Groepsfoto met minister Fabius

Klimaatconferentie Internationale vakbonden

vrijdag 16 oktober 2015 14:28

Ter voorbereiding van de Internationale klimaatconferentie van de Verenigde Naties op het einde van 2015 verzamelden 200 vertegenwoordigers van vakbonden van over heel de wereld in Parijs om een gezamenlijke strategie af te spreken. Vakbonden eisen niet alleen meer aandacht voor de sociale gevolgen van de klimaatopwarming en het klimaat beleid, ze eisen ook een plaats aan de tafel om mee te beslissen over hun toekomst. De centrale boodschap is gekend: “There are no jobs on a dead planet”. Laurent Fabius, Frans minister van Buitenlandse Zaken en voorzitter van de klimaatconferentie, nam onze eisen in ontvangst en engageerde zich om ze te verdedigen in de onderhandelingen.

Dit verslag verscheen in A&M magazine (nr. 3, 2015), het boekje van Arbeid en Milieu vzw.

Tijdens twee intense dagen kwamen vakbondsvertegenwoordigers van alle continenten aan het woord om hun visie op de nood aan een rechtvaardige transitie toe te lichten. Ook top-vertegenwoordigers van de milieubeweging namen deel om aan te geven hoe zij de sociale kant van het klimaatverhaal aanpakken. Hieronder een overzicht van een aantal markante boodschappen.

De aftrap van het seminarie werd gegeven door Sharan Burrow, Algemeen Secretaris van het internationaal Vakverbond. Niemand verdedigt met zoveel vuur het belang voor de vakbonden om de klimaatproblematiek ernstig te nemen. De opwarming van de aarde zal en wordt het eerst gevoeld door werknemers. Zij zijn nu reeds het slachtoffer van droogte, herstructureringen, enz. Anderzijds zijn er ook heel wat kansen in nieuwe sectoren om een antwoord te bieden op de klimaatopwarming. Vakbonden zijn betrokken bij elk aspect van het klimaatbeleid en moeten daarom hun plaats aan de onderhandelingstafel opeisen. Onze eis is dubbel: “We need not only zero carbon, but also zero poverty for the generations to come.” Om dit te realiseren moeten we alle instrumenten inzetten waarover we beschikken. Niet in het minst de 30 biljoen dollar in pensioenfondsen waar de vakbonden het mee voor het zeggen hebben. Die miljarden moeten ingezet worden voor de transitie naar duurzaamheid.

Merlyn Van Voore, de klimaatcoördinator van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) vatte de uitdaging samen in twee eenvoudige maar zeer alarmerende cijfers: indien we de opwarming onder de 2° Celsius willen houden, dan moet onze uitstoot tegen 2030 onder de 42 Gt CO2eq/jaar blijven. Het probleem is dat we in 2010 reeds over 50 Gt CO2eq zitten. En nog erger, de engagementen die vandaag op de onderhandelingstafel liggen schieten ruimschoots te kort om deze doelstelling te halen. Mevrouw Van Voore wees er op dat de noodzakelijke maatregelen in de transportsector, bij gebouwen, in de industrie perfect gekend zijn. Ze zullen daarenboven vele miljoenen aan extra jobs creëren.

Philippe Jennings (UNI Global Union) benadrukte dat we als vakbonden verplicht zijn om een antwoord te bieden op de klimaatuitdaging. Niets doen zou een verschrikkelijk falen zijn. We mogen echter niet geïntimideerd worden door de schaal van de uitdaging. Hij wees er ook op dat uiteindelijk slechts 90 bedrijven instaan voor 2/3e van de emissies.[1] Het zijn niet de vakbonden die de noodzakelijke veranderingen in de weg staan. Deze bedrijven en hun belangen zorgen er voor dat het zo moeilijk is om vooruitgang te boeken.

Josua Mata, algemeen secretaris van de vakbond SENTRO in de Filipijnen, gaf aan hoe de klimaatproblematiek een centraal thema werd voor zijn vakbond; hoe het een “bread and butter issue” werd. In het verleden hebben coöperatieve bedrijven gezorgd voor elektriciteit op het Filipijnse platteland. Deze coöperaties worden echter steeds meer geprivatiseerd. Het gevolg is dat de prijzen omhoog gaan en de dienstverlening sterk achteruit gaat. Terwijl de coöperaties elkaar vroeger te hulp schoten indien een storm schade veroorzaakte aan de elektriciteitsleidingen, gebeurt dit vandaag niet meer. Mensen moeten steeds vaker facturen betalen zonder dat ze over stroom kunnen beschikken. Hij benadrukte dan ook dat het klimaatbeleid niet alleen over het creëren van klimaatjobs gaat, maar ook over het democratisch beheer van de energievoorziening.

Een ander schrijnend verhaal was er van Massiel Figuereo van de vakbond CNUS uit de Dominicaanse Republiek. Zij vertelde over de dramatische gevolgen van de droogte in haar land. Dit leidt tot grote problemen met de drinkwatervoorziening, landbouw wordt zeer moeilijk, het vee sterft, enz. het gevolg is hoge werkloosheid, vooral op het platte land. Daarenboven leidt de klimaatopwarming tot een grote plaag van algengroei in de Caraïbische zee waardoor ook de voedselvoorziening door visserij in het gedrang komt. Volgens mevrouw Figuereo is de situatie zo erg dat de mensen zelfs heimwee krijgen naar het seizoen van de orkanen. Die veroorzaken zeer veel schade maar zorgen er ten minste voor dat de watervoorraden aangevuld worden.

