Opinie - John Milios

Er was wel een alternatief!

Door mee te gaan met het idee dat er geen alternatief is en door te capituleren, heeft Syriza zich vast laten zetten. Het programma waarvoor het Griekse volk stemde, is nochtans nooit uitgevoerd. Syriza werd verkozen om het grootkapitaal belasten en een wettelijk kader om de macht van de markt in te perken. Dat soort maatregelen zouden pas een alternatief geweest zijn.

vrijdag 24 juli 2015 10:08

1.
“Er was geen alternatief” voor het derde Memorandum?

De
meeste mensen die Syriza steunen, en breder, al wie tot links
behoort, maar ook de meerderheid in de Griekse samenleving zijn het
erover eens dat de regering een pijnlijke nederlaag geleden heeft op
de Europese Top van 12 juli, toen ze instemde met het derde
Memorandum.

Deze
verpletterende nederlaag die veel weg heeft van een capitulatie,
leidt automatisch tot de acceptatie van de visie dat “er geen
alternatief is” (het bekende TINA). Dat is in de eerste plaats de
boodschap van de rechtse en “centrumlinkse” oppositiepartijen en
hun aanhang. Maar ze zijn niet de enigen.

Zelfs
de regering lijkt zich op haar manier in te schrijven in een variatie
op het TINA-idee. Ze verklaart dat ze “tot het uiterste” gedaan
heeft wat mogelijk was en ten slotte heeft moeten buigen voor een
meedogenloze chantage: een Memorandum of het catastrofale
Grexitvoorstel van Schäuble. Ze beweert dat ze heeft gecapituleerd
“in een heroïsch gevecht” tegen een tegenstander die
overweldigend sterkere macht heeft, en dat ze daarbij gekozen heeft
voor het minste kwaad. Het was bijgevolg bijna onmogelijk om iets te
veranderen, en het zal zelfs onmogelijk blijven (TINA), aangezien de
tegenstander altijd grotere macht zal hebben en het enige dat hij
nastreeft de voortzetting is van het neoliberale beleid.

Het
dilemma waarin de regering zich naar eigen zeggen bevindt, de keuze
tussen Memorandum nr.3 en het “rampscenario” van een uitstap uit
de euro, gaat uit van nog een andere vorm van TINA. Ze duikt spontaan
op binnen links, maar ook binnen de Griekse samenleving: de versie
dat “er geen alternatief is (TINA) binnen de Eurozone.” De
regering stelt de uitstap uit de euro gelijk met een “rampscenario,”
met het argument dat om de wisselkoers van de nieuwe nationale munt
niet te laten instorten er externe reserves in een internationale
munt nodig zijn. Bijgevolg zou er een nieuwe lening nodig zijn, dus
gelijkaardige besparingseisen om deze lening te verkrijgen. Bovenop
deze vereisten zal nog eens een vermindering van de koopkracht komen
voor loontrekkenden en gepensioneerden door de “gecontroleerde
devaluatie” die hoe dan ook te gebeuren staat. Daarnaast zullen
reeds bestaande private schulden in de internationale munt blijven
uitstaan, enzovoort.

Moeten
we bijgevolg een of andere versie van TINA aanvaarden? Of, om
dezelfde vraag actueler te formuleren: stond de regering onder
ongeziene druk, en capituleerde ze omdat er geen alternatieve weg
was? Het antwoord is ja, maar dan wel omdat de regering zelf van in
het begin gekozen had voor de weg die haar naar deze impasse voerde
en tot dit compromis bracht. Ze had gekozen om als regering te werken
binnen de grenzen van het bestaande, als regering van het “reëel
bestaande Griekse kapitalisme.” Ze dacht dat het einde van de
besparingspolitiek het resultaat kon zijn van een “gemeenschappelijk
programma” van arbeid en kapitaal.

Wat
een illusie! Een crisis in het kapitalisme is te wijten aan een
daling in de meerwaarde, het is op zich geen tekort aan vraag. Daarom
kent het kapitaal, de heersende klasse in Griekenland zoals ook
elders, slechts één enkele strategie om uit te crisis te geraken,
die in overeenstemming is met haar klassenbelangen: besparingen, het
minachten en onderuithalen van de politieke en syndicale slagkracht
van de werkende klasse, de privésector zich openbaar bezit laten
toe-eigenen, de verzorgingsstaat afbreken.

2.
De strategie van het kapitaal na de crisis van 2008

De
globale economische crisis van 2008 creëerde nieuwe situatie in
Europa, maar ook in de hele wereld. Er werd een nieuwe
“internationale” politiek van het kapitaal gevormd, onder de vlag
van besparingen en nietsontziend neoliberalisme.

Besparingen
zijn voortaan de passende politiek om de dalende winstvoet te
bestrijden (cf. de crisis van het kapitalisme), zoals ze ook
onderdeel zijn van de bredere strategie voor een lagere kostprijs per
eenheid geproduceerde producten. De strategieën van kostendrukking
zijn per definitie een beleid van inkrimping van de vraag. Daarom
verdiepen ze eerst de effecten van de crisis, maar men voorziet groei
in de toekomst omdat winstvoet dan terug groter wordt.

