Geografie voor beginners: Spanje is Griekenland niet

Analyse -
maandag 7 september 2015 14:59
Geografie voor beginners: Spanje is Griekenland niet

Nu heel Europa getuige is geweest van de meedogenloze manier waarop de Griekse regering van Alexis Tsipras verslagen en vernederd werd, is het meer dan ooit uitkijken naar de parlementsverkiezingen die ten laatste op 20 december 2015 in Spanje zullen gehouden worden.

Niet weinig commentatoren stipten immers aan dat die meedogenloosheid vooral de Spaanse kiezer moet afschrikken. Pepe en María zouden het beter niet in hun hoofd halen om ook zo’n linkse regering aan de macht te brengen. Naar Brussel afzakken om er de neoliberale besparingslogica in vraag te stellen, zou de Spanjaarden – in het zog van de Grieken – peperduur te staan komen. Of deze afschrikking zal werken, is een vraag die nu niet beantwoord kan worden. Bovendien is het met verkiezingsuitslagen zoals met alle andere fenomenen: welke ook het resultaat zal zijn, de verklaring is nooit monocausaal. Wel kan gekeken worden naar een aantal parallellen en verschillen tussen beide landen en hun linkerzijdes. Ook zal ik inzoomen op de debatten die in deze cruciale periode de Spaanse linkerzijde doorkruisen. Een zaak staat vast: strategie is terug hot.

De ‘schuld’ van Poulantzas

Een aantal linkse critici buiten Griekenland wist het meteen. Tsipras had verraden en, nog sterker, het stond in de sterren geschreven. Zijn ideologisch referentiekader heet immers het eurocommunisme te zijn. En als die pathologische diagnose gesteld wordt bij Grieken, komt uiteraard de politiek socioloog Nicos Poulantzas (1936-1979) om de hoek kijken.

Deze voormalige leninist, die zijn academische carrière in Frankrijk uitbouwde, joeg indertijd de orthodoxe marxisten op de kast met een theorie over de staat die verder ging dan het klassiek marxistische adagium dat de staat een repressief instrument is in handen van de bezittende klasse. Toegegeven, de staat is in het kapitalisme een klassenstaat. Maar toch heeft ze ten opzichte van de heersende klasse een ‘relatieve autonomie’, aldus Poulantzas. Dat komt omdat de heersende klasse geen homogeen blok is. Bovendien, voegde hij er aan toe, is de burgerij niet altijd in staat het best haar eigen belangen te verdedigen.

Vaak maakt ze de cruciale langetermijnbelangen ondergeschikt aan de korte termijn. De staat is dus niet altijd bij machte de hegemonie van de heersende klassen op rationele en duurzame manier te verzekeren. De staat is, volgens zijn formule, ‘de materiële stolling van een krachtsverhouding tussen klassen en fracties van klassen’. Zo degenereerde Poulantzas, luidens de orthodoxen, tot het eurocommunisme met alle bijbehorende illusies in de staat.

Dat rond 1977 uitgewerkte eurocommunisme, voorgestaan door het trio van Italiaanse, Franse en Spaanse communistische leiders, nam niet alleen afstand van de Sovjet-Unie, maar bepleitte ook de mogelijkheid om via brede allianties op vreedzame, electorale wijze aan de macht te komen in hun respectievelijke landen. Linkse critici zagen er een capitulatie in ten opzichte van de idee dat men enkel via een revolutie de macht kan ‘grijpen’ en de staat ‘breken’ in plaats van ze over te nemen.

En komt nu net niet die Tsipras uit Synaspismos dat in 2004 de grootste bloedgroep van het dan opgerichte Syriza zou worden? En was hij binnen Synaspismos geen deel van de eurocommunistische afscheuring van de orthodox-stalinistische KKE? Ziedaar, enigma opgelost, aldus deze critici: het had volstaan er de politieke bijsluiter bij te nemen om de fatale nevenwerkingen te detecteren.

