Duizenden Chilenen vechten om te overleven in rijke mijnstreek

Nergens verdienen de Chilenen beter dan in de mijnstreek Antofagasta. Toch leven 45.000 inwoners er in armoede. Velen moeten vechten om te overleven.

vrijdag 11 september 2015 12:52

“De contrasten in deze regio zijn enorm”, zegt Jaime Meza, inwoner van Calama, waar zich de Chuquicamata-mijn bevindt, de grootste kopermijn ter wereld. “De mijnwerkers verdienen veel geld, hun lonen zijn bijzonder hoog. Het is zeer normaal dat je hier immense huizen ziet en een paar meter verderop precaire huisjes.”

Grootste economische groei

De regio Antofagasta kent het hoogste bbp per persoon van het land, de grootste economische groei en de beste omstandigheden om zich te ontwikkelen, zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een studie.

In deze noordelijke regio met 625.000 inwoners is het gemiddelde jaarinkomen 33.000 euro, bijna acht keer meer dan wat men in La Araucanía, in het zuiden van het land, verdient. Het gemiddelde voor het hele land is 20.500 euro.

Toch leven 45.000 mensen hier in armoede. Ongeveer vierduizend gezinnen wonen in precaire kampen.

Migranten

Door zijn ligging aan de grens met Argentinië en Bolivia – en ook Peru is niet veraf – trekt Antofagasta 57.000 migranten aan. Het grootste deel gaat naar Calama.

“Dit is absoluut een multiculturele stad”, zegt Rodrigo Meza, arts in het plaatselijke ziekenhuis Doctor Carlos Cisternas. “Van alle bevallingen in ons ziekenhuis is 40 procent van migrantenvrouwen.”

De meeste vrouwelijke migranten werken als huishoudster. De mannen werken in de mijnbouw of in de bouwsector. Een aanzienlijk aantal vrouwen zit ook in de prostitutie; in de mijnwijken wonen traditioneel veel mannen alleen.

1 miljoen peso’s per maand

“Een mijnwerker met weinig ervaring begint hier al aan bijna 1 miljoen peso’s (1330 euro) per maand, en dat neemt nadien alleen maar toe”, zegt Jaime Meza. Hij werkt in een bedrijf dat sociale diensten levert aan mijnbouwbedrijven en komt zo op heel wat plaatsen.

Het leven is duur in Calama. Een kilogram brood kost er meer dan 1,80 euro, voor een gemiddelde woning tel je algauw meer dan 130.000 euro neer. Maar “er is geld en de mensen zijn bereid te betalen”, zeggen de handelaren in koor.

Het Chileense minimumloon bedraagt amper 310 euro per maand en veel migranten in Calama krijgen daar maar de helft van. Een contract of sociale zekerheid hebben ze niet.

Bonussen

De ongelijkheid zie je zeer duidelijk wanneer de mijnbedrijven hun arbeiders speciale bonussen uitkeren na collectieve onderhandelingen. Die kunnen oplopen tot duizenden euro’s. De handelaren kondigen dan meteen speciale promotie-acties aan.

“Op vrijdag staan de mijnwerkers hier in de rij om geld op te halen en het uit te geven aan feestjes, aan vrouwen, aan alcohol”, zegt taxichauffeur Francisco Muñoz. De situatie is ongeveer zeven jaar geleden verslechterd, zegt hij. Het bedrijf Codelco besloot toen om het mijnkamp van Chuquicamata, op 15 kilometer van de stad, naar de stad over te brengen.

De mijnwerkers konden er meteen terecht in huizen die speciaal voor hen gebouwd waren. “Ze konden deze huizen kopen voor een gunstige prijs en Codelco gaf hen een bonus zodat ze die makkelijk konden betalen”, zegt Meza. “Nu verkopen ze die huizen voor enorme bedragen. Een huis kopen in Calama is bijna onmogelijk geworden. Een gewone burger kan zich alleen nog een sociale woning veroorloven.”

Protest

In 2009 kwam een protestbeweging op gang. Die eist dat de lokale overheid 5 procent krijgt van wat de mijnbedrijven aan het koper verdienen.

De manifestaties houden aan, op 27 augustus vond de meest recente plaats. Het protest zal blijven duren zolang er geen concreet antwoord komt die de rijkdom van Calama herverdeelt, zegt antropoloog Juan Carlos Skewes.

Koper is de belangrijkste rijkdom van Chili. Vorig jaar alleen al haalde het land 5,75 miljard ton boven, 31 procent van de wereldproductie.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!