Foto: Flickr - Elvin

De factuurregering (6): Kleine kinderen, grote kosten

vrijdag 21 augustus 2015 11:52

Hogere tarieven leggen de drempel naar de kinderopvang voor lagere en middeninkomens wel erg hoog.

Voor een dagje in de crèche of bij de onthaalouder betaalden de allerlaagste inkomens tot voor kort 1,56 euro. Dat tarief werd nu opgetrokken tot 5 euro per dag, of maar liefst drie keer zoveel, en dat voor de meest kwetsbaren. Mensen met de laagste inkomens moeten hierdoor tot 76 euro per maand meer ophoesten.

Onder druk van het middenveld deed minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) een minimale toegeving: wie het echt moeilijk heeft om het verhoogde tarief op te hoesten, kan (mits hij of zij tot een bepaald sociaal statuut behoort) een beroep doen op een lager tarief. Maar dat kan enkel na een sociaal onderzoek door het OCMW. Zo betalen leefloners zonder activeringstraject bijvoorbeeld 5 euro, leefloners mét activeringstraject, inburgeraars en mensen met laag arbeidsinkomen 3 euro.

Als bovenop de dagprijs dan nog allerlei niet-begrensde extra’s worden aangerekend (bijvoorbeeld voor administratie, afvalverwerking, vochtige doekjes, zonnecrème…), wordt de factuur van de kinderopvang onbetaalbaar voor heel wat jonge ouders. Tel daarbij het principe ‘bestellen is betalen’ én een aantal voorstellen uit het Vlaamse regeerakkoord (bv. voorrangsregels voor werkenden), en de drempel naar de kinderopvang voor lagere en middeninkomens wordt wel heel erg hoog gelegd.

‘Bestellen is betalen’ drijft de kostprijs op

Wanneer ouders, meestal na een stresserende zoektocht, hun kindje inschrijven in een opvangvoorziening met een tarief op basis van hun inkomen, wordt er een opvangplan opgesteld. Dat legt contractueel vast welke dagen het kind naar de opvang komt. De dagen die de ouder bestelt, moet hij zonder pardon betalen.

Per jaar worden er minimaal 18 dagen (bij een voltijds opvangplan) vrijgesteld van deze verplichting. Dit zijn de zogenaamde respijtdagen. Hier zit het addertje. Want zowel een gewettigde (bv. ziekte met doktersattest) als een ongewettigde afwezigheid telt mee als respijtdag. Zijn je respijtdagen op, dan betaal je een tarief dat door de opvang bepaald wordt; soms is dit het maximumtarief (27,71 euro), soms het gewone dagtarief. Wie niet komt opdagen, krijgt dus een boete die hoger kan zijn dan de gewone dagprijs.

Ouders die een ziek kind hebben of eens een snipperdag willen nemen voor wat quality family time worden letterlijk afgestraft. Met als gevolg dat ouders hun kinderen vaker ziek naar de crèche sturen. Absurd toch? En ook hier treedt een pervers effect op, want het zijn opnieuw de meest kwetsbare – lees: werkarme — gezinnen die de grootste dupe zijn van het opvangplansysteem. Voltijds werkende ouders met een vaste baan krijgen dit meestal wel voor elkaar, maar deeltijds werkende ouders of ouders die op interimbasis werken of die werkzoekend zijn, worden benadeeld. Niet verwonderlijk dat het principe ‘bestellen is betalen’ nu al op veel weerstand botst: het drijft de kostprijs van opvang op.

Werkenden en vrije tarieven eerst

Ook een passage uit het Vlaams regeerakkoord doet de wenkbrauwen fronsen. De Vlaamse regering wil absolute voorrang geven aan kinderen van ouders die werken en/of een beroepsgerichte opleiding volgen (d.i. de economische functie van de kinderopvang).

Ook zeggen ze de toegankelijkheid te willen verhogen voor kwetsbare gezinnen. Op zich een nobel doel, maar de vrees rijst dat er bij capaciteitsproblemen (er zijn nu al 17.562 plaatsen tekort!) kansarmen uit de boot vallen en werkenden voorrang zullen krijgen. Uit het puntensysteem in Antwerpen blijkt nu al dat werken zwaarder doorweegt in voorrangsbepaling dan kansarm zijn.

Daar komt bij dat de regeringspartijen een motie indienden waarin ze expliciet vragen de zogenaamde ‘trap 1’ initiatieven te stimuleren; dit zijn de kinderopvangvoorzieningen met vrij tarief. Voor vele lagere- en middeninkomens onbetaalbaar. Het decreet beloofde nochtans tegen 2020 voor elk kind een betaalbare kwalitatieve opvangplaats (momenteel is er voor 52% van de kinderen in Vlaanderen een opvangplaats).

Dit doel is volgens Kind & Gezin niet haalbaar, ondanks de beloofde 20 miljoen euro van minister Vandeurzen voor 4000 extra plaatsen (waarvan de helft in trap 1). Over de jaren heen is er namelijk een kwalijke gewoonte ontstaan dat uitbreidingsmiddelen voor allerlei andere zaken worden gebuikt…

Betaalbare kinderopvang, een basisrecht voor iedereen

Kwaliteitsvolle kinderopvang heeft een economische, maar vooral een pedagogische en sociale functie. Het heeft een meerwaarde voor de ontwikkeling van kinderen en kan ingezet worden in de strijd tegen gezinsarmoede. Kinderopvang moet, net als onderwijs, een basisdienst zijn voor alle gezinnen en moet door de samenleving worden ingericht.

Vooral voor kwetsbare gezinnen is dit basisrecht allesbehalve gerealiseerd. 1 op 10 kinderen in Vlaanderen en 1 op 4 in Brussel groeit op in een kansarm gezin. Kinderopvang zou net een hefboom kunnen zijn voor deze kinderen. Maar de financiële drempels maken een emanciperende kinderopvang eigenlijk onmogelijk. Het is een maatschappelijke en politieke keuze om te investeren in kinderopvang of niet.

Fien Adriaens, adviseur studiedienst Vlaams ABVV

* * *

De Vlaamse regering van N-VA, Open VLD en CD&V zit op 25 juli 2015 exact één jaar in het zadel. Hoog tijd voor een bilan van het gevoerde beleid. In deze reeks artikelen analyseert de studiedienst van het Vlaams ABVV hoe de factuurregering Bourgeois I de rekening systematisch doorschuift naar de burgers en daarbij ook de laagste inkomensgroepen niet ontziet.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!