Ernesto versus Ernest




Met zo’n essentialistische benadering mogen deze critici nu al aan de zijlijn gaan staan om Pablo Iglesias en de zijnen striemend te veroordelen. Podemos is net zo min als Syriza een organisatie met een revolutionaire strategie, laat staan dat ze een orthodoxe revolutionaire partij, een zogenaamde ‘voorhoedepartij’ naar leninistisch model, wil zijn. Degenen die bij Podemos de bakens uitzetten laafden zich veelal aan gelijkaardige eurocommunistische bronnen. Iñigo Errejón, de ‘nummer twee’ van Podemos en politiek strateeg, verwijst al eens naar übereurocommunist Enrico Berlinguer (1922-1984). Deze leider van de Italiaanse communisten (PCI) was de meest charismatische van de drie founding fathers van het eurocommunisme.

Aan de Spanjaard Santiago Carrillo bleef altijd het stalinistische odium hangen waardoor geen enkel Podemos-kaderlid het in zijn hoofd zou halen vandaag naar Carrillo te verwijzen. Zijn Franse kompaan George Marchais herzag enige tijd later zijn eurocommunistische stellingen, wat hem ook werd nagedaan door de Nederlandse communistenleider Paul De Groot. Berlinguer daarentegen streefde met zijn massapartij naar een ‘historisch compromis’ waarin hij ook de christendemocraten wilde betrekken.

De meest systematische marxistische kritiek die op dat eurocommunisme geformuleerd werd, door de Belgische marxist Ernest Mandel (1923-1995), is dus niet aan de kernleiding van Podemos besteed. Daar schuift men zelfs discursief de klassentegenstelling, de politieke links-rechtstegenstelling, liefst wat naar de achtergrond. In de keuze tussen Ernest (Mandel) of de post-marxistische politieke wetenschapper Ernesto (Laclau) haalt de Argentijn het met vlag en wimpel van de Belg. In het zog van Laclau (1935-2014) en zijn populismetheorie is de centrale politieke tegenstelling die Podemos aan de kiezer voorstelt niet die tussen arbeidersklasse en bourgeoisie, maar wel die tussen ‘volk’ en ‘systeem’, in het Podemos-discours steevast ‘kaste’ genoemd. Uit deze tegenstelling vloeien twee andere centrale concepten voort: ‘soevereiniteit’ en ‘democratie’.

Het volk moet zijn soevereiniteit verdedigen tegenover niet verkozen of corrupte instellingen, de democratie moet ver- of heroverd worden. Deze opstelling levert Iglesias felle kritieken op vanwege links én rechts die, anders dan Laclau, populisme als een pejoratieve met demagogie doorspekte vorm van politiek bedrijven bestempelen. Toch blijft de Podemos-leiding pal: dat discours wordt noodzakelijk geacht om het midden van het speelbord te bezetten (‘ocupar la centralidad del tablero’).

Het concept ‘centraliteit’ lijkt hier ontleed aan de wiskundige grafen- of netwerktheorie. Zijn formule, verduidelijkt Iglesias, betekent dus niet hetzelfde als zich politiek in het centrum te positioneren. Tegen zijn politieke opponenten in beroept hij zich op ‘het vaderland’ en roemt hij zich als ‘meer patriottisch’ dan ‘zij die met hun bankrekeningen naar Zwitserland of Andorra snellen’.

Vraag blijft of Podemos met dit discours de kiezer zodanig kan bekoren dat de partij in een positie komt om te slagen waar Tsipras mislukte. Een aantal elementen lijken in het voordeel van Podemos te spelen… een aantal andere niet.

Gewijzigde context

Primo. De overmacht waar Tsipras voor stond, zal niet dezelfde zijn als die waarmee een voorlopig zeer hypothetische Spaanse linkse regering zal voor staan. Tegen wil en dank is dat een ‘geschenk’ van Tsipras aan de Europese linkerzijde. Precies de Griekse saga heeft namelijk in Europa aangetoond welk het fundamentele karakter van de Europese constructie is. Alle continentale dagbladen schreven de afgelopen maanden over het legitimiteitsprobleem dat na de Griekse afstraffing ontstaan is. In het jargon van Poulantzas zou dat betekenen dat de korte termijn (de Grieken genadeloos op de knieën dwingen als voorbeeld voor de rest van Europa) contraproductief blijkt op de lange termijn (de EU verkopen als een wervend verhaal van welvaart, vrede en onderlinge solidariteit).

