Over hechting, moeders op fora en opkomen voor baby’s

Over hechting, moeders op fora en opkomen voor baby’s

maandag 5 oktober 2015 23:46

Op radio 1 werd vandaag gesproken over de baby van Annelien Coorevits. Blijkbaar is deze baby al een hele tijd het gespreksonderwerp van vriend en vijand omdat mevrouw Coorevits een maand naar een tropisch eiland vertrekt om te werken en daarbij haar baby dus deze periode niet zal zien. Voorstanders van deze beslissing schermen met de rechten van een vrouw om te werken, tegenstanders zeggen dat het niet goed is voor de hechting. Om dit onderwerp dieper uit te spitten, nodigde Annemie Peeters een expert uit van Kind en Gezin. Sarah Vanden Avenne, orthopedagoge en stafmedewerker preventieve gezinsondersteuning mocht het woord voeren over hechting. Mooie opzet, maar om meerdere redenen deed het interview me hoofdschudden omdat het verkeerde interpretaties van de hechtingstheorie bevat. 

Mevrouw Vanden Avenne begint haar betoog met te benadrukken dat de wetenschap over kinderen geen statische wetenschap is. En dat klopt. Met het grootbrengen van kinderen heb je geen garanties. Maar over hechting is intussen wel al veel geweten waar we niet meer omheen kunnen. Hoe meer onderzoek gedaan wordt naar hechting en de ontwikkeling van jonge kinderen, hoe vaker bevestigd wordt wat al jaren verteld wordt door wetenschappers: het eerste jaar in het leven van een kind is cruciaal voor de hechting van een kind. En die hechting is dan weer belangrijk voor latere relaties, voor de emotionele balans van een kind (en later de volwassene), voor gedrag op school en op de werkvloer, voor de mogelijkheid tot het verwerken van stress, de ontwikkeling van de hersenen,… Met andere woorden, hechting is heel erg belangrijk voor de ontwikkeling van een mensenkind. Laat ons stellen dat de soort van hechting (voor wie minder thuis is in de materie: er zijn verschillende manieren van hechting) redelijk bepalend is voor het welzijn van een mens. 

Wat heeft een kind nodig om zich veilig te hechten? Een paar dingen. In eerste instantie een vaste verzorger. In veel gevallen is dit de moeder of de vader. In meer uitzonderlijke gevallen is dit een voogd, pleegouder of adoptieouder of een andere verzorger. Maar wat van belang is, is dat er minstens 1 persoon de vaste waarde is in het leven van een baby. Dit kan uitgebreid worden met nog een paar personen die de baby verzorgen, maar het maximum zit op ongeveer 3 mensen waaraan een baby zich kan hechten in het eerste levensjaar (12 tot 18 maanden ongeveer). Meer heeft een mensenbaby dus niet nodig. Een vaste persoon (laten we die persoon voor het gemak de moeder noemen) die er altijd is en wat extra verzorgers die de moeder ontlasten en bijstaan. “It takes a village to raise a baby”, het gezegde klopt, maar met die voetnoot dat er wel steeds één (en dezelfde) persoon een constante moet zijn in het leven van een jong kind. Ideaal gezien zou een baby inderdaad verzorgd worden door andere personen buiten de moeder, maar dan wel terwijl de moeder in de nabijheid is waardoor de baby bij de eerste kik weer aan de moeder overhandigd kan worden en zij haar baby kan troosten en laten merken dat ze er is. Meer personen dan die drie vaste verzorgers heeft een baby niet nodig. Dat is teveel. Pas wanneer kinderen ouder worden, gaan ze vanzelf sociale contacten zoeken met buitenstaanders. (dan spreken we al over peuters, niet meer over baby’s)

Maar, stelde Annemie Peeters tijdens het interview, een baby van drie maanden kan toch nog niks zien, die herkent de moeder toch niet? Die veronderstelling klopt niet. Een baby kan al vanaf een paar weken na de geboorte net ver genoeg zien dat wanneer hij van de borst drinkt, hij zijn moeders gezicht kan zien, herkennen en bestuderen. Hij herkent de geur van de moeder, haar stem, haar lichaam. Niet vergeten dat hij al 9 maanden binnen in de buik van zijn moeder geleefd heeft en als geen ander haar ademhaling, hartslag en zelfs de geluiden van haar spijsvertering kent. Dus ja, een kind herkent zijn moeder. Ook wanneer hij maar 3 maanden oud is. Want veilige hechting begint al bij de conceptie.

