Opinie -

De projectsubsidies zijn weer de pineut

"We hebben uw aanvraag voor een beurs of projectsubsidie positief bevonden, maar de subsidie zelf krijgt u niet." Die paradoxale boodschap viel deze week in de mailbox van maar liefst 80 organisaties en individuele kunstenaars. Getekend: cultuurminister Sven Gatz. Blijkbaar zit er (alweer) te weinig geld in de projectenpot. Maar waarom krijgen zeven negatief geadviseerde organisaties dan weer wel geld?

donderdag 6 augustus 2015 11:29

De verdeling van de projectsubsidies en de
ontwikkelingsgerichte beurzen (in het kader van het Kunstendecreet) is
vaste prik in de zomervakantie. Meestal passeert ze daarom in stilte: er
wordt geen persbericht aan vuilgemaakt, het parlement is net met verlof
vertrokken, en de hele cultuursector ligt voor één keer daadwerkelijk
in zijn hangmat. Bovendien gaat het om relatief kleine bedragen, van
gemiddeld 30.000 euro voor projecten en 9.000 euro voor beurzen – met al
eens een uitschieter van 945.000 euro voor Musical van Vlaanderen, maar
die frats van Joke Schauvliege zal zich niet snel meer voordoen.

Projectsubsidies zijn bestemd voor het klein grut van het kunstenveld:
jonge makers, kleinere organisaties en individuele kunstenaars. Voor hen
vormen die middelen evenwel het verschil tussen wel of geen artistiek
project realiseren. Hun werking zelf is zelden gesubsidieerd. Ze vragen
dus enkel geld voor één werk, of – in het geval van een
ontwikkelingsgerichte beurs – financiële ondersteuning om zich in
relatieve rust te kunnen herbronnen of een bepaald artistiek vraagstuk
nader te onderzoeken.

Vermagerd verdict

Voor de tweede ronde van 2015 vroegen 150 organisaties in maart samen
5,9 miljoen aan voor hun project in dans, theater, beeldende kunst,
muziek, muziektheater, … Daarvan kreeg de helft – 70 organisaties –
een dubbel positief advies van de bevoegde beoordelingscommissies en de
administratie, voor een geadviseerd bedrag van 2,4 miljoen. Finaal
verdict van de minister (die de adviezen naar eigen goeddunken kan
volgen of negeren): 29 organisaties krijgen samen 1 miljoen: amper 41%
van de positief geadviseerde aanvragen. Zo’n lage toekenningsgraad is
nooit eerder vertoond. Maar liefst 41 organisaties met een valabel
bevonden project zien dat niet financieel ondersteund. Samen krijgen ze
1,3 miljoen door de neus geboord. Ter vergelijking: drie jaar geleden
stond de pers wekenlang op zijn kop omdat 15 structureel erkende
organisaties (op 250) hetzelfde dreigde te gebeuren. Ze waren positief
beoordeeld, maar het geld ontbrak. Voor hen vonden Schauvliege en co
uiteindelijk nog 3 miljoen.

Twee op drie kunstenaars kregen van de Vlaamse Gemeenschap te horen: fijn project, maar we gaan het niet steunen.

Voor de individuele kunstenaars valt de balans nog schever uit. Met
130 vroegen zij in maart bijna 2 miljoen aan beurzen en projectsubsidies
aan. Daarvan kregen 59 dossiers goeie punten voor zowel hun
inhoudelijke als hun zakelijke plan. Commissies en administratie stelden
daar een kleine 800.000 euro tegenover.

Verdict van de minister: amper
21 op 59 kunstenaars krijgen samen nog geen 300.000 euro. Twee op drie
kunstenaars (waaronder Andros Zins-Brown, Jan Geers, Alix Eynaudi,
Kathleen Voet, Sammy Baloji, …) kregen dus van de Vlaamse Gemeenschap te
horen: fijn project, maar we gaan het niet steunen. Stel je een prof
voor die zegt: je bent geslaagd voor je examens, maar we laten je er
niet door. Of het OCMW: je voldoet aan alle criteria voor een uitkering,
maar je krijgt ze niet.