Secundo. In het Griekse geval was het schrijnend om zien hoe de Europese sociaaldemocratie pal achter het Merkel-beleid stond. De onmiddellijke pogingen van kersvers premier Tsipras om tot een ‘entente’ te komen met François Hollande en Matteo Renzi waren voor de Griek ontnuchterend: no trespas. Tsipras meende nochtans een goed argument te hebben: de Franse en Italiaanse vrees voor een ‘buitenproportioneel’ Duits overwicht zou deze sociaaldemocratische leiders tot een fermere houding tegenover Merkel kunnen bewegen. Tevergeefs. Met grote kennis van zaken leerden de Franse socialisten de Grieken hoe je een voor rentmeester Wolfgang Schäuble min of meer ‘realistisch’ besparings- en privatiseringsplan op papier zet. Waarop de partij van de Europese sociaal-democraten (PES) Hollande feliciteerde, want die had Europa behoed voor een Grexit.

Maar zal dit in het najaar ook het geval zijn? Zullen er barsten komen in dit sociaaldemocratisch ‘daderschap’ van het Europees neoliberalisme? Alvast de Portugese sociaal-democraten stellen vanuit de oppositie dat ze nooit meer aan die dingen zullen meedoen. Ook de kersverse Vlaamse socialistenvoorzitter John Crombez snelde zijn eigen EP-werking langs links voorbij en kondigde aan dat hij on speaking terms wil geraken met Podemos en Syriza (of wat daar zal van overblijven).

Uiteraard is voorzichtigheid hier geboden. Ten eerste komt de sociaaldemocratie wel van héél ver. Op elk beslissend moment van de eenzijdige constructie van dit monetaristisch Europa speelde ze een hoofdrol. Zo was de Nederlandse sociaaldemocraat Wim Duisenberg de stuwende kracht achter de invoering van de euro. De Franse socialist Jacques Delors, die tien jaar lang de Europese Commissie zou voorzitten, smeedde in die cruciale jaren een hechte band met Duits bondskanselier Helmut Kohl. In niet minder dan dertien EU-lidstaten maakten sociaaldemocraten toen, alleen of in coalitie, de regering uit. Om maar te zeggen: dit Europa met haar gigantisch democratisch en sociaal deficit zoals we dat vandaag met z’n allen kunnen waarnemen, was made in SD-land. Dijsselbloem is daarbij slechts het spreekwoordelijke topje van een heel lelijke ijsberg. Bovendien leert de ervaring dat men altijd beducht moet zijn voor onderscheid in tekst en toon tussen sociaaldemocraten aan de macht en zij die in de oppositie aan een restyling toe zijn.

Tertio. Naast verschuivingen binnen de Europese sociaaldemocratie om een fatale ‘pasokisering’ te vermijden, zijn er natuurlijk ook ‘objectievere’ redenen waarom een linkse Spaanse regering meer kans maakt om de neoliberale machine tot stilstand te brengen. Het land is de vierde economie van de eurozone, de vijfde van de EU, en kan er niet zomaar uitgeflikkerd worden, tenzij men het hele bouwwerk wil opofferen.

We weten dat in Duitsland, met name een monetaristische havik als Schäuble, daar geen graten in ziet. Een beperktere muntunie als een survival of the fittest zint de CDU’er meer dan de gammele constructie die ze met z’n allen tot nu toe bijeengetimmerd hebben. Maar hoe dan ook zal Schäuble hierover minder makkelijk ‘unanimiteit min één’ bereiken dan voor de de facto annexatie van Griekenland.

De Spaanse economie is niet alleen groter, de Spaanse schuldenlast is ook anders gestructureerd dan de Griekse (meer privé- en minder staatsschulden) en ze is, hoewel groot, niet zo omvangrijk als die van de Grieken: 85 procent van het bnp tegenover 180 voor Griekenland.

