Gedicht - Charles Ducal

Ballade van de zee

maandag 10 augustus 2015 11:19

Niet
de wind, maar een boze mond

doofde
de kaars. De koningszoon verdronk.

Wie
op hem wachtte werd gek van verdriet

en
sprong in zee. Beiden werden een lied.

Is
het water te diep, koopt men een plaats

op
een boot. De afstand is niet zeer groot.

De
levens aan boord, zij wegen zo zwaar

en
de boot is licht. Ook brandt er geen kaars.

Aan
de overkant is nog een feest aan de gang.

Men
eet er de wereld, al eeuwen lang.

Spoelen
de lijken aan, vangt men ze op

en
wordt stil. Een minuut lang spreekt God.

Daarna
blazen monden het fort weer dicht,

voor
de poort ligt een oorlogsschip.

De
doden in zee, ook zij worden een lied.

Het
zingt niet, het huilt.

En
toch hoort men het niet.

Charles
Ducal

*de
eerste regels verwijzen naar de middeleeuwse ballade ‘Het waren twee
koningskinderen’.

Dit gedicht verscheen eerder in het juli-augustusnummer 2015 van de Poëziekrant.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!