Wel geld? Geen cadeau

Officieel heette het in de mail naar 79 organisaties en kunstenaars:
‘Hierbij melden we u de beslissing om uw project niet te ondersteunen.
Het zakelijk advies van de afdeling Kunsten en het artistiek advies van
de bevoegde beoordelingscommissie, die u als bijlage bij deze mail
vindt, waren nochtans positief. De resterende budgetten lieten echter
jammer genoeg slechts ruimte om een beperkt aantal aanvragen in te
willigen.’ Kan het zijn dat er iets niet helemaal klopt in de
wisselwerking tussen beoordelingscommissies en minister?

Het vijvertje voor individuele kunstenaars en
projectorganisaties kromp van ruim 10 miljoen in 2013 tot nog maar 6,5
miljoen in 2015.

De rekening, wellicht. Want ook bij die 50-tal organisaties en
kunstenaars die zich na deze ronde wel op subsidies mogen verheugen, is
er aardig geknabbeld aan het geadviseerde subsidiebedrag. Slechts in zes
gevallen volgt de minister de financiële inschatting van zijn experts:
bij het muzikale platform Granvat, barokorkest Les Muffati, het
multimediale Nadar Ensemble, Boomtown, showcasefestival Glimps en Stad
Genk voor de productietrajecten ‘beyond food and design’. Van de rest
krijgen 22 organisaties gemiddeld bijna 9000 euro minder dan geadviseerd
(-25%), en zien ook 20 kunstenaars gemiddeld 4500 euro verdampen tussen
advies en verdict. Gatz heeft als minister het volle recht op zulke
aanpassingen, maar erg consequent zijn ze allemaal niet met zijn eigen
appel aan het veld om vooral voor startende artiesten ‘voldoende
artistiek budget te vrijwaren bij druk op de middelen’ en ‘aandacht te
besteden aan een correcte vergoeding van kunstenaars’ (Visienota
Kunsten, p.33). Terwijl oKo en Kunstenpunt continu wijzen op het belang
van respect voor een geadviseerd subsidiebedrag, wordt er hier duchtig
op beknibbeld. Zelfs wél geld krijgen is dan niet altijd een cadeau.

Verdacht?

Tenzij de minister wat extra bijpast, natuurlijk. Dat is het geval
voor de beurs van kunstenaar Frederik De Wilde: hij krijgt 12.000 euro
in plaats van de geadviseerde 9.000 euro (hij vroeg wel 25.000 euro
aan). Voor het orkest Le Concert Olympique wordt de geadviseerde
subsidie van 36.000 euro zelfs opgetrokken naar 70.000 euro (van de
gevraagde 140.000 euro). Gatz’ motivering beperkt zich tot de mededeling
dat zijn keuze ‘volledig in de lijn ligt van het positieve zakelijke en
artistieke advies’ – terwijl dat in 42 andere gevallen blijkbaar niet
geldt. Misschien is hij gewoon een grotere fan van Beethoven dan de
leden van de Commissie Muziek? Maar was Schauvliege dat dan ook, toen
ook zij al – tot tweemaal toe – Le Concert Olympique opviste voor in
totaal 80.000 euro, telkens na een negatief advies? Blijkbaar
orkestreert er op de Olympusberg een erg overtuigend bestuur, waarin
onder meer justitieminister Koen Geens en ex-VBO-voorzitter Luc
Vansteenkiste zetelen.

Gatz zelf buigt in deze ronde zeven negatieve adviezen om (dubbel
zoveel als Schauvliege in haar eerste drie jaren). Guillaume Bijl krijgt
10.000 voor een kunstenaarsboek, dankzij ‘zijn sterke reputatie als
kunstenaar en zijn belang voor de Vlaamse kunstensector, naast het feit
dat intussen een uitgever gekend is’. Exporuimte TTTT ontvangt 5000 euro
voor een expo met Renzo Martens. En Theatergezelschap Barre Weldaad
wordt bedacht met 35.000 euro voor zijn komende voorstelling, getiteld Verdacht.
Een subtiele verwijzing naar het voorzitterschap van Olivier Auvray
(Open VLD Brussel)?

