Opinie - Els Flour, Vrouwen Overleg Komitee (VOK)

“Het eigen grote gelijk hoort niet op school”? Reactie op Raymonda Verdyck

In een interview met De Standaard (23/10) merkt het hoofd van het Gemeenschapsonderwijs GO! Raymonda Verdyck terecht op dat de wereld niet stil staat. Het is bovendien spannend om te lezen dat ze het pedagogisch project van het GO! wil actualiseren. Alleen dreigt het op een sof uit te draaien. Het is immers zeer de vraag of de krachtlijnen die Verdyck schetst een positieve invloed zullen hebben op de sociale mix en sociale lift die het GO! hoog in het vaandel draagt. Enkele kanttekeningen.

dinsdag 27 oktober 2015 15:55

Volgens Raymonda Verdyck wil het GO! voortaan inzetten op jongeren opvoeden tot “democratisch handelende burgers, die onze basiswaarden en de mensenrechten respecteren”. Mooi. Alleen moeten we ons afcragen waarop die ons slaat? De visie van de GO!-top, zo blijkt uit verschillende passages in het interview, stoelt namelijk op een wij-zij-positionering. Alhoewel het centrale uitgangspunt heet te zijn dat alle levensbeschouwingen gelijkwaardig kunnen worden geuit, klinkt uit het interview weinig openheid naar de gelovige leerlingen tot wie het GO! zich nochtans ook richt. Die aversie van religie is historisch te verklaren, maar bij een actualisering van het pedagogisch project in een wereld die niet stilstaat, zou het goed zijn om het principe van levensbeschouwelijk pluralisme met meer onbevangenheid te verkennen. Raymonda Verdyck heeft gelijk wanneer ze stelt dat neutraliteit een context is, en dat het GO! die context moet bieden. Dat betekent evenwel niet dat het GO! levensbeschouwelijke tekenen bij leerlingen onzichtbaar moet maken. Want dat is het beleid van de voorbije jaren. Het betekent ons inziens dat het GO! net plaats moet maken voor de verschillende levensbeschouwingen en moet tonen hoe respect voor die verschillen en voor de mensenrechten hand in hand kunnen gaan.

Zou het GO! daarmee de deur openzetten voor allerlei onheil? Raymonda Verdyck vreest duidelijk van wel. Het huidige verbod op levenbeschouwelijke tekens (door de journalist en Raymonda Verdyck zonder boe of ba verengd tot het hoofddoekenverbod) wordt voorgesteld als een wondermiddel dat rust bracht in de diversiteit. Terzelfdertijd hangt Verdyck het beeld op van een onderwijsnet dat de incidenten aan elkaar rijgt: homofobe en racistische uitspraken, jongeren die terrorisme verheerlijken, meisjes die in boerka (zou het echt?) naar school komen…. Diversiteit wordt beschreven als een bedreiging van neutraliteit. Een neutraliteit die bovendien moet worden beschermd tegen nieuwe bedreigingen. Het toelaten van de hoofddoek wordt voorgesteld als de eerste stap naar niet-gemengde klassen, aparte zwemlessen en het afschaffen van de lessen seksuele opvoeding. Nochtans heeft het ene niets met het andere te maken en reikte onder meer BOEH! tips aan om via het schoolreglement duidelijk te maken dat het gemengd karakter van de lessen en de vakinhoud niet ter discussie staan (kleine voetnoot in deze discussie: tal van GO-scholen organiseren de lessen lichamelijke opvoeding gescheiden voor meisjes en jongens, vanuit hun eigen visie).

“Wij zijn geoefend in diversiteit”, luidt het. Maar dan staat er elders: (pas) als “het symbool weg is, kunnen we weer praten”.Dat klinkt toch ietwat tegenstrijdig. En wat dat ‘symbool’ betreft, schuwt Raymonda Verdyck het niet om de hoofddoek op eenzelfde lijn te zetten met het hakenkruis. Dat is een vergelijking die stuitend is en die doet vermoeden dat het GO! nog flink wat denkwerk heeft om een aantal basisconcepten onder de knie te krijgen. Hakenkruisen hebben niets, maar dan ook niets, te maken met godsdienstvrijheid, de hoofddoek wel. Godsdienstvrijheid (de vrijheid om je godsdienst te belijden) staat opgenomen in art. 9 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. En aan een mensenrecht kan niet zomaar worden getornd. Het is in dat opzicht merkwaardig dat de GO!- topvrouw noch de journalist de uitspraken aanhalen waarmee de Raad van State in oktober vorig jaar het verbod vernietigde op het dragen van een tulband (in een school in Sint-Truiden) en van een hoofddoek (in een school in Dendermonde). De Raad benadrukte dat vrijheid het uitgangspunt moet zijn, en dat een verbod slechts mogelijk is bij wijze van uitzondering, indien daartoe een werkelijke noodzaak bestaat. Met een algemeen verbod heeft het GO! het juridische gelijk dus niet aan zijn kant. Alleen lijkt het ervoor te kiezen om dat te negeren eerder dan schooldirecties de reikwijdte van het arrest duidelijk te maken. In plaats van krampachtig vast te houden aan het grote eigen gelijk, zou het GO! een tandje kunnen bijsteken volgens het ‘teach what you preach’-principe. Zodat het op een positieve manier vorm kan geven aan een inclusief pedagogisch project en een omgeving kan bieden die rijk is aan ideeën, waar het aangenaam en veilig is om samen te klinken, te botsen en te leren.

Els Flour

Vrouwen Overleg Komitee

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!