Aantal inwoners (% EU)BNP (% EU)
Spanje47.738.000 (9,3%)1.534,0 (8,5%)
Griekenland10.776.000 (2,5%)284,3 (1,6%)

Daarom moet kost wat kost vermeden worden dat zo’n regering in Spanje aantreedt. Alle blikken zijn gericht op Podemos. Die formatie heeft na een vliegende start momenteel een min of meer stabiele plek in de peilingen gevonden, tussen 13 en 20 procent. Hiermee komt Podemos op de derde plaats na, jawel, de rechtsconservatieve Partido Popular en de sociaaldemocratische PSOE, de twee partijen van het ‘bipartidismo’. Meer. Podemos wordt kort op de hielen gezeten door Ciudadanos.

Electorale oorlogsmachine

Men kan die peilingen op twee manieren bekijken. Voor een eerste deelname aan de parlementsverkiezingen ziet het er prachtig uit: vanuit het niets naar tientallen zetels met een score rond de 15 procent. Maar ten opzichte van de uitgesproken doelstelling (‘el cambio es ahora’, ‘2015, el año del cambio’) volstaat het niet. Het tijdperk van het bipartidismo, waarin afwisselend PP en PSOE alleen aan de macht waren met absolute meerderheden, lijkt definitief achter de rug. Maar met de doorbraak van Ciudadanos dreigt de vorming van een opgefriste rechtse coalitie die inhoudelijk de Rajoy-politiek onverminderd voortzet, met wat lippendienst aan de ‘politieke cultuur’ als ‘verandering’.

Bij Podemos bereiden ze zich alleszins voor op wat algemeen-secretaris Pablo Iglesias ‘de bestorming van de hemel’ noemde. Daarvoor wil hij zijn formatie ombouwen tot ‘een electorale oorlogsmachine’. Zowel het Griekse debacle als de onrustwekkende peilingen doen binnen en rond Podemos echter stemmen opgaan om het electorale front te verbreden. Als argument wordt verwezen naar het gigantische succes van de brede linkse lijsten in de recente gemeenteraadsverkiezingen, de zogenaamde ‘candidaturas de confluencia’ (samenvloeiiingskandidaturen). Tal van varianten op deze ‘unidad popular’ maakten dat de twee grootste steden van het land, Madrid en Barcelona, net als een tiental andere centrumsteden, in handen vielen van linkse coalities, waarin Podemos hand in hand met andere politieke formaties en sociale bewegers samenwerkte (Ahora Madrid, Barcelona en Comù, Zaragoza en Común, Por Cadíz Si Se Puede…). De eerste bestuursdaden in die steden laten het beste verhopen: stopzetting van de uithuiszettingen, van de privatisering van gemeentediensten, nadrukkelijke solidariteit met de vluchtelingen. Inmiddels hebben deze besturen ook hun eerste onderlinge conferentie achter de rug (Barcelona, 4 september) waardoor ze explicieter als ‘netwerk’ functioneren.

Vooral binnen Izquierda Unida, het samenwerkingsverband rond de Spaanse communisten, waar vele Podemos-kaders (zoals Iglesias zelf) uit voortkomen, wordt druk uitgeoefend om Podemos bij de parlementsverkiezingen ook tot een ‘unidad popular’ of een ‘común’ formule te bewegen. De partij dreigt door de opkomst en doorbraak van Podemos van de kaart geveegd te worden. Figuren van Izquierda Unida, van de ecosocialistische partij Equo, maar ook een aantal leden van Podemos, lanceerden de campagne ‘Ahora en Común’ (‘Nu samen’) om alsnog tot zo’n breed samenwerkingsverband te komen. Het initiatief wil Podemos onder druk zetten door 50.000 handtekeningen te verzamelen. Tal van prominente figuren uit het culturele veld en academici ondersteunen de oproep.