Gatz motiveert dat hij voor dit project eerder al
een creatieopdracht onderschreef, en het dus belangrijk vindt om het
project nu ook daadwerkelijk te laten doorgaan. Verder voorziet hij –
buiten het Kunstendecreet – Brussels geld voor een project van The
Brussels Art Institute met Jan De Cock, en Lotto-geld voor de Kortrijkse
kunstroute Flux, het ‘artistiek-sociale’ Festival van de Miniemen en
een begeleidingstraject voor de winnaars van de Nekka-wedstijd (samen
goed voor 83.000 euro).

Streepje trek

Voor zover dat na te gaan valt (van projectsubsidies worden alleen de
positieve besluiten en bedragen publiek gemaakt), heeft zelfs de
vermaarde vrije ministerhand van Bert Anciaux nooit zo sterk ingegrepen
op adviezen voor projectmiddelen. Want al heeft de minister officieel
volledige autonomie, toch geldt afwijken van de adviezen van commissies
en administratie als een uitzondering, die goed gemotiveerd dient. In
een interne mededeling aan zijn administratie schreef Gatz over zijn
globale beslissing: ‘Zoals reeds besproken met uw diensten, hebben wij
de projectsubsidietabellen voor individuele kunstenaars en organisaties
nog strenger aangepakt. Op heel wat dubbel positief beoordeelde
individuele kunstenaars en organisaties die bovenaan de ranking staan,
halen we de geadviseerde bedragen alsnog naar beneden of suggereren we
verschuivingen – dit om ook andere projecten te kunnen ondersteunen
en/of om geld te voorzien voor de internationale aanvragen die nog te
verwachten zijn/klaarliggen.’

Voor theater trok Gatz de streep na vier van de twaalf positief geadviseerde projecten

In globo hanteerde de minister inderdaad de befaamde ‘streep’: in de
ranking die commissies – tegen hun zin – moeten opmaken van de positief
geadviseerde dossiers, bepaalt hij tot welk nummer hij wil of kan
honoreren. Voor theater trok Gatz de streep bijvoorbeeld na vier van de
twaalf positief geadviseerde projecten: Koen De Sutter, Hanneke Paauwe,
Hof Van Eede en Mennomichieljozef krijgen zo wel subsidies, terwijl voor
Bog, Larf!, Het Banket, Nunc en vier andere gezelschappen geen middelen
zijn. Bij architectuur werd dat één op vier, bij dans twee op zes (Jan
Martens en Nat Gras), bij beeldende kunst twee op vijf (waarvan TTTT
zakelijk negatief geadviseerd), …

Plots gaat alles afhangen van die
ranking, terwijl haar precieze volgorde tijdens commissiegesprekken
wellicht zeer moeilijk te funderen valt. Op een eerste vergadering met
de commissievoorzitters in 2014 had het nieuwe kabinet trouwens zelf
aangegeven dat werken met een ranking niet werkbaar was, omdat je geen
appelen met peren kan vergelijken. Gatz zou de ranking afschaffen, maar
blijkbaar wordt ze nu toch weer duchtig gebruikt? Des te opvallender
lezen al deze ingrepen naast de subsidiebedragen die de minister zopas
ook bedeelde voor internationale projecten, samen goed voor 231.000 euro
(tegenover het geadviseerde bedrag van 258.000 euro). Waarom volgt hij
daar wel voor 90% trouw de adviezen?

Gepluimde pot

‘Deze beslissingen hebben vooral financiële redenen’, reageert het
kabinet aan de telefoon. ‘Er waren te weinig middelen beschikbaar voor
het aantal positief geadviseerde dossiers. Dat heeft twee redenen. Eén
is een beslissing uit het verleden waarbij projectmiddelen overgeheveld
zijn naar de werkingssubsidies. De andere reden is de besparing die we
hebben moeten doorvoeren aan het begin van deze legislatuur.’ Binnen die
nauwere marges hanteerde het kabinet bij zijn finale keuze wel een paar
principiële overwegingen. ‘We zijn uitgegaan van de voorliggende
adviezen en de bijhorende ranking, maar hebben ook rekening gehouden met
een evenwicht tussen verschillende disciplines, voldoende regionale
spreiding en een verscheidenheid van kleine, middelgrote en grote
projecten.’

