Geweld en macht: hoe Erdo?an wanhopig volhoudt

Geweld en macht: hoe Erdo?an wanhopig volhoudt

zondag 11 oktober 2015 01:53

Op 4 oktober 2015 ontving de Belgische koning Filip de Turkse president Recep Tayyip Erdo?an op staatsbezoek, een evenement waarbij Erdogan lid werd gemaakt van de Leopoldsorde. Ondanks luid protest – onder andere over Erdo?ans onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en de oorlog in Koerdistan – ging dit bezoek door zoals gepland. Amper een week later stierven bijna honderd mensen tijdens een vredesbetoging in Ankara. De zingende en dansende menigte was aan het protesteren tegen het aanhoudende geweld in het zuidoosten van het land. Op lugubere wijze illustreren de aanslagen van 10 oktober hoe Erdo?an ‘over lijken [gaat]‘ om zijn wil door te drukken. Met opnieuw verkiezingen voor de deur op 1 november, is dit Erdo?ans laatste kans om democratische legitimiteit te verwerven voor zijn droom van een conservatieve en autoritaire Turkse staat.

Waarom?

Al jaren is het Erdo?ans droom om Turkije een nieuwe grondwet te geven. Niet alleen zou het het kroonstuk vormen van meer dan dertien jaar AKP-beleid, het zou ook Erdo?ans persoonlijke macht betonneren door het land om te vormen naar een presidentiële republiek. Het was zijn doel om met die nieuwe machten Turkije fundamenteel te hervormen in de richting van een conservatief-islamistische samenleving, gedomineerd door hemzelf en zijn partij. Om de grondwet te veranderen, had hij echter een twee derde meerderheid nodig. Toen de pro-Koerdische en linkse HDP-partij (Democratische Partij van de Volkeren) als grote overwinnaar uit de bus kwam op 7 juni, verloor AKP haar absolute meerderheid en moest ze op zoek naar een coalitiepartner.

Toen het niet mogelijk bleek voor de partij om serieuze coalitiegesprekken aan te knopen (o.a. vanwege de gewilde grondwetsherziening), koos ze voor de vlucht vooruit. Ze verbrak het vredesbestand in Turks-Koerdistan en liet de oorlog met de Koerdische PKK (Koerdische Arbeiderspartij) opnieuw in alle hevigheid losbarsten. Het doel was om nationalistische en patriottistische emoties los te weken bij het grote publiek, waarna er een nieuwe verkiezing zou volgen die AKP wél de benodigde meerderheid zou schenken.

‘Eigen schuld, dikke bult’?

De aanslagen van 10 oktober moeten dan ook in dit licht gezien worden. De Turkse premier Ahmet Davuto?lu was er als de kippen bij om de verantwoordelijkheid bij de PKK en de HDP te leggen, ondanks het feit dat daar geen serieuze bewijzen voor zijn. Na de gruwelijke dood van bijna honderd mensen verscheen Erdo?an niet eens op de nationale televisie om het land toe te spreken. In plaats daarvan verspreidde hij een communiqué via zijn website, waarin werd gesteld dat de aanslagen ‘hetzelfde waren als die op Turkse militairen en politiemensen’, een beetje in de toon van ‘eigen schuld, dikke bult’. Ook zijn er meldingen dat meteen na de explosies de politie de hulpdiensten niet wou doorlaten om de gewonden te verzorgen.

En nu?

Op dit moment is er geen rechtstreeks bewijs dat de regering betrokken was bij de aanslagen, maar vast staat dat ze weinig deed om ze te verhinderen. Dat de vele doden de regeringspartij goed uitkomt (want: Koerdisch en links), maakt het geheel enkel cynischer. Mensen die opriepen tot liefde zijn vermoord door een brute boodschap van haat. De schokgolf die dit teweegbracht is ver buiten Turkije voelbaar, ook in België, al negeren de Belgische media grotendeels de oorzaken van deze gruwel. Het framen als een ‘simpele’ terreurdaad verdoezelt wiens belangen er écht gediend worden met deze aanslag. Zelfs al is er geen rechtstreekse betrokkenheid, toch draagt de Turkse president en zijn partij een zware politieke en morele verantwoordelijkheid voor het bloed dat gevloeid is.

Gelukkig is er niet enkel wanhoop: al op de avond van 10 oktober ontstonden er spontane manifestaties in Istanbul en Ankara om steun te betuigen. Er weerklinkt nog steeds hoop uit de kelen van het Turkse volk, die na jaren van militaire en AKP-dictatuur snakt naar vrijheid, vrede en democratie. De vastberadenheid van de Turken is indrukwekkend en zou als inspiratie moeten dienen voor volksbewegingen de wereld rond. Haar reactie tegen het geweld en de provocaties van de Turkse regering zijn ronduit indrukwekkend te noemen. Ze bewijzen het oude adagium van de wijlen Brits politicus Tony Benn: ‘You see there are two flames burning in the human heart all the time. The flame of anger against injustice, and the flame of hope you can build a better world’.  Door solidariteit te betogen met de volkeren van Turkije en haar strijd voor vrede en democratie, dragen we een heel klein beetje mee aan het aanwakkeren van die vlammen.

 (Jonas Vanderschueren)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!