Het collectief avontuur van stedelijke vergroening

Het collectief avontuur van stedelijke vergroening

vrijdag 2 oktober 2015 10:24

De Vlaamse burger bouwt aan vergroening op straat-, wijk- of stedelijk niveau. Onder de vleugels van een groeiend aantal initiatieven schiet nieuw groen op (letterlijk) naast de voorzieningen in traditioneel beheer door stedelijke groendiensten en de groene oases verzorgd door verenigingen voor natuur en milieu: aan huisgevels, op onbenutte percelen, over boomspiegels, op terrassen…

Van siergroen tot eetbare tuin, zowel de noemers (vergroening, verbloeming, standstuinieren, stadslandbouw,…) als de drijfveren (van sociale betrokkenheid tot het herstel van voedselsoevereiniteit) zijn legio.




Groene Straat is een collectief initiatief, ontstaan vanuit het coöperatief magazine mokka.coop. Een 20-tal inwoners dienden een collectieve premie-aanvraag in bij Stad Kortrijk en plannen samen met inwoners en handelaars tegen eind dit jaar 120 gevels in het groen te zetten.

Groene Straat is geen koerierdienst die een bak groen op je stoep zet; wél een groeiende groep enthousiaste mensen die je op straat- of buurtniveau bijstaan met raad en daad. Delen, ruilen en samen doen is het motto: kennis uitwisselen over tuinieren, tuingereedschap uit- en ontlenen, zaden ruilen, een helpende hand geven bij de bouw van de geveltuin van de buur, samen genieten van de opbrengst van een eetbare geveltuin…

Gemeenschapsvorming

Het is verrassend te zien wat het samen aanplanten van een stuk groen in stedelijke omgeving tot gevolg heeft. Stedelijke vergroening is een oproep tot gemeenschapsvorming, waarbij elkeen wordt uitgenodigd tot een dieper niveau van emotionele betrokkenheid. De intensiteit van de betrokkenheid put haar oorsprong grotendeels uit de levende natuur.

Het hernieuwd contact met de aarde, de zaden en het plantgoed staat in schril contrast met onze huidige werk- en leefgewoonten. De dagelijkse koers waarin we ons verplicht voelen mee te lopen heeft geen vat op het ritme van de seizoenen. De onmiddellijke invulling van onze (ingebeelde) behoeften hoort er niet meer bij. We herontdekken het plezier van het wachten, het uitkijken naar het uitbrekend zaad dat de kop opsteekt op een vroege lentedag, de stille verwondering van een pure bloemengeur, …

Het samen realiseren van stadsgroen lijkt een gedroomde en vooral meest natuurlijke ontmoetingsplaats waar zowel individu als gemeenschap baat bij hebben.

Van psychologen tot buurtwerkers, professionals zullen de positieve effecten op de mentale en fysieke gezondheid duiden. Alerte toeschouwers zullen de dynamiek achter de gemeenschapsvorming zien en de impact op de samenleving, het collectief denkwerk in termen van mogelijkheden (i.p.v. bestaande kaders), het respect voor de eigenheid van het individu en diversiteit in de gemeenschap (i.p.v. de uniformering door bijvoorbeeld sociale media) tot een pamflet over hoe burgers anno 2015 de toekomst zien waarin ze willen leven.

Voedselvraagstuk

Op bezoek bij vrienden werd ik onlangs rondgeleid in de siertuin. Ik merkte op dat er voldoende zonovergoten ruimte was om courgette te telen. De tienerzoon antwoordde: “Hoe vreemd om uit uw eigen tuin te eten!”

We eten uit de supermarkt, soms uit de (echte) markt – zelden uit de eigen tuin. Geheel in de trend van de vervreemding van de realiteit, zijn we voor onze voeding gevaarlijk afhankelijk geworden van organisaties en systemen. Van de multinationale voedingsgiganten tot de supermarkt om de hoek: wat we elke ochtend, middag en avond eten ligt in handen van een systeem waarvan de nefaste effecten op de samenleving intussen geen betoog meer hoeven. Dat systeem heet: de markt. Niet: de wekelijkse markt met de bioboer uit de streek. Wel: de markt van marktlogica, van “alles is koopbaar”. 



(c) Lise Vanlerberghe

Sarah Van Liefferinge pleit in een recent artikel voor “de overschakeling van industriële massaproductie op basis van fossiele brandstoffen naar kleinschalige ecologische landbouwbedrijven en korte keten voedselsystemen”. Korte keten alternatieven duiken op doorheen Vlaanderen. Zolang de externe kosten inzake milieu en gezondheid, inherent aan grootschalige industriële voedselproductie, niet doorgerekend worden op het kasticket zullen korte keten alternatieven duurder zijn in de aankoop. De vaak-gehoorde financiële drempel lijkt meer een projectie van de eigen knobbel inzake het maken van andere keuzes: kiezen voor kwaliteit, respect voor medemens, milieu en dieren, biodiversiteit, ethisch beheer van grondstoffen, rechtvaardige arbeidsvoorwaarden…

Energie

Het voedselvraagstuk omvat ook de wijze waarop we onze voeding stockeren en bereiden. Een groot deel van ons voedsel bewaren we in ijskasten en diepvriezers en bereiden we op elektrische of gaskookplaten. Die toestellen draaien op energie die via markt- en regulatiesystemen onze keukens bereikt. Achter fossiele brandstoffen schuilt een hiërarchisch model met een uitgesproken visie op de verdeling van schaars goed.