De Podemos-leiding heeft er geen oren naar. Iglesias stelde geen rekening te zullen houden met ‘moppersmurfen’ en de modellijst die hij in open referendum (‘primarias abiertas’) aan zijn beweging voorstelde, een lijst van 65 door de leiding geselecteerde kandidaten, kreeg de goedkeuring van niet minder dan 93,89 procent van de uitgebrachte stemmen. De populariteit van het paardenstaartje overklast moeiteloos de kritiek binnen de meer actieve ledenkern aan de basis (‘círculos’). De voormalige docent politieke wetenschappen lijkt vastberaden. Hij stuurt zijn organisatie op strakke wijze. De evolutie binnen Syriza, waar een sterke linkervleugel zich roerde tegen het door Tsipras aangegane akkoord, sterkt Iglesias in die overtuiging. Hij beseft dat een absolute meerderheid er niet zal inzitten, dat hij wellicht een coalitie zal moeten aangaan met de PSOE wil hij de PP van de macht houden. Hij voerde al een discreet gesprek met de voormalige PSOE-premier José-Luis Rodriguez Zapatero om precies te weten wat er gebeurde toen de Europese instellingen hem de duimschroeven aandraaiden en een draconisch besparingsplan deden uitvoeren. ‘Alexis vocht en José-Luis legde er zich bij neer’, concludeerde hij mild.

Toch zwenkt Podemos gaandeweg voor de druk van de ‘unidad popular’ en de ‘samenvloeiingslijsten’, die – het moet gezegd – nauwer aansluiten bij de 15-M-spirit dan een strak geleide ‘electorale oorlogsmachine’. Op regionaal vlak legt Iglesias toch allianties vast (Galicië, Valencia…) en nu blijkt hij ook bereid kaders van Izquierda Unida op te nemen op zijn kieslijsten, waarmee hij vooral het jonge IU-boegbeeld Alberto Garzón (voormalig sterkhouder van ATTAC-Spanje) wil binnen halen.



Podemos-leider Pablo Iglesias

Hamvraag

Maar los van de grotere impact van Spanje dan Griekenland, zie zelfs een betere voorbereiding van Podemos dan Syriza, dan nog luidt de hamvraag of je én binnen de Eurozone kan blijven én de austerity politics kan betwisten. Want dat is niet zonder gevolgen voor zowel de marges als de strategie van Podemos. Tot nader order moet die vraag negatief beantwoord worden. Dat heeft alles te maken met de aard en de functie van die eenheidsmunt. Achter de officiële Europese vertogen van eenheid, democratie, onderlinge solidariteit, schuilt een monetaristische constructie dat onlosmakelijk deel uitmaakt van een neoliberaal instrumentarium.

Een ‘lexit’, zoals verdedigd door de Britse auteur en activist Owen Jones, staat vooralsnog niet in het vademecum van Podemos. Men rekent er sterk op het feit dat Griekenland Spanje niet is. De partij blijft gaan voor een stevige schuldherschikking en zal hierover de confrontatie aangaan met de ‘instellingen’ en met betere papieren dan Syriza. Die schuldherschikking wil Podemos niet alleen om een neo-keynesiaans beleid te kunnen voeren van openbare investeringen en werkverschaffing. Maar ook om Spanje structureel te veranderen en een nieuwe ‘transición’ te bewerkstelligen. De partij gaat er immers van uit dat de overgang van dictatuur naar democratie in de late jaren zeventig maar half werk is geweest. Of beter gezegd: de geslaagde inspanning vanuit het hart van een dictatuur om een voorzichtige, gecontroleerde overgang te bewerkstelligen naar een parlementaire monarchie zonder dat die dictatuur ooit verantwoordiging zou moeten afleggen. Vaak wordt dan de auteur Manuel Vázquez Montalbán geciteerd die deze transitie omschreef als het resultaat van ‘zwakteverhoudingen’. Iglesias wil een zeer gunstige krachtsverhouding. Hij wil, om zowel zijn sociaal-economische als zijn institutionele plannen uit te voeren, de burgers in beweging brengen en een grondwetgevend proces in gang zetten. Dit najaar zal Podemos niet zozeer de moppersmurfen, maar wel het volk van zijn bedoelingen moeten overtuigen. Iglesias herhaalt het aldoor: het moment is nu. Of er ooit een tweede kans komt, lijkt niet erg waarschijnlijk.

De auteur is historicus, verbonden aan Power in History – Centre for Political History, Universiteit Antwerpen. Hij promoveerde in 2015 op een proefschrift over nationale identiteitsconstructie via alteriteitsvertogen en publiceert regelmatig over het contemporaine Spanje en de geschiedenis van de linkerzijde.



Content

    take down
    the paywall
    steun ons nu!