Er waren een aantal interventies van vakbondsleiders uit de industriële sectoren. De Canadees Brian Kohler, directeur duurzaamheid van IndustriALL stelde dat het concept ‘rechtvaardige transitie’ zeer simpel is. Het betekent dat het inkomen en de jobs van werknemers en hun families beschermd moet worden. Zo lang daar geen garanties voor zijn, is er angst bij de werknemers, en die angst verhindert dat er vooruitgang kan geboekt worden inzake duurzaamheid. Brad Markell, de CEO van de industrie-afdeling van de Amerikaanse vakbond AFL-CIO, benadrukte dat de transformatie van de industrie cruciaal is in het debat. Hij gaf aan dat er ingezet moet worden op alternatieve energiebronnen, het renoveren van huizen, enz. Hij had ook een heel duidelijke waarschuwing: de geschiedenis van de laatste dertig jaar leert ons dat “every big change in society is an excuse to screw the workers”. We moeten er voor zorgen dat dit niet gebeurt met het klimaatbeleid. Mensen voor wie er geen toekomst is, zullen elke verandering tegenhouden. Hij pleitte er voor om het klimaatbeleid te koppelen aan het handelsbeleid. Dit moet het onmogelijk maken dat vervuilende producten, of producten die op een vervuilende manier gemaakt worden, op de markt komen.

Hassan Yussuff, voorzitter van de Canadian Labour Congress, zei dat we niet teveel over “rechtvaardige transitie” moeten praten, maar maatregelen moeten nemen. Geen uitvluchten, we weten wat moet gebeuren en de vakbonden moeten leiderschap tonen. Sommige jobs zullen veranderen en daar moeten we een oplossing voor vinden. Heel concreet stelde hij voor dat een percentage van de sociale bijdragen naar een fonds zouden gaan om de transitie te begeleiden. Ook de afspraken binnen de Internationale Arbeidsorganisatie rond groene jobs moeten er voor zorgen dat werknemers, werkgevers en overheden in alle landen aan tafel gaan om de transitie aan te pakken. In dit belangrijke debat moeten de vakbonden hun zeg kunnen doen.

Samantha Smith, de leider van het klimaat- en energieprogramma van WWF, zei dat je beter populair kan zijn dan slim. Er is massale steun nodig van de bevolking om de transitie te realiseren die nodig is. Die transitie zal leiden tot een grondige industriële transformatie, die enkel kan gerealiseerd worden met de steun van de werknemers. Een rechtvaardige industriële transformatie veronderstelt (1) dat iedereen betrokken wordt bij het proces, (2) een betere verdeling van de ondernemingswinsten, (3) inzet van het volledige overheidsinstrumentarium (belastingen, subsidies, regelgeving,…) en (4) accepteren dat er een einde komt aan de fossiele brandstoffensector. Dit laatste moet gesteund worden door de vakbonden uit de energiesectoren. Dit betekent ook dat er een alternatief moet zijn voor de werknemers in deze sectoren.

Ook Kumi Naidoo, de CEO van Greenpeace International, kwam steun betuigen voor de rol van vakbonden in het klimaatbeleid. De mensen op de eilanden in de Stille Zuidzee vragen dat de opwarming van de aarde beperkt wordt tot maximaal 1,5° C. We weten dat COP21 niet het akkoord zal opleveren dat nodig is. Zelfs al wordt het op papier gezet in Parijs, dan nog is het niet eens zeker dat het effectief uitgevoerd zal worden. Hij stelde dat de klimaatverandering in feite geen milieuprobleem is, maar veroorzaakt wordt door de ongelijkheid in de wereld. Daarom moeten milieuorganisaties en vakbonden samen strijden voor een oplossing.

Als afsluiting van deze vakbondsconferentie werden onze eisen voorgelegd aan Frans minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius. Hij zal COP21 voorzitten. Sharan Burrow vroeg hem om onze eisen (zie kader) symbolisch te ondertekenen, wat hij dan ook deed. Minister Fabius herhaalde wat we ondertussen al weten: de emissiereductie engagementen[2] die op dit ogenblik op tafel liggen zullen de klimaatopwarming niet onder de 2° houden maar leiden tot een opwarming met 3°. De minister stelde dat dit geen probleem is. We vertrekken van 3° om daarna naar 2° te evolueren via jaarlijkse evaluaties. Het is ook belangrijk dat er een mechanisme komt dat achteruitgang voorkomt. Parijs moet het keerpunt worden in het klimaatbeleid. Er zal nog heel veel werk zijn na Parijs. Hierbij hebben de vakbonden een belangrijke rol volgens de minister. Via sociale dialoog met de werkgevers in de meest kwetsbare sectoren moeten de vakbonden bijdragen aan het klimaatbeleid. De minister erkende ook de kracht om te mobiliseren rond het klimaatthema van de vakbonden.

Op het einde van het seminarie waren de batterijen van de meer dan 200 vakbondsvertegenwoordigers stevig opgeladen om dit belangrijk klimaat-najaar aan te pakken. Quotes, reacties en foto’s van het seminarie kunnen gevonden worden op Twitter via #unions4climate.

Bert De Wel

[1] http://www.theguardian.com/environment/2013/nov/20/90-companies-man-made-global-warming-emissions-climate-change

[2] De ‘Intended Nationally Determined Contributions’ (INDCs), de geplande en nationaal bepaalde bijdragen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!