Op een doordeweekse dag draait een goeie driekwart van onze elektrische toestellen op elektriciteit geproduceerd in kern- en gascentrales (Grid data, geïnstalleerd vermogen, Elia). Ondanks Chernobyl of Fukushima. Ondanks gescheurde overjarige Belgische centrales. Ondanks de nefaste gevolgen van de massale ontginning van fossiele brandstoffen.

Slechts zo’n 11 procent van de in België geproduceerde elektriciteit is afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen (wind en zon, exclusief biomassa) (Febeg). Ook hier kunnen we kiezen voor een pad dat leidt naar meer soevereiniteit, bijvoorbeeld door coöperant te worden van een onafhankelijke, niet-beursgenoteerde elektriciteitsproducent die investeert in (echte) hernieuwbare energie en maatschappelijke meerwaarde verkiest boven puur winstbejag.

Productkeuze

Tenslotte staat de keuze van welke producten we in de winkelmand stoppen centraal in het voedselvraagstuk. De massale consumptie van vlees, suiker, tarwe, melkproducten (en recenter: soja, palmolie), verbeeld in een Bijbelse voedselpiramide/bord/schijf/driehoek/…, lijkt decennialang gestuurd vanuit de voedingsindustrie, eerder dan vanuit het standpunt van de volksgezondheid. Dergelijke voedingsaanbevelingen staan in verbinding met zogoed als alle schakels van de voedselketen: van productie tot de dagschotel in de grootkeuken. Daarom dienen ze permanent in vraag gesteld te worden.

Bijscholing door het volgen van cursussen en het lezen van boeken stelt ons in staat de onvolledige of haaks op mekaar staande standpunten inzake voeding met elkaar te confronteren.

Interdependentie

Wanneer burgers met gelijklopende ideeën over noodzakelijke transformatie mekaar ontmoeten, ontluikt de potentiële kracht van collectieve actie. De actie die we als individu kunnen ondernemen (producent, energie, ingrediënt…) brengt ons tot een meervoudige inhoudelijke keuze (bv. een wekelijks groentepakket van de lokale bioboer, windmolenenergie van een Vlaamse coöperatieve, minder graan- en melkproducten.) Vaak werken deze alternatieven in silo’s: met passie, vakkennis en overtuiging wordt gewerkt aan een duurzaam alternatief.

 



(c) Lise Vanlerberghe

Idem dito voor de vorm waarin onze samenleving zich manifesteert. Burgers, verenigingen, ondernemingen, overheden en onderwijs werken in een gereglementeerd keurslijf dat hun ademruimte kadert en dus beperkt.

 

De individualiteit (van inhoud en vorm), zo geprezen in de voorbije decennia, houdt daarbij vaak lang stand. De volgende stap is te zoeken naar pistes die ons op een structurele wijze tot onderlinge afhankelijkheid leiden doorheen de onze samenleving. We kopen seizoensgebonden, onbewerkte voeding uit de streek; we betalen met een bankkaart van (en deponeren onze spaarcenten bij) een ethische bank; de duurzame bank investeert in regionale windmolenenergie (waar we onze elektriciteit halen) en startende bioboeren (waar we de seizoensgebonden groenten vinden).

Bij het bouwen aan groene straten houdt niets ons tegen de expertise van het onderwijs te betrekken, de bedrijfswereld te engageren, een pad naar co-creatie met overheden te bewandelen, de collectieve kracht van organisaties en de goesting van burgers te verenigen.

Zo zet Groene Straat in op thuis- en buurtbezoeken door ambassadeurs, in combinatie met een online deelplatform, ontwikkeld door studenten van de opleiding New Media and Communication Technology (NMCT) van Howest. Stad Kortrijk geeft het initiatief financiële steun. Het collectief werkt samen met (middenveld)organisaties en aanverwante initiatieven. Buurtwerkers van het OCMW en gebiedswerkers van Stad Kortrijk zijn pro-actief in het uitwerken van straatprojecten in de kleur van de buurt. In een dialoog met handelaars en bedrijven wordt gezocht naar wederzijdse versterking.

De genoemde interdependentie manifesteert zich op een menselijke maat en op een menselijk niveau. Elk lid van de gemeenschap is mede-eigenaar, mede-bezieler en medewerker van het collectief avontuur. Elkeen vindt haar of zijn thuis en hoort er thuis.

Dat is de essentie van stedelijke vergroening. Het collectief avontuur is het hart van de buurttuin, van de krakende groenten op het dak en van de vergeten vlinders rond de bloembak.

Referenties

FEBEG jaarverslag 2014
Elia, http://www.elia.be/

Cartoons (c) Lise Vanlerberghe

Deze bijdrage werd in oorspronkelijke vorm gepubliceerd op mokka.coop

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!