Henck Arron (Nationaal Archief, Den Haag)
Boekrecensie, Samenleving, Politiek -

De “Man van het moment” die Suriname onafhankelijk maakte

Henck Arron is de eerste minister die Suriname bestuurde tijdens de overgang naar de onafhankelijkheid van Nederland in 1975. Peter Meel schreef een biografie van deze charismatische en controversiële figuur. Walter Lotens las een interessante bijdrage aan de studie van Suriname, die echter teveel voorkennis eist van de lezer om het een echt boeiend boek te maken.

dinsdag 1 september 2015 10:58

Een ex-moederland en een ex-kolonie blijven om emotionele redenen vaak op gespannen voet met elkaar omgaan. De relatie Nederland-Suriname vertoont alle kenmerken van een dergelijke haat-liefdeverhouding. Niet alleen is Suriname een steentje in de Nederlandse schoen, maar ook omgekeerd is Nederland een steen des aanstoots in de ogen van veel Surinamers. Dat geldt nog steeds, 40 jaar na de onafhankelijkheid van dit Latijns-Amerikaans landje waar Desi Bouterse dit jaar voor de tweede keer op een democratische manier president is kunnen worden. 

In 1975 vond er, in tegenstelling tot wat de toenmalige PvdA-leider Joop den Uyl had gehoopt, geen modeldekolonisatie plaats. “Suriname werd in 1975 onafhankelijk, eerder als gevolg van de zendingsijver van een minderheid van sterk op Nederland georiënteerde Creoolse intellectuelen en van moederlands aandringen, dan van een breed gedragen beweging in Suriname zelf”, schreef onderzoeker Gert Oostindie in zijn boek Het paradijs overzee (1997). 

Omtrent een onafhankelijkheid




Van Surinaamse zijde was het vooral Henck Arron (1936-2000) die aanstuurde op onafhankelijkheid. Hij was eerste minister en voorzitter van de Nationale Partij Suriname (NPS), die vooral aanhangers had bij de Creoolse bevolking. . In 2000 stierf Henck Arron – totaal onverwachts tijdens een bezoek aan Nederland. Hij werd 64 jaar.

Enkele weken daarvoor had historicus Peter Meel, onderzoeksdirecteur van het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden, nog uitvoerig met hem gesproken in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname. Deze academicus met heel wat diepgaande publicaties over Suriname op zijn naam heeft zich vanaf toen vastgebeten in de figuur van Henck Arron en bijna vijftien jaar later verschijnt deze kanjer van een biografie.

Meel noemt deze studie uitdrukkelijk een “politieke biografie” of een “biografie-in-context”. Wie was Henck Arron? Hoe heeft hij zich in de Surinaamse politiek gemanifesteerd? Wat heeft hij voor Suriname betekend? Dat zijn zijn drie belangrijkste uitgangsvragen. Het betekent tevens dat de levensbeschrijving van Arron onvermijdelijk ook een analyse is van de naoorlogse politieke geschiedenis van Suriname.

Dat blijkt zeer duidelijk uit de titel van de dertien hoofdstukken waarin niet alleen gefocust wordt op de persoon van Arron, maar ook op de Surinaamse politiek en het dekolonisatieproces dat na de Tweede Wereldoorlog stilaan op gang begon te komen. 

Meel bouwt zijn boek niet alleen op rond de interviews die hij had met Arron – dat zijn voor hem alleen interessante egodocumenten – maar ook en voornamelijk uit gesprekken met ruim honderd informanten, nog aangevuld met een veelomvattend krantenonderzoek.

Meel in een gesprek met journalist Ferdinand Lankamp: “Als politicus was Arron echt een man van de jaren ’70. Hij vond dat een kolonie zich los hoorde te maken van het moederland. Suriname diende de vrijheid te hebben zelfstandig relaties aan te knopen met het buitenland. Dat kon niet, zolang het land nog onderdeel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden. Hij voelde zich beknot door Den Haag”. 