De
verminderingen op de meeste geadviseerde bedragen moesten ruimte
creëren om extra dossiers mee te nemen, maar vooral ook een reserve
creëren voor middelen die in 2015 nog uitgereikt moeten worden binnen
het internationale luik van het Kunstendecreet, bijvoorbeeld voor
tussenkomsten in reis- en verblijfkosten van kunstenaars naar en in het
buitenland. ‘Als we alle positieve aanvragen voor projectmiddelen en
beurzen hadden gehonoreerd, dan was alle geld op geweest. Vanuit een
inschatting van nog voorliggende en toekomstige aanvragen moeten we nog
voldoende reserve overhouden.’

Zo overkomt Gatz waar ook Schauvliege mee geconfronteerd werd toen ze
in 2009 aantrad: er zat simpelweg te weinig geld in de projectenpot,
omdat haar voorganger Bert Anciaux een flink deel van dat geld gebruikt
had om een gat dicht te rijden voor de werkingssubsidies van grotere
organisaties. Daarom maakte Schauvliege er een halszaak van om vanaf
2013 de verhouding tussen project- en werkingsmiddelen op te trekken tot
10%. Alleen brak ze in 2014 zelf met dat goede voornemen. Toen kaapte
ze uit de projectenpot een slordige 2,26 miljoen om daarmee haar
rekening voor de tweejarige werkingsmiddelen (2015-2016) rond te maken.
Of hoe de geschiedenis zich altijd herhaalt, als ook de grotere vissen
eten moeten krijgen.

Grieks drama

Zo kromp het volledige vijvertje voor individuele kunstenaars en
projectorganisaties van ruim 10 miljoen in 2013 tot nog maar 6,5 miljoen
in 2015. Reikte Schauvliege in 2013 nog 8 miljoen subsidies uit aan
projecten en ontwikkelingsgerichte beurzen, dan klokt dat bedrag dit
jaar af op 4,8 miljoen. Bijna een halvering, dus. De symbolische 10% –
een verhouding waar Gatz zich bewust nooit op heeft willen laten
vastpinnen – is weer teruggevallen tot rond de 5%.

Niet
zozeer dat cijfer is van belang, wel waar het voor staat: de blijvend
marginale positie van al wie in het Vlaamse kunstenveld niet in het
hokje van een vaste structuur past. Heb je een boeiend plan, krijg je er
ofwel geen middelen voor, ofwel te weinig om het ook echt boeiend uit
te werken. Soms begint het een beetje op Grieks drama te lijken. Al
roepen de politiek en de sector continu in koor dat er dringend meer
aandacht moet komen voor de precaire situatie van (jonge) kunstenaars en
de levendigheid van alles wat zich roert buiten de vaste structuren,
toch lijkt die marginale positie juist besténdigd te worden. Maar ja, er
is geen geld!? Dan kan je nog altijd samen beslissen om het te
herverdelen van boven naar onder. Nu gebeurt het andersom. Maar liefst
80 artiesten en organisaties, die volgens experten wel degelijk
kwaliteit garanderen, mogen nu in stilte gaan uitzoeken hoe ze zich er
deze keer weer zullen doorspartelen. Dat is niet alleen hun probleem.
Dat wordt ooit het probleem van het hele kunstenveld.
 

Bekijk hier de cijfermatige versie van bovenstaande analyse: overzicht_aanvragen-adviezen-beslissing_maart2015.pdf 

Wouter Hillaert is freelance cultuurjournalist en coördinator van rekto:verso.

Onder de noemer HOOGTIJD/Water aan de lippen protesteren kunstenaars en toeschouwers deze zaterdag in Oostende.

www.hoogtijd.org

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!