Het
bovenstaande betekent dat een linkse politiek er enkel in kan bestaan
de confrontatie op te zoeken. Het is een politiek van een breuk met
het kapitaal, een herverdelingspolitiek ten voordele van de werkende
klasse: het gaat daarbij om een herverdeling van rijkdom, inkomen en
macht (vakbondsrechten, democratische instellingen, een kader
scheppen voor de reorganisatie van sectoren in de economie op
coöperatieve en solidaire basis). Dat was ooit de inhoud van het
programma van Syriza, zoals het werd goedgekeurd door het eerste
stichtingscongres.

3.
Het programma dat niet uitgevoerd werd – de strategie die we moeten
specifiëren

Toen
Syriza als grootste partij uit de Europese verkiezingen van 2014
kwam, vergleed ze in een strategie van het “historisch compromis.”
Ze stelde in essentie een regering “van nationale eenheid” in het
vooruitzicht. Sociale tegenstellingen werden bedaard en afgezwakt,
via het “voor iedereen gemeenschappelijke” “nationale” doel,
nl. de groei van de Griekse kapitalistische economie (kapitalistische
groei die met een eufemisme “reorganisatie van de productie”
genoemd werd) en de bescherming van die slachtoffers van het
Memorandumbeleid die zich in een situatie van uiterste armoede
bevonden (“de humanitaire crisis oplossen,” zoals het heet). Het
“Programma van Thessaloniki” weerspiegelde dat compromis.
Enerzijds waren de maatregelen eruit verdwenen om alternatieve
manieren van produceren te promoten tegenover kapitalistisch
ondernemerschap en de markt. Anderzijds stonden er ook geen
voorstellen meer in om het kapitaal en grote vermogens te belasten.

De
strategie van het “historisch compromis,” was al van in het begin
een illusie, zoals uiteindelijk ook gebleken is. Het kon niet anders
dan de nederlaag van de linkse strategie tot gevolg hebben.

De
manier waarop de onderhandelingen met de schuldeisers verliepen werd
volkomen bepaald door de interne politieke keuzes, met andere woorden
door het “historische compromis” van Syriza met het kapitaal en
door de politiek van een regering die quasi functioneerde als een
regering “van nationale eenheid.” “We houden ons woordelijk aan
de Grondwet en we lossen onze schulden volledig af (tot zelfs het
uitputten van de reserves van de Griekse staatskas toe). Het akkoord
van 20 februari bevestigde dat de regering zich schikte in de
dictaten van het kapitaal en de schuldeisers.

Zo
gleden ook de onderhandelingen af naar een soort “berustend”
klimaat, dat hen al veroordeelde tot de erop volgende afloop: de
finale chantage, na het droogleggen van de banken en het uitputten
van de reservekassen van de staat.

In
tegenstelling tot die koers, zou uit het oorspronkelijke programma
van Syriza een compleet verschillende strategie voortgekomen zijn:
uitstel van betaling aan de schuldeisers van de Griekse schuld, tot er een akkoord gevonden werd dat in overeenstemming
is met het mandaat van de bevolking; zich verzekeren van de nodige
inkomsten voor de sociale zekerheid door rijkdom en het grootkapitaal
te belasten, een wettelijk kader promoten om de macht van de markt in
te perken via bvb. coöperatiestructuren die het potentieel van
werkloze werkkrachten zou verbinden met het onbenutte
productievermogen van de gesloten ondernemingen, actieve uitoefening
van de rechten van de staat tegenover de banken, enzovoort.

Dat
programma van Syriza werd nooit uitgevoerd. En omdat het nooit
uitgeprobeerd werd, is het absurd om “vast te stellen” dat “er
geen alternatief was” behalve capituleren. Het programma van Syriza
veronderstelde een ander beleid en een ander soort onderhandeling met
als richtsnoer het begunstigen van de volkse klassen! Dat zou pas een
alternatief geweest zijn.

De
krachten van het kapitaal in Griekenland hebben geen belangen die
tegengesteld zijn aan die van de schuldeisers. Het zijn zij die
allemaal samen met hun bondgenoten en veelsoortige vertegenwoordigers
fanatiek gestreden hebben voor een overwinning van het Ja in het
recente referendum, de “patriciërs” die verslagen werden met 61%
van de stemmen van de “plebejers.”

De
strijd van de volkse klassen voor een verbetering van hun levensomstandigheden en voor maatschappelijke verandering kan niet als
hoofdkwartier, als Generale Staf, een regering hebben die zichzelf
ertoe gebracht heeft om het derde Memorandum uit te voeren, dat wil
zeggen een een programma van socio-economische veranderingen in een
absoluut neoliberaal kader van uitdieping van de belangen van het
kapitaal. Dat is de reden waarom het akkoord niet mag doorgaan!

John
Milios (Centraal Comité Syriza)

Vertaling: Steff Coppieters

Bron:
http://rproject.gr/article/ki-omos-ypirhe-enallaktiki-lysi

take down
the paywall
steun ons nu!