Moment de gloire

Op zijn 36ste beleefde Arron zijn moment de gloire, want op 25 november 1975 werd in Paramaribo in aanwezigheid van koningin Beatrix en andere gezagsdragers de Surinaamse onafhankelijkheid gevierd. De onafhankelijkheid van 1975 gooide echter bijna roet in het eten.

De Verenigde Hindoe Partij – nu de Vooruitstrevende Hervormings Partij – (VHP) wilde uit vrees voor een Creoolse staat geen onafhankelijkheid, maar om erger te vermijden werd er in extremis met de afscheiding van Nederland ingestemd. Na de onafhankelijkheid liep het in hoog tempo mis. 

Wanbeleid, corruptie, nepotisme, verkwisting van een verleidelijke geldpot van 3,5 miljard Nederlandse gulden, een machteloze regering en een Nationale Assemblee die in de volksmond “circus stupido” werd genoemd, wekten ontevredenheid op. Vooral in het pas opgerichte leger ging het er rumoerig aan toe. Onderofficieren, afkomstig uit Nederland, richtten een vakbond op en werden teruggefloten door kolonel Elstak, een echte sabelvreter.

Arron en Bouterse

Op 25 februari 1980 namen 16 onderofficieren onder leiding van een zekere Desi Bouterse de staatsmacht in handen en oude politici als Henck Arron kwamen achter de tralies terecht. Henck Arron beweerde dat hij die militaire coup niet zag aankomen maar volgens Meel had Arron meer kunnen doen.

Nogmaals uit een gesprek met Ferdinand Lankamp: “Hij had bijvoorbeeld wettelijk kunnen vastleggen dat militairen geen vakbond mochten oprichten, of dat ze in ieder geval niet mochten staken. Misschien had hij ook de bevelhebber, kolonel Elstak, moeten ontslaan. Die man functioneerde gewoon niet goed. Arron heeft nooit helder uitgelegd waarom hij dat niet heeft gedaan.” 

In de gevangenis heeft Arron verschrikkelijke dingen meegemaakt:Zo is hij voor een vuurpeloton gezet. Het bleek een schijnexecutie. Daarnaast werd hij beschuldigd van corruptie, maar Bouterse en de zijnen konden niets bewijzen. Dat was een zware slag voor hen. Na zijn vrijlating mocht hij lange tijd geen politieke activiteiten ontplooien. Volgens zijn huisarts en zijn vrouw heeft hij geen trauma aan zijn gevangenschap overgehouden. Wel had deze tijd een negatieve weerslag op zijn gezondheid.” 

Na de militaire periode die in 1987 eindigde maakte Henck Arron even zijn come back als vice-president in de regering-Shankar, maar daarna verdween hij uit de politiek en ging hij terug naar het bankwezen, waar hij voor zijn politieke carrière reeds had gewerkt. 

Belangrijk, maar niet boeiend

Henck Arron was “een man van het moment” – de onafhankelijkheid – maar ook van zijn tijd en van zijn omgeving. “Als politicus was hij het product van een cultuur, die autoritair leiderschap en patroon-cliëntrelaties verbond met het zoeken naar eigen vormen van democratie en ontwikkeling en naar een voor Suriname passende plaats in de wereld.” (p. 616).

Dat is het besluit van Peter Meel dat hij zeer goed inkleurt, maar dat al te zeer de sporen draagt van de historische researcher die heel veel en zeer interessant materiaal aandraagt om die stelling te illustreren – kijk maar naar zijn indrukwekkend voetnotenapparaat -, maar die onvoldoende rekening houdt met noodzakelijke voorkennis en het uithoudingsvermogen van de lezer.

Bovendien is Peter Meel – alweer – een bakra (Surinaamse term voor een “witte Nederlander”) die in geschiedenis van Suriname duikt en dat ligt nog steeds zeer gevoelig in deze ex-kolonie van Nederland. “Man van het moment” is zeker een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van de Surinamistiek, maar dat maakt deze turf nog niet tot een boeiend boek. Dat is jammer voor deze ongetwijfeld zeer grote intellectuele inspanning.

Peter Meel, Man van het moment, een politieke biografie van Henck Arron, Prometheus/Bert Bakker, 2014, 745 p.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!