Voor veilige hechting heeft een kind niet alleen een vaste verzorger nodig natuurlijk. Hij heeft ook responsieve verzorging nodig. Dit wil zeggen dat hij eten krijgen wanneer hij daar om vraagt, dat hij getroost wordt wanneer hij huilt, dat hij liefde krijgt, geknuffeld wordt, dat er voorzien wordt in al zijn fysieke en emotionele noden, hoe basaal die ook zijn. Hij heeft menselijk contact nodig, huid-op-huid contact, oogcontact, dat er tegen hem gesproken wordt, etc. Maar, zo stelt mevrouw Vanden Avenne, voor een kind maakt het niet uit wie die verzorging doet. Het zou volgens haar zelfs goed zijn dat anderen in die verzorging voorzien zodat een kind een juist wereldbeeld krijgt. Daar gaat haar theorie helaas de mist in. Want een baby is op 3 maanden nog niet klaar om de wereld te ontdekken. Zoals eerder gezegd is een baby gericht op de moeder en in uitbreiding de vader en de broers en zussen. Maar de rest van de wereld kan hem gestolen worden. Een baby van drie maanden ligt niet wakker van een oma of een buurman die hij nog niet ontmoet heeft. Een baby ligt wel wakker van een vreemde persoon (vanuit het perspectief van de baby) die hij zag terwijl de moeder niet in de buurt is. 

Gelukkig, zo ging het gesprek verder, is hechting dynamisch. Kan je bij verkeerde hechting toch nog werken aan een veilige hechting. Ik vrees, mevrouw Vanden Avenne, dat deze uitspraak heel veel begeleiders van kinderen en volwassenen met hechtingsstoornissen tegen de borst zal stoten. Want zij zien elke dag hoe moeilijk het is om dit proces van hechting om te keren zodra het fout gelopen is. Zij worden elke dag geconfronteerd met hoe belangrijk dat eerste levensjaar is. Onveilige hechting zomaar omkeren doe je niet zomaar. Dat doe je met heel veel hard werk, heel veel tijd en heel veel geduld. Als stafmedewerker preventie zou u toch net een voorstander moeten zijn van voorkomen in plaats van genezen?

Tijdens het gesprek werd meermaals verwezen naar “die moeders op de fora“. U weet wel, die moeders die verschillende dingen beweren en die eigenwijs hun eigen zin doen. Die moeders die er op uit zijn om andere moeders een schuldgevoel aan te praten en die gelinkt worden met georganiseerde misdaad. Die moeders. Maar de triestige realiteit is dat “die moeders” vaak beter geïnformeerd zijn over de ontwikkeling van kinderen en de studies die daarnaar gedaan zijn dan de gemiddelde medewerker van Kind en Gezin. “Die moeders” zijn vaak een grotere bron aan interessante informatie over baby’s, kinderen, (borst)voeding, ontwikkeling en ga zo maar door. En toch worden “die moeders” in dit interview afgedaan als onwetende, verwarde vrouwtjes die maar wat doen. Behoorlijk denigrerende om te horen, vooral van een organisatie die net voor de belangen van kinderen en hun ouders zou moeten opkomen. 

En daar komen we bij het punt van het verhaal, waarom dit interview mij boos maakt.  Niet omwille van het idee dat Annelien Coorevits besluit haar kind een maand niet te zien, zij heeft wellicht de voordelen en de nadelen tegenover elkaar afgewogen en deze beslissing genomen. Maar het feit dat een organisatie die de spreekbuis moet zijn van de jongste mensen in onze maatschappij niet eens durft opstaan en zeggen hoe het in elkaar zit, dat maakt me razend. Baby’s en kinderen kunnen zelf niet zeggen wat ze nodig hebben, dat maakt hen net de bevolkingsgroep die het meeste moet beschermd worden. Wanneer de organisatie die ouders moet voorlichten en hen moet begeleiden in het belang van het kind, dan de scheiding van een moeder en een kind voor een lange tijd gaat goedpraten… Dan moet er echt eens nagedacht worden over welke belangen hier verdedigd worden, die van het kind, de ouders of de organisatie zelf.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!