die met relatief weinig kosten, zeg maar de prijs van een duur paar schoenen, gered hadden kunnen worden.

Wanneer we direct doneren aan de organisaties die armoede bestrijden dan kan je aanzienlijk de levenskwaliteit van anderen verbeteren zonder dat je daar enige significante schade door zou lijden. De morele plicht om te helpen staat los van een eventuele verantwoordelijkheid aan deze armoede. De passant in onze analogie is net zomin verantwoordelijk voor het verdrinkende kind, maar heeft wel een morele plicht dit kind te redden. Om dezelfde reden verzaak je aan je eigen morele plicht als je niets doet aan armoede.

Armoede in Vlaanderen

 Zaterdag 17 oktober was het werelddag van verzet tegen armoede. Zo verscheen er in Het Nieuwsblad (17/10) een artikel over Dominic die één van de 170.000 Vlamingen is die in extreme armoede leeft. De Morgen (16/10) kopte: “Een op de tien Vlamingen zit onder armoedegrens”. Wat opvalt is de uitsluitende focus op armoede in Vlaanderen. Armoede is echter verre van een lokaal fenomeen, integendeel het is één van de meest prangende morele kwesties die we als mensheid  globaal het hoofd moeten bieden.

In Vlaanderen leef je onder de armoedegrens wanneer je slechts 1.074 euro per maand verdient. Wereldwijd leef je onder de armoedegrens wanneer je moet overleven op minder dan 1,90 dollar per dag, omgezet is dat zo’n 55 euro per maand. Het valt moeilijk te geloven maar wanneer je jaarlijks 12888 euro verdient dan behoor je tot de 11.1% rijkste mensen ter wereld. Hiermee wil ik uiteraard armoede in Vlaanderen niet minimaliseren maar wel onze nauwe focus op Vlaanderen in vraag stellen.

Effectief Altruïsme

Om armoede op de meest effectieve wijze te bestrijden, moeten we nagaan waar ons geld het meeste welzijn kan creëren. Dit is niet in Vlaanderen of in België, maar in derdewereldlanden. Dit omdat ons geld, omgezet naar lokale munt, een veel hogere waarde heeft en in staat is om veel meer mensen te helpen. Iemand in een derdewereldland bevrijden van schistosomiasis, een parasitaire infectie die de levenskwaliteit van de aangetaste op ingrijpende wijze kan verminderen, kost 85 cent. De levenskwaliteit van een arme in Vlaanderen opkrikken kost uiteraard veel meer.

Wanneer we vanuit een onpartijdig standpunt kijken is het moeilijk in te zien welke legitieme redenen we hebben om landgenoten te verkiezen boven mensen uit andere landen. Of de persoon die aan het verdrinken is in de vijver een Belg, Italiaan of Nigeriaan is maakt geen enkel verschil. Kan je erop vertrouwen dat je geld niet in de zakken van een corrupte liefdadigheidsinstelling belandt? Niet altijd, maar dankzij de uitstekende research van een aantal organisaties zoals het Centre For Effective Altruism of GiveWell kan u de organisaties selecteren die op meest effectieve wijze uw geld besteden.

Eindbalans

Kort samengevat stel ik dat we de morele plicht hebben om anderen uit armoede te liften wanneer we daar zelf nagenoeg niks van levenskwaliteit voor moeten opofferen. Bovendien moeten we verder durven kijken dan onze kerktoren wanneer we werkelijk het meest goed willen doen. Elk van ons kan met slechts 1% van zijn inkomen honderden mensen beschermen van armoedegerelateerde ziekten. Met de werelddag van verzet tegen armoede in het achterhoofd is vandaag een goed startpunt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!